Ruimte om complexe problemen te ontrafelen

Onlangs kreeg ik een mailtje van een min of meer bevriende arts. “Beste Erik-Jan, op de site bedrijfsarts worden kwam  ik een blog van jou tegen. Daarin stel je hoe belangrijk het is dat je het soort specialist wordt wat bij je past. Ik herken dat sterk; ik werk al een kleine 30 jaar als specialist in het ziekenhuis en ben toe aan een carrière switch. Omdat jij zo’n omslag eerder al hebt gemaakt, wil ik je graag om advies vragen. Wat raad je mij aan?”

Ga het ervaren

Ik schreef de arts terug, puttend uit eigen ervaring. ‘Mijn eerste advies zou zijn: ga een keer meekijken en meelopen op de werkvloer. Ga het ervaren, juist ook als ervaren arts. Je kijkt nu heel anders dan destijds tijdens de coschappen. Je wilt nu vooral weten of het een leuk vak is om te beoefenen. Zelf heb ik de bedrijfsgeneeskunde ook beter leren kennen door mee te lopen. Ik had al meerdere richtingen geprobeerd, zoals anesthesiologie en pathologie. Anesthesiologie vond ik interessant, vooral medisch-technisch, maar ik was niet echt geschikt voor acute geneeskunde. Pas toen ik meeliep bij bedrijfsgeneeskunde viel voor mij het kwartje. Ik was geboeid door de variëteit van het werk en de mogelijkheid om je klinische kennis op allerlei fronten in te zetten.

Aperte zeurpieten

Je hebt als bedrijfsarts te maken met werkelijk allerlei soorten mensen, allerlei soorten bedrijven en allerlei soorten aandoeningen. Sommige bedrijven beschouwen hun personeel als hun grootste kapitaal waar ze zuinig op zijn en waar ze graag investeren in preventie. Andere beschouwen werknemers als wegwerpproducten die snel vervangen moeten worden als er een klein, vaak snel te verhelpen, defect is opgetreden. Je spreekt aperte zeurpieten die zich bij ieder wissewasje ziek melden. Maar je spreekt ook mensen die jou na een harttransplantatie vragen of het alweer veilig is om hun werk op te pakken. Afhankelijk van de bedrijven  en sectoren waar je voor werkt, heb je te maken met alle denkbare aandoeningen. In de bouw en productie industrie zie je vooral veel locomotore klachten, in de transportwereld is er veel rugproblematiek vanwege langdurig zitten. In het onderwijs spelen weer vooral psychische klachten. Voor wie van afwisseling houdt: je kunt je hart ophalen!

Klinische kennis inzetten

Er is nog iets aan mijn werk wat jou denk ik ook erg zal aanspreken: als bedrijfsarts zie ik het als mijn grootste uitdaging om met mijn klinische kennis ingewikkelde vraagstukken te analyseren en deze vervolgens op te knippen in deelproblemen en deeloplossingen. Ik geef je een voorbeeld: een opleider orthopedie heeft chronische schouderklachten en kan hierdoor niet meer goed laparascopisch opereren. Wat ik dan als arts wil weten is: heeft hij zichzelf wel adequaat laten onderzoeken of is dit haastig aan het eind van de dag door een collega gedaan? is hij de overvolle werkweek en alle verantwoordelijkheden na al die jaren moe? Of gunt hij zichzelf simpelweg te weinig hersteltijd op een drukke OK-dag waardoor hij zichzelf structureel overbelast? Of moet hij meer delegeren en zo zichzelf minder overbelasten? Het precieze antwoord hierop hoef ik niet te weten; ik breng vooral de onderhoudende factoren in kaart en leg de regie bij de verzekeraar en de verzekerde. De verzekeringsmaatschappij van de arbeidsongeschiktheidsverzekering kent de kern van de zaak en kan interventies aanbieden om de onderhoudende factoren aan te pakken. Tegelijkertijd krijgt de verzekerde een concreet activerend advies aan om zijn inzetbaarheid te bevorderen.

Zelfstandig bedrijfsarts

De ruimte om problemen te ontrafelen is voor mij een essentieel onderdeel van bedrijfsgeneeskunde. Bij andere specialismen is die ruimte er volgens mij minder. Sinds enige tijd ben ik zelfstandig bedrijfsarts, na eerder bij meerdere arbodiensten te hebben gewerkt. Ik ben nu nog vrijer om mijn eigen tijd en mijn eigen werkzaamheden in te richten. Ik kan bedrijven weigeren die mij als verzuimcontroleur willen inzetten, ik kan mijn eigen werktijden bepalen, ik kan tot op zekere hoogte mijn eigen tarieven bepalen. En, voor mij heel belangrijk: ik kan klanten kiezen die me de ruimte bieden wat langer over een spreekuur te doen, zodat ik de tijd heb om een vertrouwensband met een werknemer te krijgen en om echt goed zicht te krijgen op soms complexe problemen.’


Ook een keer meelopen?

Is je interesse gewekt om bedrijfsarts te worden? Er zijn meeloopdagen door het hele land!

 

 

 

Gertjan Beens: meer preventie, minder dweilen

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Gertjan Beens is sinds 1992 bedrijfsarts. Sinds eind 2017 is hij ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Hij vertelt over zijn loopbaan en zijn bestuurlijke ambities. “Het is zinloos om geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat.”

Wanneer wist je dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Toen ik geneeskunde ging studeren, had ik een vaag beeld over ‘mensen beter maken’. Tijdens de studie vond ik veel interessant. Dat was ook nog zo bij de coschappen. Uiteindelijk was ik toch het meest gericht op gezondheidsvragen in een breder perspectief. Daar kwam ik bij mijn militaire dienstplicht achter. Ik zat bij de Luchtmacht en mijn baas was in opleiding tot bedrijfsarts. Hij gaf me de kans mee te kijken bij anderen. Toen wist ik wat ik wilde. Ik werd aangenomen in Breda, waar ik ging werken als bedrijfsarts, nog zonder opleiding. Nu zou dat ANIOS heten, maar toen werd daar niet zo op gelet. Na een jaar kon ik starten met de opleiding. Vanaf het eerste moment vond ik het vak prachtig. Het ruime blikveld sprak me erg aan. Het werk ging behalve over ziekte en gezondheid ook over communicatie, werkrelaties en bijkomende factoren. Ik keek zowel naar de patiënt als naar diens werkomgeving, kon problemen analyseren en adviseren. Verrijkend!’

Wat is het meest opmerkelijke dat je in je werk als bedrijfsarts bent tegengekomen?
‘Mijn mensbeeld is positief. Iedereen wil betekenisvol zijn en zijn best doen voor zichzelf, collega’s of bedrijf. Van de borrelpraat dat je constant belazerd wordt door mensen die een uitkering willen geloof ik helemaal niets. Al geldt ook hier: de uitzondering bevestigt de regel. Ik heb welgeteld één keer meegemaakt – in 30 jaar praktijk – dat iemand zijn complete ziektebeeld simuleerde. Deze persoon kwam zwalkend binnen, sloeg wartaal uit en liep zwalkend weer naar buiten, ondersteund door familieleden of begeleidende vrienden. De presentatie was consistent, tot diagnosestelling, doorverwijzing en voorgeschreven medicatie aan toe. Toch rook de werkgever onraad, met als bron collega’s en anonieme tips. De werkgever huurde een privédetective in, met James Bond-achtige foto-opnamen en stille achtervolging. Wat bleek? Betrokkene was over de grens bezig een eigen zaak op te bouwen. Hij werd op staande voet ontslagen. Tegelijk kan ik niet anders dan mensen blijven vertrouwen. Vertrouwen is de basis van ons werk.’

In hoeverre is jouw werk als bedrijfsarts in de loop der jaren veranderd?
‘Ik heb me altijd met begeleiding van arbeidsongeschikte mensen beziggehouden. Hierdoor kwam ik met iedereen in contact en kwam ik op allerlei plaatsen binnen bedrijven. Er was in mijn beginjaren nog echt ruimte voor preventie, we deden bijvoorbeeld ook preventief medisch onderzoek en werkplekonderzoek. Omdat ik veel hoorde en wist had ik een zeker mandaat om ook iets te vinden van algemene werkproblemen. Er was ook direct contact met leidinggevenden en eindbazen; de ideale weg om – hoe gering soms ook – invloed uit te kunnen oefenen. Toen de sociale zekerheid midden jaren negentig privatiseerde, verschoof de focus naar verzuimbestrijding. Er was minder aandacht voor preventieve maatregelen en gezondheidsbevordering. Maar ook dat is inmiddels weer gekanteld. Bij de bedrijven waarvoor ik werk – vaak wat grotere klanten die hun werkgeverschap goed willen invullen – is er wel degelijk veel aandacht voor preventie. Ik zie het als mijn uitdaging werkgever en werknemer tot keuzes en actie aan te zetten.’

In hoeverre heb je zelf richting gegeven aan jouw werk en ontwikkeling?
‘Ik heb me altijd gericht op méér dan alleen het probleem in de spreekkamer. En zoek dus ook altijd contact met mensen daarbuiten, of dat nu behandelaars, chefs of eindverantwoordelijken zijn. Het helpt dat ik de helft van mijn werkzame leven managementverantwoordelijkheid heb gedragen. Ik weet dat organisaties niet primair gericht zijn op de gezondheid van hun medewerkers. Er is een bruggetje nodig, een vertaling van organisatiebelangen naar gezondheidsbelangen en inzetbaarheid. Die strategische benadering van gezondheidsmanagement ligt me goed; ik heb hier ook een aanvullende leergang in gedaan. Daarmee blijf ik plezier houden in mijn werk en waarde leveren. Ik kan zo mijn eigen ontwikkeling voortzetten én toepassen in de werkpraktijk.’

Hoe komt iemand op het idee om voorzitter van de NVAB te worden?
‘Haha, heel simpel: niet. Toen de vacature langs kwam dacht ik: jaja, weer een schaap met vijf poten gezocht. Niets voor mij. Maar ik was wel al langer aan het nadenken over een volgende loopbaanstap. Toen ik actief benaderd werd voor het voorzitterschap vielen de puzzelstukjes samen. Ik zie het als een kans en een eer om langs bestuurlijke weg iets terug te doen voor het vakgebied waaraan ik veel te danken heb. We hebben een prachtig vak. Het belang van sociale geneeskunde – gezondheidszorg mét context, en oog op preventie – wordt alleen maar groter. Het is zinloos om eindeloos meer geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat! Vraag mensen wat ze belangrijk vinden in het leven. De kans is groot dat werk en gezondheid in de top vijf staan. Daar dagelijks over mogen adviseren is betekenisvol én belangrijk. Daarom moet dat vak uitgedragen en inhoudelijk uitgebouwd worden. Daarvoor staat de NVAB.’

Hoe wil je als voorzitter bijdragen aan de werving van bedrijfsartsen?
‘We dragen als bedrijfsartsen bij aan de gezondheid van werkende mensen, aan behoud van inzetbaarheid in werk en aan participatie in de maatschappij. Dat zijn zaken van algemeen belang. Die boodschap zal ik actief blijven uitdragen naar iedereen die interesse heeft in ons vak. Tegelijkertijd blijf ik lobbyen voor nieuwe vormen van financiering. We hebben als bedrijfsartsen te weinig financiële armslag. Het is vreemd dat voor opleiding, wetenschappelijke richtlijnontwikkeling en kwaliteitszorg geen middelen beschikbaar zijn, zoals dat bij bijvoorbeeld huisartsen en ziekenhuisspecialisten wel het geval is. Dat is op langere termijn niet houdbaar en niet terecht – juist ook omdat wij als bedrijfsartsen zaken van algemeen belang dienen.’

Bedrijfsarts worden? Doe de test!

Steeds meer artsen kunnen de vervolgopleiding die ze op het oog hebben niet doen omdat er te weinig opleidingsplekken zijn. Tegelijkertijd is er in de bedrijfsgeneeskunde grote behoefte aan mensen die vol overtuiging voor dit specialisme kiezen. Ook zijn er voldoende opleidingsplekken beschikbaar. Bedrijfsgeneeskunde zou mede om die reden voor menig basisarts of geneeskundestudent wel eens een heel interessante keuze kunnen zijn. Overweeg jij om bedrijfsarts te worden? Doe dan nu de test!

Nieuwe lichting bedrijfsartsen op komst

De campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk’ maakt artsen en geneeskundestudenten warm voor het vak bedrijfsarts. Dat gebeurt met blogs, vlogs, video’s, nieuwsberichten, door tekst en uitleg te geven bij carrière-events van medische faculteiten, door gastcolleges te geven en door meeloopdagen in heel Nederland mogelijk te maken.

Welkom!

Ondertussen worden natuurlijk ook nu al nieuwe bedrijfsartsen opgeleid. Zo is op 15 mei jl. een nieuwe groep bedrijfsgeneeskunde gestart bij SGBO/Radboudumc. De aios van deze groep zijn: Monique Deckers, Nicolette Dressel, Heleen van Driel, Christel Franssen, Marleen van Hout, Hanneke Kerkhof, Huguette Klumperbeek, Talar Lazarian, Marjolein Lucas, Sherien Makdoembaks, Henk Sanders, Margaux Scheerhoorn, Wilma van Willegen, JeanPaul Zondag, Joris Leeuwenberg en Mohamed El Fare. Welkom in dit prachtvak!

Praktijkopleiders

De praktijkopleiders zijn: Pieter Rodenburg, Freek Broekman, Veerna de Groot, Gaby Aarts, Gert Lanjouw, Cliff Bodeutsch, Patrick Struycken, Paul Janssens, Jan Groenen, John Hoek en Esmeralda Willems.

Mijn eerste lesdag: hoe Harry Potter wil je je voelen?

De afgelopen week ben ik, Bart van Leeuwen, begonnen met de opleiding tot bedrijfsarts bij SGBO. De lesdagen vinden plaats bij Soeterbeeck in Ravenstein. Dit is een voormalig klooster, wat het meteen ook tot een unieke lesomgeving maakt.  Hoe mijn eerste dag eruitzag? Na een tocht door de mist doemt het klooster op, met de mooie tuin eromheen.We worden ontvangen met een drankje in de tuinserre van het gebouw. Daarna volgt  de eerste lesdag in de oude bibliotheek, waar we tussen boeken uit de 17e en 18e eeuw zitten. Hoe Harry Potter wil je je voelen?

Bier uit de omgeving

De ochtend wordt afgesloten met een lunch en een wandeling door de tuin van het klooster. Daarna gaan we nog even door en krijgen we de laatste informatie over wat ons de komende vier jaar te wachten staat. We sluiten af met een borrel en drinken bier dat in de omgeving gebrouwen is. Daar kunnen de meeste mensen wel aan wennen, lijkt mij.  Ik heb er in ieder geval alle vertrouwen in dat het vier goede jaren worden, maar dat liet ik misschien al enigszins doorschemeren:)

Oh ja: mocht je het allemaal niet geloven of wil je het zelf een keer zien of proeven, dan kun je zelf een kamer boeken in het klooster!


Dagje meelopen?

Bart van Leeuwen wil als ambassadeur graag over zijn vak vertellen. Woon in je in de regio rond Rotterdam en wil je een dagje met hem meelopen om meer te weten te komen over vak? Of wil je hem als studievereniging graag laten vertellen over zijn werk? Mail Bart!

Blogs

Wat spreekt mij zo aan in de rol van bedrijfsarts?

‘Continu je voelsprieten uitzetten in een bedrijf’

Madelijn de Kleine is bedrijfsarts en ambassadeur van de campagne: ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ Ze werd onlangs geïnterviewd voor de nieuwsbrief van Immediator.

Je bent gevraagd als ambassadeur. Waarom heb je ja gezegd?
Eigenlijk simpelweg omdat ik denk dat het belangrijk is dat ons vak eens op een goede manier gepromoot wordt, en dat bekend wordt voor studenten wat ons vak nu eigenlijk inhoudt. Onbekend maakt onbemind, en dat is niet terecht!

Was dat niet zo dan?
Ik ben van mening dat de pers over het vak lang niet altijd goed is. Terwijl we allemaal weten dat mensen die in contact zijn geweest met een bedrijfsarts daar wel positief over zijn. Bovendien wordt steeds de verzuimbegeleidingskant, de controlerende kant, naar buiten gebracht. Terwijl preventie en de individuele begeleiding op het gebied van functioneren een veel groter, interessanter deel is.

Wat houdt dat stuk dan in?
De individuele begeleiding van medewerkers, dat zijn de gesprekken die je voert. Gesprekken waarin je mensen coacht in het onder controle krijgen van verschillende facetten van hun leven, waaronder ziekte, maar het is veel breder dan dat. De preventierol pak je door adviseur te zijn voor het hele bedrijf, van boven naar beneden. Door in gesprek te gaan met het management, dat vaak wel weet wat er niet lekker loopt, maar daar ook advies over wil. Maar ook door gesprekken te voeren met medewerkers. Dan zijn er natuurlijk altijd nog de PAGO’s waar iedereen het over heeft, maar eerlijk gezegd vind ik het continu je voelsprieten uitzetten in een bedrijf minstens zo veelzeggend als de PAGO’s. Ik doe deze PAGO’s zeker daar waar het nodig is, maar echte preventie zit hem in contact hebben met de organisatie. Zo ben ik net gestart bij een klant van Immediator waar ik met alle managers nu kennis maak, individueel in een gesprek. Ze vertellen me waar ze staan, waar ze mee bezig zijn en wat de doelen zijn. Ik vertel ze wat mijn rol is, en waarvoor iedereen in de organisatie bij mij terecht kan. Deze gesprekken zijn heel nuttig om het bedrijf te leren kennen en vice versa. Ze weten nu dat ze de bedrijfsarts kunnen bellen om te sparren, maar ik weet nu ook welke zaken er spelen en kan daarmee ook beter advies aan de klant geven. Tegelijkertijd denk ik dat heel veel bedrijfsartsen de bedrijven waar ze werken zo goed niet kennen, daarin is winst te boeken.

Wat maakt dan volgens jou een goede bedrijfsarts?
Iemand die lef heeft maar het wel leuk vindt om zich dienstbaar op te stellen. We moeten zorgen dat mensen met elkaar in contact komen. Het gaat niet om jou, maar om dat anderen in positie worden gezet. Communicatie is daarin de kern. Zowel in individuele begeleiding als in je overstijgende adviesrol. Je moet niet bang zijn om mensen de hemd van het lijf te vragen, privé, werk, sport, sociaal, maar met duidelijke uitleg waarom je dat doet en zonder dat ze zich bedreigd voelen. EN je moet durven communiceren over de gezondheid van de organisatie. Anders heb je in dit vak niets te zoeken.

Samenvattend, waarom zou je studenten dit vak aanraden?
Je bent breed bezig. In alle facetten. Medisch, maar ook in arbo, de individu in zijn context van de organisatie. Je komt bij verschillende bedrijven en leert veel mensen echt kennen. Heel veel afwisseling dus, en daar houd ik van. Houd je daar niet van? Word dan specialist. Het mooie is dat werk en privé supergoed te combineren zijn. Ik ben wel een bedrijfsarts die altijd goed bereikbaar is. Meteen zaken oppakken, iemand tips geven, niet afwachten. Dat maakt dat je escalaties kunt voorkomen. Dus je moet wel bereikbaar willen zijn, maar op welke werkdagen je op pad gaat, daarin ben je heel autonoom. Je planning is echt extreem flexibel. Het is echt een mooi vak!


Studenten & faculteiten: opgelet!

Madelijn wil als ambassadeur graag over haar vak vertellen. Bijvoorbeeld in de vorm van een gastcollege. Ook maakt ze graag tijd vrij voor een gesprek over het vak. Interesse? Mail Madelijn.


Blogs & video’s

‘Continu je voelsprieten uitzetten in een bedrijf’
College!
Pleidooi: meer onderwijsruimte, betere coschappen
‘Het beste van twee werelden’ (video)

Een eenvoudig verzoek…

Sinds enige tijd combineer ik twee banen. Twee dagen per week ben ik bedrijfsarts bij de politie Oost Nederland en 2 ½ dag per week ben ik als bedrijfsarts onderdeel van het Multidisciplinair cognitief-gedragsmatig reintegratie team Zintens, onderdeel van Klimmendaal. Recent kwam een werknemer op mijn arbeidsomstandighedenspreekuur met het verzoek om een lichter veiligheidsvest te mogen dragen tijdens het werk. Hij had al jaren last van zijn schouders en kortgeleden had een collega met een chronische ziekte om medische redenen een lichter vest gekregen. Dat wilde hij ook, want een lichter vest zou zijn gevoelige schouders minder belasten. Of ik even een briefje wilde tekenen dat hij in aanmerking zou komen voor een lichter veiligheidsvest. Een eenvoudige vraag met een eenvoudige oplossing (zou je kunnen denken) …of niet?

SOLK

Mijn toegenomen kennis over Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) neem ik mee in mijn spreekkamer als bedrijfsarts. Ik onderzocht de atletisch gebouwde, soepel bewegende vijftiger die de afgelopen maanden nog geen dag had verzuimd en vertelde hem over het gemodificeerde gevolgen model. Hiermee wordt een verklaring geboden waarom chronische klachten zoals aspecifieke rugpijn, schouderklachten, etc. niet overgaan met extra rust, vermijding of langdurige fysiotherapie. Met name aandacht, stress, overbelasting en angst zijn belangrijke, vaak onbewuste, psychologische factoren die de klacht onderhouden of zelfs verergeren. Deze benadering van zijn klachten was helemaal nieuw voor hem, maar het gepresenteerde model sprak hem aan. Hij herkende de angst voor een beschadiging van zijn schouder, helemaal omdat het al zo lang pijnlijk en gevoelig was. Ook het tijdelijk vermijden en vervolgens overbelasten was herkenbaar. Inderdaad had de orthopeed nooit een behandelbare afwijking kunnen vinden en alleen maar doorverwezen voor “therapie”.

Graded activity

Ik adviseerde hem een trainingsprogramma met geleidelijke opbouw (‘graded activity’) en veel aandacht voor de meespelende psychologische factoren. Met name het voortdurend aandacht geven aan de klacht en zijn zorgen of er toch niet iets fysieks aan de hand was ondanks alle onderzoeken door de orthopedisch chirurg, was in mijn visie een onbewuste, onderhoudende factor. Hij had in mijn beleving behoefte aan een fysiotherapeut met veel psychologische kennis en kunde. Als dat onvoldoende zou helpen, was een langduriger multidisciplinair traject een overweging. Hij verzuimde niet, maar de schouderklachten hadden wel consequenties voor zijn hobby en zijn privéleven.

Niet-helpende overtuigingen herkennen

Een lichter vest leek mij dus niet de juiste oplossing voor zijn klachten. Een zwaarder vest en  gerichte training plus het leren herkennen van niet-helpende overtuigingen leken mij de route naar herstel en vermindering van klachten. Ik had uitgebreid de tijd voor dit consult genomen en positieve feedback ervaren, maar toch verraste de werknemer mij met de volgende opmerking: “Dokter, ik vind het een mooi verhaal wat u heeft verteld over mijn langdurige schouderklachten, maar ik had liever gewoon een lichter vest gehad!”

Anamnese en advies

Het belangrijkste onderdeel van het medisch onderzoek in de bedrijfsgeneeskunde is de anamnese. Het belangrijkste medicijn van de bedrijfsarts, is ons advies. De wijze waarop je je advies formuleert en communiceert, bepaalt de mate van acceptatie door de werknemer. Ieder heeft hierin zijn eigen stijl, zijn eigen successen en zijn eigen valkuilen. Soms is het heel simpel, en soms is het heel lastig.


Studenten & artsen, opgelet!

Erik-Jan biedt geneeskundestudenten en artsen graag de mogelijkheid om een dag(deel) mee te lopen. Interesse? Mail Erik-Jan.


Blogs & video’s

Wat voor soort dokter wil ik worden?
“Wat denk je van bedrijfsgeneeskunde?”
Het mooiste onderdeel: het werkbezoek
Altijd op zoek naar oplossingen

Arbeid & Gezondheid: één gemeenschappelijk doel

De opbloeiende samenwerking tussen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen kreeg onlangs weer een vervolg in de themaspecial Arbeid en Gezondheid van Medisch Contact. In het magazine gaat Lianne Schouten, aios bedrijfsgeneeskunde bij HumanCapitalCare en ambassadeur van ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’, in gesprek met Kevin De Decker (aios verzekeringsgeneeskunde bij UWV) en Pascal Gyselinck (huisarts).

Wie doet wat?

Het gesprek is een interessante verkenning van hun rollen en verantwoordelijkheden in het domein Arbeid & Gezondheid. Wat zijn de verschillen, maar vooral ook: waarin streven ze hetzelfde na? Het wordt eens te meer duidelijk dat de bedrijfsarts zich primair richt op het het beschermen en bevorderen van de gezondheid van werknemers; preventie wordt hierbij steeds belangrijker. De verzekeringsarts is op zijn beurt de poortwachter richting de uitkering: heeft  een cliënt gezien zijn beperkingen op medische gronden recht op een uitkering? En de huisarts? Die ziet zichzelf als levenslooparts, pleitbezorger en ombudsman van de patiënt. Wat hen bindt is dat ze een gemeenschappelijk doel hebben: zorgen dat mensen gezond zijn en kunnen meedoen op de arbeidsmarkt!

Lees hier het volledige interview, met onder andere Lianne Schouten.

‘Ik wil de héle mens kunnen zien’

In mijn werk als bedrijfsarts in opleiding heb ik, Leonie Mooyman, ontdekt dat bedrijfsarts een veel breder en uitdagender vak is dan ik vooraf had gedacht. Het is een enorm breed vak met grote maatschappelijke relevantie. Als bedrijfsarts bewaak je dat mensen zo goed en gezond mogelijk aan het werk blijven. En daarmee dat ze kunnen meedraaien in de maatschappij.

Brede insteek, veel variatie

Een van de grootste pluspunten van dit vak is de brede insteek. Ik wil de héle mens kunnen zien, niet alleen zijn aandoening, knelpunt of handicap. Het gaat mij juist om de vraag hoe iemand ondanks de aanwezigheid daarvan zo goed mogelijk kan blijven functioneren. Die benadering zorgt meteen ook voor enorme variatie, want je moet iedere keer opnieuw kijken wat er nodig is. Hoe blijft deze persoon zo goed mogelijk aan de slag? Hoe komt hij maximaal tot zijn recht? In die zin vind ik het steeds weer een verrassing wat de dag brengt.

Ruimte, ondersteuning en begeleiding

Toen ik in 2015 bij Arbo Unie over een opleidingsplek ging praten, was er meteen een klik. Het voelde gewoon goed en dat doet het nog steeds. Hier krijg ik de ruimte om te doen wat ik wil. Maar ook de ondersteuning en de begeleiding die nodig zijn om uit te vinden hoe ik zaken het best aan kan pakken. Naast een vaste studiedag heb ik iedere week anderhalf uur overleg met mijn interne begeleider, dan bespreken we waar ik tegenaan ben gelopen. Dat kan een casus zijn, maar net zo goed een offerteverzoek of adviesvraag. Ik heb gemerkt dat mensen soms heel andere verwachtingen van je hebben dan je denkt. Dan is het ontzettend waardevol om met een ervaren collega te kunnen bespreken hoe je tot een goede afstemming komt.

Meelopen?

Oh ja: je kunt me altijd mailen als je een dagje wilt meelopen!


Leonie Mooyman in het kort

* Bedrijfsarts in opleiding bij Arbo Unie, ambassadeur campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk’
* Focust op: overheids- en semioverheidsinstellingen
* Werkt bij Arbo Unie sinds: 2015
* Heeft ervaren: ‘Ik ontdekte dat bedrijfsarts een veel breder en uitdagender vak is dan ik vooraf had gedacht’


Video

Voel me vrij en verantwoordelijk’

Innerlijk gepensioneerd

Als bedrijfsarts-adviseur heb ik, Wendel Slingerland, contact met uiteenlopende  mensen. Sommige mensen bij mijn spreekuur zijn ‘innerlijk gepensioneerd’. Hoe ga je hier als bedrijfsarts mee om? Meeveren, positief blijven, maar niet: de verantwoordelijkheid overnemen. Je kunt ook zelf kiezen voor een vitale levenshouding.

Het ging maar net goed, vorig jaar rond de kerst. Het begon met een griepje, waarna hij longontsteking kreeg, deze man van 58 jaar. Hij is al jaren de spil van het bedrijfsbureau, hij regelt dat lopende processen blijven lopen en is verantwoordelijk voor de bedrijfsadministratie. Een functie die nauwelijks past binnen een veertigurige werkweek. Hij heeft inmiddels wel geleerd dat hij grenzen heeft, nadat hij enige jaren geleden een tijdje overspannen is geweest. De longontsteking werd nog een longontsteking en nog een. Geen antibioticakuur leek er tegenop te kunnen. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis en uiteindelijk gered door intraveneuze doxycycline. ‘Confronterend’, noemt hij het zelf. ‘Het idee dat je op ‘het randje’ hebt gelegen en er bijna niet meer was geweest.’

Het lijf wil even niet meer

Op oudejaarsdag werd hij met een hele stapel medicijnen ontslagen uit het ziekenhuis. Toen werd het pas echt moeilijk. Ontdekken dat je lijf even helemaal niet meer mee wil, je realiseren dat je weer van voren af aan conditie moet gaan opbouwen. En dat als je bijna 60 bent. ‘Maar zo voel ik me niet hoor!’, verzekerde hij me de laatste keer dat ik hem op het spreekuur zag. Hij is inmiddels voor ongeveer de helft aan het werk, in overleg met zijn leidinggevende. Hij vertelt dat hij nog hartstikke moe is, maar dat hij er weer zin in heeft. “Ik wil nog zeker door tot mijn 70e!’ Ik vertel hem over de theorie van het ‘wegwerplichaam’ – de theorie die een relatie legt tussen levensduur en voortplanting. Volgens die theorie zijn wij klaar als wij kinderen voortgebracht hebben en mag het lichaam daarna worden veronachtzaamd – dat is ongeveer na 50 jaar bij ons mensen. Hij begint te lachen. ‘Ik ken ze hoor’, zegt hij, ‘die mensen die al na hun 50e aan het wachten zijn op hun pensioen.’

Wachten op het pensioen

Ik lach met hem mee, want ik ken ze ook. Hoewel ik er vaak ook niet om kan lachen, want het is soms een ware worsteling om die mensen nog in beweging te houden en met plezier aan het werk. Ik noem ze ‘innerlijk gepensioneerd’. Neem nou die docent Nederlands op een middelbare school, 61 jaar oud, die vindt dat hij lang genoeg zijn energie heeft geïnvesteerd en nu “moet het maar klaar zijn”. Hij kan zich niet vinden in de nieuwe methoden en de “slappere” wijze van benaderen van de leerlingen. Of die kleuterjuf van 58 die zichzelf trots ‘digibeet’ noemt en dit wijt aan haar ‘hoge’ leeftijd en er geen heil in ziet om nog nieuwe dingen aan te leren. Altijd weer probeer ik de positieve modus te vinden in de gesprekken die ik heb met deze ‘innerlijk gepensioneerde’ mensen. Ik leg hen uit dat die pensioenleeftijd van 65 jaar een politiek compromis is uit het einde van de negentiende eeuw. Als we Drees volgen, die bij de invoering van de AOW opmerkte dat de leeftijd van de pensionering aan de levensverwachting moet worden aangepast, zouden mannen nu tot hun 70e moeten blijven werken en vrouwen tot hun 72e. Dan valt het eigenlijk allemaal best mee toch?!

Kiezen voor kwaliteit

Ik heb natuurlijk gemakkelijk praten, ben nog jong en gezond. Daarbij heb ik een bijzonder referentiekader: een vader van 75+ die nog een bedrijf runt met 60 man personeel en een moeder van 70+ die een winkel draaiende houdt en die beiden beter kunnen appen en mailen dan ik dat kan. Inmiddels weten we dat heel veel factoren die van invloed zijn op onze gezondheid voor een groot deel erfelijk bepaald zijn. Maar dat betekent niet dat je je erbij neer moet leggen. De manier om verouderingskwalen de baas te worden begint met een vitale levenshouding, waardoor de kwaliteit en de lengte van het leven toenemen. En daar kun je heel bewust voor kiezen!


Eerdere blogs

Onmisbaar
Stress moet je niet managen, stress moet je laten’
Hoe Wendel bedrijfsarts werd