Podcast: Het verhaal van Stefan

Stefan van Vuuren twijfelde over een specialisatie in psychiatrie of urologie, maar maakte uiteindelijk de overstap naar bedrijfsgeneeskunde. Waarom? Met mensen in gesprek gaan gaf hem de meeste voldoening. In de eerste aflevering van de podcast ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ vertelt Stefan over zijn drijfveren en zijn keuze voor het vak. Samen met instituutsopleider Inge van der Ende (SGBO) vertelt hij over het veelzijdige beroep en over de opleiding.

Ik help nu mensen om het beste uit zichzelf te halen’

De tijdlijn (bookmarks):

  • 00.00 – Introductie “Welkom bij Het Betere Werk”
  • 00.15 – Introductie sprekers: Stefan van Vuuren, aios bedrijfsgeneeskunde, en Inge van der Ende, instituutsopleider
  • 00.27 – “Wanneer ik wist dat ik bedrijfsarts wilde worden…” – Stefan over zijn keuze voor het vak.
  • 04.46 – Hoe maken andere bedrijfsartsen deze keuze? Welke overwegingen hebben zij bij hun keuze?
  • 06.50 – Welk beeld had je van het vak bedrijfsarts als student? Hoe is dat beeld sindsdien veranderd?
  • 08.24 – “De meeste mensen willen wel werken, maar kunnen het niet” – Stefan
  • 10.29 – Hoe merk je als ambassadeur voor ‘Bedrijfsarts Worden: Het Betere Werk’ dat het beeld van het vak verandert bij mensen, bijvoorbeeld bij carrièredagen?
  • 13.02 – Hoe ziet de opleiding tot bedrijfsarts eruit?
  • 15.14 – De rol van de praktijkopleider
  • 16.16 – Ruimte om ook dingen náást je vaste beroep te doen
  • 17.38 – Wat Inge als opleider haar studenten vooral wil bijbrengen.
  • 18.56 – Een lastiger element van de opleiding: wetenschappelijk onderzoek
  • 19.41 – Hoe breed is het spectrum van de opleiding? Wat leer je?
  • 21.00 – De koppeling tussen theorie en praktijk bij arbeidsconflicten.
  • 24.53 – De drie A’s: actie ondernemen, leren accepteren en afscheid nemen
  • 27.12 – Rondkijken op de werkvloer, je leert over de beroepen van anderen

‘Mijn bedrijfsarts bewaakte de balans’

Jeroen Over de Vest werd tweemaal geconfronteerd met kanker. Tweemaal sloeg hij zich er doorheen. Hoe? Daar kun je achteraf niet altijd de vinger op leggen. Je gaat ervoor. Maar één ding is zeker: werk speelde een cruciale rol.

In 2014 werd bij Jeroen lymfeklierkanker geconstateerd. Door de fysieke klachten en de behandeling kon hij tijdelijk niet werken. Maar toen hij er klaar voor was, begon Jeroen aan het re-integratietraject: ‘Dat is de essentiële eerste stap.’

De driehoek: werknemer, werkgever en bedrijfsarts

In het re-integratietraject herkende Jeroen een driehoek waarin hij niet slechts het onderwerp van gesprek was, maar een volwaardige partij. Jeroen: ‘Het was een samenwerking tussen werknemer, werkgever en de bedrijfsarts. Samen maakten we het onderwerp bespreekbaar en evalueerden we of, hoe en wanneer ik weer aan het werk kon. De werkgever biedt re-integratiemogelijkheden en zorgt ervoor dat je over het onderwerp kunt praten binnen de organisatie. Zelf heb je natuurlijk ook een verantwoordelijkheid. Je moet het initiatief nemen en in die driehoek stappen, voordat het werk echt kan beginnen. Dat kan lastig zijn. De bedrijfsarts was voor mij een goed startpunt om het onderwerp te bespreken.’

‘Werk gaf mij energie’

Jeroen had een bijzondere positie omdat hij zelf als directielid is verbonden aan zijn organisatie. Maar zijn wens om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan, kwam niet alleen voort uit zijn rol. ‘Voor mij was en is werk echt therapie,’ vertelt Jeroen. ‘Ik wilde terug in het team, contact met mijn collega’s, de inhoud in. Kanker is een lastig onderwerp, ook op de werkvloer. Maar ik merkte algauw dat het een heel natuurlijke invulling kreeg. Het onderwerp was bespreekbaar. Collega’s toonden belangstelling en vroegen oprecht hoe het met me ging. Verder werd ik “gewoon” behandeld, zoals iedereen. Ik voelde mij een volwaardig onderdeel van het team. Dat waardeer ik enorm. Thuis zat ik te piekeren. Werk gaf in mijn geval afleiding en ontzettend veel energie. Natuurlijk ervaart iedereen dit anders. Juist daarom is het zo belangrijk dat “kanker en werk” bespreekbaar is, met een sterke driehoek als steun: om voor ieder individu de juiste balans te vinden tussen kanker en werk. Dat geldt voor alle ziekten.’

Spiegelen met de bedrijfsarts

De bedrijfsarts was een onmisbare spil. Jeroen: ‘Ik wilde steeds maar door, door, door. De bedrijfsarts, Femke van Leeuwen, legde me af en toe een spiegeltje voor. Het klinkt natuurlijk stoer dat je weer hard bezig bent op het werk, maar het is enorm belangrijk dat de bedrijfsarts aangeeft wanneer je toch beter een stapje terug kan doen. Waar ik steeds harder wilde gaan, had de bedrijfsarts altijd mijn gezondheid voor ogen. Zij bewaakte mijn balans en, wanneer nodig, aarzelde ze ook niet om mij te confronteren met de realiteit. Ze zocht constant naar de gulden middenweg, zonder een belerend vingertje. Dat hielp mij enorm.’

Samen naar de finishline

De afgelopen jaren inspireerden Jeroen zijn ervaringen te delen met anderen: werkgevers, bedrijfsartsen, (ex-)patiënten of belangstellenden op visite. ‘De impact van kanker is persoonlijk. Mijn verhaal geldt niet voor iedereen,’ aldus Jeroen. ‘Maar misschien kan ik door mijn ervaring te delen, wel anderen inspireren. Dat motiveert mij. Vijf jaar lang was ik bijvoorbeeld actief deelnemer aan de Roparun, een estafetteloop van ruim 500 kilometer: van Parijs naar Rotterdam. Daarmee haalden wij in teamverband geld op voor mensen met kanker.  Ik word ook regelmatig uitgenodigd als ervaringsdeskundige. Mijn belangrijkste boodschap? De driehoek. Zet de stap naar de driehoek, want daarmee open je de deur naar succesvolle re-integratie. Hoe dat traject er ook voor jou persoonlijk uit ziet, het is een zeer waardevolle steun.’

‘Bedrijfsarts worden? Ik zou gelijk zeggen: doen!’

Zijn ervaring heeft Jeroen inzicht gegeven in de rol van de bedrijfsarts. Die rol waardeert hij enorm. Jeroen: ‘Als je eraan denkt om bedrijfsarts te worden, zou ik gelijk zeggen: doen! Het is een lastig beroep, waarbij je te maken krijgt met heftige onderwerpen. Maar het is, zoals ik het zie, een dankbare en interessante uitdaging. Je kunt als bedrijfsarts écht het verschil maken.’

De bedrijfsarts die Jeroen heeft ondersteund bij zijn re-integratie is Femke van Leeuwen, werkzaam bij ArboNed. Femke is ook één van onze enthousiaste ambassadeurs en gaat graag in gesprek met geneeskundestudenten en (basis)artsen die overwegen om bedrijfsarts te worden.

Interesse in een gesprek of meeloopdag met Femke? Stuur haar een mail

Informatiebijeenkomst: zelfstandig bedrijfsarts worden?

NSPOH en SPAP organiseren op 26 september een gratis informatie- en netwerkbijeenkomst. Het thema van de dag: het combineren van de opleiding tot bedrijfsarts met zelfstandig ondernemerschap. Ook als zelfstandige kun je het vak bedrijfsarts goed uitoefenen. Deze bijeenkomst geeft je informatie en handige tips, zodat jij – als je dat wilt – weet welke stappen je moet zetten om als zelfstandig bedrijfsarts aan de slag te gaan.

Onderwerpen

Bij de bijeenkomst komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:

  • Ik ben al huisarts of specialist. Hoe ziet mijn opleiding er uit?
  • Ik ben basisarts. Hoe ziet mijn opleiding er dan uit?
  • Ik wil graag als ZZP-er werken tijdens mijn opleiding. Of ik wil in dienst van de SPAP mijn opleiding doen. Hoe zit dat?
  • Ik wil graag bij meerdere arbodiensten en praktijken werken. Hoe wordt dat geregeld?
  • Ik heb nog vragen over de opleiding.

Naast de uitwisseling van informatie, gaat de bijeenkomst ook vooral om kennismaken met elkaar en ervaringen delen.

Praktische informatie

  • Datum: 26 september 2019
  • Tijd: 16.00 tot 18.30 uur
  • Locatie: NSPOH, Churchilllaan 11 (10e etage), 3527 GV Utrecht
  • Toegang is gratis

Interesse? Meld je dan aan via een mailtje naar NSPOH of Bedrijfsarts2022.

Ruimte om complexe problemen te ontrafelen

Onlangs kreeg ik een mailtje van een min of meer bevriende arts. “Beste Erik-Jan, op de site bedrijfsarts worden kwam  ik een blog van jou tegen. Daarin stel je hoe belangrijk het is dat je het soort specialist wordt wat bij je past. Ik herken dat sterk; ik werk al een kleine 30 jaar als specialist in het ziekenhuis en ben toe aan een carrière switch. Omdat jij zo’n omslag eerder al hebt gemaakt, wil ik je graag om advies vragen. Wat raad je mij aan?”

Ga het ervaren

Ik schreef de arts terug, puttend uit eigen ervaring. ‘Mijn eerste advies zou zijn: ga een keer meekijken en meelopen op de werkvloer. Ga het ervaren, juist ook als ervaren arts. Je kijkt nu heel anders dan destijds tijdens de coschappen. Je wilt nu vooral weten of het een leuk vak is om te beoefenen. Zelf heb ik de bedrijfsgeneeskunde ook beter leren kennen door mee te lopen. Ik had al meerdere richtingen geprobeerd, zoals anesthesiologie en pathologie. Anesthesiologie vond ik interessant, vooral medisch-technisch, maar ik was niet echt geschikt voor acute geneeskunde. Pas toen ik meeliep bij bedrijfsgeneeskunde viel voor mij het kwartje. Ik was geboeid door de variëteit van het werk en de mogelijkheid om je klinische kennis op allerlei fronten in te zetten.

Aperte zeurpieten

Je hebt als bedrijfsarts te maken met werkelijk allerlei soorten mensen, allerlei soorten bedrijven en allerlei soorten aandoeningen. Sommige bedrijven beschouwen hun personeel als hun grootste kapitaal waar ze zuinig op zijn en waar ze graag investeren in preventie. Andere beschouwen werknemers als wegwerpproducten die snel vervangen moeten worden als er een klein, vaak snel te verhelpen, defect is opgetreden. Je spreekt aperte zeurpieten die zich bij ieder wissewasje ziek melden. Maar je spreekt ook mensen die jou na een harttransplantatie vragen of het alweer veilig is om hun werk op te pakken. Afhankelijk van de bedrijven  en sectoren waar je voor werkt, heb je te maken met alle denkbare aandoeningen. In de bouw en productie industrie zie je vooral veel locomotore klachten, in de transportwereld is er veel rugproblematiek vanwege langdurig zitten. In het onderwijs spelen weer vooral psychische klachten. Voor wie van afwisseling houdt: je kunt je hart ophalen!

Klinische kennis inzetten

Er is nog iets aan mijn werk wat jou denk ik ook erg zal aanspreken: als bedrijfsarts zie ik het als mijn grootste uitdaging om met mijn klinische kennis ingewikkelde vraagstukken te analyseren en deze vervolgens op te knippen in deelproblemen en deeloplossingen. Ik geef je een voorbeeld: een opleider orthopedie heeft chronische schouderklachten en kan hierdoor niet meer goed laparascopisch opereren. Wat ik dan als arts wil weten is: heeft hij zichzelf wel adequaat laten onderzoeken of is dit haastig aan het eind van de dag door een collega gedaan? is hij de overvolle werkweek en alle verantwoordelijkheden na al die jaren moe? Of gunt hij zichzelf simpelweg te weinig hersteltijd op een drukke OK-dag waardoor hij zichzelf structureel overbelast? Of moet hij meer delegeren en zo zichzelf minder overbelasten? Het precieze antwoord hierop hoef ik niet te weten; ik breng vooral de onderhoudende factoren in kaart en leg de regie bij de verzekeraar en de verzekerde. De verzekeringsmaatschappij van de arbeidsongeschiktheidsverzekering kent de kern van de zaak en kan interventies aanbieden om de onderhoudende factoren aan te pakken. Tegelijkertijd krijgt de verzekerde een concreet activerend advies aan om zijn inzetbaarheid te bevorderen.

Zelfstandig bedrijfsarts

De ruimte om problemen te ontrafelen is voor mij een essentieel onderdeel van bedrijfsgeneeskunde. Bij andere specialismen is die ruimte er volgens mij minder. Sinds enige tijd ben ik zelfstandig bedrijfsarts, na eerder bij meerdere arbodiensten te hebben gewerkt. Ik ben nu nog vrijer om mijn eigen tijd en mijn eigen werkzaamheden in te richten. Ik kan bedrijven weigeren die mij als verzuimcontroleur willen inzetten, ik kan mijn eigen werktijden bepalen, ik kan tot op zekere hoogte mijn eigen tarieven bepalen. En, voor mij heel belangrijk: ik kan klanten kiezen die me de ruimte bieden wat langer over een spreekuur te doen, zodat ik de tijd heb om een vertrouwensband met een werknemer te krijgen en om echt goed zicht te krijgen op soms complexe problemen.’


Ook een keer meelopen?

Is je interesse gewekt om bedrijfsarts te worden? Er zijn meeloopdagen door het hele land!

 

 

 

Gertjan Beens: meer preventie, minder dweilen

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Gertjan Beens is sinds 1992 bedrijfsarts. Sinds eind 2017 is hij ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Hij vertelt over zijn loopbaan en zijn bestuurlijke ambities. “Het is zinloos om geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat.”

Wanneer wist je dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Toen ik geneeskunde ging studeren, had ik een vaag beeld over ‘mensen beter maken’. Tijdens de studie vond ik veel interessant. Dat was ook nog zo bij de coschappen. Uiteindelijk was ik toch het meest gericht op gezondheidsvragen in een breder perspectief. Daar kwam ik bij mijn militaire dienstplicht achter. Ik zat bij de Luchtmacht en mijn baas was in opleiding tot bedrijfsarts. Hij gaf me de kans mee te kijken bij anderen. Toen wist ik wat ik wilde. Ik werd aangenomen in Breda, waar ik ging werken als bedrijfsarts, nog zonder opleiding. Nu zou dat ANIOS heten, maar toen werd daar niet zo op gelet. Na een jaar kon ik starten met de opleiding. Vanaf het eerste moment vond ik het vak prachtig. Het ruime blikveld sprak me erg aan. Het werk ging behalve over ziekte en gezondheid ook over communicatie, werkrelaties en bijkomende factoren. Ik keek zowel naar de patiënt als naar diens werkomgeving, kon problemen analyseren en adviseren. Verrijkend!’

Wat is het meest opmerkelijke dat je in je werk als bedrijfsarts bent tegengekomen?
‘Mijn mensbeeld is positief. Iedereen wil betekenisvol zijn en zijn best doen voor zichzelf, collega’s of bedrijf. Van de borrelpraat dat je constant belazerd wordt door mensen die een uitkering willen geloof ik helemaal niets. Al geldt ook hier: de uitzondering bevestigt de regel. Ik heb welgeteld één keer meegemaakt – in 30 jaar praktijk – dat iemand zijn complete ziektebeeld simuleerde. Deze persoon kwam zwalkend binnen, sloeg wartaal uit en liep zwalkend weer naar buiten, ondersteund door familieleden of begeleidende vrienden. De presentatie was consistent, tot diagnosestelling, doorverwijzing en voorgeschreven medicatie aan toe. Toch rook de werkgever onraad, met als bron collega’s en anonieme tips. De werkgever huurde een privédetective in, met James Bond-achtige foto-opnamen en stille achtervolging. Wat bleek? Betrokkene was over de grens bezig een eigen zaak op te bouwen. Hij werd op staande voet ontslagen. Tegelijk kan ik niet anders dan mensen blijven vertrouwen. Vertrouwen is de basis van ons werk.’

In hoeverre is jouw werk als bedrijfsarts in de loop der jaren veranderd?
‘Ik heb me altijd met begeleiding van arbeidsongeschikte mensen beziggehouden. Hierdoor kwam ik met iedereen in contact en kwam ik op allerlei plaatsen binnen bedrijven. Er was in mijn beginjaren nog echt ruimte voor preventie, we deden bijvoorbeeld ook preventief medisch onderzoek en werkplekonderzoek. Omdat ik veel hoorde en wist had ik een zeker mandaat om ook iets te vinden van algemene werkproblemen. Er was ook direct contact met leidinggevenden en eindbazen; de ideale weg om – hoe gering soms ook – invloed uit te kunnen oefenen. Toen de sociale zekerheid midden jaren negentig privatiseerde, verschoof de focus naar verzuimbestrijding. Er was minder aandacht voor preventieve maatregelen en gezondheidsbevordering. Maar ook dat is inmiddels weer gekanteld. Bij de bedrijven waarvoor ik werk – vaak wat grotere klanten die hun werkgeverschap goed willen invullen – is er wel degelijk veel aandacht voor preventie. Ik zie het als mijn uitdaging werkgever en werknemer tot keuzes en actie aan te zetten.’

In hoeverre heb je zelf richting gegeven aan jouw werk en ontwikkeling?
‘Ik heb me altijd gericht op méér dan alleen het probleem in de spreekkamer. En zoek dus ook altijd contact met mensen daarbuiten, of dat nu behandelaars, chefs of eindverantwoordelijken zijn. Het helpt dat ik de helft van mijn werkzame leven managementverantwoordelijkheid heb gedragen. Ik weet dat organisaties niet primair gericht zijn op de gezondheid van hun medewerkers. Er is een bruggetje nodig, een vertaling van organisatiebelangen naar gezondheidsbelangen en inzetbaarheid. Die strategische benadering van gezondheidsmanagement ligt me goed; ik heb hier ook een aanvullende leergang in gedaan. Daarmee blijf ik plezier houden in mijn werk en waarde leveren. Ik kan zo mijn eigen ontwikkeling voortzetten én toepassen in de werkpraktijk.’

Hoe komt iemand op het idee om voorzitter van de NVAB te worden?
‘Haha, heel simpel: niet. Toen de vacature langs kwam dacht ik: jaja, weer een schaap met vijf poten gezocht. Niets voor mij. Maar ik was wel al langer aan het nadenken over een volgende loopbaanstap. Toen ik actief benaderd werd voor het voorzitterschap vielen de puzzelstukjes samen. Ik zie het als een kans en een eer om langs bestuurlijke weg iets terug te doen voor het vakgebied waaraan ik veel te danken heb. We hebben een prachtig vak. Het belang van sociale geneeskunde – gezondheidszorg mét context, en oog op preventie – wordt alleen maar groter. Het is zinloos om eindeloos meer geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat! Vraag mensen wat ze belangrijk vinden in het leven. De kans is groot dat werk en gezondheid in de top vijf staan. Daar dagelijks over mogen adviseren is betekenisvol én belangrijk. Daarom moet dat vak uitgedragen en inhoudelijk uitgebouwd worden. Daarvoor staat de NVAB.’

Hoe wil je als voorzitter bijdragen aan de werving van bedrijfsartsen?
‘We dragen als bedrijfsartsen bij aan de gezondheid van werkende mensen, aan behoud van inzetbaarheid in werk en aan participatie in de maatschappij. Dat zijn zaken van algemeen belang. Die boodschap zal ik actief blijven uitdragen naar iedereen die interesse heeft in ons vak. Tegelijkertijd blijf ik lobbyen voor nieuwe vormen van financiering. We hebben als bedrijfsartsen te weinig financiële armslag. Het is vreemd dat voor opleiding, wetenschappelijke richtlijnontwikkeling en kwaliteitszorg geen middelen beschikbaar zijn, zoals dat bij bijvoorbeeld huisartsen en ziekenhuisspecialisten wel het geval is. Dat is op langere termijn niet houdbaar en niet terecht – juist ook omdat wij als bedrijfsartsen zaken van algemeen belang dienen.’

Bedrijfsarts worden? Doe de test!

Steeds meer artsen kunnen de vervolgopleiding die ze op het oog hebben niet doen omdat er te weinig opleidingsplekken zijn. Tegelijkertijd is er in de bedrijfsgeneeskunde grote behoefte aan mensen die vol overtuiging voor dit specialisme kiezen. Ook zijn er voldoende opleidingsplekken beschikbaar. Bedrijfsgeneeskunde zou mede om die reden voor menig basisarts of geneeskundestudent wel eens een heel interessante keuze kunnen zijn. Overweeg jij om bedrijfsarts te worden? Doe dan nu de test!

Bedrijfsartsen laten zich weer overal zien

Bedrijfsartsen laten zich de komende jaren weer volop zien richting geneeskundestudenten. We zijn met ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ in 2019 en 2020 aanwezig bij carrière-events bij alle medische faculteiten in Nederland. De start is al gemaakt. We waren dit jaar al aanwezig bij de Medische Carrièredag van de MFSU Sams. Eerder gaven we ook al acte de presence bij ‘Talking Medicine’, het event van De Geneeskundestudent.

Van Maastricht tot Groningen

De eerstvolgende bestemming is: Maastricht. Daar bezoeken we woensdag 22 mei de Carrièredag van MSV Pulse. Verder staan voor dit jaar ook Nieuwegein en Groningen al op de kaart gemarkeerd. Op 5 oktober zijn we in Nieuwegein bij de Carrièrebeurs KNMG. En op 17 november staat we in Groningen bij de Carrièredag van Panacea.

Prachtvak

Onze ambassadeurs bemensen bij de carrière-events altijd een stand. Daar delen ze hun ervaringen met het ‘prachtvak’ dat zij in hun ogen beoefenen. De ambassadeurs verzorgen ook met regelmaat een workshop waar ze wat dieper op hun werk en opleiding kunnen ingaan en in gesprek kunnen gaan met geïnteresseerde studenten. Bij alle events zijn de ambassadeurs voorzien van gloednieuwe campagnemiddelen zoals presentatiedoeken, rollbanners, flyers en pennen. De campagnemiddelen en de kosten voor de carrière-events zijn gefinancierd door NVAB, OVAL, KoM en NSPOH. Mede dankzij hun bijdragen kunnen we samen het beroep bedrijfsarts onder de aandacht blijven brengen.

Weten waar we als bedrijfsartsen staan en gaan? Check dan met enige regelmaat de agenda.

‘Je kind heeft kanker en jij niet, dus kom maar gewoon werken’

Op NOS.nl verscheen op 1 mei 2019 een artikel over de realiteit van veel werkenden met een ernstig zieke naaste. Uit onderzoek van onder meer de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties blijkt dat een werkweek combineren met langdurige en onregelmatige ziekenhuisbezoeken vaak niet lukt. Bijna de helft van de ouders met ernstig zieke kinderen meldt zich ziek. Ook naasten van volwassen kankerpatiënten hebben problemen om werk en zorg te combineren.

Niet alleen werknemers, maar ook werkgevers worstelen hiermee. Een werkgever van een klein bedrijf kan niet zomaar een werknemer missen. Moet hij de werknemer dan maar vragen ontslag te nemen zodra het zorgverlof voorbij is?

Voor bedrijfsartsen zijn zulke dilemma’s bijna dagelijkse praktijk. Zij begeleiden werknemers en werkgevers in het omgaan met deze moeilijke situatie. Het is daarom belangrijk dat werknemers en werkgevers ook de weg naar de bedrijfsarts weten te vinden, wanneer zij met zo’n situatie geconfronteerd worden.

Het artikel op NOS.nl vind je hier.

Meeloopdag zorgde voor ommekeer

Tijdens mijn studie heb ik, Boyd Thijssens, eigenlijk nauwelijks wat meegekregen van bedrijfsgeneeskunde. Pas tegen het einde van mijn opleiding, toen ik verder ging kijken dan de hectiek van het ziekenhuis, kwam ik er voor het eerst serieus mee  in aanraking. De ommekeer kwam voor mij na een meeloopdag met een enthousiaste collega. Ik was meteen geboeid door het vak. Na mijn afstuderen eind 2016 ben ik direct bij De Arbodienst aan de slag gegaan. Daar werk ik nog steeds. Onlangs ben ik ook gestart met de opleiding tot bedrijfsarts bij de SGBO in Nijmegen. Interessant om met een groep gelijkgestemden een verdiepingsslag te maken!

Omgaan met spanningsvelden

Het mooie van bedrijfsgeneeskunde vind ik dat je op veel vlakken iets kan betekenen voor iemand. Je belicht alle aspecten van iemands leven en niet louter het ziektebeeld. Er is genoeg tijd per spreekuur om door te vragen en uitleg te geven. Wat ook uitdagend is, is dat er spanningsvelden kunnen ontstaan tussen verschillende belanghebbende partijen. De kunst is dan om zaken van elkaar te scheiden en gericht advies te geven.

Veel op locatie werken

Het werk is sowieso heel gevarieerd. Je treft als bedrijfsarts een grote verscheidenheid aan ziektebeelden, karaktereigenschappen, beroepen en bedrijven wat het werk ook afwisselend houdt. In mijn huidige baan doe ik veel spreekuren op locatie van de klant. Dat maakt het werk nóg leuker en geeft vaak veel inzicht in hoe mensen werken en met elkaar omgaan.

Fanatiek krachtsporter

Naast mijn werk ben ik als fanatiek en competitief krachtsporter veel tijd in de sportschool te vinden. Dat is prima te combineren met mijn fulltime baan. Vanuit onze professie stippen we vaak bij mensen het belang aan van een goede werk-privé-balans. Dat geldt natuurlijk net zo goed voor mijzelf.


Dagje meelopen?

Boyd wil als ambassadeur van het vak bedrijfsarts graag over zijn werk vertellen. Woon in je in de regio Zuidoost Nederland (Van Eindhoven tot Maastricht) en wil je een dagje met hem meelopen? Mail Boyd!

 

Bedrijfsarts Madelijn de Kleine

Pleidooi: extra onderwijsruimte, betere coschappen

Als een van de ambassadeurs van deze campagne vraag ik mij, Madelijn de Kleine, soms af waarom we deze campagne eigenlijk moeten voeren. Want één ding weet ik zeker: als alle artsen en aankomend artsen wisten hoe leuk ons vak is, zou er een overschot zijn aan bedrijfsartsen. Waar wringt dan de schoen? Onbekend maakt onbemind Te weinig artsen kennen ons vak doordat het in de opleiding onvoldoende is gepositioneerd.

Natuurlijk, het vak krijgt langzaam maar zeker een plekje in de diverse curricula. Maar de aandacht is beperkt en broos. Bedrijfsgeneeskunde heeft nog steeds geen volwaardige positie in de geneeskundige opleiding. Dat is best vreemd, als je weet dat veel mensen in hun loopbaan met een bedrijfsarts te maken krijgen. Het is nog vreemder als je weet dat bedrijfsgeneeskunde zich naast het voorkomen van ziekte door werk bezighoudt met gezond functioneren en functieherstel – voor iedereen zeer belangrijk, zowel waar het de eigen gezondheid als de mogelijkheden in onze maatschappij betreft. Vraag je je als (aankomend) dokter wel eens af wat er gebeurt nadat de patiënten het ziekenhuis verlaten? Hoe patiënten ook qua werk de draad weer kunnen oppakken? We kennen allemaal het zo goed bedoelde advies: “Luister naar je lichaam en neem voldoende rust”. Maar hoe vang je als patiënt deze signalen op, wat betekenen ze en wat kun je ermee doen als werkende? Precies op dat punt kan de bedrijfsgeneeskunde veel toevoegen. Als bedrijfsarts ben je in gesprek met mensen en ondersteun je ze met jouw medische kennis. Je helpt ze om weer regie te voeren over hun eigen leven. Een leven waarbij werk, naast privéleven, sport en sociaal leven, voor veel mensen een belangrijke invulling is. Net zoals bij ons artsen zelf…

1. Curricula: meer tijd inruimen

Als we het belang van bedrijfsgeneeskunde onderkennen, hoe zorgen we dan dat dit vak ook in de opleiding van geneeskundestudenten de plaats krijgt die het verdient? De eerste stap moet, heel praktisch, zijn dat er in de opleiding meer tijd aan bedrijfsgeneeskunde wordt besteed – over de hele linie, vanaf dag 1 tot aan het eind van de coschappen. Hierbij is vooral een duidelijke verbinding tussen het werk in de kliniek en de bedrijfsartsenpraktijk van belang. Het zou al enorm helpen als een coassistent met een patiënt vanuit de kliniek zou meegaan naar het werk en naar zijn of haar bedrijfsarts. Dan wordt meteen duidelijk hoe het verloop van ziekte naar gezondheid er na of naast de kliniek uitziet.

2. Betere coschappen: studenten mee naar bedrijven

Er is sowieso veel winst te boeken bij de inrichting van coschappen. De kwaliteit kan en moet hier omhoog. Bedrijfsartsen moeten studenten en coassistenten veel meer dan nu het geval is meenemen naar de bedrijven waar ze voor werken. Het vak heet niet voor niets bedrijfsgeneeskunde! Bij de bedrijven zelf kun je het beste laten zien waar het werk uit bestaat, wat dat kan betekenen voor je gezondheid of wat het effect van een ziekte of gebrek op het uitvoeren van werk kan zijn. Op de werkvloer kun je laten zien hoe je als bedrijfsarts kennis over het bedrijf vertaalt naar potentiële gezondheidskansen en gezondheidsrisico’s voor medewerkers. Je kunt laten zien hoe je probeert om kansen te vergroten en risico’s te minimaliseren door zowel individuele medewerkers als organisatie zorgvuldig te begeleiden. Je kunt laten zien hoe je het gesprek tussen een medewerker en werkgever weer op gang brengt of hoe je hen met je inhoudelijke kennis over gezondheid en werk ondersteunt.

Dubbele oproep

Mijn oproep is dan ook tweeledig: de mensen die verantwoordelijk zijn voor de curricula moeten bedrijfsgeneeskunde meer ruimte bieden en zorg & arbeid meer met elkaar verweven. In dit proces moeten bedrijfsartsen ook hun verantwoordelijkheid nemen: laat studenten die stage lopen zien en voelen dat het belangrijk is voor de gezondheid van mensen om werk te doen dat bij ze past, op een plek waar ze zich veilig voelen en veilig zijn. Door studenten mee te nemen in de dynamiek van organisaties, kun je als bedrijfsarts heel concreet laten zien wat je kunt betekenen op de werkvloer. Studenten maken dan kennis met, vaak trotse, medewerkers die graag over hun werk vertellen. Hetzelfde geldt voor de werkgever. Deze kan als geen ander de context van het werk uitleggen, net als de veranderingen en de uitdagingen waar het bedrijf voor staat.


Studenten & faculteiten: opgelet!

Madelijn wil als ambassadeur graag over haar vak vertellen. Bijvoorbeeld in de vorm van een gastcollege. Ook maakt ze graag tijd vrij voor een gesprek over het vak. Interesse? Mail Madelijn.


Blogs & video’s

‘Continu je voelsprieten uitzetten in een bedrijf’
College!
Pleidooi: meer onderwijsruimte, betere coschappen
‘Het beste van twee werelden’ (video)