Bedrijfsartsen: nieuwe generatie, nieuwe kansen

Stefan van Vuuren (aios bedrijfsgeneeskunde bij Zorg van de Zaak en ambassadeur van Bedrijfsarts worden) heeft een duidelijke visie op de toekomst van het vak. Dat er verandering nodig is. Dat de focus minder op verzuimbegeleiding en meer op preventie moet liggen. De dialoog tussen werkgever en -nemer moet centraal staan. De bedrijfsarts moet geconsulteerd worden bij een medische vraag, niet uit een wettelijke verplichting. Stefan vertelt hierover in zijn artikel ‘Nieuwe generatie, nieuwe kansen‘, recent gepubliceerd in het Tijdschrift voor bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde (TBV). Hij vertelt welke stappen volgens hem nodig zijn om het vak klaar voor de toekomst te maken.

Bedrijfsartsen bereikbaar voor alle werkenden

Stefan: “Bedrijfsartsen zijn experts op het gebied van werk en gezondheid. Zij zetten zich in om de Nederlandse beroepsbevolking gezond te houden en beroepsziekten en arbeidsgerelateerde ongevallen te voorkomen, zodat mensen na hun werkzame leven van hun pensioen kunnen genieten. Dat lukt niet als bedrijfsartsen zich alleen maar richten op ziekteverzuim.” Volgens Stefan moeten bedrijfsartsen terugkeren naar de kern van hun werk: het faciliteren van duurzame inzetbaarheid. Daarvoor moet de rol en houding van bedrijfsartsen veranderen. “Bedrijfsartsen moeten zich in een positie plaatsen waarin zij bereikbaar zijn voor alle werkenden en hun hulpvraag centraal stellen.”

Bedrijfsartsentekort

Idealiter kunnen bedrijfsartsen zich inzetten voor de volledige beroepsbevolking, maar door het tekort aan nieuwe bedrijfsartsen lijkt dat nog onmogelijk. De beroepsbevolking groeit, maar het aantal bedrijfsartsen daalt. Stefan concretiseert in het artikel een aantal oplossingen om het tekort aan te pakken. Naast taakdelegatie en taakherschikking, waar afgelopen jaren veel over is nagedacht, gelooft hij dat het nodig is om ook naar de kern van het probleem te kijken. De grote vraag voor bedrijfsartsen komt namelijk voort uit de wettelijke verplichting dat bedrijfsartsen na 6 weken verzuim ingeschakeld moeten worden. Stefan: “Ik vind dat de wettelijke verplichting van verzuimbegeleiding moet worden afgeschaft. Het gesprek tussen werkgever en werknemer en onderling vertrouwen moet centraal staan na een ziekmelding.” Hij verwacht dat, door de hulpvraag centraal te stellen, de werkdruk zal verminderen en bedrijfsartsen efficiënter kunnen ondersteunen bij ziekteverzuim.

De nieuwe generatie

“De komende generatie bedrijfsartsen kan van meer toegevoegde waarde zijn voor de maatschappij,” stelt Stefan. “Dit kan echter alleen als de beroepsgroep op de eigen positie durft te reflecteren. Doorgaan op de huidige manier is in mijn optiek de doodsteek voor het vak.”

“Durven veranderen, minder verzuimbegeleiding, meer preventieve activiteiten, zal het vak klaar maken voor de toekomst.”

Meer over dit onderwerp?

Lees het volledige artikel. Of deze blog, waar Stefan ook de discussie over dit onderwerp aangaat.

Bedrijfsgeneeskundige zorg voor iedereen?!

Wat zijn de belangrijkste taken van een bedrijfsarts? Het gezond houden van werkende mensen, het voorkomen van beroepsziekten en arbeidsgerelateerde ongevallen en zorgen dat mensen na hun werkzame bestaan van hun pensioen kunnen genieten. Ofwel: werken aan duurzame inzetbaarheid voor de gehele beroepsbevolking. Ondanks dit hogere doel zijn bedrijfsartsen nog steeds heel veel bezig met verzuim. Zij richten zich hierbij op de zieke werknemer; grofweg 5% van de beroepsbevolking.

Meer preventie nodig

We zouden nog veel meer bijdragen aan duurzame inzetbaarheid als we ons als bedrijfsartsen ook actief richten op de grote meerderheid, de niet-verzuimende 95%. Door arbeidsgerelateerde spanning te helpen voorkomen. Door de werkvloer op te gaan en daar incidenten (zoals met chroom-6) te voorkomen. Kortom, door meer in te zetten op preventie, iets waar we als bedrijfsartsen al langer naar streven, maar wat in de praktijk nog steeds te weinig wordt waargemaakt. Aan visie ontbreekt het ons niet als beroepsgroep. Ook de politiek heeft ons het mandaat gegeven om elke werkvloer te betreden.

Te weinig bedrijfsartsen

Waarom storten we ons toch nog niet massaal op preventie? Dat heeft vooral te maken met de grote hoeveelheid werk. In het derde kwartaal van 2019 hadden 9 miljoen mensen in Nederland betaald werk. Er is daardoor enorm veel vraag naar bedrijfsartsen, zowel voor het begeleiden van zieke werknemers, als voor het leveren van advies en ondersteuning bij preventie. Tegelijkertijd neemt het aantal bedrijfsartsen af, ondanks de toename van artsen die starten met de opleiding tot bedrijfsarts. Ook beroepsvereniging NVAB uit zorgen over de instroom van nieuwe bedrijfsartsen, naar aanleiding van het recente Capaciteitsplan. Daaruit blijkt dat er jaarlijks 250 nieuwe bedrijfsartsen nodig zijn om aan de toekomstige behoefte van werkend Nederland te blijven voldoen. Nu zijn dat er ongeveer 100 per jaar. Om dat tekort te ondervangen is de laatste jaren goed nagedacht over taakdelegatie en taakherschikking, zodat andere vakbekwame professionals bepaalde taken van de bedrijfsarts kunnen overnemen.

Wettelijke verplichting, concrete hulpvraag

Gaat dat het probleem oplossen? Deels, maar ik denk dat we op zoek moeten naar de kern van het probleem. Waar komt de grote vraag naar bedrijfsartsen vandaan? Er is een wettelijke verplichting voor werkgevers om hun personeel een bedrijfsarts te laten consulteren als zij meer dan 6 weken ziek zijn. Daarna is protocollair vastgelegd hoe vaak wij minimaal de werknemer moeten zien. Helpt dit bij het behalen van ons doel, het duurzaam inzetbaar houden van de Nederlandse beroepsbevolking? Vast en zeker, maar ik wil hier graag een stap verder denken: wat gebeurt er als de wettelijke verplichting van verzuimbegeleiding verdwijnt? Als het gesprek tussen werkgever en werknemer en onderling vertrouwen centraal komen te staan na een ziekmelding? Als mensen enkel nog de bedrijfsarts consulteren bij een concrete hulpvraag, bijvoorbeeld omdat werkgever of werknemer nog vragen heeft of als een werknemer niet wil bespreken wat hem of haar mankeert, een recht dat uiteraard behouden moet blijven?

Aan de slag voor álle werkenden

Als de wettelijke verplichting verdwijnt, zal de werkdruk afnemen. Ook de effectiviteit van het consult zal hierdoor sterk toenemen. Bedrijfsartsen krijgen extra tijd om zich te richten op hun echte taak: zorgen voor duurzame inzetbaarheid voor alle werknemers. Ze kunnen hierdoor ook nog eens hun scope verbreden en er voortaan ook zijn voor werkenden die nu geen recht hebben op bedrijfsgeneeskundige zorg, zoals studenten en ondernemers. Deze mensen kunnen zich nu enkel richten tot de huisarts, en dat is nu eenmaal geen expert in relatie tussen werk en gezondheid.

De bedrijfsarts midden in de maatschappij.

Gedachte-experiment

Ik weet het, het zijn reuzenstappen die ik zet. De wet zou er zelfs voor aangepast moeten worden. Maar het gedachte-experiment blijft mij intrigeren: moet een bedrijfsarts louter werken voor de werknemer van een bedrijf? Of hoort de bedrijfsarts net als de huisarts, midden in de maatschappij te staan, als steun en toeverlaat voor iedereen die wil werken en kan werken? Wat vind jij?

______________________________________________________________________

Deze blogpost werd geschreven door Stefan van Vuuren, arts in opleiding tot bedrijfsarts bij Zorg van de Zaak en ambassadeur van Bedrijfsarts worden.

Lees ook zijn recente artikel voor het TBV over dit onderwerp: ‘Nieuwe generatie, nieuwe kansen‘.

Informatiebijeenkomst Bedrijfsarts2020

De NSPOH en SPAP organiseren op 23 januari 2020 een informatie- en netwerkbijeenkomst over de opleiding tot bedrijfsarts. Hoe ziet de opleiding eruit? Wat zijn de mogelijkheden om naast de opleiding te werken? Bij de bijeenkomst krijg je het antwoord op deze en alle andere vragen die je over de opleiding hebt. 

Meer weten?
Bekijk hier de details van dit (gratis) evenement.

Podcast: Wat kunnen bedrijfsartsen doen bij werkstress?

Vanaf maandag 11 november is het de Week van de Werkstress. Werkstress is een onderwerp dat ook voor (toekomstige) bedrijfsartsen uiterst relevant is. Daarom gingen we erover in gesprek met Femke van Leeuwen, Lianne Schouten en met Marjolein Bastiaanssen, projectleider van de herziene richtlijn Psychische problemen.

Samen verdiepten we ons in het thema werkstress. Wat is het? Hoe groot is het probleem? Maar vooral ook: wat is de rol van de bedrijfsarts bij werkstress? Benieuwd hoe je als bedrijfsarts het verschil kan maken bij werkstress? Luister dan met ons mee!

Tijdlijn

  • 00:00 – Introductie van de podcast: waar gaan we het over hebben?
  • 00:30 – Introductie van de gastsprekers

Over werkstress

  • 00:50 – Werkstress: wat is het eigenlijk?
  • 01:54 – Hoe herken je werkstress?
  • 03:08 – Hoe groot is het probleem van werkstress? Waar komt het vooral voor en waarom juist daar?
  • 05:01 – Is de oorzaak van werkstress meer afhankelijk van de persoon of de aard van het werk?
  • 06:21   Is er ook een link te leggen tussen werkstress en de flexibilisering van de arbeidsmarkt?
  • 07:20 – Is het probleem nu groter dan vroeger?

De bedrijfsarts bij werkstress

  • 08:27 – Wat is de toegevoegde waarde van de bedrijfsarts bij werkstress?
  • 11:47 – Wat is jouw rol als bedrijfsarts wanneer iemand uitvalt door werkstress?
  • 13:29 – Welke hulp kun je bieden als bedrijfsarts?
  • 14:33 – Met wie praat je vooral als bedrijfsarts? Medewerkers of leidinggevenden?

Middelen en methodieken

  • 15:46 – Herziene Richtlijn Psychische Problemen
  • 19:02 – Het driegesprek
  • 19:57 – Nieuwe tools in de richtlijn psychische problemen (voorbeeldvragen, positieve psychologie)

De rol van de bedrijfsarts

  • 22:14 – Praktijkvoorbeeld ‘kruispunt in je loopbaan’
  • 23:35 – De bedrijfsarts als adviseur
  • 24:19 – De bedrijfsarts als arts
  • 24:47 – De bedrijfsarts als regisseur
  • 25:32 – Het bieden van preventieve maatregelen
  • 26:17 – Adviseren op organisatieniveau

Het vak bedrijfsarts

  • 27.32 – De ontwikkeling van het vak, pionieren!
  • 29.33 – Afsluiting met twee sleutelvragen: Voor wie is het beroep van de bedrijfsarts een mooie stap? En in hoeverre kun je als bedrijfsarts het verschil maken bij werkstress?

Totale knieprothese: advies bedrijfsarts weegt zwaar

WETENSCHAP – Bedrijfsarts worden is één ding, bedrijfsarts blijven is een tweede. ‘Is dat vak na tien jaar nog steeds leuk?’ vraag je je misschien af. Jazeker, bedrijfsgeneeskunde blijft in beweging, zeker ook op wetenschappelijk gebied. Om dat te laten zien, geven we hier regelmatig een inkijkje in recent onderzoek. Dit keer: welke factoren ervaren kniepatiënten als herstelbelemmerend of -bevorderend in de werkhervatting na een totale knieprothese?

Het aantal patiënten met een knieprothese zal de komende jaren in Nederland flink toenemen. Dit komt onder andere door de toename van het aantal mensen met overgewicht. Een totale knieprothese (TKP) is een succesvolle operatie voor het verminderen van de pijn bij artrose in de knie. Veel patiënten kunnen na de operatie niet meer aan het werk. Met name ‘jonge’ knieprothesepatiënten vinden het belangrijk om na de operatie wel weer snel aan de slag te kunnen gaan. Daarom is er onderzoek uitgevoerd naar de kenmerken van effectieve zorg voor terugkeer naar het arbeidsproces. Wat zijn belemmerende en bevorderende factoren voor werkhervatting?

Herstelbevorderende en -belemmerende factoren

Om dit vast te stellen zijn dossiers bekeken van 15 bedrijfsartsen bij werkende patiënten die tussen 2013 en 2015 werden geopereerd voor een TKP. Patiënten gaven de onderzoekers toestemming de tijd tot terugkeer naar werk uit het dossier te halen. Op basis hiervan is onderscheid gemaakt tussen twee groepen: werkhervatting binnen zes maanden na de TKP en werkhervatting langzamer dan zes maanden na de TKP. De kniepatiënten kregen hierop een vragenlijst toegestuurd, waarin hen werd gevraagd naar 12 belemmerende en 12 bevorderende factoren bij de werkhervatting.

Positief advies bedrijfsarts draagt bij aan snelle werkhervatting

Het onderzoek resulteerde in antwoorden van 20 kniepatiënten, van wie de gemiddelde leeftijd 58 jaar was. 11 van hen waren binnen zes maanden weer volledig aan het werk, de rest was langer dan zes maanden bezig tot volledige werkhervatting. Bevorderende factoren voor werkhervatting zijn volgens de patiënten een positief advies van de bedrijfsarts en de orthopeed en een goed verlopen operatie. Belemmerende factoren zijn bijvoorbeeld symptomen van ongunstig herstel, zoals een gezwollen knie en verminderde flexibiliteit in het been. Ook een hoge verwachting voor het herstel werd als belemmerende factor ervaren. Voor bedrijfsartsen is vooral van belang dat al voorafgaand aan de operatie goed gepraat wordt over werkhervatting en eventuele hersteltijden. Dit draagt volgens patiënten zeker bij aan het herstel en de mogelijke werkhervatting.

Podcast: Het verhaal van Stefan

Stefan van Vuuren twijfelde over een specialisatie in psychiatrie of urologie, maar maakte uiteindelijk de overstap naar bedrijfsgeneeskunde. Waarom? Met mensen in gesprek gaan gaf hem de meeste voldoening. In de eerste aflevering van de podcast ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ vertelt Stefan over zijn drijfveren en zijn keuze voor het vak. Samen met instituutsopleider Inge van der Ende (SGBO) vertelt hij over het veelzijdige beroep en over de opleiding.

Ik help nu mensen om het beste uit zichzelf te halen’

De tijdlijn (bookmarks):

  • 00.00 – Introductie “Welkom bij Het Betere Werk”
  • 00.15 – Introductie sprekers: Stefan van Vuuren, aios bedrijfsgeneeskunde, en Inge van der Ende, instituutsopleider
  • 00.27 – “Wanneer ik wist dat ik bedrijfsarts wilde worden…” – Stefan over zijn keuze voor het vak.
  • 04.46 – Hoe maken andere bedrijfsartsen deze keuze? Welke overwegingen hebben zij bij hun keuze?
  • 06.50 – Welk beeld had je van het vak bedrijfsarts als student? Hoe is dat beeld sindsdien veranderd?
  • 08.24 – “De meeste mensen willen wel werken, maar kunnen het niet” – Stefan
  • 10.29 – Hoe merk je als ambassadeur voor ‘Bedrijfsarts Worden: Het Betere Werk’ dat het beeld van het vak verandert bij mensen, bijvoorbeeld bij carrièredagen?
  • 13.02 – Hoe ziet de opleiding tot bedrijfsarts eruit?
  • 15.14 – De rol van de praktijkopleider
  • 16.16 – Ruimte om ook dingen náást je vaste beroep te doen
  • 17.38 – Wat Inge als opleider haar studenten vooral wil bijbrengen.
  • 18.56 – Een lastiger element van de opleiding: wetenschappelijk onderzoek
  • 19.41 – Hoe breed is het spectrum van de opleiding? Wat leer je?
  • 21.00 – De koppeling tussen theorie en praktijk bij arbeidsconflicten.
  • 24.53 – De drie A’s: actie ondernemen, leren accepteren en afscheid nemen
  • 27.12 – Rondkijken op de werkvloer, je leert over de beroepen van anderen

‘Stress moet je niet managen, stress moet je laten’

In deze Week van de Werkstress denkt Wendel Slingerland terug aan een intrigerende ontmoeting tijdens haar spreekuur. ‘Het is niet de stress die slecht is voor je gezondheid, maar hoe je over stress denkt.’

Dat klopt niet!’, zegt ze. ‘Huh?’ zeg ik, nog niet helemaal wakker op het moment dat mijn eerste cliënt van de dag gaat zitten. ‘Nou, dat wat daar staat…’ Enige tijd geleden kreeg ik na afloop van een ‘Excelleersessie’ voor Excellente Bedrijfsartsen van Immediator over Werkstress een ‘goody’ mee: een handzaam mapje met post-its. Op de voorkant staat: ‘manage stress’. Die had ik gedachteloos uit mijn tas gehaald en op mijn bureau gelegd. Ik kijk haar aan. Een gepassioneerde 62 jarige docent schei- en natuurkunde die ik al geruime tijd begeleid in verband met haar verzuim als gevolg van ernstige medische problemen – enige jaren geleden kwaadaardige tumor van de galwegen, zeer uitgebreid geopereerd, daarna alle denkbare complicaties. In november vorig jaar werd zij vanwege een complicatie opnieuw geopereerd en, heel eerlijk, ik dacht dat zij het niet meer zou gaan redden. Na de operatie is zij heel ziek geweest: kon nauwelijks meer op haar benen staan, is vele kilo’s afgevallen.

Dingen gebeuren nou eenmaal

En nu zit ze tegenover me, goed verzorgd, een prachtig mens. Ze heeft weer “een klasje opgepakt” en ondersteunt daarnaast haar collega’s met het maken van toetsen, het bedenken van nieuwe ideeën voor het lesgeven, surveilleren tijdens toetsen en examens. ‘Het stelt nog niks voor hoor’, zegt ze vergoelijkend en met een scheve glimlach. Maar ze heeft weer lichtjes in haar ogen….en is het dus niet eens met de stelling ‘manage stress’. Ik vraag haar om uit te leggen waarom het volgens haar niet klopt. “Stress moet je niet managen, stress moet je laten. Dingen gebeuren nou eenmaal. In de klas ook. Je kan je er druk om maken en boos worden, maar dat helpt allemaal niks. Je kunt beter positief blijven.”

Hoe denk je over stress?

Ik geef haar gelijk. Wat ik in mijn spreekuren zie is dat mensen boos worden als zij in toenemende mate stress ervaren. Zij gaan er vervolgens tegen vechten, waardoor zij nog meer stress ervaren. Wat ik hier bedoel met het begrip ‘stress’ is de feitelijke reactie van het lichaam op omstandigheden die zwaar en veeleisend zijn en die je soms boven het hoofd kunnen groeien. Ik denk dat het essentieel is dat je die reactie van het lichaam op die omstandigheden accepteert en zelfs positief waardeert. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het niet de stress is die slecht is voor je gezondheid, maar hoe je over stress denkt! Vervolgens kun je natuurlijk wel aan de slag met de zaken die de stress in je lichaam veroorzaken en ervoor proberen te zorgen dat er een goede balans is tussen de positieve en de negatieve dingen – de ‘energiebronnen’ en de ‘energielekken’, de dingen waar je blij van wordt en de dingen waar je moe van wordt.

Bewuste keuze

Zo legde ik aan mijn 62-jarige cliënte uit wat ik denk dat er bedoeld wordt met de stelling ‘manage stress’: niet zozeer het managen van de lichamelijke reactie, maar eerder het managen van de triggers ervan. Meteen vertelde ik haar hoe belangrijk het is dat je de stressreactie van je lichaam positief waardeert. Ze begon breed te grijnzen… ‘Maar dat doe ik toch al!’ Weer moet ik haar gelijk geven. Als ik zie hoe deze vrouw erbij zit, zit te glimmen, ondanks alles wat er met haar gebeurd is. Dat is toch een bewuste keuze, een vorm van ‘gedrag’. Ik teken ervoor!

‘Mijn bedrijfsarts bewaakte de balans’

Jeroen Over de Vest werd tweemaal geconfronteerd met kanker. Tweemaal sloeg hij zich er doorheen. Hoe? Daar kun je achteraf niet altijd de vinger op leggen. Je gaat ervoor. Maar één ding is zeker: werk speelde een cruciale rol.

In 2014 werd bij Jeroen lymfeklierkanker geconstateerd. Door de fysieke klachten en de behandeling kon hij tijdelijk niet werken. Maar toen hij er klaar voor was, begon Jeroen aan het re-integratietraject: ‘Dat is de essentiële eerste stap.’

De driehoek: werknemer, werkgever en bedrijfsarts

In het re-integratietraject herkende Jeroen een driehoek waarin hij niet slechts het onderwerp van gesprek was, maar een volwaardige partij. Jeroen: ‘Het was een samenwerking tussen werknemer, werkgever en de bedrijfsarts. Samen maakten we het onderwerp bespreekbaar en evalueerden we of, hoe en wanneer ik weer aan het werk kon. De werkgever biedt re-integratiemogelijkheden en zorgt ervoor dat je over het onderwerp kunt praten binnen de organisatie. Zelf heb je natuurlijk ook een verantwoordelijkheid. Je moet het initiatief nemen en in die driehoek stappen, voordat het werk echt kan beginnen. Dat kan lastig zijn. De bedrijfsarts was voor mij een goed startpunt om het onderwerp te bespreken.’

‘Werk gaf mij energie’

Jeroen had een bijzondere positie omdat hij zelf als directielid is verbonden aan zijn organisatie. Maar zijn wens om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan, kwam niet alleen voort uit zijn rol. ‘Voor mij was en is werk echt therapie,’ vertelt Jeroen. ‘Ik wilde terug in het team, contact met mijn collega’s, de inhoud in. Kanker is een lastig onderwerp, ook op de werkvloer. Maar ik merkte algauw dat het een heel natuurlijke invulling kreeg. Het onderwerp was bespreekbaar. Collega’s toonden belangstelling en vroegen oprecht hoe het met me ging. Verder werd ik “gewoon” behandeld, zoals iedereen. Ik voelde mij een volwaardig onderdeel van het team. Dat waardeer ik enorm. Thuis zat ik te piekeren. Werk gaf in mijn geval afleiding en ontzettend veel energie. Natuurlijk ervaart iedereen dit anders. Juist daarom is het zo belangrijk dat “kanker en werk” bespreekbaar is, met een sterke driehoek als steun: om voor ieder individu de juiste balans te vinden tussen kanker en werk. Dat geldt voor alle ziekten.’

Spiegelen met de bedrijfsarts

De bedrijfsarts was een onmisbare spil. Jeroen: ‘Ik wilde steeds maar door, door, door. De bedrijfsarts, Femke van Leeuwen, legde me af en toe een spiegeltje voor. Het klinkt natuurlijk stoer dat je weer hard bezig bent op het werk, maar het is enorm belangrijk dat de bedrijfsarts aangeeft wanneer je toch beter een stapje terug kan doen. Waar ik steeds harder wilde gaan, had de bedrijfsarts altijd mijn gezondheid voor ogen. Zij bewaakte mijn balans en, wanneer nodig, aarzelde ze ook niet om mij te confronteren met de realiteit. Ze zocht constant naar de gulden middenweg, zonder een belerend vingertje. Dat hielp mij enorm.’

Samen naar de finishline

De afgelopen jaren inspireerden Jeroen zijn ervaringen te delen met anderen: werkgevers, bedrijfsartsen, (ex-)patiënten of belangstellenden op visite. ‘De impact van kanker is persoonlijk. Mijn verhaal geldt niet voor iedereen,’ aldus Jeroen. ‘Maar misschien kan ik door mijn ervaring te delen, wel anderen inspireren. Dat motiveert mij. Vijf jaar lang was ik bijvoorbeeld actief deelnemer aan de Roparun, een estafetteloop van ruim 500 kilometer: van Parijs naar Rotterdam. Daarmee haalden wij in teamverband geld op voor mensen met kanker.  Ik word ook regelmatig uitgenodigd als ervaringsdeskundige. Mijn belangrijkste boodschap? De driehoek. Zet de stap naar de driehoek, want daarmee open je de deur naar succesvolle re-integratie. Hoe dat traject er ook voor jou persoonlijk uit ziet, het is een zeer waardevolle steun.’

‘Bedrijfsarts worden? Ik zou gelijk zeggen: doen!’

Zijn ervaring heeft Jeroen inzicht gegeven in de rol van de bedrijfsarts. Die rol waardeert hij enorm. Jeroen: ‘Als je eraan denkt om bedrijfsarts te worden, zou ik gelijk zeggen: doen! Het is een lastig beroep, waarbij je te maken krijgt met heftige onderwerpen. Maar het is, zoals ik het zie, een dankbare en interessante uitdaging. Je kunt als bedrijfsarts écht het verschil maken.’

De bedrijfsarts die Jeroen heeft ondersteund bij zijn re-integratie is Femke van Leeuwen, werkzaam bij ArboNed. Femke is ook één van onze enthousiaste ambassadeurs en gaat graag in gesprek met geneeskundestudenten en (basis)artsen die overwegen om bedrijfsarts te worden.

Interesse in een gesprek of meeloopdag met Femke? Stuur haar een mail

Bedrijfsartsen on tour: topdrukte in november

Je kunt komende tijd moeilijk om onze bedrijfsartsen heen: kris kras door Nederland struinen ze carrière events van alle medisch faculteiten af om hun passie te delen met aankomende geneeskundestudenten.

Onze ambassadeurs bemensen de welbekende stand en verzorgen regelmatig workshops. Alles met als doel om studenten te interesseren voor het prachtvak van bedrijfsarts. Want dat mag natuurlijk iedereen weten.

Je komt ons tegen op allerlei plekken. In november zijn we helemaal ‘all over the place’ en  kun je ons vinden in Groningen, Leiden, Rotterdam en Amsterdam. Check de agenda voor alle data en locaties.