“Klinische klachten extra interessant”

De vrijdag voor mijn vakantie kom ik iets voor half negen aan op de spreekuurlocatie. Vandaag heb ik twaalf cliënten, zie ik in mijn planning. Dat valt mee. Vol goede moed begin ik aan mijn spreekuur. Bij zeven van de twaalf spreekuren gaat het om cliënten met psychische klachten. Bijna 60%. Tijdens mijn studie heb ik geleerd dat een derde van het ziekteverzuim psychisch van aard is. Mijn vermoeden is al langer dat we veel meer psychisch verzuim zien in onze spreekkamer dan in de literatuur wordt beschreven. Dat blijkt vandaag maar weer. De andere 40% van de klachten die ik deze dag als bedrijfsarts zie zijn klinisch van aard. Voor mij zijn dit altijd extra interessante casussen. Ik kan dan lichamelijk onderzoek doen en meedenken in de differentiaaldiagnose, de behandeling en verdere onderzoeken.

Astma bronchiale

Voordat ik aan mijn carrière als bedrijfsarts begon, heb ik longgeneeskunde gedaan. Ik heb daarom veel affiniteit met astma/COPD, wat mij deze vrijdag goed van pas komt. Ik zie tijdens een van de spreekuren een vrachtwagenchauffeur met een astma bronchiale met persisterende obstructie en een allergische bronchopulmonale aspergillose. Het probleem speelt al langer en het is niet het eerste gesprek dat ik met hem voer. De man heeft de afgelopen jaren veel recidieven gehad en is hiervoor behandeld met prednison en antibiotica. Toen hij bijna een jaar verzuimde met recidiverende longklachten hebben we als arbodienst een expertiseonderzoek ingezet.

Een expertisecentrum beoordeelt gezondheidsklachten en medische beperkingen van mensen die langdurig ziek en arbeidsongeschikt zijn. Zij bieden daarin duidelijkheid over adequate behandeling en belastbaarheid voor arbeid, bijvoorbeeld als herstel en re-integratie stagneert, als een diagnose of prognose onduidelijk is, als er twijfel bestaat over benutbare mogelijkheden of de noodzaak van een behandelinterventie. In dit geval zette ik het expertiseonderzoek in op verzoek van werkgever. Die wilde graag weten of zijn medewerker nog terug kon keren in zijn eigen werk als vrachtwagenchauffeur.

Schakelen met longarts

Parallel aan het expertiseonderzoek heb ik ook medische informatie bij de longarts opgevraagd met de vraag of de behandeling optimaal was. De laatste maanden werd er alleen maar behandeld met prednison. De aspergilles zelf leek niet aangepakt te worden. Door de coronamaatregelen vonden de adviezen en de behandeling allemaal telefonisch plaats. In mijn ogen is dit niet de juiste aanpak, zeker niet als de klachten niet lijken op te knappen. Na aandringen kon mijn cliënt in juli toch op fysieke controle bij de longarts. Hij kreeg itraconazol 100mg voor een periode van drie maanden. De klachten leken eindelijk wat af te nemen. Mijn cliënt had minder dyspneuklachten, sliep beter en kon overdag al meer ondernemen. Ik wilde graag ook een VO2 max laten doen om zijn belastbaarheid te berekenen en pleitte voor de inzet van een revalidatieprogramma. Dat was echter vanwege coronamaatregelen nog niet mogelijk, volgens de longarts.

Kansen op werkhervatting

De uitkomst van het expertisecentrum was dat hij goed behandeld werd. Over de toekomst van het werk konden ze nog geen uitspraak doen. Eerst moest het effect van de behandeling afgewacht worden. Wel is een FML voor een arbeidsdeskundig onderzoek opgesteld, een lijst met functies die zouden kunnen passen bij de belastbaarheid van mijn cliënt. Ook heeft het expertisecentrum een tweesporenbeleid geadviseerd.

Tijdens het spreekuur besprak ik de uitkomst van dit expertiseonderzoek met meneer. Hij was erg teleurgesteld en had meer verwacht van de uitkomst, met name van de behandeling. Na het spreekuur heb ik de uitkomst ook met de werkgever gedeeld en hen geadviseerd om een re-integratiebureau in te zetten, om zo ook de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te onderzoeken voor mijn cliënt. Het doel blijft tot nader order terugkeer in eigen werk, maar voor de zekerheid wordt er ook al gekeken naar ander werk bij een andere werkgever, het zogeheten ‘tweede spoor’.

Veel fietsen

Verder besprak ik deze vrijdag met mijn cliënt zijn dagindeling. Hij probeert nu, op mijn advies, zelf minimaal twee keer in de week een flink aantal kilometers te fietsen. Verder probeert hij in de tuin bezig te zijn, de planten te verzorgen en het gras te maaien. Het lukt hem goed overdag bezig te blijven. Ik ben blij voor mijn cliënt dat het hem goed gaat met de nieuwe medicatie en dat hij stappen maakt in zijn belastbaarheid. Als het zo goed blijft gaan zouden we weer een start kunnen maken met een stukje werkhervatting.

Tegelijkertijd vraag ik me af of dit met zijn ziektegeschiedenis en de vele recidieven realistisch is. We maakten daarom de afspraak om vanaf 17 augustus te starten met 4 dagen 2 uur aangepast werk. Ook zou er een start met het 2e spoortraject gemaakt worden via een re-integratiebureau. Over 6 weken spreken we een nieuw spreekuur af om de belastbaarheid en het beloop opnieuw met elkaar te evalueren. Tevreden sluiten we beiden het gesprek af. Mijn vakantie kon beginnen.

Hoe ga je als bedrijfsarts om met nachtwerk?

Nachtwerk. Lekker rustig en makkelijk geld verdienen, toch? Maar wist je dat nachtwerk kan leiden tot slaapproblemen, vermoeidheid, griepklachten en een verhoogde kans op diabetes en hart- en vaatziekten? Als bedrijfsarts kun je op meerdere manieren met nachtwerk aan de slag.

‘Stap één: kijk of nachtwerk kan worden vermeden’. Dit stelt de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). De beroepsvereniging publiceerde onlangs een nieuwe richtlijn over nachtwerk en gezondheid en besteedt momenteel extra aandacht aan het onderwerp. Ook in vakblad Medisch Contact werd de nieuwe focus van de NVAB in de spotlight gezet, met een uitgebreide coverstory: ‘Nachtwerk mag niet vanzelfsprekend zijn’.

Klachten verminderen

Preventie is altijd beter dan genezen, maar wat als nachtwerk niet vermeden kan worden? “Een rooster met nachtwerk is nooit gezond, maar je kunt als het toch nodig is wel proberen om de negatieve effecten van nachtwerk te beperken”, zegt RIVM-onderzoeker Bette Loef in een artikel van RTL Nieuws. In het artikel legt ze uitgebreid uit welke negatieve klachten kunnen optreden bij nachtwerk. Ook geeft Loef een paar voorbeelden hoe werkende mensen het best met nachtwerk om kunt gaan:

  • Zorg voor voldoende rust tussen de diensten.
  • Houd een regelmatig slaappatroon aan.
  • Werk niet teveel nachtdiensten achter elkaar.

Nachtwerk en corona

Het onderzoek van Loef is uitgevoerd vóórdat corona uitbrak, maar er zijn parallellen tussen corona en de klachten die onderzocht zijn, zoals koorts en verkoudheid. “Het is nu heel belangrijk om nachtwerkers goed te beschermen”, zegt Loef. “Dan bedoel ik niet alleen fysiek, met mondkapjes en dergelijke, maar ook in hun eigen gezondheid. Nachtwerkers moeten genoeg tijd krijgen om te herstellen en uit te rusten. Het is belangrijk dat zij goed kunnen slapen en gezond kunnen blijven.” Door de gezondheid te beschermen worden verspreidingsrisico’s onder nachtwerkers minder groot. Ook komt er minder druk te staan op zorgverleners.

Vroeg opstaan

Wat vaak vergeten wordt is dat heel vroeg werken – tussen 1 en 6 uur – ook nachtwerk is. In het AD legt Marijke Gordijn, chronobioloog en gastonderzoeker aan de Rijksuniversiteit Groningen, uit hoe groot de invloed van licht is op onze biologische klok. “Licht bepaalt ons ritme. Je bloeddruk stijgt bijvoorbeeld al vóórdat je opstaat, ter voorbereiding op de dag.” Door onvoldoende (dag)licht wil je onbewust later gaan slapen, zelfs als je vroeg op wilt staan. En dat levert slaaptekort op. Gordijn: “Op de korte termijn beïnvloedt slaaptekort je stemming. Daarnaast ben je minder fit en alert, dus ga je langzamer werken om fouten te voorkomen.”

In het artikel geeft Marijke Gordijn ook een aantal praktische tips om vroeg opstaan en nachtwerken beter vol te houden:

  • Zorg bij het opstaan voor een halfuur daglicht of gebruik een lichttherapielamp.
  • Zorg overdag regelmatig voor sterk licht. Ga bijvoorbeeld vaker naar buiten of zet je werktafel bij een raam.
  • Verminder avondlicht. Blijf niet tot diep in de nacht doorwerken of op je telefoon scrollen.
  • In het weekend bijslapen? Houd liever het doordeweekse ritme aan.

Maatwerk

Zoals bij veel arbeidsgerelateerde zaken blijft het omgaan met nachtwerk altijd maatwerk. Soms kunnen nachtdiensten vermeden worden, maar bij sommige beroepen is nachtwerk nu eenmaal noodzakelijk. In dat geval kijk je als bedrijfsarts samen met werkgever en werknemer naar alle mogelijkheden. Je geeft praktische tips en denkt mee over verbeteringen voor de inrichting van onder meer werkzaamheden, werktijden en de werkplek.

Meer weten over hoe je als bedrijfsarts het verschil kunt maken, onder andere voor nachtwerkers? Ga een gesprek aan met een van onze ambassadeurs!

Even geen events & meeloopdagen? Maak belafspraak!

De ambassadeurs van Bedrijfsarts worden. Het betere werk! staan altijd klaar om mensen met interesse in bedrijfsgeneeskunde verder te helpen. Ze zijn aanwezig bij carrière-events voor geneeskundestudenten, houden gastcolleges en zijn beschikbaar voor meeloopdagen.  In deze Coronaperiode vervallen dit soort contactmogelijkheden grotendeels. Maar: de mogelijkheid om vragen te kunnen stellen over de opleiding en over het vak is er ook nu wel degelijk. Stuur een mail naar een van deze bedrijfsartsen en maak een belafspraak. Gewoon bellen, videobellen – het kan allemaal!

Ik wil graag een gesprek!

Stuur een mail naar ambassadeur Femke van Leeuwen
Stuur een mail naar ambassadeur Jeffrey Schaap
Stuur een mail naar ambassadeur Stefan van Vuuren
Stuur een mail naar ambassadeur Leonie Mooyman
Stuur een mail naar ambassadeur Christiaan Mollema 
Stuur ene mail naar ambassadeur Janneke Valk
Stuur een mail naar ambassadeur Erik-Jan van Wijhe
Stuur een mail naar ambassadeur Suzanne Driessen

‘Het vak zo leuk maken als je maar wilt’

Met Suzanne Driessen verwelkomen we een nieuwe ambassadeur voor het vak bedrijfsgeneeskunde. Voor haar is de charme van haar werk als bedrijfsarts dat ze op allerlei plekken komt. ‘Ik neem een kijkje in de keuken bij veel verschillende bedrijven en verdiep me in alle processen om hen zo goed mogelijk te kunnen adviseren. Daarmee help ik werknemers naar hogere niveaus van duurzame inzetbaarheid, op mentaal, fysiek én sociaal niveau. Dat vind ik heel belangrijk. Net als het preventief bezig zijn binnen mijn vakgebied om verzuim te voorkomen.’

Doorgroeimogelijkheden

Suzanne werkt als bedrijfsarts bij Healthcare. Ze haalt niet alleen veel voldoening uit het verder helpen van werkenden, maar vindt ook de doorgroeimogelijkheden erg fijn. De mogelijkheid om je binnen de bedrijfsgeneeskunde verder te specialiseren – in bijvoorbeeld oncologie of longgeneeskunde – betekent voor haar dat het werk nooit saai zal worden. ‘Je kunt het vak zelf zo leuk maken als je maar wilt, zeg ik altijd.’ Woon je in of nabij Venlo en wil je meer te weten te komen over het vak? Mail dan Suzanne voor een (bel)afspraak of meeloopdag!

Corona: bedrijfsartsen dé adviseur op de werkvloer

Op 4 maart plaatsten wij een nieuwsbericht over de rol van de bedrijfsarts bij de uitbraak van COVID-19. Op dat moment was het virus bij 24 mensen aangetroffen in Nederland. Inmiddels is het aantal positief geteste mensen in ons land opgelopen naar 38.802 (29 april 2020). De virusuitbraak had vanaf het begin directe gevolgen voor zorgverleners, ook voor bedrijfsartsen. De bedrijfsarts werd stante pede adviseur over de preventie van de virusverspreiding op de werkvloer. Met maatwerkoplossingen helpen bedrijfsartsen sindsdien werkgevers en werknemers om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Ook adviseren ze sinds de uitbraak bedrijven hoe ze het werk, als dat mogelijk is, op een veilige manier door kunnen laten gaan. De bedrijfsarts is feitelijk een COVID19-vraagbaak voor werkend Nederland geworden, door zelf adviezen uit te brengen of door professionals naar de juiste deskundigen door te verwijzen. De afgelopen weken, waarin de ‘intelligente lockdown’ zich ontwikkelde tot het ‘nieuwe normaal’ hebben bedrijfsartsen hun rol verder verbreed, met name in de samenwerking tussen bedrijfsartsen en in de multidisciplinaire samenwerking tussen zorgverleners.

Kennisbundeling arbeidsgerelateerde zorg

‘Alleen samen krijgen we het coronavirus onder controle’. Dat is de kernboodschap van de Rijksoverheid over de landelijke aanpak van COVID-19. Deze boodschap richt zich nadrukkelijk ook op zorgverleners binnen het domein arbeid en gezondheid. Na de intelligente lockdown werden al snel bijeenkomsten van bedrijfsartsen, zoals die van de beroepsvereniging NVAB, geannuleerd. Toch zijn veel meetings op alternatieve manieren doorgegaan, bijvoorbeeld via beeldbellen, vanwege het belang van onderlinge kennisdeling en samenwerking tussen bedrijfsartsen. Ook het snel en adequaat delen van kennis met andere deskundigen, zoals arbeidshygiënisten, is in deze periode belangrijker dan ooit. Bedrijfsartsen werken momenteel extra intensief samen met andere deskundigen en beroeps- en brancheverenigingen voor bedrijfsgezondheidszorg. Zo dragen verschillende kennispartners, waaronder bedrijfsartsen, bij aan kennisnieuwsbrieven over COVID-19 en arbeidsgerelateerde zorg.

Triage, melding en testbeleid

Ander goed voorbeeld van multidisciplinaire samenwerking is de samenwerking bij het testbeleid voor zorginstellingen. Triage, aanmelding en aanvraag van testen zijn hier in de ogen van GGD-en reguliere werkzaamheden van bedrijfsartsen. In deze Coronatijd bieden bedrijfsartsen deze diensten daarom ook proactief aan bij zorgklanten. Ook spelen bedrijfsartsen een rol bij het ontwikkelen van het testbeleid. Zo werkten OVAL en de NVAB mee aan het landelijke testbeleid van GGD GHOR, de belangenvereniging van de 25 GGD-en.

Kortom, ook in het domein arbeid en gezondheid wordt er hard gewerkt om het virus onder controle te krijgen. Wil je meer weten over de rol van bedrijfsartsen daarin? Bekijk dan ook de themapagina van de NVAB.

Corona: wat doe je als bedrijfsarts?

In december 2019 breekt het nieuwe coronavirus (COVID-19) uit in China. Nu trekt het virus ook Europa binnen en heeft het inmiddels Nederland bereikt, waar het (op het moment van schrijven, 4 maart, red.) bij 24 mensen is aangetroffen. Allerlei instanties houden ons constant op de hoogte van hoe het virus zich ontwikkelt en adviseren waar we op moeten letten om te achterhalen of we het virus hebben opgelopen. Voor professionals die zich bezighouden met arbeid & gezondheid is online ook steeds meer informatie te vinden. De NVAB wijst de weg met een overzicht van betrouwbare bronnen; OVAL heeft een reeks vragen en antwoorden ontwikkeld. Wat is het effect van het virus op werkend Nederland? Wat is de rol van arbodiensten en bedrijfsartsen bij het coronavirus?

Maatwerk & dialoog

Dat het coronavirus in Nederland is aangetroffen was groot nieuws. Hulpverleners en zorginstanties waren voorbereid en reageerden direct. Naast informatievoorziening ging ook de diagnosestelling direct van start. Daarbij spelen vooral huisartsen en GGD’en een grote rol, zoals OVAL ook aankaart, en daar kun je als bedrijfsarts weinig in betekenen. Toch ga je als bedrijfsarts ook meteen aan de slag met het virus, namelijk door te adviseren over preventie. In die adviserende rol ga je de dialoog aan met jouw klanten: werkgevers. Je begint met het aankaarten en uitleggen van de standaard maatregelen. Volgens OVAL zijn de drie belangrijkste maatregelen:

  • Was je handen regelmatig met zeep en water of gebruik desinfecterende handgel op basis van alcohol.
  • Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog.
  • Gebruik papieren zakdoekjes of tissues en gebruik deze slechts één maal.

Daarna kijk je of er meer mogelijk is, waarbij je rekening houdt met de aard van de organisatie. In gesprek met de werkgever zoek je naar bedrijfsspecifieke preventieve maatregelen. Maatwerk dus, waarbij de dialoog met de werkgever heel belangrijk is. Je hebt het bijvoorbeeld over een ‘begroeten-zonder-aanraking’-beleid. Daarbij toon je ook het belang van communicatie aan: niet alleen medewerkers, maar ook klanten moeten geïnformeerd worden over het beleid. Zijn medewerkers vaak onderweg voor hun werk, bijvoorbeeld om met klanten te overleggen? Dan kun je ook alternatieven overwegen om fysiek contact geheel te vermijden, zoals telefonisch overleg of via Skype.

 

Signaleren en reageren

Het doel van al deze preventieve maatregelen is om besmettingsrisico’s te verkleinen. Toch kun je besmetting nooit 100% uitsluiten. Als bedrijfsarts adviseer je daarom werkgever én werknemers om alert te blijven op de volgende gezondheidsklachten: koorts in combinatie met luchtwegklachten, zoals hoesten, kortademigheid of longontsteking. Nu wil niemand een risico zijn voor hun collega’s, dus kunnen vermoedens soms schuldgevoelens of schaamte oproepen – een drempel om de klachten kenbaar te maken. Ook hierom is de open sfeer op de werkvloer van groot belang, zodat medewerkers zich niet bezwaard voelen om klachten te bespreken. Daarnaast is het belangrijk dat de werkgever weet wat de juiste handelingen zijn. Wanneer een medewerker vermoedt dat hij besmet is, is het belangrijk dat die diegene naar huis gaat en telefonisch contact opneemt met de huisarts. Ook adviseer je de werkgever nog geen verdere maatregelen te nemen, totdat het oordeel van de huisarts en GGD bekend is.

Vragen beantwoorden

De werkgever zelf zal ook vragen hebben. Het is aan jou, als bedrijfsarts, om deze zo goed mogelijk te beantwoorden of de werkgever door te verwijzen naar de juiste deskundigen. Een voorbeeld van een veelgestelde vraag is: ‘wat als een medewerker recent is teruggekeerd uit een besmette regio?’ Bij dit soort vragen, maak je gebruik van de adviezen van andere instanties. Het RIVM adviseert dat, zolang deze medewerker geen gezondheidsklachten heeft, het niet nodig is om deze persoon van het werk te weren. Daarom leg je uit dat de medewerker gewoon weer aan het werk kan.

Je kunt wel proactief adviseren om een vrijwillige quarantaine te overwegen. Daarmee verminder je besmettingsrisico’s. Je legt uit hoe zo’n quarantaine werkt. Door twee weken thuis te werken kan de medewerker ontdekken of er symptomen verschijnen, zoals koorts of luchtwegklachten en hoesten. Na twee weken nog steeds geen klachten? Dan kan deze persoon veilig weer terugkeren naar de werkvloer. Wanneer de medewerker in kwestie wel klachten krijgt, dan moet diegene uiteraard contact opnemen met de huisarts.

Ziek?

Mocht er toch een medewerker ziek worden van het coronavirus, dan moet diegene de adviezen van de huisarts en GGD opvolgen. Als bedrijfsarts ga je dan in gesprek met werkgever om uit voorzorg maatregelen te overwegen. Je kunt bijvoorbeeld adviseren dat andere medewerkers ook in quarantaine thuis gaan werken, om na te gaan of de zieke collega het virus aan hen heeft overgedragen. Het is daarbij belangrijk om een goede balans te vinden., omdat je er tegelijkertijd voor wilt zorgen dat essentiële werkzaamheden niet stil komen te liggen. Dus kijk je welke werkzaamheden verschoven of vanuit huis gedaan kunnen worden en voor welke werkzaamheden vervanging noodzakelijk is. Het liefst heb je dit van tevoren al besproken en opgenomen in een noodplan, zodat wanneer ziekte daadwerkelijk voorkomt, de transitie zo efficiënt mogelijk verloopt.

Herstellen

Daarna is het aan onze andere collega’s in de zorg, huisartsen, GGD’s en ziekenhuizen, om zorg te verlenen aan de zieken. De hersteltijd verschilt daarbij enorm. Sommige mensen voelen zich na enkele dagen weer fit, maar wanneer iemand in het ziekenhuis is opgenomen is er over het algemeen meer tijd nodig om te herstellen. Dat kan soms enkele weken duren. De klachten zijn vergelijkbaar met die van een hevige griep, waardoor na het genezen een re-integratietraject niet per se nodig is.

Meer weten over het coronavirus? Bekijk dan dit bronnenoverzicht van de NVAB of de protocollen van OVAL.

Bedrijfsgeneeskundige zorg voor iedereen?!

Wat zijn de belangrijkste taken van een bedrijfsarts? Het gezond houden van werkende mensen, het voorkomen van beroepsziekten en arbeidsgerelateerde ongevallen en zorgen dat mensen na hun werkzame bestaan van hun pensioen kunnen genieten. Ofwel: werken aan duurzame inzetbaarheid voor de gehele beroepsbevolking. Ondanks dit hogere doel zijn bedrijfsartsen nog steeds heel veel bezig met verzuim. Zij richten zich hierbij op de zieke werknemer; grofweg 5% van de beroepsbevolking.

Meer preventie nodig

We zouden nog veel meer bijdragen aan duurzame inzetbaarheid als we ons als bedrijfsartsen ook actief richten op de grote meerderheid, de niet-verzuimende 95%. Door arbeidsgerelateerde spanning te helpen voorkomen. Door de werkvloer op te gaan en daar incidenten (zoals met chroom-6) te voorkomen. Kortom, door meer in te zetten op preventie, iets waar we als bedrijfsartsen al langer naar streven, maar wat in de praktijk nog steeds te weinig wordt waargemaakt. Aan visie ontbreekt het ons niet als beroepsgroep. Ook de politiek heeft ons het mandaat gegeven om elke werkvloer te betreden.

Te weinig bedrijfsartsen

Waarom storten we ons toch nog niet massaal op preventie? Dat heeft vooral te maken met de grote hoeveelheid werk. In het derde kwartaal van 2019 hadden 9 miljoen mensen in Nederland betaald werk. Er is daardoor enorm veel vraag naar bedrijfsartsen, zowel voor het begeleiden van zieke werknemers, als voor het leveren van advies en ondersteuning bij preventie. Tegelijkertijd neemt het aantal bedrijfsartsen af, ondanks de toename van artsen die starten met de opleiding tot bedrijfsarts. Ook beroepsvereniging NVAB uit zorgen over de instroom van nieuwe bedrijfsartsen, naar aanleiding van het recente Capaciteitsplan. Daaruit blijkt dat er jaarlijks 250 nieuwe bedrijfsartsen nodig zijn om aan de toekomstige behoefte van werkend Nederland te blijven voldoen. Nu zijn dat er ongeveer 100 per jaar. Om dat tekort te ondervangen is de laatste jaren goed nagedacht over taakdelegatie en taakherschikking, zodat andere vakbekwame professionals bepaalde taken van de bedrijfsarts kunnen overnemen.

Wettelijke verplichting, concrete hulpvraag

Gaat dat het probleem oplossen? Deels, maar ik denk dat we op zoek moeten naar de kern van het probleem. Waar komt de grote vraag naar bedrijfsartsen vandaan? Er is een wettelijke verplichting voor werkgevers om hun personeel een bedrijfsarts te laten consulteren als zij meer dan 6 weken ziek zijn. Daarna is protocollair vastgelegd hoe vaak wij minimaal de werknemer moeten zien. Helpt dit bij het behalen van ons doel, het duurzaam inzetbaar houden van de Nederlandse beroepsbevolking? Vast en zeker, maar ik wil hier graag een stap verder denken: wat gebeurt er als de wettelijke verplichting van verzuimbegeleiding verdwijnt? Als het gesprek tussen werkgever en werknemer en onderling vertrouwen centraal komen te staan na een ziekmelding? Als mensen enkel nog de bedrijfsarts consulteren bij een concrete hulpvraag, bijvoorbeeld omdat werkgever of werknemer nog vragen heeft of als een werknemer niet wil bespreken wat hem of haar mankeert, een recht dat uiteraard behouden moet blijven?

Aan de slag voor álle werkenden

Als de wettelijke verplichting verdwijnt, zal de werkdruk afnemen. Ook de effectiviteit van het consult zal hierdoor sterk toenemen. Bedrijfsartsen krijgen extra tijd om zich te richten op hun echte taak: zorgen voor duurzame inzetbaarheid voor alle werknemers. Ze kunnen hierdoor ook nog eens hun scope verbreden en er voortaan ook zijn voor werkenden die nu geen recht hebben op bedrijfsgeneeskundige zorg, zoals studenten en ondernemers. Deze mensen kunnen zich nu enkel richten tot de huisarts, en dat is nu eenmaal geen expert in relatie tussen werk en gezondheid.

De bedrijfsarts midden in de maatschappij.

Gedachte-experiment

Ik weet het, het zijn reuzenstappen die ik zet. De wet zou er zelfs voor aangepast moeten worden. Maar het gedachte-experiment blijft mij intrigeren: moet een bedrijfsarts louter werken voor de werknemer van een bedrijf? Of hoort de bedrijfsarts net als de huisarts, midden in de maatschappij te staan, als steun en toeverlaat voor iedereen die wil werken en kan werken? Wat vind jij?

______________________________________________________________________

Deze blogpost werd geschreven door Stefan van Vuuren, arts in opleiding tot bedrijfsarts bij Zorg van de Zaak en ambassadeur van Bedrijfsarts worden.

Lees ook zijn recente artikel voor het TBV over dit onderwerp: ‘Nieuwe generatie, nieuwe kansen‘.

Glimlach

Maandag kreeg ik een mail van een arbeidsdeskundige met wie ik frequent samenwerk. Voor de gelegenheid zal ik hem Sjaak noemen. In de mail vraagt Sjaak of ik hem de volgende dag wil bellen over een vraag van een gezamenlijke klant. Ik ben een volgzaam type. Daarom bel ik hem de volgende dag meteen op, zodra ik wat eerder klaar ben met een consult. Nu is het geen straf om met Sjaak te overleggen. We hebben vaak constructieve gesprekken, leren van elkaar en kunnen samen goed relativeren over de werknemers en werkgevers die wij bedienen. En heel eerlijk: soms lucht dat echt op!

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Sjaak steekt van wal en begint over mevrouw X, die een zeer hoog verzuim heeft. ‘Ik sprak de personeelsadviseur. Zij wil een aanvraag indienen bij UWV voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst en gaf aan dat jij ook mijn input daarbij wilde. Wat is het verhaal?’ Ik vertel hem dat het best een lastige casus is. Mevrouw valt inderdaad extreem veel uit voor haar werk. Twee keer was er sprake van langdurig verzuim, waarbij ziekte het verzuim in ieder geval ten dele verklaart. Voor het overige blijft het bij frequente periodes van enige weken. Steeds is er wat. Ik heb haar verschillende keren preventief op het spreekuur gezien, maar steeds op het moment dat ze eigenlijk alweer volledig aan het werk was. ’Gaat moeilijk worden’, zegt Sjaak, “het staat of valt bij de medische objectiveerbaarheid.” We bedenken samen de mogelijke stappen die de werkgever zou kunnen zetten om hier beweging in te krijgen. Om het af te ronden spreken we af dat hij een adviesmail stuurt aan de personeelsadviseur en dat ik nog even niks doe. Ik werk tenslotte volgens het Eigen Regie model, waarbij de werkgever verantwoordelijk blijft.

Arbeidsdeskundig onderzoek

Nu ik je toch aan de lijn heb,” zegt Sjaak, ‘ik heb weer twee aanvragen liggen voor arbeidsdeskundige onderzoeken van mensen die jij begeleidt.’ Het gaat om twee mensen waarbij ik heb geadviseerd om een arbeidsdeskundig onderzoek in te zetten.

Herstellen van hersenletsel

Dus begint Sjaak met de eerste case. Het gaat over een meneer die nu bijna een jaar verzuimt, nadat hij door een ongeval hersenletsel heeft opgelopen. Daardoor doet hij nog steeds slechts mondjesmaat thuis wat dingen. Het letsel is op zich medisch objectiveerbaar. Het langdurige en enorm trage herstel is lastiger te objectiveren. ‘Ik denk dat de beperkingen reëel zijn’, zeg ik, ‘maar ik denk dat er ook nog wel iets zit in de arbeidsverhoudingen. Voor zover ik van hem begrijp is er geen belangstelling vanuit de werkgever.’ ‘Hm, dat punt zal ik dan in ieder geval ook meenemen in mijn gesprek met de werkgever,’ concludeert Sjaak, ‘En verder denk ik dat ik *daar en daar* op zal uitkomen, gegeven zijn leeftijd en achtergrond.’

Stemproblemen

‘Dan heb ik nog die docent met stemproblemen!” O ja. Best sneu verhaal. Cystes op de stembanden die operatief door de KNO-arts verwijderd werden met de belofte dat het daarna wel weer goed zou komen. Meneer had verder geen advies meegekregen over belasting van de stem na de operatie. Daarom was hij al vrij snel weer volledig aan het werk gegaan. Vervolgens ontdekte hij dat het niet ging en dat zijn stem beperkt bleef. Enige tijd tobben met logopedie, oefeningen en een periode lang de stem niet belasten, bleek geen verbetering te brengen. ‘Dokter, ik kan mijn werk echt niet anders doen! Ik moet mijn verhaal goed en enthousiast aan de leerlingen kunnen vertellen!’ Sjaak vertelt me over een vergelijkbare casus die hij heeft gehad en hoe dat afgelopen is. ‘Ik ga ermee aan de slag!’ zegt hij, nadat we nog even samen bedacht hebben dat hij met werkgever en werknemer zal bespreken of spraakversterking kan worden geregeld.

Het belang van samenwerken

Met een glimlach hang ik op. Leuk om zo samen te werken. Om zo te kunnen sparren over beperkingen en mogelijkheden. Hoewel ik mezelf erop betrap dat het minder onbevangen gaat dan vóór de toestanden over privacy. Ja, die bewustwording is op zich prima. Toch hoop ik dat er ruimte blijft om in alle openheid met elkaar – en dan bedoel ik werknemer, leidinggevende, arbeidsdeskundige en eventuele andere kerndeskundigen – te kunnen brainstormen over beperkingen. Het doel daarbij is altijd om samen tot de beste mogelijkheden en oplossingen te komen. Die openheid in teamverband is essentieel om goed te kunnen adviseren over duurzame inzetbaarheid.

Bedrijfsartsen: nieuwe generatie, nieuwe kansen

Stefan van Vuuren (aios bedrijfsgeneeskunde bij Zorg van de Zaak en ambassadeur van Bedrijfsarts worden) heeft een duidelijke visie op de toekomst van het vak. Dat er verandering nodig is. Dat de focus minder op verzuimbegeleiding en meer op preventie moet liggen. De dialoog tussen werkgever en -nemer moet centraal staan. De bedrijfsarts moet geconsulteerd worden bij een medische vraag, niet uit een wettelijke verplichting. Stefan vertelt hierover in zijn artikel ‘Nieuwe generatie, nieuwe kansen‘, recent gepubliceerd in het Tijdschrift voor bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde (TBV). Hij vertelt welke stappen volgens hem nodig zijn om het vak klaar voor de toekomst te maken.

Bedrijfsartsen bereikbaar voor alle werkenden

Stefan: “Bedrijfsartsen zijn experts op het gebied van werk en gezondheid. Zij zetten zich in om de Nederlandse beroepsbevolking gezond te houden en beroepsziekten en arbeidsgerelateerde ongevallen te voorkomen, zodat mensen na hun werkzame leven van hun pensioen kunnen genieten. Dat lukt niet als bedrijfsartsen zich alleen maar richten op ziekteverzuim.” Volgens Stefan moeten bedrijfsartsen terugkeren naar de kern van hun werk: het faciliteren van duurzame inzetbaarheid. Daarvoor moet de rol en houding van bedrijfsartsen veranderen. “Bedrijfsartsen moeten zich in een positie plaatsen waarin zij bereikbaar zijn voor alle werkenden en hun hulpvraag centraal stellen.”

Bedrijfsartsentekort

Idealiter kunnen bedrijfsartsen zich inzetten voor de volledige beroepsbevolking, maar door het tekort aan nieuwe bedrijfsartsen lijkt dat nog onmogelijk. De beroepsbevolking groeit, maar het aantal bedrijfsartsen daalt. Stefan concretiseert in het artikel een aantal oplossingen om het tekort aan te pakken. Naast taakdelegatie en taakherschikking, waar afgelopen jaren veel over is nagedacht, gelooft hij dat het nodig is om ook naar de kern van het probleem te kijken. De grote vraag voor bedrijfsartsen komt namelijk voort uit de wettelijke verplichting dat bedrijfsartsen na 6 weken verzuim ingeschakeld moeten worden. Stefan: “Ik vind dat de wettelijke verplichting van verzuimbegeleiding moet worden afgeschaft. Het gesprek tussen werkgever en werknemer en onderling vertrouwen moet centraal staan na een ziekmelding.” Hij verwacht dat, door de hulpvraag centraal te stellen, de werkdruk zal verminderen en bedrijfsartsen efficiënter kunnen ondersteunen bij ziekteverzuim.

De nieuwe generatie

“De komende generatie bedrijfsartsen kan van meer toegevoegde waarde zijn voor de maatschappij,” stelt Stefan. “Dit kan echter alleen als de beroepsgroep op de eigen positie durft te reflecteren. Doorgaan op de huidige manier is in mijn optiek de doodsteek voor het vak.”

“Durven veranderen, minder verzuimbegeleiding, meer preventieve activiteiten, zal het vak klaar maken voor de toekomst.”

Meer over dit onderwerp?

Lees het volledige artikel. Of deze blog, waar Stefan ook de discussie over dit onderwerp aangaat.

Geweldige tip van mijn patiënt!

Op doorreis door Frankrijk stopten wij afgelopen zomer voor de verandering eens niet op de overvolle parkeerterreinen langs de snelweg voor de broodnodige pauzes. In plaats daarvan sloegen wij af bij de bordjes met daarop “Village Étappe”. Vlak langs de Franse A20 liggen leuke dorpjes en stadjes met dit label die van alles te bieden hebben aan reizigers op doorreis: goede eetgelegenheden, prima overnachtingsplekken en altijd een garage.

Zo werden de lange autoritten afgelopen zomer opeens een stuk relaxter dan voorheen. En dat vonden mijn zoontjes ook. Zij spelen onderweg heel wat liever op een pittoresk dorpspleintje dan tussen de auto’s en overvolle prullenbakken naast een tankstation.

Tijd en aandacht

Van wie ik deze tip kreeg? Van een patiënt. Eén van de grootse pluspunten aan het vak van bedrijfsarts vind ik de hoeveelheid tijd die je hebt voor de mensen die je begeleidt. Door de ruime spreekuurtijd maar ook omdat je ze gedurende een langere periode blijft volgen. Zo krijg je als arts de ruimte om niet alleen iemands ziektebeeld maar ook de mens daarachter te leren kennen. En dan heb je het dus ook wel eens over zomervakanties en lange autoritten.

Iets aan elkaar meegeven

Ik hoop als arts iets mee te kunnen geven aan de mensen die ik behandel maar omgekeerd neem ik dus ook dingen van hen mee. Al is het maar een kleine tip; onze autoritten tijdens de zomervakantie zullen er voortaan een stuk aangenamer door zijn.