Bedrijfsarts worden? Doe de test!

Steeds meer artsen kunnen de vervolgopleiding die ze op het oog hebben niet doen omdat er te weinig opleidingsplekken zijn. Tegelijkertijd is er in de bedrijfsgeneeskunde grote behoefte aan mensen die vol overtuiging voor dit specialisme kiezen. Ook zijn er voldoende opleidingsplekken beschikbaar. Bedrijfsgeneeskunde zou mede om die reden voor menig basisarts of geneeskundestudent wel eens een heel interessante keuze kunnen zijn. Overweeg jij om bedrijfsarts te worden? Doe dan nu de test!

Bedrijfsartsen laten zich weer overal zien

Bedrijfsartsen laten zich de komende jaren weer volop zien richting geneeskundestudenten. We zijn met ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ in 2019 en 2020 aanwezig bij carrière-events bij alle medische faculteiten in Nederland. De start is al gemaakt. We waren dit jaar al aanwezig bij de Medische Carrièredag van de MFSU Sams. Eerder gaven we ook al acte de presence bij ‘Talking Medicine’, het event van De Geneeskundestudent.

Van Maastricht tot Groningen

De eerstvolgende bestemming is: Maastricht. Daar bezoeken we woensdag 22 mei de Carrièredag van MSV Pulse. Verder staan voor dit jaar ook Nieuwegein en Groningen al op de kaart gemarkeerd. Op 5 oktober zijn we in Nieuwegein bij de Carrièrebeurs KNMG. En op 17 november staat we in Groningen bij de Carrièredag van Panacea.

Prachtvak

Onze ambassadeurs bemensen bij de carrière-events altijd een stand. Daar delen ze hun ervaringen met het ‘prachtvak’ dat zij in hun ogen beoefenen. De ambassadeurs verzorgen ook met regelmaat een workshop waar ze wat dieper op hun werk en opleiding kunnen ingaan en in gesprek kunnen gaan met geïnteresseerde studenten. Bij alle events zijn de ambassadeurs voorzien van gloednieuwe campagnemiddelen zoals presentatiedoeken, rollbanners, flyers en pennen. De campagnemiddelen en de kosten voor de carrière-events zijn gefinancierd door NVAB, KoM, NVAB en NSPOH. Mede dankzij hun bijdragen kunnen we samen het beroep bedrijfsarts onder de aandacht blijven brengen.

Weten waar we als bedrijfsartsen staan en gaan? Check dan met enige regelmaat de agenda.

‘Je kind heeft kanker en jij niet, dus kom maar gewoon werken’

Op NOS.nl verscheen op 1 mei 2019 een artikel over de realiteit van veel werkenden met een ernstig zieke naaste. Uit onderzoek van onder meer de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties blijkt dat een werkweek combineren met langdurige en onregelmatige ziekenhuisbezoeken vaak niet lukt. Bijna de helft van de ouders met ernstig zieke kinderen meldt zich ziek. Ook naasten van volwassen kankerpatiënten hebben problemen om werk en zorg te combineren.

Niet alleen werknemers, maar ook werkgevers worstelen hiermee. Een werkgever van een klein bedrijf kan niet zomaar een werknemer missen. Moet hij de werknemer dan maar vragen ontslag te nemen zodra het zorgverlof voorbij is?

Voor bedrijfsartsen zijn zulke dilemma’s bijna dagelijkse praktijk. Zij begeleiden werknemers en werkgevers in het omgaan met deze moeilijke situatie. Het is daarom belangrijk dat werknemers en werkgevers ook de weg naar de bedrijfsarts weten te vinden, wanneer zij met zo’n situatie geconfronteerd worden.

Het artikel op NOS.nl vind je hier.

Ruimte om complexe problemen te ontrafelen

Onlangs kreeg ik een mailtje van een min of meer bevriende arts. “Beste Erik-Jan, op de site bedrijfsarts worden kwam  ik een blog van jou tegen. Daarin stel je hoe belangrijk het is dat je het soort specialist wordt wat bij je past. Ik herken dat sterk; ik werk al een kleine 30 jaar als specialist in het ziekenhuis en ben toe aan een carrière switch. Omdat jij zo’n omslag eerder al hebt gemaakt, wil ik je graag om advies vragen. Wat raad je mij aan?”

Ga het ervaren

Ik schreef de arts terug, puttend uit eigen ervaring. ‘Mijn eerste advies zou zijn: ga een keer meekijken en meelopen op de werkvloer. Ga het ervaren, juist ook als ervaren arts. Je kijkt nu heel anders dan destijds tijdens de coschappen. Je wilt nu vooral weten of het een leuk vak is om te beoefenen. Zelf heb ik de bedrijfsgeneeskunde ook beter leren kennen door mee te lopen. Ik had al meerdere richtingen geprobeerd, zoals anesthesiologie en pathologie. Anesthesiologie vond ik interessant, vooral medisch-technisch, maar ik was niet echt geschikt voor acute geneeskunde. Pas toen ik meeliep bij bedrijfsgeneeskunde viel voor mij het kwartje. Ik was geboeid door de variëteit van het werk en de mogelijkheid om je klinische kennis op allerlei fronten in te zetten.

Aperte zeurpieten

Je hebt als bedrijfsarts te maken met werkelijk allerlei soorten mensen, allerlei soorten bedrijven en allerlei soorten aandoeningen. Sommige bedrijven beschouwen hun personeel als hun grootste kapitaal waar ze zuinig op zijn en waar ze graag investeren in preventie. Andere beschouwen werknemers als wegwerpproducten die snel vervangen moeten worden als er een klein, vaak snel te verhelpen, defect is opgetreden. Je spreekt aperte zeurpieten die zich bij ieder wissewasje ziek melden. Maar je spreekt ook mensen die jou na een harttransplantatie vragen of het alweer veilig is om hun werk op te pakken. Afhankelijk van de bedrijven  en sectoren waar je voor werkt, heb je te maken met alle denkbare aandoeningen. In de bouw en productie industrie zie je vooral veel locomotore klachten, in de transportwereld is er veel rugproblematiek vanwege langdurig zitten. In het onderwijs spelen weer vooral psychische klachten. Voor wie van afwisseling houdt: je kunt je hart ophalen!

Klinische kennis inzetten

Er is nog iets aan mijn werk wat jou denk ik ook erg zal aanspreken: als bedrijfsarts zie ik het als mijn grootste uitdaging om met mijn klinische kennis ingewikkelde vraagstukken te analyseren en deze vervolgens op te knippen in deelproblemen en deeloplossingen. Ik geef je een voorbeeld: een opleider orthopedie heeft chronische schouderklachten en kan hierdoor niet meer goed laparascopisch opereren. Wat ik dan als arts wil weten is: heeft hij zichzelf wel adequaat laten onderzoeken of is dit haastig aan het eind van de dag door een collega gedaan? is hij de overvolle werkweek en alle verantwoordelijkheden na al die jaren moe? Of gunt hij zichzelf simpelweg te weinig hersteltijd op een drukke OK-dag waardoor hij zichzelf structureel overbelast? Of moet hij meer delegeren en zo zichzelf minder overbelasten? Het precieze antwoord hierop hoef ik niet te weten; ik breng vooral de onderhoudende factoren in kaart en leg de regie bij de verzekeraar en de verzekerde. De verzekeringsmaatschappij van de arbeidsongeschiktheidsverzekering kent de kern van de zaak en kan interventies aanbieden om de onderhoudende factoren aan te pakken. Tegelijkertijd krijgt de verzekerde een concreet activerend advies aan om zijn inzetbaarheid te bevorderen.

Zelfstandig bedrijfsarts

De ruimte om problemen te ontrafelen is voor mij een essentieel onderdeel van bedrijfsgeneeskunde. Bij andere specialismen is die ruimte er volgens mij minder. Sinds enige tijd ben ik zelfstandig bedrijfsarts, na eerder bij meerdere arbodiensten te hebben gewerkt. Ik ben nu nog vrijer om mijn eigen tijd en mijn eigen werkzaamheden in te richten. Ik kan bedrijven weigeren die mij als verzuimcontroleur willen inzetten, ik kan mijn eigen werktijden bepalen, ik kan tot op zekere hoogte mijn eigen tarieven bepalen. En, voor mij heel belangrijk: ik kan klanten kiezen die me de ruimte bieden wat langer over een spreekuur te doen, zodat ik de tijd heb om een vertrouwensband met een werknemer te krijgen en om echt goed zicht te krijgen op soms complexe problemen.’


Ook een keer meelopen?

Is je interesse gewekt om bedrijfsarts te worden? Er zijn meeloopdagen door het hele land!

 

 

 

Gertjan Beens: meer preventie, minder dweilen

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Gertjan Beens is sinds 1992 bedrijfsarts. Sinds eind 2017 is hij ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Hij vertelt over zijn loopbaan en zijn bestuurlijke ambities. “Het is zinloos om geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat.”

Wanneer wist je dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Toen ik geneeskunde ging studeren, had ik een vaag beeld over ‘mensen beter maken’. Tijdens de studie vond ik veel interessant. Dat was ook nog zo bij de coschappen. Uiteindelijk was ik toch het meest gericht op gezondheidsvragen in een breder perspectief. Daar kwam ik bij mijn militaire dienstplicht achter. Ik zat bij de Luchtmacht en mijn baas was in opleiding tot bedrijfsarts. Hij gaf me de kans mee te kijken bij anderen. Toen wist ik wat ik wilde. Ik werd aangenomen in Breda, waar ik ging werken als bedrijfsarts, nog zonder opleiding. Nu zou dat ANIOS heten, maar toen werd daar niet zo op gelet. Na een jaar kon ik starten met de opleiding. Vanaf het eerste moment vond ik het vak prachtig. Het ruime blikveld sprak me erg aan. Het werk ging behalve over ziekte en gezondheid ook over communicatie, werkrelaties en bijkomende factoren. Ik keek zowel naar de patiënt als naar diens werkomgeving, kon problemen analyseren en adviseren. Verrijkend!’

Wat is het meest opmerkelijke dat je in je werk als bedrijfsarts bent tegengekomen?
‘Mijn mensbeeld is positief. Iedereen wil betekenisvol zijn en zijn best doen voor zichzelf, collega’s of bedrijf. Van de borrelpraat dat je constant belazerd wordt door mensen die een uitkering willen geloof ik helemaal niets. Al geldt ook hier: de uitzondering bevestigt de regel. Ik heb welgeteld één keer meegemaakt – in 30 jaar praktijk – dat iemand zijn complete ziektebeeld simuleerde. Deze persoon kwam zwalkend binnen, sloeg wartaal uit en liep zwalkend weer naar buiten, ondersteund door familieleden of begeleidende vrienden. De presentatie was consistent, tot diagnosestelling, doorverwijzing en voorgeschreven medicatie aan toe. Toch rook de werkgever onraad, met als bron collega’s en anonieme tips. De werkgever huurde een privédetective in, met James Bond-achtige foto-opnamen en stille achtervolging. Wat bleek? Betrokkene was over de grens bezig een eigen zaak op te bouwen. Hij werd op staande voet ontslagen. Tegelijk kan ik niet anders dan mensen blijven vertrouwen. Vertrouwen is de basis van ons werk.’

In hoeverre is jouw werk als bedrijfsarts in de loop der jaren veranderd?
‘Ik heb me altijd met begeleiding van arbeidsongeschikte mensen beziggehouden. Hierdoor kwam ik met iedereen in contact en kwam ik op allerlei plaatsen binnen bedrijven. Er was in mijn beginjaren nog echt ruimte voor preventie, we deden bijvoorbeeld ook preventief medisch onderzoek en werkplekonderzoek. Omdat ik veel hoorde en wist had ik een zeker mandaat om ook iets te vinden van algemene werkproblemen. Er was ook direct contact met leidinggevenden en eindbazen; de ideale weg om – hoe gering soms ook – invloed uit te kunnen oefenen. Toen de sociale zekerheid midden jaren negentig privatiseerde, verschoof de focus naar verzuimbestrijding. Er was minder aandacht voor preventieve maatregelen en gezondheidsbevordering. Maar ook dat is inmiddels weer gekanteld. Bij de bedrijven waarvoor ik werk – vaak wat grotere klanten die hun werkgeverschap goed willen invullen – is er wel degelijk veel aandacht voor preventie. Ik zie het als mijn uitdaging werkgever en werknemer tot keuzes en actie aan te zetten.’

In hoeverre heb je zelf richting gegeven aan jouw werk en ontwikkeling?
‘Ik heb me altijd gericht op méér dan alleen het probleem in de spreekkamer. En zoek dus ook altijd contact met mensen daarbuiten, of dat nu behandelaars, chefs of eindverantwoordelijken zijn. Het helpt dat ik de helft van mijn werkzame leven managementverantwoordelijkheid heb gedragen. Ik weet dat organisaties niet primair gericht zijn op de gezondheid van hun medewerkers. Er is een bruggetje nodig, een vertaling van organisatiebelangen naar gezondheidsbelangen en inzetbaarheid. Die strategische benadering van gezondheidsmanagement ligt me goed; ik heb hier ook een aanvullende leergang in gedaan. Daarmee blijf ik plezier houden in mijn werk en waarde leveren. Ik kan zo mijn eigen ontwikkeling voortzetten én toepassen in de werkpraktijk.’

Hoe komt iemand op het idee om voorzitter van de NVAB te worden?
‘Haha, heel simpel: niet. Toen de vacature langs kwam dacht ik: jaja, weer een schaap met vijf poten gezocht. Niets voor mij. Maar ik was wel al langer aan het nadenken over een volgende loopbaanstap. Toen ik actief benaderd werd voor het voorzitterschap vielen de puzzelstukjes samen. Ik zie het als een kans en een eer om langs bestuurlijke weg iets terug te doen voor het vakgebied waaraan ik veel te danken heb. We hebben een prachtig vak. Het belang van sociale geneeskunde – gezondheidszorg mét context, en oog op preventie – wordt alleen maar groter. Het is zinloos om eindeloos meer geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat! Vraag mensen wat ze belangrijk vinden in het leven. De kans is groot dat werk en gezondheid in de top vijf staan. Daar dagelijks over mogen adviseren is betekenisvol én belangrijk. Daarom moet dat vak uitgedragen en inhoudelijk uitgebouwd worden. Daarvoor staat de NVAB.’

Hoe wil je als voorzitter bijdragen aan de werving van bedrijfsartsen?
‘We dragen als bedrijfsartsen bij aan de gezondheid van werkende mensen, aan behoud van inzetbaarheid in werk en aan participatie in de maatschappij. Dat zijn zaken van algemeen belang. Die boodschap zal ik actief blijven uitdragen naar iedereen die interesse heeft in ons vak. Tegelijkertijd blijf ik lobbyen voor nieuwe vormen van financiering. We hebben als bedrijfsartsen te weinig financiële armslag. Het is vreemd dat voor opleiding, wetenschappelijke richtlijnontwikkeling en kwaliteitszorg geen middelen beschikbaar zijn, zoals dat bij bijvoorbeeld huisartsen en ziekenhuisspecialisten wel het geval is. Dat is op langere termijn niet houdbaar en niet terecht – juist ook omdat wij als bedrijfsartsen zaken van algemeen belang dienen.’

Inge van der Ende: van vliegerarts tot …bedrijfsarts!

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Als vliegerarts adviseerde ze over een hele grote missie in Tsjaad. En ze is duikerarts. Uiteindelijk is ze bedrijfsarts geworden, omdat ze verbreding en verdieping wilde. Lees hier het verhaal van Inge van der Ende. Een intrigerend carrièrepad!

Wist je altijd al dat je bedrijfsarts wilde worden?
Nee, toen ik afstudeerde als arts wist ik wel meteen al zeker dat ik niet in een ziekenhuis wilde werken. Ik voelde me daar opgesloten, verwijderd van de rest van de wereld. Ik startte mijn carrière als arts bij de Luchtmacht. Daar hield ik me bezig met zowel de curatieve als de bedrijfsgeneeskundige zorg voor militairen. Ook adviseerde ik commandanten over gezondheid bij oefening en uitzending. Omdat ik militair was, moest ik er natuurlijk ook voor zorgen dat ik mijn militaire vaardigheden op peil hield en fit was. Als we meededen aan een oefening moesten wij als artsen ook tenten bouwen, sjouwen met brandstof jerrycans en met z’n allen in een grote tent eten.’

Wat trok je zo aan in het werk als Luchtmacht-arts?
‘Als Luchtmacht-arts kreeg ik te maken met piloten en andere militairen die meevliegen met de vliegtuigen en helikopters. Omdat de arbeidsomstandigheden nogal anders zijn dan gebruikelijk, leert een Luchtmacht-arts van alles over drukverschillen, trillingen, geluid en zuurstoftekort bij werken op hoogte. Dit hoort bij de specialisatie van vliegerarts. Ik vind vooral de fysiologische kant van werken in bijzondere omstandigheden erg interessant. Ik heb me daarom behalve als vliegerarts ook gespecialiseerd als duikerarts.’

Wat is het meest opmerkelijke dat je bent tegengekomen?
‘De leukste ervaring die ik in mijn vak als militair arts heb opgedaan is het adviseren van de commandant van een hele grote missie in Tsjaad. Ik was daar verantwoordelijk voor de gezondheid van de deelnemende militairen. De adviezen betroffen zowel de inrichting van de zorg, maar ook preventie; zorg voor gezond drinkwater, hygiëne, adviezen over inzet bij hitte, het vervoer van patiënten enzovoort. Eigenlijk acteerde ik daar zoals je als bedrijfsarts graag doet: adviseren over de meest gezonde manier van werken in bijzondere omstandigheden.’

Hoe komt iemand op het idee om dan later toch bedrijfsarts te worden?
‘Pas later in mijn carrière heb ik de bedrijfsartsenopleiding gevolgd. Ik wilde graag meer verdieping én verbreding in mijn vak en vond dit volop. Inmiddels werk ik als zelfstandig bedrijfsarts buiten Defensie. Ik vind het mooiste van mijn vak dat ik kijk naar de mens en zijn omgeving en dat ik me daarbij niet hoef te beperken tot dat lichaamsdeel waar de klacht zit. Het is mijn doel om mensen zo goed mogelijk te laten werken, rekening houdend met hun mogelijkheden en beperkingen. Ik voel me op die manier betrokken bij de maatschappij. Omdat ik mijn vak zo mooi vind en graag anderen hierin laat delen, werk ik nu ook als opleider bij de bedrijfsartsenopleiding.’

Ga je de komende jaren nog nieuwe wegen inslaan, in de bedrijfsgeneeskunde of elders?
‘De grootste veranderingen in mijn carrièrepad heb ik wel achter de rug, denk ik. Maar je weet maar nooit; ik houd mijn ogen en oren altijd open voor nieuwe mogelijkheden om me verder te ontwikkelen…’

‘Ik wil de héle mens kunnen zien’

In mijn werk als bedrijfsarts in opleiding heb ik, Leonie Mooyman, ontdekt dat bedrijfsarts een veel breder en uitdagender vak is dan ik vooraf had gedacht. Het is een enorm breed vak met grote maatschappelijke relevantie. Als bedrijfsarts bewaak je dat mensen zo goed en gezond mogelijk aan het werk blijven. En daarmee dat ze kunnen meedraaien in de maatschappij.

Brede insteek, veel variatie

Een van de grootste pluspunten van dit vak is de brede insteek. Ik wil de héle mens kunnen zien, niet alleen zijn aandoening, knelpunt of handicap. Het gaat mij juist om de vraag hoe iemand ondanks de aanwezigheid daarvan zo goed mogelijk kan blijven functioneren. Die benadering zorgt meteen ook voor enorme variatie, want je moet iedere keer opnieuw kijken wat er nodig is. Hoe blijft deze persoon zo goed mogelijk aan de slag? Hoe komt hij maximaal tot zijn recht? In die zin vind ik het steeds weer een verrassing wat de dag brengt.

Ruimte, ondersteuning en begeleiding

Toen ik in 2015 bij Arbo Unie over een opleidingsplek ging praten, was er meteen een klik. Het voelde gewoon goed en dat doet het nog steeds. Hier krijg ik de ruimte om te doen wat ik wil. Maar ook de ondersteuning en de begeleiding die nodig zijn om uit te vinden hoe ik zaken het best aan kan pakken. Naast een vaste studiedag heb ik iedere week anderhalf uur overleg met mijn interne begeleider, dan bespreken we waar ik tegenaan ben gelopen. Dat kan een casus zijn, maar net zo goed een offerteverzoek of adviesvraag. Ik heb gemerkt dat mensen soms heel andere verwachtingen van je hebben dan je denkt. Dan is het ontzettend waardevol om met een ervaren collega te kunnen bespreken hoe je tot een goede afstemming komt.

Meelopen?

Oh ja: je kunt me altijd mailen als je een dagje wilt meelopen!


Leonie Mooyman in het kort

* Bedrijfsarts in opleiding bij Arbo Unie, ambassadeur campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk’
* Focust op: overheids- en semioverheidsinstellingen
* Werkt bij Arbo Unie sinds: 2015
* Heeft ervaren: ‘Ik ontdekte dat bedrijfsarts een veel breder en uitdagender vak is dan ik vooraf had gedacht’


Video

Voel me vrij en verantwoordelijk’

Arbowet: extra steuntje in de rug voor preventie

De nieuwe Arbowet zet in op preventie en samenwerking. Wat is het effect van de wet een jaar na invoering, wat merken bedrijfsartsen er van? Als bedrijfsarts ben ik, Wendel Slingerland, hierover geïnterviewd door Arboportaal Magazine, samen met arbeidshygiënist en veiligheidskundige Hendrik-Jan Hanning.

Veel meer dan een verzuimarts

Het interview bood mij de gelegenheid om te vertellen dat ik blij ben met de nieuwe wet, omdat deze de preventieve rol die ik wil vervullen verder versterkt. Dat is nodig, want er zijn nog altijd werkgevers die de bedrijfsarts puur zien als verzuimarts.  Ze zien alleen de kosten, niet de toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de bedrijfsarts bij preventie. Terwijl investeren in preventie uiteindelijk natuurlijk veel meer oplevert. Zoals ik in het interview ook al heb gezegd: wat dat aangaat is het hier soms net Afrika, waar ik enige tijd gewoond en gewerkt heb. Daar kijken ze ook niet verder dan vandaag.

Meer weten?

Het volledige artikel vind je hier.


Eerdere blogs

Innerlijk gepensioneerd
Onmisbaar
Stress moet je niet managen, stress moet je laten
Hoe Wendel bedrijfsarts werd

Nieuwe ambassadeur: Marchien Beugelsdijk

Met Marchien Beugelsdijk heeft de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’er opnieuw een ambassadeur bij. Marchien werkt bij arbodienst BlijWerkt en is gestart met de opleiding tot bedrijfsarts. Ze wil graag meer studenten geneeskunde en beginnende artsen enthousiasmeren voor het vak. Haar motto: Kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen. Heb je vragen over de aard van het werk, stel ze dan via haar LinkedIn-profiel. Wil je een keertje met haar meelopen in de regio Leiden/Sassenheim/Voorhout om het vak beter te leren kennen? Stuur haar een mail. Dan kijkt ze wat mogelijk is!

College!

Of ik, Madelijn de Kleine, als ambassadeur van het vak bedrijfsgeneeskunde, een college wil geven op het LUMC. Natuurlijk! Zo gezegd, zo gedaan. Het voelde bijna als jeugdsentiment om weer in de collegebanken te zitten. Collegezalen die voor mij zoals ze nu zijn meer op gemeenteraadszalen lijken dan wat ik mij nog herinnerde (word ik dan toch al oud met m’n luttele 40 jaar…) en aan het einde van de middag nog helemaal vol zaten. Allemaal eigen microfoontje, iedereen netjes met laptop voor zich. Met bij de meesten keurig het collegedictaat erop, wat ik vanaf de bovenste rij, vanaf grote hoogte, voordat mijn college begon, goed kon zien. Er werd actief geleerd!

Leven patiënt buiten het ziekenhuis

Het was leuk om als ambassadeur van het vak bedrijfsgeneeskunde te worden uitgenodigd om aan te sluiten bij een college met als gast een patiënt met DM II. Om de studenten na het specialistische anamnestische deel door de endocrinoloog mee te nemen in het leven van de patiënt buiten het ziekenhuis. Om met elkaar en met de zaal in gesprek te gaan over de invloed van een ziekte op je leven, je functioneren, en wat de ziekte betekent voor jezelf in de uitvoering van je werk en je werkomgeving.

Het volledige perspectief

Dank voor de uitnodiging door de betreffende collega endocrinologie en de collega van sociale geneeskunde. Ze zien in dat het belangrijk is om in de opleiding geneeskunde het volledige perspectief te behandelen van ‘het behandelen van de ziekte en het functioneren met een ziekte’. Kortom, collega’s die het belang zien van een goede samenwerking tussen de curatieve geneeskunde en de bedrijfsgeneeskunde.

Wat ik zelf heb geleerd

Ik hoop natuurlijk dat ik de studenten een blik op ons mooie vak heb kunnen geven,. Maar ik heb zelf ook het nodige geleerd en ingezien:
1. De endocrinoloog heeft een leuk coschap bedrijfsgeneeskunde gehad tijdens haar opleiding en heeft mede hierdoor geleerd wat de meerwaarde van werk voor mensen is en wat hierbij de ondersteuning van de bedrijfsarts kan zijn.
2. De endocrinoloog praat met haar patiënten zelf ook over werk en de invloed van de ziekten op het werk. Dit maakte dat de aansluiting tijdens het college prettig verliep.
3. Het werd mij bij het binnenlopen van de collegezalen meteen duidelijk waarom ik niet heb gekozen voor een klinisch vak maar voor bedrijfsgeneeskunde. Weg uit de hiërarchie, uit het dagelijkse stramien van de kliniek en de SPSS. Werken in bedrijven waar ‘de mensen’ elke dag hun ding doen, waar ook mensen komen die niet ziek zijn. Werken met iedereen. En dan door een week heen ook nog bij verschillende bedrijven. Wat een verademing was en – zoals ik in de collegezaal voelde – voor mij nog steeds is. Ik doe gewoon mijn werk en tijdens mijn loopbaan trekt een groot deel van wat er gebeurt in Nederland aan mij voorbij. Met steeds andere en nieuwe uitdagingen én leuke contacten.
4. Willen we ons vak goed neerzetten dan zullen we op de universiteit zelf het voortouw moeten nemen, zelf de colleges moeten regelen en daarbij onze collega’s uit de curatieve sector vragen om aan te sluiten.

Eerste indruk is een daalder waard!

Nogmaals dank voor de collega’s die mij als ambassadeur het podium gaven, maar het inhoudelijk sterk en sexy neerzetten van de bedrijfsgeneeskunde is ook onze eigen verantwoordelijkheid. Hoe we dat kunnen doen? Het vak traumatologie sprak velen aan door de spectaculaire foto’s die we te zien kregen. Niet de foto’s waarop te zien was hoe een dag van een specialist verloopt op de poli. Daarom moeten we in beeld brengen wat het betekent om met obesitas te werken in de zorg, wat het betekent om ernstige eczeembeschermende kleding te dragen, wat het betekent om met een OCS als boekhouder te werken, wat het betekent om de diagnose epilepsie te krijgen als je beroepschauffeur bent. Daarom moeten we beeld brengen hoe we deze medewerkers hierbij kunnen ondersteunen. De eerste indruk is een daalder waard, ook bij bedrijfsgeneeskunde!


Studenten & faculteiten: opgelet!

Madelijn wil als ambassadeur graag over haar vak vertellen. Bijvoorbeeld in de vorm van een gastcollege. Ook maakt ze graag tijd vrij voor een gesprek over het vak. Interesse? Mail Madelijn.


Blogs & video’s

‘Continu je voelsprieten uitzetten in een bedrijf’
Pleidooi: meer onderwijsruimte, betere coschappen
‘Het beste van twee werelden’ (video)