Even geen events & meeloopdagen? Maak belafspraak!

De ambassadeurs van Bedrijfsarts worden. Het betere werk! staan altijd klaar om mensen met interesse in bedrijfsgeneeskunde verder te helpen. Ze zijn aanwezig bij carrière-events voor geneeskundestudenten, houden gastcolleges en zijn beschikbaar voor meeloopdagen.  In deze Coronaperiode vervallen dit soort contactmogelijkheden grotendeels. Maar: de mogelijkheid om vragen te kunnen stellen over de opleiding en over het vak is er ook nu wel degelijk. Stuur een mail naar een van deze bedrijfsartsen en maak een belafspraak. Gewoon bellen, videobellen – het kan allemaal!

Ik wil graag een gesprek!

Stuur een mail naar ambassadeur Femke van Leeuwen
Stuur een mail naar ambassadeur Jeffrey Schaap
Stuur een mail naar ambassadeur Stefan van Vuuren
Stuur een mail naar ambassadeur Leonie Mooyman
Stuur een mail naar ambassadeur Christiaan Mollema 
Stuur ene mail naar ambassadeur Janneke Valk
Stuur een mail naar ambassadeur Erik-Jan van Wijhe

‘Het vak zo leuk maken als je maar wilt’

Met Suzanne Driessen verwelkomen we een nieuwe ambassadeur voor het vak bedrijfsgeneeskunde. Voor haar is de charme van haar werk als bedrijfsarts dat ze op allerlei plekken komt. ‘Ik neem een kijkje in de keuken bij veel verschillende bedrijven en verdiep me in alle processen om hen zo goed mogelijk te kunnen adviseren. Daarmee help ik werknemers naar hogere niveaus van duurzame inzetbaarheid, op mentaal, fysiek én sociaal niveau. Dat vind ik heel belangrijk. Net als het preventief bezig zijn binnen mijn vakgebied om verzuim te voorkomen.’

Doorgroeimogelijkheden

Suzanne werkt als bedrijfsarts bij Healthcare. Ze haalt niet alleen veel voldoening uit het verder helpen van werkenden, maar vindt ook de doorgroeimogelijkheden erg fijn. De mogelijkheid om je binnen de bedrijfsgeneeskunde verder te specialiseren – in bijvoorbeeld oncologie of longgeneeskunde – betekent voor haar dat het werk nooit saai zal worden. ‘Je kunt het vak zelf zo leuk maken als je maar wilt, zeg ik altijd.’ Woon je in of nabij Venlo en wil je meer te weten te komen over het vak? Mail dan Suzanne voor een (bel)afspraak of meeloopdag!

Corona: bedrijfsartsen dé adviseur op de werkvloer

Op 4 maart plaatsten wij een nieuwsbericht over de rol van de bedrijfsarts bij de uitbraak van COVID-19. Op dat moment was het virus bij 24 mensen aangetroffen in Nederland. Inmiddels is het aantal positief geteste mensen in ons land opgelopen naar 38.802 (29 april 2020). De virusuitbraak had vanaf het begin directe gevolgen voor zorgverleners, ook voor bedrijfsartsen. De bedrijfsarts werd stante pede adviseur over de preventie van de virusverspreiding op de werkvloer. Met maatwerkoplossingen helpen bedrijfsartsen sindsdien werkgevers en werknemers om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Ook adviseren ze sinds de uitbraak bedrijven hoe ze het werk, als dat mogelijk is, op een veilige manier door kunnen laten gaan. De bedrijfsarts is feitelijk een COVID19-vraagbaak voor werkend Nederland geworden, door zelf adviezen uit te brengen of door professionals naar de juiste deskundigen door te verwijzen. De afgelopen weken, waarin de ‘intelligente lockdown’ zich ontwikkelde tot het ‘nieuwe normaal’ hebben bedrijfsartsen hun rol verder verbreed, met name in de samenwerking tussen bedrijfsartsen en in de multidisciplinaire samenwerking tussen zorgverleners.

Kennisbundeling arbeidsgerelateerde zorg

‘Alleen samen krijgen we het coronavirus onder controle’. Dat is de kernboodschap van de Rijksoverheid over de landelijke aanpak van COVID-19. Deze boodschap richt zich nadrukkelijk ook op zorgverleners binnen het domein arbeid en gezondheid. Na de intelligente lockdown werden al snel bijeenkomsten van bedrijfsartsen, zoals die van de beroepsvereniging NVAB, geannuleerd. Toch zijn veel meetings op alternatieve manieren doorgegaan, bijvoorbeeld via beeldbellen, vanwege het belang van onderlinge kennisdeling en samenwerking tussen bedrijfsartsen. Ook het snel en adequaat delen van kennis met andere deskundigen, zoals arbeidshygiënisten, is in deze periode belangrijker dan ooit. Bedrijfsartsen werken momenteel extra intensief samen met andere deskundigen en beroeps- en brancheverenigingen voor bedrijfsgezondheidszorg. Zo dragen verschillende kennispartners, waaronder bedrijfsartsen, bij aan kennisnieuwsbrieven over COVID-19 en arbeidsgerelateerde zorg.

Triage, melding en testbeleid

Ander goed voorbeeld van multidisciplinaire samenwerking is de samenwerking bij het testbeleid voor zorginstellingen. Triage, aanmelding en aanvraag van testen zijn hier in de ogen van GGD-en reguliere werkzaamheden van bedrijfsartsen. In deze Coronatijd bieden bedrijfsartsen deze diensten daarom ook proactief aan bij zorgklanten. Ook spelen bedrijfsartsen een rol bij het ontwikkelen van het testbeleid. Zo werkten OVAL en de NVAB mee aan het landelijke testbeleid van GGD GHOR, de belangenvereniging van de 25 GGD-en.

Kortom, ook in het domein arbeid en gezondheid wordt er hard gewerkt om het virus onder controle te krijgen. Wil je meer weten over de rol van bedrijfsartsen daarin? Bekijk dan ook de themapagina van de NVAB.

Corona: wat doe je als bedrijfsarts?

In december 2019 breekt het nieuwe coronavirus (COVID-19) uit in China. Nu trekt het virus ook Europa binnen en heeft het inmiddels Nederland bereikt, waar het (op het moment van schrijven, 4 maart, red.) bij 24 mensen is aangetroffen. Allerlei instanties houden ons constant op de hoogte van hoe het virus zich ontwikkelt en adviseren waar we op moeten letten om te achterhalen of we het virus hebben opgelopen. Voor professionals die zich bezighouden met arbeid & gezondheid is online ook steeds meer informatie te vinden. De NVAB wijst de weg met een overzicht van betrouwbare bronnen; OVAL heeft een reeks vragen en antwoorden ontwikkeld. Wat is het effect van het virus op werkend Nederland? Wat is de rol van arbodiensten en bedrijfsartsen bij het coronavirus?

Maatwerk & dialoog

Dat het coronavirus in Nederland is aangetroffen was groot nieuws. Hulpverleners en zorginstanties waren voorbereid en reageerden direct. Naast informatievoorziening ging ook de diagnosestelling direct van start. Daarbij spelen vooral huisartsen en GGD’en een grote rol, zoals OVAL ook aankaart, en daar kun je als bedrijfsarts weinig in betekenen. Toch ga je als bedrijfsarts ook meteen aan de slag met het virus, namelijk door te adviseren over preventie. In die adviserende rol ga je de dialoog aan met jouw klanten: werkgevers. Je begint met het aankaarten en uitleggen van de standaard maatregelen. Volgens OVAL zijn de drie belangrijkste maatregelen:

  • Was je handen regelmatig met zeep en water of gebruik desinfecterende handgel op basis van alcohol.
  • Hoest en nies in de binnenkant van je elleboog.
  • Gebruik papieren zakdoekjes of tissues en gebruik deze slechts één maal.

Daarna kijk je of er meer mogelijk is, waarbij je rekening houdt met de aard van de organisatie. In gesprek met de werkgever zoek je naar bedrijfsspecifieke preventieve maatregelen. Maatwerk dus, waarbij de dialoog met de werkgever heel belangrijk is. Je hebt het bijvoorbeeld over een ‘begroeten-zonder-aanraking’-beleid. Daarbij toon je ook het belang van communicatie aan: niet alleen medewerkers, maar ook klanten moeten geïnformeerd worden over het beleid. Zijn medewerkers vaak onderweg voor hun werk, bijvoorbeeld om met klanten te overleggen? Dan kun je ook alternatieven overwegen om fysiek contact geheel te vermijden, zoals telefonisch overleg of via Skype.

 

Signaleren en reageren

Het doel van al deze preventieve maatregelen is om besmettingsrisico’s te verkleinen. Toch kun je besmetting nooit 100% uitsluiten. Als bedrijfsarts adviseer je daarom werkgever én werknemers om alert te blijven op de volgende gezondheidsklachten: koorts in combinatie met luchtwegklachten, zoals hoesten, kortademigheid of longontsteking. Nu wil niemand een risico zijn voor hun collega’s, dus kunnen vermoedens soms schuldgevoelens of schaamte oproepen – een drempel om de klachten kenbaar te maken. Ook hierom is de open sfeer op de werkvloer van groot belang, zodat medewerkers zich niet bezwaard voelen om klachten te bespreken. Daarnaast is het belangrijk dat de werkgever weet wat de juiste handelingen zijn. Wanneer een medewerker vermoedt dat hij besmet is, is het belangrijk dat die diegene naar huis gaat en telefonisch contact opneemt met de huisarts. Ook adviseer je de werkgever nog geen verdere maatregelen te nemen, totdat het oordeel van de huisarts en GGD bekend is.

Vragen beantwoorden

De werkgever zelf zal ook vragen hebben. Het is aan jou, als bedrijfsarts, om deze zo goed mogelijk te beantwoorden of de werkgever door te verwijzen naar de juiste deskundigen. Een voorbeeld van een veelgestelde vraag is: ‘wat als een medewerker recent is teruggekeerd uit een besmette regio?’ Bij dit soort vragen, maak je gebruik van de adviezen van andere instanties. Het RIVM adviseert dat, zolang deze medewerker geen gezondheidsklachten heeft, het niet nodig is om deze persoon van het werk te weren. Daarom leg je uit dat de medewerker gewoon weer aan het werk kan.

Je kunt wel proactief adviseren om een vrijwillige quarantaine te overwegen. Daarmee verminder je besmettingsrisico’s. Je legt uit hoe zo’n quarantaine werkt. Door twee weken thuis te werken kan de medewerker ontdekken of er symptomen verschijnen, zoals koorts of luchtwegklachten en hoesten. Na twee weken nog steeds geen klachten? Dan kan deze persoon veilig weer terugkeren naar de werkvloer. Wanneer de medewerker in kwestie wel klachten krijgt, dan moet diegene uiteraard contact opnemen met de huisarts.

Ziek?

Mocht er toch een medewerker ziek worden van het coronavirus, dan moet diegene de adviezen van de huisarts en GGD opvolgen. Als bedrijfsarts ga je dan in gesprek met werkgever om uit voorzorg maatregelen te overwegen. Je kunt bijvoorbeeld adviseren dat andere medewerkers ook in quarantaine thuis gaan werken, om na te gaan of de zieke collega het virus aan hen heeft overgedragen. Het is daarbij belangrijk om een goede balans te vinden., omdat je er tegelijkertijd voor wilt zorgen dat essentiële werkzaamheden niet stil komen te liggen. Dus kijk je welke werkzaamheden verschoven of vanuit huis gedaan kunnen worden en voor welke werkzaamheden vervanging noodzakelijk is. Het liefst heb je dit van tevoren al besproken en opgenomen in een noodplan, zodat wanneer ziekte daadwerkelijk voorkomt, de transitie zo efficiënt mogelijk verloopt.

Herstellen

Daarna is het aan onze andere collega’s in de zorg, huisartsen, GGD’s en ziekenhuizen, om zorg te verlenen aan de zieken. De hersteltijd verschilt daarbij enorm. Sommige mensen voelen zich na enkele dagen weer fit, maar wanneer iemand in het ziekenhuis is opgenomen is er over het algemeen meer tijd nodig om te herstellen. Dat kan soms enkele weken duren. De klachten zijn vergelijkbaar met die van een hevige griep, waardoor na het genezen een re-integratietraject niet per se nodig is.

Meer weten over het coronavirus? Bekijk dan dit bronnenoverzicht van de NVAB of de protocollen van OVAL.

Glimlach

Maandag kreeg ik een mail van een arbeidsdeskundige met wie ik frequent samenwerk. Voor de gelegenheid zal ik hem Sjaak noemen. In de mail vraagt Sjaak of ik hem de volgende dag wil bellen over een vraag van een gezamenlijke klant. Ik ben een volgzaam type. Daarom bel ik hem de volgende dag meteen op, zodra ik wat eerder klaar ben met een consult. Nu is het geen straf om met Sjaak te overleggen. We hebben vaak constructieve gesprekken, leren van elkaar en kunnen samen goed relativeren over de werknemers en werkgevers die wij bedienen. En heel eerlijk: soms lucht dat echt op!

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Sjaak steekt van wal en begint over mevrouw X, die een zeer hoog verzuim heeft. ‘Ik sprak de personeelsadviseur. Zij wil een aanvraag indienen bij UWV voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst en gaf aan dat jij ook mijn input daarbij wilde. Wat is het verhaal?’ Ik vertel hem dat het best een lastige casus is. Mevrouw valt inderdaad extreem veel uit voor haar werk. Twee keer was er sprake van langdurig verzuim, waarbij ziekte het verzuim in ieder geval ten dele verklaart. Voor het overige blijft het bij frequente periodes van enige weken. Steeds is er wat. Ik heb haar verschillende keren preventief op het spreekuur gezien, maar steeds op het moment dat ze eigenlijk alweer volledig aan het werk was. ’Gaat moeilijk worden’, zegt Sjaak, “het staat of valt bij de medische objectiveerbaarheid.” We bedenken samen de mogelijke stappen die de werkgever zou kunnen zetten om hier beweging in te krijgen. Om het af te ronden spreken we af dat hij een adviesmail stuurt aan de personeelsadviseur en dat ik nog even niks doe. Ik werk tenslotte volgens het Eigen Regie model, waarbij de werkgever verantwoordelijk blijft.

Arbeidsdeskundig onderzoek

Nu ik je toch aan de lijn heb,” zegt Sjaak, ‘ik heb weer twee aanvragen liggen voor arbeidsdeskundige onderzoeken van mensen die jij begeleidt.’ Het gaat om twee mensen waarbij ik heb geadviseerd om een arbeidsdeskundig onderzoek in te zetten.

Herstellen van hersenletsel

Dus begint Sjaak met de eerste case. Het gaat over een meneer die nu bijna een jaar verzuimt, nadat hij door een ongeval hersenletsel heeft opgelopen. Daardoor doet hij nog steeds slechts mondjesmaat thuis wat dingen. Het letsel is op zich medisch objectiveerbaar. Het langdurige en enorm trage herstel is lastiger te objectiveren. ‘Ik denk dat de beperkingen reëel zijn’, zeg ik, ‘maar ik denk dat er ook nog wel iets zit in de arbeidsverhoudingen. Voor zover ik van hem begrijp is er geen belangstelling vanuit de werkgever.’ ‘Hm, dat punt zal ik dan in ieder geval ook meenemen in mijn gesprek met de werkgever,’ concludeert Sjaak, ‘En verder denk ik dat ik *daar en daar* op zal uitkomen, gegeven zijn leeftijd en achtergrond.’

Stemproblemen

‘Dan heb ik nog die docent met stemproblemen!” O ja. Best sneu verhaal. Cystes op de stembanden die operatief door de KNO-arts verwijderd werden met de belofte dat het daarna wel weer goed zou komen. Meneer had verder geen advies meegekregen over belasting van de stem na de operatie. Daarom was hij al vrij snel weer volledig aan het werk gegaan. Vervolgens ontdekte hij dat het niet ging en dat zijn stem beperkt bleef. Enige tijd tobben met logopedie, oefeningen en een periode lang de stem niet belasten, bleek geen verbetering te brengen. ‘Dokter, ik kan mijn werk echt niet anders doen! Ik moet mijn verhaal goed en enthousiast aan de leerlingen kunnen vertellen!’ Sjaak vertelt me over een vergelijkbare casus die hij heeft gehad en hoe dat afgelopen is. ‘Ik ga ermee aan de slag!’ zegt hij, nadat we nog even samen bedacht hebben dat hij met werkgever en werknemer zal bespreken of spraakversterking kan worden geregeld.

Het belang van samenwerken

Met een glimlach hang ik op. Leuk om zo samen te werken. Om zo te kunnen sparren over beperkingen en mogelijkheden. Hoewel ik mezelf erop betrap dat het minder onbevangen gaat dan vóór de toestanden over privacy. Ja, die bewustwording is op zich prima. Toch hoop ik dat er ruimte blijft om in alle openheid met elkaar – en dan bedoel ik werknemer, leidinggevende, arbeidsdeskundige en eventuele andere kerndeskundigen – te kunnen brainstormen over beperkingen. Het doel daarbij is altijd om samen tot de beste mogelijkheden en oplossingen te komen. Die openheid in teamverband is essentieel om goed te kunnen adviseren over duurzame inzetbaarheid.

Geweldige tip van mijn patiënt!

Op doorreis door Frankrijk stopten wij afgelopen zomer voor de verandering eens niet op de overvolle parkeerterreinen langs de snelweg voor de broodnodige pauzes. In plaats daarvan sloegen wij af bij de bordjes met daarop “Village Étappe”. Vlak langs de Franse A20 liggen leuke dorpjes en stadjes met dit label die van alles te bieden hebben aan reizigers op doorreis: goede eetgelegenheden, prima overnachtingsplekken en altijd een garage.

Zo werden de lange autoritten afgelopen zomer opeens een stuk relaxter dan voorheen. En dat vonden mijn zoontjes ook. Zij spelen onderweg heel wat liever op een pittoresk dorpspleintje dan tussen de auto’s en overvolle prullenbakken naast een tankstation.

Tijd en aandacht

Van wie ik deze tip kreeg? Van een patiënt. Eén van de grootse pluspunten aan het vak van bedrijfsarts vind ik de hoeveelheid tijd die je hebt voor de mensen die je begeleidt. Door de ruime spreekuurtijd maar ook omdat je ze gedurende een langere periode blijft volgen. Zo krijg je als arts de ruimte om niet alleen iemands ziektebeeld maar ook de mens daarachter te leren kennen. En dan heb je het dus ook wel eens over zomervakanties en lange autoritten.

Iets aan elkaar meegeven

Ik hoop als arts iets mee te kunnen geven aan de mensen die ik behandel maar omgekeerd neem ik dus ook dingen van hen mee. Al is het maar een kleine tip; onze autoritten tijdens de zomervakantie zullen er voortaan een stuk aangenamer door zijn.

Bedrijfsartsen: nieuwe generatie, nieuwe kansen

Stefan van Vuuren (aios bedrijfsgeneeskunde bij Zorg van de Zaak en ambassadeur van Bedrijfsarts worden) heeft een duidelijke visie op de toekomst van het vak. Dat er verandering nodig is. Dat de focus minder op verzuimbegeleiding en meer op preventie moet liggen. De dialoog tussen werkgever en -nemer moet centraal staan. De bedrijfsarts moet geconsulteerd worden bij een medische vraag, niet uit een wettelijke verplichting. Stefan vertelt hierover in zijn artikel ‘Nieuwe generatie, nieuwe kansen‘, recent gepubliceerd in het Tijdschrift voor bedrijfs- en verzekeringsgeneeskunde (TBV). Hij vertelt welke stappen volgens hem nodig zijn om het vak klaar voor de toekomst te maken.

Bedrijfsartsen bereikbaar voor alle werkenden

Stefan: “Bedrijfsartsen zijn experts op het gebied van werk en gezondheid. Zij zetten zich in om de Nederlandse beroepsbevolking gezond te houden en beroepsziekten en arbeidsgerelateerde ongevallen te voorkomen, zodat mensen na hun werkzame leven van hun pensioen kunnen genieten. Dat lukt niet als bedrijfsartsen zich alleen maar richten op ziekteverzuim.” Volgens Stefan moeten bedrijfsartsen terugkeren naar de kern van hun werk: het faciliteren van duurzame inzetbaarheid. Daarvoor moet de rol en houding van bedrijfsartsen veranderen. “Bedrijfsartsen moeten zich in een positie plaatsen waarin zij bereikbaar zijn voor alle werkenden en hun hulpvraag centraal stellen.”

Bedrijfsartsentekort

Idealiter kunnen bedrijfsartsen zich inzetten voor de volledige beroepsbevolking, maar door het tekort aan nieuwe bedrijfsartsen lijkt dat nog onmogelijk. De beroepsbevolking groeit, maar het aantal bedrijfsartsen daalt. Stefan concretiseert in het artikel een aantal oplossingen om het tekort aan te pakken. Naast taakdelegatie en taakherschikking, waar afgelopen jaren veel over is nagedacht, gelooft hij dat het nodig is om ook naar de kern van het probleem te kijken. De grote vraag voor bedrijfsartsen komt namelijk voort uit de wettelijke verplichting dat bedrijfsartsen na 6 weken verzuim ingeschakeld moeten worden. Stefan: “Ik vind dat de wettelijke verplichting van verzuimbegeleiding moet worden afgeschaft. Het gesprek tussen werkgever en werknemer en onderling vertrouwen moet centraal staan na een ziekmelding.” Hij verwacht dat, door de hulpvraag centraal te stellen, de werkdruk zal verminderen en bedrijfsartsen efficiënter kunnen ondersteunen bij ziekteverzuim.

De nieuwe generatie

“De komende generatie bedrijfsartsen kan van meer toegevoegde waarde zijn voor de maatschappij,” stelt Stefan. “Dit kan echter alleen als de beroepsgroep op de eigen positie durft te reflecteren. Doorgaan op de huidige manier is in mijn optiek de doodsteek voor het vak.”

“Durven veranderen, minder verzuimbegeleiding, meer preventieve activiteiten, zal het vak klaar maken voor de toekomst.”

Meer over dit onderwerp?

Lees het volledige artikel. Of deze blog, waar Stefan ook de discussie over dit onderwerp aangaat.

Bedrijfsgeneeskundige zorg voor iedereen?!

Wat zijn de belangrijkste taken van een bedrijfsarts? Het gezond houden van werkende mensen, het voorkomen van beroepsziekten en arbeidsgerelateerde ongevallen en zorgen dat mensen na hun werkzame bestaan van hun pensioen kunnen genieten. Ofwel: werken aan duurzame inzetbaarheid voor de gehele beroepsbevolking. Ondanks dit hogere doel zijn bedrijfsartsen nog steeds heel veel bezig met verzuim. Zij richten zich hierbij op de zieke werknemer; grofweg 5% van de beroepsbevolking.

Meer preventie nodig

We zouden nog veel meer bijdragen aan duurzame inzetbaarheid als we ons als bedrijfsartsen ook actief richten op de grote meerderheid, de niet-verzuimende 95%. Door arbeidsgerelateerde spanning te helpen voorkomen. Door de werkvloer op te gaan en daar incidenten (zoals met chroom-6) te voorkomen. Kortom, door meer in te zetten op preventie, iets waar we als bedrijfsartsen al langer naar streven, maar wat in de praktijk nog steeds te weinig wordt waargemaakt. Aan visie ontbreekt het ons niet als beroepsgroep. Ook de politiek heeft ons het mandaat gegeven om elke werkvloer te betreden.

Te weinig bedrijfsartsen

Waarom storten we ons toch nog niet massaal op preventie? Dat heeft vooral te maken met de grote hoeveelheid werk. In het derde kwartaal van 2019 hadden 9 miljoen mensen in Nederland betaald werk. Er is daardoor enorm veel vraag naar bedrijfsartsen, zowel voor het begeleiden van zieke werknemers, als voor het leveren van advies en ondersteuning bij preventie. Tegelijkertijd neemt het aantal bedrijfsartsen af, ondanks de toename van artsen die starten met de opleiding tot bedrijfsarts. Ook beroepsvereniging NVAB uit zorgen over de instroom van nieuwe bedrijfsartsen, naar aanleiding van het recente Capaciteitsplan. Daaruit blijkt dat er jaarlijks 250 nieuwe bedrijfsartsen nodig zijn om aan de toekomstige behoefte van werkend Nederland te blijven voldoen. Nu zijn dat er ongeveer 100 per jaar. Om dat tekort te ondervangen is de laatste jaren goed nagedacht over taakdelegatie en taakherschikking, zodat andere vakbekwame professionals bepaalde taken van de bedrijfsarts kunnen overnemen.

Wettelijke verplichting, concrete hulpvraag

Gaat dat het probleem oplossen? Deels, maar ik denk dat we op zoek moeten naar de kern van het probleem. Waar komt de grote vraag naar bedrijfsartsen vandaan? Er is een wettelijke verplichting voor werkgevers om hun personeel een bedrijfsarts te laten consulteren als zij meer dan 6 weken ziek zijn. Daarna is protocollair vastgelegd hoe vaak wij minimaal de werknemer moeten zien. Helpt dit bij het behalen van ons doel, het duurzaam inzetbaar houden van de Nederlandse beroepsbevolking? Vast en zeker, maar ik wil hier graag een stap verder denken: wat gebeurt er als de wettelijke verplichting van verzuimbegeleiding verdwijnt? Als het gesprek tussen werkgever en werknemer en onderling vertrouwen centraal komen te staan na een ziekmelding? Als mensen enkel nog de bedrijfsarts consulteren bij een concrete hulpvraag, bijvoorbeeld omdat werkgever of werknemer nog vragen heeft of als een werknemer niet wil bespreken wat hem of haar mankeert, een recht dat uiteraard behouden moet blijven?

Aan de slag voor álle werkenden

Als de wettelijke verplichting verdwijnt, zal de werkdruk afnemen. Ook de effectiviteit van het consult zal hierdoor sterk toenemen. Bedrijfsartsen krijgen extra tijd om zich te richten op hun echte taak: zorgen voor duurzame inzetbaarheid voor alle werknemers. Ze kunnen hierdoor ook nog eens hun scope verbreden en er voortaan ook zijn voor werkenden die nu geen recht hebben op bedrijfsgeneeskundige zorg, zoals studenten en ondernemers. Deze mensen kunnen zich nu enkel richten tot de huisarts, en dat is nu eenmaal geen expert in relatie tussen werk en gezondheid.

De bedrijfsarts midden in de maatschappij.

Gedachte-experiment

Ik weet het, het zijn reuzenstappen die ik zet. De wet zou er zelfs voor aangepast moeten worden. Maar het gedachte-experiment blijft mij intrigeren: moet een bedrijfsarts louter werken voor de werknemer van een bedrijf? Of hoort de bedrijfsarts net als de huisarts, midden in de maatschappij te staan, als steun en toeverlaat voor iedereen die wil werken en kan werken? Wat vind jij?

______________________________________________________________________

Deze blogpost werd geschreven door Stefan van Vuuren, arts in opleiding tot bedrijfsarts bij Zorg van de Zaak en ambassadeur van Bedrijfsarts worden.

Lees ook zijn recente artikel voor het TBV over dit onderwerp: ‘Nieuwe generatie, nieuwe kansen‘.

Totale knieprothese: advies bedrijfsarts weegt zwaar

WETENSCHAP – Bedrijfsarts worden is één ding, bedrijfsarts blijven is een tweede. ‘Is dat vak na tien jaar nog steeds leuk?’ vraag je je misschien af. Jazeker, bedrijfsgeneeskunde blijft in beweging, zeker ook op wetenschappelijk gebied. Om dat te laten zien, geven we hier regelmatig een inkijkje in recent onderzoek. Dit keer: welke factoren ervaren kniepatiënten als herstelbelemmerend of -bevorderend in de werkhervatting na een totale knieprothese?

Het aantal patiënten met een knieprothese zal de komende jaren in Nederland flink toenemen. Dit komt onder andere door de toename van het aantal mensen met overgewicht. Een totale knieprothese (TKP) is een succesvolle operatie voor het verminderen van de pijn bij artrose in de knie. Veel patiënten kunnen na de operatie niet meer aan het werk. Met name ‘jonge’ knieprothesepatiënten vinden het belangrijk om na de operatie wel weer snel aan de slag te kunnen gaan. Daarom is er onderzoek uitgevoerd naar de kenmerken van effectieve zorg voor terugkeer naar het arbeidsproces. Wat zijn belemmerende en bevorderende factoren voor werkhervatting?

Herstelbevorderende en -belemmerende factoren

Om dit vast te stellen zijn dossiers bekeken van 15 bedrijfsartsen bij werkende patiënten die tussen 2013 en 2015 werden geopereerd voor een TKP. Patiënten gaven de onderzoekers toestemming de tijd tot terugkeer naar werk uit het dossier te halen. Op basis hiervan is onderscheid gemaakt tussen twee groepen: werkhervatting binnen zes maanden na de TKP en werkhervatting langzamer dan zes maanden na de TKP. De kniepatiënten kregen hierop een vragenlijst toegestuurd, waarin hen werd gevraagd naar 12 belemmerende en 12 bevorderende factoren bij de werkhervatting.

Positief advies bedrijfsarts draagt bij aan snelle werkhervatting

Het onderzoek resulteerde in antwoorden van 20 kniepatiënten, van wie de gemiddelde leeftijd 58 jaar was. 11 van hen waren binnen zes maanden weer volledig aan het werk, de rest was langer dan zes maanden bezig tot volledige werkhervatting. Bevorderende factoren voor werkhervatting zijn volgens de patiënten een positief advies van de bedrijfsarts en de orthopeed en een goed verlopen operatie. Belemmerende factoren zijn bijvoorbeeld symptomen van ongunstig herstel, zoals een gezwollen knie en verminderde flexibiliteit in het been. Ook een hoge verwachting voor het herstel werd als belemmerende factor ervaren. Voor bedrijfsartsen is vooral van belang dat al voorafgaand aan de operatie goed gepraat wordt over werkhervatting en eventuele hersteltijden. Dit draagt volgens patiënten zeker bij aan het herstel en de mogelijke werkhervatting.

Podcast: Het verhaal van Stefan

Stefan van Vuuren twijfelde over een specialisatie in psychiatrie of urologie, maar maakte uiteindelijk de overstap naar bedrijfsgeneeskunde. Waarom? Met mensen in gesprek gaan gaf hem de meeste voldoening. In de eerste aflevering van de podcast ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ vertelt Stefan over zijn drijfveren en zijn keuze voor het vak. Samen met instituutsopleider Inge van der Ende (SGBO) vertelt hij over het veelzijdige beroep en over de opleiding.

Ik help nu mensen om het beste uit zichzelf te halen’

De tijdlijn (bookmarks):

  • 00.00 – Introductie “Welkom bij Het Betere Werk”
  • 00.15 – Introductie sprekers: Stefan van Vuuren, aios bedrijfsgeneeskunde, en Inge van der Ende, instituutsopleider
  • 00.27 – “Wanneer ik wist dat ik bedrijfsarts wilde worden…” – Stefan over zijn keuze voor het vak.
  • 04.46 – Hoe maken andere bedrijfsartsen deze keuze? Welke overwegingen hebben zij bij hun keuze?
  • 06.50 – Welk beeld had je van het vak bedrijfsarts als student? Hoe is dat beeld sindsdien veranderd?
  • 08.24 – “De meeste mensen willen wel werken, maar kunnen het niet” – Stefan
  • 10.29 – Hoe merk je als ambassadeur voor ‘Bedrijfsarts Worden: Het Betere Werk’ dat het beeld van het vak verandert bij mensen, bijvoorbeeld bij carrièredagen?
  • 13.02 – Hoe ziet de opleiding tot bedrijfsarts eruit?
  • 15.14 – De rol van de praktijkopleider
  • 16.16 – Ruimte om ook dingen náást je vaste beroep te doen
  • 17.38 – Wat Inge als opleider haar studenten vooral wil bijbrengen.
  • 18.56 – Een lastiger element van de opleiding: wetenschappelijk onderzoek
  • 19.41 – Hoe breed is het spectrum van de opleiding? Wat leer je?
  • 21.00 – De koppeling tussen theorie en praktijk bij arbeidsconflicten.
  • 24.53 – De drie A’s: actie ondernemen, leren accepteren en afscheid nemen
  • 27.12 – Rondkijken op de werkvloer, je leert over de beroepen van anderen