Van arts tot arts

In mijn eerste blog richt ik me direct tot jou, collega-arts. Graag wil ik, Marnix Guijt, vertellen hoe ik het vak bedrijfsarts ervaar. Waarin lijkt het vak op andere specialismen, op welke fronten is het fundamenteel anders?

Als bedrijfsarts hanteer je qua proces eenzelfde aanpak als iedere andere arts. Je stelt vast wat het probleem is. Vervolgens bepaal je wat je kunt betekenen voor degene die tegenover je zit. Maar dan komt het eerste,wezenlijke verschil. In het ziekenhuis is het de patiënt die tegenover je zit.  Bij de bedrijfsarts is het de medewerker of de werkgever. In de ene situatie wordt iemand als ‘patiënt’ gekwalificeerd, in het andere geval als ‘medewerker’. Het begrip patiënt geeft aan dat de focus op ziekte ligt. Het begrip medewerker geeft aan dat de aandacht zich richt op een persoon in zijn werkomgeving. Dit perspectief is precies wat het werk van een bedrijfsarts anders maakt – en daarmee voor mij ook extra interessant. Hoe functioneert iemand, hoe ziet zijn omgeving eruit, wat is de interactie tussen beide?

1. Kijken naar het grote geheel

In de bedrijfsgeneeskunde maak je dagelijks mee dat mensen zich om allerlei redenen bij jou als arts kunnen melden. Ziekte is hierbij maar één van de mogelijke factoren. Precies daarin schuilt ook de kracht van een bedrijfsarts. Als bedrijfsarts kijk je naar het grotere geheel, verder dan alleen naar ziekte. Zo kun je medewerkers helpen om te leren omgaan met de situatie waar ze in zijn beland.  Wat zijn de mogelijkheden die er wel nog zijn, hoe kun je hierin zelf keuzes maken? Het leuke is dat je als bedrijfsarts de tijd en ruimte hebt om mensen op dat spoor te brengen. Je helpt mensen om te focussen op datgene waar ze wel invloed op uit kunnen oefenen. Dit geeft mensen een ervaring van grip en autonomie. Ze worden meer zelfredzaam en leren om zaken die buiten henzelf liggen te accepteren.

2. Inzicht in de leefomgeving

Er is nog een tweede verschil tussen een curatief arts en een bedrijfsarts. Als bedrijfsarts heb je toegang tot de medewerker én de omgeving waarin deze functioneert. Geen enkele arts staat zo in verbinding met de ‘patiënt’ en heeft zoveel toegang tot en inzicht in zijn leefomgeving. Hierdoor heb je veel mogelijkheden om de gezondheid, zowel fysiek als mentaal, van medewerkers te beschermen en te bevorderen. Je bent als bedrijfsarts vaak in overleg met de werkgever op allerlei niveaus  – Ondernemingsraad, leidinggevenden, HR, directie – om te ondersteunen bij het creëren van een gezonde werkomgeving.

Nieuwe ambassadeur: Marchien Beugelsdijk

Met Marchien Beugelsdijk heeft de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’er opnieuw een ambassadeur bij. Marchien werkt bij arbodienst BlijWerkt en is gestart met de opleiding tot bedrijfsarts. Ze wil graag meer studenten geneeskunde en beginnende artsen enthousiasmeren voor het vak. Haar motto: Kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen. Heb je vragen over de aard van het werk, stel ze dan via haar LinkedIn-profiel. Wil je een keertje met haar meelopen in de regio Leiden/Sassenheim/Voorhout om het vak beter te leren kennen? Stuur haar een mail. Dan kijkt ze wat mogelijk is!

Desiree Dona: bruggen slaan tussen arbeid en zorg

De ene bedrijfsarts is de andere niet. Het vak is rijk en gevarieerd, zo blijkt telkens weer. Desiree Dona is bedrijfsarts en klinisch arbeidsgeneeskundige in de oncologie. Haar missie: arbeid als behandeldoel op de kaart zetten.

Wist je altijd al dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Toen ik coschappen liep wist ik vrij snel dat ik niet in de kliniek wilde werken. Ik miste het echte contact met patiënten, er was weinig tijd voor het verhaal achter de klacht. Na mijn afstuderen was het voor mij kiezen tussen psychiatrie, ouderenzorg of bedrijfsgezondheidszorg. Het is bedrijfsgeneeskunde geworden. Belangrijkste reden: de populatie waar je als bedrijfsarts voor werkt is zeer gevarieerd. Je hebt te maken met mensen van 18 tot nu 67 jaar. Je krijgt met alle lagen van de bevolking te maken. Je komt in contact met heel veel verschillende beroepen en werkplekken. Toch is er één grote gemene deler: het gaat altijd om mensen die mee willen doen in onze maatschappij. Mensen waarbij het loont om bij problemen alles uit de kast te trekken om hen weer op de rit te krijgen en te houden. Dat perspectief past heel goed bij mij als persoon. Je krijgt een kijkje in de keuken van bedrijven, je praat met directeuren over beleid, je informeert de ondernemingsraad over arbeidsomstandigheden, je zet een PMO op. Al deze taken maken het werk van een bedrijfsarts voor mij uitdagend.’

Hoe komt iemand op het idee om klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie te worden?
‘Ruim twintig jaar heb ik met veel plezier als bedrijfsarts gewerkt. Ik heb dat altijd gecombineerd met andere taken, waaronder een managementtaak bij de interne arbodienst van het Radboudumc. Toen het Radboudumc drie jaar geleden het beleid kantelde naar persoonsgerichte zorg, kreeg ik de ruimte om een brug te slaan tussen het zorg- en het arbeidsdomein. Ik volgde een opleiding tot klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie en ben nu een van ongeveer twintig klinisch arbeidsgeneeskundigen oncologie in Nederland. In consulten wordt patiënten tegenwoordig altijd gevraagd: wat wilt ú behandeld zien? Vragen rondom arbeid staan steevast in de top 3. Medisch specialisten hebben er geen antwoord op. Daar komt mijn expertise van pas.’

Waarom is een apart specialisme nodig, wat voegt een klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie toe?
‘Op het gebied van arbeid was er tot voor kort eigenlijk niks voor werkende mensen die kanker krijgen. Terwijl dat toch zo ongelofelijk belangrijk is. Werk heeft voor veel mensen een normaliserend effect. Ze kunnen er vaak hun behandeling beter door doorstaan, zijn eerder fit en pakken hun leven sneller op. Ik werk voor patiëntpopulaties met een aandoening die veel gevolgen heeft voor hun werkzame leven, zoals jongvolwassenen met kanker en volwassenen die in hun jeugd kanker hebben gehad. Mijn toegevoegde waarde zit in de combinatie van kennis van iemands oncologische medische voorgeschiedenis, de actuele behandeling, de late effecten en die van arbeid, arbeidsgerelateerde zorg, het bedrijfsleven en de sociale zekerheid. Hiermee kan ik mensen ondersteunen die tijdens hun behandeling willen blijven werken, of erna weer aan de slag willen. Zo heb ik onlangs een jonge kankerpatiënt begeleid naar een 32-urige baan. Die jongen werd helemaal gek van het thuiszitten. Nu heeft hij weer perspectief.’

Hoe ziet jouw werk als klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie er in de praktijk uit?
‘De afgelopen jaren ben ik gaan bouwen aan zorg en aandacht voor arbeid in de klinische setting. Met als belangrijk uitgangspunt dat arbeid ook een behandeldoel kan zijn. Nu, na twee jaar pionieren, kunnen in principe alle werkende oncologische patiënten van deze transmurale zorg gebruik maken. Hoe mijn aandeel is geregeld, ziet er per poli anders uit. Soms ben ik lid van het behandelteam, soms van het expertteam. Het is pionieren, puzzelen en houtje-touwtje. Je kunt geen eigen DBC openen, dus ik sluit telkens aan bij de vraag en motivatie van collega’s. Ik opereer in een breed veld van zorgverleners, maar ook van organisaties op het gebied van arbeid, zoals re-integratiebureaus en UWV.’

Wat is het meest opmerkelijke in het carrièrepad dat jij hebt gevolgd?
‘Ik ben toch weer teruggekomen in de kliniek 🙂 Mijn werk als klinisch arbeidsgeneeskundige past helemaal in deze tijd van netwerkgeneeskunde. Ik ben bezig met samenwerken, verbinden, afstemmen. Zorg dichtbij de patiënt organiseren, over de muren van ziekenhuis of praktijk heen. Ik ga uit van wat de patiënt wil en zoek daarvoor een weg. Als solist kan ik niks, ik ben vooral aan het verbinden. Als dat betekent dat ik door de schotten tussen curatieve sector en arbeidsgerelateerde zorg heen moet breken, doe ik dat. Voor patiënten is het zeer succesvol en de betrokken zorgverleners worden er gemotiveerder van. Hiervoor ben ik dokter geworden!’

Donderdag: in de auto, op de fabriek

De donderdag is voor mij, Christiaan Mollema,  een dag waarop ik lang in de auto zit. Vanuit Amsterdam rij ik wekelijks naar Elst, in de buurt van Nijmegen. Ik zit hier een dagdeel in de fabriek van Kraft-Heinz. Hier wordt onder andere de tomatenketchup voor heel Europa gemaakt. Voor mij is het een interessante omgeving om als bedrijfsarts te werken. Ik kan met werknemers in de fabriek de werkplek beoordelen en meedenken hoe een werknemer met bijvoorbeeld rugklachten zonder rugbelastende werkzaamheden toch bepaalde activiteiten kan ondernemen. Het grote voordeel van werken op locatie: korte lijnen met de personeelsafdeling en met leidinggevenden.

Meer weten? Meelopen?

Wil je meer inhoudelijke informatie, neem dan contact met mij op. Wil je als coassistent of als arts een dag met mij meelopen om een betere indruk te krijgen? Ook dat kan. Stuur me even een mail, dan hoor je van me!

Over de opleiding: 20 vragen & antwoorden

Arbeid is een hot thema in de geneeskunde. Wil je je als student geneeskunde straks specialiseren in het domein arbeid en gezondheid? Dan wil je vast ook weten hoe het zit met de opleiding die je dan gaat volgen. Hoe ziet de opleiding van de medisch specialist arbeid en gezondheid eruit? Hieronder de 20 meest gestelde vragen.

1. Welke medisch specialisten zijn er op het gebied van arbeid en gezondheid?
Arbeid en gezondheid valt in Nederland onder de sociale geneeskunde. Er zijn twee specialistentitels: verzekeringsarts en  bedrijfsarts.

2. Hoe lang duurt de opleiding?
De opleiding duurt 4 jaar als je full-time werkt. Je volgt dan 1 dag per week onderwijs en werkt 4 dagen per week in de praktijk.

3. Kan ik de opleiding part-time volgen, omdat ik bijvoorbeeld ook een gezin heb? 
Ja. De opleiding kan goed in deeltijd gevolgd worden. Je moet wel minimaal voor 50% werkzaam zijn. De opleiding wordt dan evenredig verlengd.

4. Zijn er goede kansen op een baan voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen?
Ja. Op dit moment zijn er goede kansen op werk voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen. Kijk maar eens naar de arbeidsmarktmonitor van Medisch Contact.

5. Hoe kom ik aan een opleidingsplek?
Je moet eerst een baan hebben bij bijvoorbeeld UWV, arbodienst of een maatschap. In overleg met je werkgever bepaal je of je in aanmerking komt voor een opleidingsplek. Aanbevolen wordt om eerst ongeveer 6-12 maanden als ANIOS aan het werk te zijn.

6. Waar kan ik de opleiding dan volgen?
Er zijn op dit moment twee plaatsen in Nederland waar de opleiding wordt gegeven. Dit is de NSPOH in Utrecht en SGBO Radboudumc in Nijmegen.

7. Hoe kan ik me aanmelden voor de opleiding?
Via de website van de NSPOH of via de website van de SGBO:
Opleiding bedrijfsarts NSPOH 
Opleiding verzekeringsarts NSPOH
Opleiding bedrijfsarts SGBO
Opleiding verzekeringsarts SGBO

8. Moet ik eerst een opleidingsplek hebben voordat ik me kan aanmelden voor de opleiding?
Ja.

9. Wat zijn de opleidingskosten voor mij als arts?
In deze sector is het gebruikelijk dat de werkgever zowel de opleidingskosten als de opleidingstijd betaalt.

10. Wie is de opleider, hoe vaak zie je deze?
De opleider heeft minimaal 2 uur per week contact met jou.

11. Wanneer start de opleiding: een keer per jaar, twee keer per jaar?
Over het algemeen is dit 2 maal per jaar; voorjaar en najaar. Bij de NSPOH is dit afhankelijk van de aanmelding.

12. Wat is het verschil tussen de opleiding van een verzekeringsarts en een bedrijfsarts?
Zie de beroepsprofielen op de website van de NVVG (verzekeringsartsen) en de NVAB.(bedrijfsartsen). De belangrijkste verschillen zijn: de bedrijfsarts behandelt en begeleidt werknemers en werkgevers bij verzuim, preventie en duurzame inzetbaarheid. De verzekeringsarts beoordeelt verzuim en arbeidsongeschiktheidsclaims van werknemers en/of begeleidt bijzondere groepen, bijvoorbeeld zwangeren en uitzendkrachten.

13. Wat is het accent per opleidingsjaar?
Dit verschilt per opleiding.

14. Welke thema’s worden behandeld tijdens de opleiding?
Je volgt, in wisselende volgorde, de volgende modules: Inleiding Sociale Geneeskunde, Beroepsvaardigheden en Instrumenten, Verzuim en re-integratie, Risico’s in arbeid, Professioneel werken, Onderzoeksproject, Stages en keuzeonderwijs.

15. In hoeverre kun je je verder specialiseren binnen bijvoorbeeld de bedrijfsgeneeskunde?
Op diverse vlakken kun je je specialiseren. Bijvoorbeeld tot specialist van het werken in specifieke branches of sectoren (denk aan duikerarts) of specialist in bepaalde ziektebeelden (bijvoorbeeld klinische arbeidsgeneeskunde).

16. Hoe zit het met de mogelijkheden om wetenschappelijk onderzoek te doen?
Bij diverse Nederlandse universiteiten en hogescholen wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan op het brede gebied van Arbeid en Gezondheid. Promotieonderzoek kan plaatsvinden bij diverse universiteiten (bijvoorbeeld bij het AMC-UvA Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Onderzoeksinstituut EMGO VUmc, UMCG/Gezondheidswetenschappen, ErasmusMC, Tilburg Universiteit/TRANZO, Radboudumc, Eerstelijnsgeneeskunde te Nijmegen). Als afronding van je opleiding tot specialist voer je een ‘klein’ onderzoeksproject uit binnen je vakgebied.

17. Kun je vrijstellingen krijgen op basis van je werkervaring?
Zie het vrijstellingenbeleid van de KNMG-Registratiecommissie Geneeskundig Specialismen (RGS).

18. Wat kan ik doen als ik nog twijfel?
Loop je nog coschappen, dan kun je kijken of je via je universiteit een keuze-coschap kunt lopen. Maar je kunt eigenlijk altijd een dagje meelopen met een verzekeringsarts of bedrijfsarts. Check de mogelijkheden bij bedrijfsartsen of  bij verzekeringsartsen.

19. Hoe kan ik meer te weten komen over arbeid en gezondheid?
Als je wilt weten waarom arbeid en gezondheid zo’n belangrijk onderwerp is, lees dan het visiedocument over dit onderwerp van de KNMG: Zorg die werkt.

20. Tot wie kan ik mij wenden als ik nog aanvullende vragen heb?
Als je meer wilt weten over de opleiding, ben je hier aan het goede adres. Een aantal AIOS bedrijfsgeneeskunde staat je graag te woord. Stuur een mailtje met jouw vraag naar Lianne SchoutenStefan van VuurenChristiaan Mollema, Leonie Mooyman of Karin van Dorp.

 

Onmisbaar

Persoonlijk word ik, Wendel Slingerland,  heel blij van het werken als bedrijfsarts vanuit het gedragsmodel en in de Eigen Regie/maatwerkregeling: ik mag wat minder ‘dokter’ zijn en wat meer met mensen in gesprek over motieven en drijfveren. Aan de buitenkant kan het er daardoor soms op lijken dat wat ik doe heel simpel is. Met als gevolg dat er mensen zijn die denken dat mijn werk ook wel door anderen kan worden gedaan, lees: casemanagers, psychologen, huisartsen of verpleegkundigen. Toch ben ik van mening dat ik als bedrijfsarts bij uitstek geschikt ben om dit werk te doen. Juist omdat ik ‘dokter’ ben, medisch specialist, maar heb geleerd om verder te denken en kijken dan dat. De rol van‘spin in het web’ past mij heel goed, ik denk nog veel beter dan de huisarts, omdat ik niet alleen tussen alle verschillende behandelaren zit, maar ook op alle leefgebieden van het individu. Dat wat ik doe is dus eigenlijk helemaal niet zo eenvoudig en stuit in eerste instantie vrijwel altijd op weerstanden. Totdat mensen voelen en weten dat wat ik adviseer echt goed voor hen is.

Wendel Slingerland

Het ziet er (denk ik) als volgt uit: een werknemer meldt zich ziek en geeft bij de werkgever aan dat hij niet kan werken als gevolg van medische klachten of ziekte. Als het verzuim wat langer duurt wordt zo iemand aangemeld voor het spreekuur van de bedrijfsarts, zodat er een probleemanalyse kan worden gemaakt. De persoon gaat naar de bedrijfsarts, om er vandaan te komen met een advies om weer stappen te gaan maken richting werkhervatting. Persoonlijk beschrijf ik altijd de beperkingen en de mogelijkheden; ik geef concreet aan waarmee rekening moet worden gehouden als iemand weer aan het werk gaat. Ik geef meestal kaders aan wat betreft uren opbouw en de tijd waarin dit zou moeten gebeuren. Vaak probeer ik mijn adviezen te onderbouwen zonder dat ik daarbij medische gegevens prijsgeef, om daardoor het draagvlak van zowel werknemer als werkgever te vergroten. Ik leg daarbij steeds weer het lijntje naar de leidinggevende en roep heel hard dat werkgever en werknemer dit prima samen kunnen; dat het de bedoeling is dat ik een beetje mijn eigen winkelnering ben: enerzijds omdat ik verwacht dat het verzuim gaat zakken, anderzijds omdat ik denk dat werkgever en werknemer het steeds beter samen zullen leren.

In de praktijk gebeurt het volgende: een werknemer meldt zich ziek en geeft bij de werkgever aan dat hij niet kan werken als gevolg van medische klachten of ziekte. Zo iemand komt na enige tijd bij mij op het spreekuur. Ik haal hem of haar altijd op uit de spreekkamer en op dat moment begint mijn onderzoek al. Ik registreer bijvoorbeeld of iemand kan lopen, met welke hulpmiddelen en met welke gang. Ik registreer hoe iemand gekleed is – verzorgd of niet. Ik let op het voorkomen, het uiterlijk – wat straalt iemand uit, de manier waarop iemand een hand geeft, uit zijn mond ruikt en me wel of niet in de ogen kijkt. ….Vervolgens ga ik‘echt’ aan de slag. Ik begin met een korte uitleg van mijn rol en het kader van Wet Verbetering Poortwachter. Ga me dan oriënteren op het probleem, vraag dit uit op de drie gebieden van persoon, sociaal en werk. Leg dit alles vast in mijn dossier.

….Intussen ben ik in mijn hoofd aan het puzzelen en bedenken wat de aangrijpingspunten zijn: nu direct in de spreekkamer uit mijn eigen toolbox, wat zou ik al kunnen doen aan behandeling, maar ook daarbuiten richting leidinggevende. Ik breng het herstelgedrag van de werknemer in kaart – doet hij zelf de juiste dingen in het kader van zijn herstel en wordt hij of zij daarbij adequaat ondersteund door huisarts en specialist? Is hij of zij goed doorverwezen voor verdere behandeling? Is het herstel tot nu toe zoals te verwachten volgens de evidence based richtlijnen? Welke van mijn eigen richtlijnen kan ik hierop toepassen?

….Tegelijkertijd voel ik weerstanden, want de meeste mensen hebben al een vastomlijnd idee over hoe zij zich voelen en wat daarmee mogelijk is; ook hebben ze vaak al een advies van anderen – lang niet altijd dokters! Ik bedenk hoe ik die kan benoemen om iemand vervolgens in een positieve beweeg-modus te krijgen.

….Op hetzelfde moment vorm ik mijzelf een oordeel: verklaart ziekte het verzuim? Ik peil globaal of dit een geloofwaardig verhaal is, of heb ik het idee dat iemand me voor de gek houdt?

….Vervolgens maak ik de balans op, vat mijn conclusie en advies samen voor de werknemer. Ik haal uit mijn toolbox wat ik denk nodig te hebben en ga hiermee vast aan de slag.

….Ter afronding maak ik uiteindelijk de terugkoppeling voor de werkgever met daarin mijn advies voor de korte en lange termijn, zodat werkgever en werknemer daar samen voorlopig mee vooruit kunnen. Ik doe dit al typend, hardop, waar de werknemer bij zit, zodat die zijn of haar toestemming eraan kan verlenen. Ik print het document uit voor de werknemer en mail het naar de werkgever, na nog even geverifieerd te hebben of alles er in staat. Aansluitend bel ik soms nog even met een leidinggevende – als ik een advies geef waarvan ik verwacht dat het weerstand zal oproepen of wat verrassend zal zijn voor de leidinggevende.

Gelukkig heb ik ruim de tijd voor mijn consulten…ik heb bij ‘mijn’ werkgevers bedongen dat ik voor een eerste consult 45 minuten de tijd krijg, voor vervolgconsulten 30 minuten. Dit is voor mij voldoende, hoewel mijn eigen toolbox er hierdoor soms bij in schiet. Jammer, want ik weet dat de dingen die ik zelf kan doen tijdens het spreekuur enorm veel opleveren en verzuimverkortend zijn, met name door het inzicht dat ik mensen kan geven en het vriendelijke duwtje om weer te gaan bewegen.

Nu weer even terug naar het begin. Denkt u nou echt dat mijn rol en mijn kerntaken zomaar overgenomen kunnen worden door anderen, zoals bijvoorbeeld casemanagers, psychologen, huisartsen of verpleegkundigen? Geen van deze vertegenwoordigt in mijn optiek zo compleet alle aspecten die nodig zijn voor een afgeronde beoordeling en begeleiding als het gaat om ziekteverzuim en gezondheidsmanagement in brede zin. Ik denk dat ik onmisbaar ben.

Donderdag: inhouse bij gemeente Apeldoorn

Tweemaal per week verzorg ik, Leonie Mooyman, mijn spreekuur bij de gemeente Apeldoorn. Zo ook deze donderdag. In het gemeentehuis heb ik een spreekkamer waar ik de cliënten ontvang. Het is heel goed om bij de klant ‘inhouse’ te zitten. Zo heb je korte lijnen, kun je snel schakelen en ben je zichtbaar voor leidinggevenden en medewerkers. Zowel de leidinggevenden als de medewerkers komen gemakkelijk even binnenlopen. De drempel om contact op te nemen is laag.

Presentatie: psychisch verzuim

Vandaag ben ik gestart met een Sociaal Medisch Overleg (SMO) bij de gemeente Apeldoorn. Dit is een bespreking met HR en met de leidinggevenden van de gemeente. We nemen casuïstiek en thema’s door rond preventie, verzuim en re-integratie. Vanochtend stond het thema psychisch verzuim op het programma. Ik heb een presentatie gegeven over hoe ze als leidinggevende een rol kunnen spelen in het psychische verzuim van hun medewerker.

Alle relevante disciplines bij elkaar

Vervolgens hebben wij op onze Arbo Unie locatie in Apeldoorn een bedrijfsteamoverleg met lunch over en met de gemeente. Alle professionals van Arbo Unie die samenwerken met de gemeente zijn hierbij aanwezig. Dit zijn naast mij de accountverantwoordelijke, de verzuimcoach, een arbeidsdeskundige, een arbeids- en organisatiekundige, een ergonoom, een arbeidshygiënist en een veiligheidskundige. Met een afvaardiging van de gemeente en ons team evalueren we de samenwerking. En kijken we vooruit naar 2017. We maken mooie plannen om de medewerkers van de gemeente een leven lang optimaal te laten werken, op een veilige, gezonde en productieve manier. Alle disciplines die bijdragen aan dat doel hebben we in huis.

naamloos

In gesprek met mijn praktijkopleider

Ik sluit de dag af met een bespreking met mijn praktijkopleider binnen Arbo Unie, waarmee ik diverse zaken bespreek over mijn studie Bedrijfsgeneeskunde. Hierbij bespreken we casussen waar ik tegenaan ben gelopen, maar ook welke rol ik in situaties juist wel of niet moet nemen. Erg leerzaam!


Meelopen?

Wil je een keer met mij meelopen om te zien wat mijn werk in de praktijk inhoudt? Stuur mij een mail, dan maken we een afspraak!


Blogs  & video’s

‘Ik wil de hele mens kunnen zien’
‘Voel me vrij en verantwoordelijk’
Van spreekuur tot verzuimtraining

Stefan loopt mee met…Wendel

Zelf werk ik, Stefan van Vuuren, voornamelijk op onze eigen locatie in Utrecht. Daar zie ik voornamelijk kleinere klanten. Extra interessant dus om als aios bedrijfsgeneeskunde een keer een dag mee te lopen met een collega-bedrijfsarts op locatie van de klant. Kort geleden heb ik een dag meegelopen met Wendel Slingerland bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Wat mij die dag echt is opgevallen is dat Wendel een bekend gezicht is voor het bedrijf. Je merkt dat ze een jarenlange relatie heeft opgebouwd met deze klant. Veel van de werknemers kennen Wendel bij naam, bijna iedereen lijkt haar van gezicht te kennen.

In de actiestand

Bij de gesprekken met de werknemers stelt ze zich open op. Ze motiveert de werknemers om zichzelf te helpen met de problemen die ze ondervinden. Dat doet ze op een heel hartelijke manier. Tegelijkertijd combineert ze hartelijkheid en compassie feilloos met de zakelijke aanpak die je ook nodig hebt als bedrijfsarts. Werknemers kunnen hun hart luchten, maar Wendel zorgt er nadat ze hun hart hebben gelucht ook voor dat de werknemers in de “actiestand” komen. Ze vraagt goed door wat nu werkelijk het probleem is, geeft dit terug aan de werknemer en zorgt dat de werknemer daarna zelf komt met acties om de problematiek op te lossen. Als  werknemers hulp nodig hebben om tot een oplossing te komen verwijst ze net als iedere andere bedrijfsarts door. Wat Wendel overigens uniek maakt is dat ze ook optreedt als Matrixcoach. Een dag in de week zit ze op de stoel van de behandelaar, in plaats van die van de bedrijfsarts.

Wendel Slingerland

SMT met grote meerwaarde

Het meelopen bij Wendel was voor mij een klein feestje. Naast dat het erg gezellig was met Wendel werd ik ook hartelijk ontvangen door ‘Beeld en Geluid’. Ik heb van Wendel geleerd hoe je een warme persoonlijkheid combineert met zakelijkheid. Wat ik een zeer grote meerwaarde vond is het Sociaal Medisch Team overleg dat Wendel direct na het spreekuur heeft gedraaid. Iedere dag dat ze bij Beeld en Geluid werkt is er zo’n kort ‘SMT’. Hierin overlegt ze samen met de leidinggevende(n) welke acties er vanuit de werkgever nodig zijn en welke preventieve maatregelen wenselijk zijn. Groot voordeel van het SMT is dat je soms toch net wat duidelijker advies kan geven dan op papier.

Aan de poort van het verzuim

Het viel mij op bij Wendel dat de hoeveelheid preventieve spreekuren groter is dan ik zelf gewend ben. Eigenlijk werkt Wendel zoals ik ook zou willen werken. Ze staat vooral aan de poort van het verzuim en zorgt ervoor dat de werknemers hier niet doorheen gaan. Wanneer ik een grote klant ga bedienen zal ik het SMT aan het einde van de dag zeker ook proberen in te voeren. Na afloop heb Wendel gevraagd hoe ze zelf tegen mijn meeloopdag aankeek. ‘Het was heel leuk dat Stefan een dagdeel meeliep, ook voor mij een feestje. Hij heeft me tijdens de ochtend ook feedback gegeven en nog wat bruikbare tips. Ik heb die nu al toegepast bij andere spreekuren. En hij heeft me aangestoken om eens vaker de fiets te pakken!’

Ook interesse in meeloopdag?

Wil je meer weten over het werk van een bedrijfsarts? Er zijn meeloopdagen door heel het land!

Woensdag opleidingsdag

Woensdag is voor mij, Christiaan Mollema, opleidingsdag. Ik volg mijn opleiding tot bedrijfsarts bij de NSPOH in Utrecht. We zijn nu bezig met het blok ‘Risico in arbeid’. Hierbij hebben we onder andere onderwijs gehad in fysieke risicofactoren en psychosociale risicofactoren. Vandaag is het onderwerp lawaaischade en audiometrie. Lawaaischade is een veel voorkomende beroepsziekte. Het is voor de bedrijfsarts van belang om hier aandacht voor te hebben. We krijgen inzicht in risicovolle arbeidssituaties, normwaarden en aanbevelingen ter verbetering van de arbeidsomstandigheden.

Arbeidsdermatologie

In de middag hebben we onderwijs over arbeidsdermatologie. Hierbij krijgen we vooral aan de hand van casuïstiek onderwijs over anamnese, herkenning, lichamelijk onderzoek en mogelijke therapie. Daarnaast is er aandacht voor de preventie bij beroepsgerelateerde huidaandoeningen.

img_1440

Meer weten? Meelopen?

Wil je meer inhoudelijke informatie, neem dan contact met mij op. Wil je als coassistent of als arts een dag met mij meelopen om een betere indruk te krijgen? Ook dat kan. Stuur me even een mail, dan hoor je van me!

Bedrijfsarts Femke van Leeuwen

Meeloopdagen in heel Nederland

Of een medisch specialisme bij je past weet je vaak pas nadat je er kennis mee hebt gemaakt. Daarom zijn er nu meeloopdagen met bedrijfsartsen door het hele land. Hieronder zie wie je o.a. kunt benaderen als je interesse hebt. Loop gewoon ‘ns een dagje mee. En beleef zelf waarom bedrijfsartsen zo van hun vak houden!

Rotterdam/Leiden, Zuid-Holland
Femke van Leeuwen

Utrecht, Amsterdam e.o.
Christiaan Mollema

Utrecht, Midden-Nederland
Stefan van Vuuren

Utrecht, Apeldoorn
Leonie Mooyman

Amsterdam/Leiden, Noord-Holland
Madelijn de Kleine

Nijmegen, Overijssel
Karin van Dorp

Nijmegen, Eindhoven 
Lianne Schouten

Groningen, Noord-Nederland
Jan Ruurd De Roos

Maastricht, Zuidoost Nederland
Martijn Leunissen

Zuidwest Nederland, Zeeland
Rob Tegelaar