Arbowet (I): preventie als dé uitdaging

Misschien heb je er al iets over gehoord:  de nieuwe Arbowet. Wat betekent deze voor het vak bedrijfsarts? Best veel, eigenlijk. In een korte serie zetten we veranderingen op een rij. Deze keer: preventie, dé nieuwe uitdaging.

Het lijkt dé ultieme detailkwestie, de vervanging van ‘bijstand’ door ‘adviseren’ in de omschrijving van de rol van de bedrijfsarts bij verzuimbegeleiding. We hebben het hier over artikellid 14.1b van de Arbowet. Hoeveel verschil kan één woordje nu helemaal maken? Schijn bedriegt: dat ene woordje drukt een fundamenteel andere visie uit op de samenwerking tussen werkgever en bedrijfsarts.

Preventieve advisering

Wie ‘bijstand verleent’, focust op de uitvoerende kant van de verzuimbegeleiding. Daar is op zichzelf niets mis mee. Voor veel bedrijfsartsen behoort direct contact met zieke werknemers tot de aspecten die het vak boeiend en interessant maken. Gelukkig wil de wetgever daar ook niets aan afdoen. Wel komt er nadrukkelijk iets bij: behalve begeleiding hoort de bedrijfsarts ook preventieve advisering te bieden. Niet alleen verzuim oplossen dus, maar het waar mogelijk ook voorkomen.

Wereld van verschil

Zo zorgt één woordje voor een wereld van verschil. Als bedrijfsarts ben je niet langer alleen de aangewezen professional als het verzuim al een feit is. Je mag en moet je nadrukkelijk óók laten gelden op het terrein van verzuimpreventie. De wet voorziet in instrumenten om dit goed te kunnen doen, zoals een preventief spreekuur, werkplekbezoek en verplicht advies aan werkgever, preventiemedewerkers en medezeggenschapsorgaan.

_____________________________________________________________________________________

Meer weten over nieuwe Arbowet?

Arbowet (II): dichter bij de werknemers
Arbowet (III): second opinion
Digitale Toolkit Nieuwe Arbowet
Animatie over rol bedrijfsarts

 

 

Stefan loopt mee met…Wendel

Zelf werk ik, Stefan van Vuuren, voornamelijk op onze eigen locatie in Utrecht. Daar zie ik voornamelijk kleinere klanten. Extra interessant dus om als aios bedrijfsgeneeskunde een keer een dag mee te lopen met een collega-bedrijfsarts op locatie van de klant. Kort geleden heb ik een dag meegelopen met Wendel Slingerland bij het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Wat mij die dag echt is opgevallen is dat Wendel een bekend gezicht is voor het bedrijf. Je merkt dat ze een jarenlange relatie heeft opgebouwd met deze klant. Veel van de werknemers kennen Wendel bij naam, bijna iedereen lijkt haar van gezicht te kennen.

In de actiestand

Bij de gesprekken met de werknemers stelt ze zich open op. Ze motiveert de werknemers om zichzelf te helpen met de problemen die ze ondervinden. Dat doet ze op een heel hartelijke manier. Tegelijkertijd combineert ze hartelijkheid en compassie feilloos met de zakelijke aanpak die je ook nodig hebt als bedrijfsarts. Werknemers kunnen hun hart luchten, maar Wendel zorgt er nadat ze hun hart hebben gelucht ook voor dat de werknemers in de “actiestand” komen. Ze vraagt goed door wat nu werkelijk het probleem is, geeft dit terug aan de werknemer en zorgt dat de werknemer daarna zelf komt met acties om de problematiek op te lossen. Als  werknemers hulp nodig hebben om tot een oplossing te komen verwijst ze net als iedere andere bedrijfsarts door. Wat Wendel overigens uniek maakt is dat ze ook optreedt als Matrixcoach. Een dag in de week zit ze op de stoel van de behandelaar, in plaats van die van de bedrijfsarts.

Wendel Slingerland

SMT met grote meerwaarde

Het meelopen bij Wendel was voor mij een klein feestje. Naast dat het erg gezellig was met Wendel werd ik ook hartelijk ontvangen door ‘Beeld en Geluid’. Ik heb van Wendel geleerd hoe je een warme persoonlijkheid combineert met zakelijkheid. Wat ik een zeer grote meerwaarde vond is het Sociaal Medisch Team overleg dat Wendel direct na het spreekuur heeft gedraaid. Iedere dag dat ze bij Beeld en Geluid werkt is er zo’n kort ‘SMT’. Hierin overlegt ze samen met de leidinggevende(n) welke acties er vanuit de werkgever nodig zijn en welke preventieve maatregelen wenselijk zijn. Groot voordeel van het SMT is dat je soms toch net wat duidelijker advies kan geven dan op papier.

Aan de poort van het verzuim

Het viel mij op bij Wendel dat de hoeveelheid preventieve spreekuren groter is dan ik zelf gewend ben. Eigenlijk werkt Wendel zoals ik ook zou willen werken. Ze staat vooral aan de poort van het verzuim en zorgt ervoor dat de werknemers hier niet doorheen gaan. Wanneer ik een grote klant ga bedienen zal ik het SMT aan het einde van de dag zeker ook proberen in te voeren. Na afloop heb Wendel gevraagd hoe ze zelf tegen mijn meeloopdag aankeek. ‘Het was heel leuk dat Stefan een dagdeel meeliep, ook voor mij een feestje. Hij heeft me tijdens de ochtend ook feedback gegeven en nog wat bruikbare tips. Ik heb die nu al toegepast bij andere spreekuren. En hij heeft me aangestoken om eens vaker de fiets te pakken!’

Ook interesse in meeloopdag?

Wil je meer weten over het werk van een bedrijfsarts? Er zijn meeloopdagen door heel het land!

Bedrijfsarts Femke van Leeuwen

In de aanbieding: consult voor de coassistent

Wat mij, Femke van Leeuwen, als bedrijfsarts opvalt is dat veel studenten en coassistenten zich niet realiseren dat ze later zelf ook vaak werknemer worden. Veel mensen, artsen net zo goed, vragen zich vaak pas in een latere fase af wat ze graag uit hun baan en uit hun leven willen halen. Soms gebeurt dit pas als alles begint vast te lopen. Zorgwekkend vind ik dan ook de berichten dat ook coassistenten regelmatig overbelast dreigen te raken. Ik zou hen graag adviseren omdat ik weet dat zij vaak geen toegang hebben tot een bedrijfsarts. Terwijl ze dit wel nodig hebben. Daarom bied ik hen bij deze een gratis consult aan. Een consult waarin we met elkaar in gesprek gaan hoe je fit en duurzaam kunt blijven tijdens je loopbaan. Een arts die in balans is, is een veel betere arts dan een overbelaste arts!

Energie, elke dag weer

Zelf heb ik heb om verschillende redenen voor het vak bedrijfsarts gekozen. Zoals de veelzijdigheid van het werk, de samenwerking met collega’s en de relatief grote mogelijkheden om zelf je werkweek en werkinhoud te bepalen. Ik ervaar die pluspunten elke dag weer aan den lijve. Laatst nog kreeg ik na een keuring handige tips om mijn eigen persoonlijke gezondheid te bevorderen. Wat ik het allermooist vind: samen met collega’s puzzelen om een bedrijf goed te adviseren en zo de gezondheid en inzetbaarheid van medewerkers te bevorderen. Daar krijg ik energie van, elke dag weer.

Ben jij coassistent en heb je interesse in een consult? Mail Femke.


Studenten, artsen: opgelet!

Femke ruimt graag tijd in voor een gesprek met geneeskundestudenten en (basis)artsen die overwegen om bedrijfsarts te worden. Een dagje met haar meelopen is ook mogelijk. Interesse? Mail Femke.


Overige blogs

Alles voor het werkplezier!

Een eenvoudig verzoek…

Sinds enige tijd combineer ik twee banen. Twee dagen per week ben ik bedrijfsarts bij de politie Oost Nederland en 2 ½ dag per week ben ik als bedrijfsarts onderdeel van het Multidisciplinair cognitief-gedragsmatig reintegratie team Zintens, onderdeel van Klimmendaal. Recent kwam een werknemer op mijn arbeidsomstandighedenspreekuur met het verzoek om een lichter veiligheidsvest te mogen dragen tijdens het werk. Hij had al jaren last van zijn schouders en kortgeleden had een collega met een chronische ziekte om medische redenen een lichter vest gekregen. Dat wilde hij ook, want een lichter vest zou zijn gevoelige schouders minder belasten. Of ik even een briefje wilde tekenen dat hij in aanmerking zou komen voor een lichter veiligheidsvest. Een eenvoudige vraag met een eenvoudige oplossing (zou je kunnen denken) …of niet?

SOLK

Mijn toegenomen kennis over Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) neem ik mee in mijn spreekkamer als bedrijfsarts. Ik onderzocht de atletisch gebouwde, soepel bewegende vijftiger die de afgelopen maanden nog geen dag had verzuimd en vertelde hem over het gemodificeerde gevolgen model. Hiermee wordt een verklaring geboden waarom chronische klachten zoals aspecifieke rugpijn, schouderklachten, etc. niet overgaan met extra rust, vermijding of langdurige fysiotherapie. Met name aandacht, stress, overbelasting en angst zijn belangrijke, vaak onbewuste, psychologische factoren die de klacht onderhouden of zelfs verergeren. Deze benadering van zijn klachten was helemaal nieuw voor hem, maar het gepresenteerde model sprak hem aan. Hij herkende de angst voor een beschadiging van zijn schouder, helemaal omdat het al zo lang pijnlijk en gevoelig was. Ook het tijdelijk vermijden en vervolgens overbelasten was herkenbaar. Inderdaad had de orthopeed nooit een behandelbare afwijking kunnen vinden en alleen maar doorverwezen voor “therapie”.

Graded activity

Ik adviseerde hem een trainingsprogramma met geleidelijke opbouw (‘graded activity’) en veel aandacht voor de meespelende psychologische factoren. Met name het voortdurend aandacht geven aan de klacht en zijn zorgen of er toch niet iets fysieks aan de hand was ondanks alle onderzoeken door de orthopedisch chirurg, was in mijn visie een onbewuste, onderhoudende factor. Hij had in mijn beleving behoefte aan een fysiotherapeut met veel psychologische kennis en kunde. Als dat onvoldoende zou helpen, was een langduriger multidisciplinair traject een overweging. Hij verzuimde niet, maar de schouderklachten hadden wel consequenties voor zijn hobby en zijn privéleven.

Niet-helpende overtuigingen herkennen

Een lichter vest leek mij dus niet de juiste oplossing voor zijn klachten. Een zwaarder vest en  gerichte training plus het leren herkennen van niet-helpende overtuigingen leken mij de route naar herstel en vermindering van klachten. Ik had uitgebreid de tijd voor dit consult genomen en positieve feedback ervaren, maar toch verraste de werknemer mij met de volgende opmerking: “Dokter, ik vind het een mooi verhaal wat u heeft verteld over mijn langdurige schouderklachten, maar ik had liever gewoon een lichter vest gehad!”

Anamnese en advies

Het belangrijkste onderdeel van het medisch onderzoek in de bedrijfsgeneeskunde is de anamnese. Het belangrijkste medicijn van de bedrijfsarts, is ons advies. De wijze waarop je je advies formuleert en communiceert, bepaalt de mate van acceptatie door de werknemer. Ieder heeft hierin zijn eigen stijl, zijn eigen successen en zijn eigen valkuilen. Soms is het heel simpel, en soms is het heel lastig.


Studenten & artsen, opgelet!

Erik-Jan biedt geneeskundestudenten en artsen graag de mogelijkheid om een dag(deel) mee te lopen. Interesse? Mail Erik-Jan.


Blogs & video’s

Wat voor soort dokter wil ik worden?
“Wat denk je van bedrijfsgeneeskunde?”
Het mooiste onderdeel: het werkbezoek
Altijd op zoek naar oplossingen

De meeloopdag: wat willen artsen weten?

Onlangs heeft een medisch specialist een dagje bij mij, Erik-Jan van Wijhe, meegelopen. In het contact merkte ik dat ze me vragen stelde die ongetwijfeld ook bij andere artsen en studenten spelen. Twee hiervan wil ik met deze blog graag in bredere kring delen.

Hoe onafhankelijk kun je te werk gaan?

‘Ik voel me volledig onafhankelijk, zeker in mijn huidige rol bij de politie. Dat betekent niet dat het altijd makkelijk is. Als bedrijfsarts ben je een professional die zich per definitie in een spanningsveld bevindt. Het betekent dat je ook ongemakkelijke boodschappen objectief moet kunnen brengen. Richting werknemer, maar zeker ook richting werkgever: als ik adviezen geef moet ik dat goed toelichten en daar goed over communiceren.

Bij Politie Oost-Nederland waar ik werk hanteren we een model waarbij een leidinggevende de hoofdrolspeler is bij de verzuimbegeleiding. Deze formuleert een gerichte vraagstelling aan de bedrijfsarts die vervolgens mogelijkheden, beperkingen en prognose ten aanzien van werk en werkhervatting in kaart brengt. Dat kan soms heel complex zijn, bijvoorbeeld als iemand na een myocard infarct zich nog erg moe voelt, maar er op de achtergrond ook ander factoren meespelen zoals het functioneren, angst om te bewegen en angst om fysiek weer actief te worden. Op zo’n moment wordt er veel van je vaardigheden gevergd om iemand weer in beweging te krijgen. Toch moet dat wel gebeuren, want je weet dat inactiviteit juist leidt tot een verlaagde algehele belastbaarheid en een snellere toename van klachten bij hervatting van inspanning. Graded activity en graded excercise zijn sleutelwoorden voor herstel.’

Bedrijfsarts Erik-Jan van WijheHoe groot is de stress?

‘In de regel is het vak niet overmatig stressvol. Veeleisende klanten en tijdgebrek kunnen natuurlijk wel stress opleveren. De kunst is om bij een werkgever te gaan werken waar je de tijd krijgt om kwaliteit te leveren, waar je zonder veel problemen een uur de tijd kan nemen voor iemand met een forse burn-out en waarbij je ook de tijd krijgt om nadien met de leidinggevende te overleggen hoe je voorkomt dat de werknemer bij terugkomst op de werkvloer weer in al zijn valkuilen stapt. Hoe stressvol het werk is hangt natuurlijk ook van jezelf af, van je werkgever en de manier waarop je werk is ingericht. Er zijn vast wel bedrijfsartsen die diensten draaien, maar 99% werkt in kantooruren. Sommige bedrijfsartsen reizen het hele land door op zoek naar klanten, andere werken relatief comfortabel vanuit hun arbodienst. Sommigen zweren bij werken op locatie bij de klant, anderen prefereren een gebouw vol collega bedrijfsartsen. Arbodiensten kunnen ook hoge streefnormen hebben qua declarabiliteit. Bij interne arbodiensten speelt dat vaak wat minder. Parttime werken gaat in dit vakgebied ook probleemloos. De afgelopen acht jaar heb ik zelf vier dagen per week gewerkt. Geweldig!’

Maandag racedag!

Welkom bij mijn blogreeks van deze week. Deze week laat ik, Christiaan Mollema, je elke dag iets zien van mijn werkzaamheden als bedrijfsarts in opleiding. De maandag begint meteen goed. Dit is namelijk de dag waarop ik niet werk:). Ik heb twee jonge kinderen, waarvan er een naar school gaat. Met de ander onderneem ik op de maandag allerlei activiteiten. Bij mooi weer een speeltuin of Artis. Maar vandaag is het… racebaandag!

Meer weten?

Wil je meer inhoudelijke informatie, neem dan contact met mij op. Ik neem graag de tijd om eventuele vragen te beantwoorden. Wil je als coassistent of als arts een dag met mij meelopen om een betere indruk te krijgen? Ook dat kan. Stuur me even een mail, dan hoor je van me!

 

‘Ik wil de héle mens kunnen zien’

In mijn werk als bedrijfsarts in opleiding heb ik, Leonie Mooyman, ontdekt dat bedrijfsarts een veel breder en uitdagender vak is dan ik vooraf had gedacht. Het is een enorm breed vak met grote maatschappelijke relevantie. Als bedrijfsarts bewaak je dat mensen zo goed en gezond mogelijk aan het werk blijven. En daarmee dat ze kunnen meedraaien in de maatschappij.

Brede insteek, veel variatie

Een van de grootste pluspunten van dit vak is de brede insteek. Ik wil de héle mens kunnen zien, niet alleen zijn aandoening, knelpunt of handicap. Het gaat mij juist om de vraag hoe iemand ondanks de aanwezigheid daarvan zo goed mogelijk kan blijven functioneren. Die benadering zorgt meteen ook voor enorme variatie, want je moet iedere keer opnieuw kijken wat er nodig is. Hoe blijft deze persoon zo goed mogelijk aan de slag? Hoe komt hij maximaal tot zijn recht? In die zin vind ik het steeds weer een verrassing wat de dag brengt.

Ruimte, ondersteuning en begeleiding

Toen ik in 2015 bij Arbo Unie over een opleidingsplek ging praten, was er meteen een klik. Het voelde gewoon goed en dat doet het nog steeds. Hier krijg ik de ruimte om te doen wat ik wil. Maar ook de ondersteuning en de begeleiding die nodig zijn om uit te vinden hoe ik zaken het best aan kan pakken. Naast een vaste studiedag heb ik iedere week anderhalf uur overleg met mijn interne begeleider, dan bespreken we waar ik tegenaan ben gelopen. Dat kan een casus zijn, maar net zo goed een offerteverzoek of adviesvraag. Ik heb gemerkt dat mensen soms heel andere verwachtingen van je hebben dan je denkt. Dan is het ontzettend waardevol om met een ervaren collega te kunnen bespreken hoe je tot een goede afstemming komt.

Meelopen?

Oh ja: je kunt me altijd mailen als je een dagje wilt meelopen!


Leonie Mooyman in het kort

* Bedrijfsarts in opleiding bij Arbo Unie, ambassadeur campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk’
* Focust op: overheids- en semioverheidsinstellingen
* Werkt bij Arbo Unie sinds: 2015
* Heeft ervaren: ‘Ik ontdekte dat bedrijfsarts een veel breder en uitdagender vak is dan ik vooraf had gedacht’


Video

Voel me vrij en verantwoordelijk’

Onmisbaar

Persoonlijk word ik, Wendel Slingerland,  heel blij van het werken als bedrijfsarts vanuit het gedragsmodel en in de Eigen Regie/maatwerkregeling: ik mag wat minder ‘dokter’ zijn en wat meer met mensen in gesprek over motieven en drijfveren. Aan de buitenkant kan het er daardoor soms op lijken dat wat ik doe heel simpel is. Met als gevolg dat er mensen zijn die denken dat mijn werk ook wel door anderen kan worden gedaan, lees: casemanagers, psychologen, huisartsen of verpleegkundigen. Toch ben ik van mening dat ik als bedrijfsarts bij uitstek geschikt ben om dit werk te doen. Juist omdat ik ‘dokter’ ben, medisch specialist, maar heb geleerd om verder te denken en kijken dan dat. De rol van‘spin in het web’ past mij heel goed, ik denk nog veel beter dan de huisarts, omdat ik niet alleen tussen alle verschillende behandelaren zit, maar ook op alle leefgebieden van het individu. Dat wat ik doe is dus eigenlijk helemaal niet zo eenvoudig en stuit in eerste instantie vrijwel altijd op weerstanden. Totdat mensen voelen en weten dat wat ik adviseer echt goed voor hen is.

Wendel Slingerland

Het ziet er (denk ik) als volgt uit: een werknemer meldt zich ziek en geeft bij de werkgever aan dat hij niet kan werken als gevolg van medische klachten of ziekte. Als het verzuim wat langer duurt wordt zo iemand aangemeld voor het spreekuur van de bedrijfsarts, zodat er een probleemanalyse kan worden gemaakt. De persoon gaat naar de bedrijfsarts, om er vandaan te komen met een advies om weer stappen te gaan maken richting werkhervatting. Persoonlijk beschrijf ik altijd de beperkingen en de mogelijkheden; ik geef concreet aan waarmee rekening moet worden gehouden als iemand weer aan het werk gaat. Ik geef meestal kaders aan wat betreft uren opbouw en de tijd waarin dit zou moeten gebeuren. Vaak probeer ik mijn adviezen te onderbouwen zonder dat ik daarbij medische gegevens prijsgeef, om daardoor het draagvlak van zowel werknemer als werkgever te vergroten. Ik leg daarbij steeds weer het lijntje naar de leidinggevende en roep heel hard dat werkgever en werknemer dit prima samen kunnen; dat het de bedoeling is dat ik een beetje mijn eigen winkelnering ben: enerzijds omdat ik verwacht dat het verzuim gaat zakken, anderzijds omdat ik denk dat werkgever en werknemer het steeds beter samen zullen leren.

In de praktijk gebeurt het volgende: een werknemer meldt zich ziek en geeft bij de werkgever aan dat hij niet kan werken als gevolg van medische klachten of ziekte. Zo iemand komt na enige tijd bij mij op het spreekuur. Ik haal hem of haar altijd op uit de spreekkamer en op dat moment begint mijn onderzoek al. Ik registreer bijvoorbeeld of iemand kan lopen, met welke hulpmiddelen en met welke gang. Ik registreer hoe iemand gekleed is – verzorgd of niet. Ik let op het voorkomen, het uiterlijk – wat straalt iemand uit, de manier waarop iemand een hand geeft, uit zijn mond ruikt en me wel of niet in de ogen kijkt. ….Vervolgens ga ik‘echt’ aan de slag. Ik begin met een korte uitleg van mijn rol en het kader van Wet Verbetering Poortwachter. Ga me dan oriënteren op het probleem, vraag dit uit op de drie gebieden van persoon, sociaal en werk. Leg dit alles vast in mijn dossier.

….Intussen ben ik in mijn hoofd aan het puzzelen en bedenken wat de aangrijpingspunten zijn: nu direct in de spreekkamer uit mijn eigen toolbox, wat zou ik al kunnen doen aan behandeling, maar ook daarbuiten richting leidinggevende. Ik breng het herstelgedrag van de werknemer in kaart – doet hij zelf de juiste dingen in het kader van zijn herstel en wordt hij of zij daarbij adequaat ondersteund door huisarts en specialist? Is hij of zij goed doorverwezen voor verdere behandeling? Is het herstel tot nu toe zoals te verwachten volgens de evidence based richtlijnen? Welke van mijn eigen richtlijnen kan ik hierop toepassen?

….Tegelijkertijd voel ik weerstanden, want de meeste mensen hebben al een vastomlijnd idee over hoe zij zich voelen en wat daarmee mogelijk is; ook hebben ze vaak al een advies van anderen – lang niet altijd dokters! Ik bedenk hoe ik die kan benoemen om iemand vervolgens in een positieve beweeg-modus te krijgen.

….Op hetzelfde moment vorm ik mijzelf een oordeel: verklaart ziekte het verzuim? Ik peil globaal of dit een geloofwaardig verhaal is, of heb ik het idee dat iemand me voor de gek houdt?

….Vervolgens maak ik de balans op, vat mijn conclusie en advies samen voor de werknemer. Ik haal uit mijn toolbox wat ik denk nodig te hebben en ga hiermee vast aan de slag.

….Ter afronding maak ik uiteindelijk de terugkoppeling voor de werkgever met daarin mijn advies voor de korte en lange termijn, zodat werkgever en werknemer daar samen voorlopig mee vooruit kunnen. Ik doe dit al typend, hardop, waar de werknemer bij zit, zodat die zijn of haar toestemming eraan kan verlenen. Ik print het document uit voor de werknemer en mail het naar de werkgever, na nog even geverifieerd te hebben of alles er in staat. Aansluitend bel ik soms nog even met een leidinggevende – als ik een advies geef waarvan ik verwacht dat het weerstand zal oproepen of wat verrassend zal zijn voor de leidinggevende.

Gelukkig heb ik ruim de tijd voor mijn consulten…ik heb bij ‘mijn’ werkgevers bedongen dat ik voor een eerste consult 45 minuten de tijd krijg, voor vervolgconsulten 30 minuten. Dit is voor mij voldoende, hoewel mijn eigen toolbox er hierdoor soms bij in schiet. Jammer, want ik weet dat de dingen die ik zelf kan doen tijdens het spreekuur enorm veel opleveren en verzuimverkortend zijn, met name door het inzicht dat ik mensen kan geven en het vriendelijke duwtje om weer te gaan bewegen.

Nu weer even terug naar het begin. Denkt u nou echt dat mijn rol en mijn kerntaken zomaar overgenomen kunnen worden door anderen, zoals bijvoorbeeld casemanagers, psychologen, huisartsen of verpleegkundigen? Geen van deze vertegenwoordigt in mijn optiek zo compleet alle aspecten die nodig zijn voor een afgeronde beoordeling en begeleiding als het gaat om ziekteverzuim en gezondheidsmanagement in brede zin. Ik denk dat ik onmisbaar ben.

Bedrijfsarts Erik-Jan van Wijhe

SOLK: Een complex, gedragsmatig probleem

Somatisch Onvoldoende verklaarde Lichamelijke Klachten (SOLK) komt bij alle medisch specialisten voor, maar ieder specialisme heeft er zijn eigen naampje op geplakt. Er zijn echter grote overeenkomsten tussen mensen met chronische vermoeidheid, chronische aspecifieke lage rugklachten, fibromyalgie, whiplash, post Lyme, etc. Ik zie mensen in mijn beide banen met langdurige klachten die vaak vele medisch specialisten bezoeken op zoek naar de fysieke oorzaak van hun fysieke klachten. Als alle onderzoeken feitelijk niets tastbaars opleveren en ze een beschrijvende diagnose zoals bijvoorbeeld fibromyalgie krijgen, zijn vervolgens natuurlijk nog niet van hun klachten af!

Niet meer eindeloos doorverwijzen

Wat mij betreft leren alle artsen SOLK herkennen. Hopelijk stoppen we dan met eindeloos doorverwijzen naar een aanpalend specialisme om te zien of daar misschien een oorzaak voor de klachten gevonden kan worden. Terwijl we vooraf eigenlijk al weten dat die kans heel klein tot afwezig is. Huisartsen worden hierin geschoold, als poortwachter van de gezondheidszorg. Maar ook bedrijfsartsen worden veelvuldig geconfronteerd met SOLK. Neem als voorbeeld de iets te zware werknemer met een kantoorbaan, die sinds een half jaar kampt met aspecifieke rugklachten. Geen van de beeldvormende onderzoeken heeft iets heeft opgeleverd, anders dan “wat degeneratieve afwijkingen, passend bij de leeftijd.” Maar deze werknemer is wel gestopt met werken en met sporten. Omdat het zo’n pijn in zijn onderrug en bil doet, iedere keer dat hij weer probeert fysiek actief te zijn of als hij probeert zijn werk te hervatten. “Als het nog steeds zo gevoelig is, dan is er vast iets mis in de rug”. Of nog erger, iemand heeft geroepen dat zijn rug versleten is, dus nu denkt hij dat hij het de rest van zijn leven maar rustig aan moet doen met zijn rug. Had iemand maar gezegd dat hij een slecht getrainde rug heeft, waar opbouwen van de belastbaarheid het belangrijkste doel zou moeten zijn om van zijn klachten af te komen!

Gezonde dosis interesse in psychologie en gedrag

Ik zie SOLK niet als de afwezigheid van ziekte, maar vooral als een complex gedragsmatig probleem waarbij angst, aandacht, overbelasting en stress een grote rol spelen. Hoe dat te communiceren richting de werknemer/cliënt/patiënt ervaar ik een grote uitdaging. Gehaast zijn en een nauw blikveld helpen in ieder geval niet heb ik gemerkt.  Een psycholoog mist medische kennis en de medicus mist soms de psychologische vaardigheden om adequaat te adviseren bij niet objectiveerbare klachten. Voor bedrijfsgeneeskunde is een gezonde dosis interesse in psychologie en gedrag zelfs een pré. Maar eigenlijk kom ik bij alle specialismen het belang van psychologie tegen. De werknemers op mijn spreekuur komen namelijk ook bij alle collegaspecialisten! Daarom moet de bedrijfsarts van heel veel vakgebieden een beetje weten. Specialist in arbeidsgebonden aandoeningen en daarnaast medisch generalist en communicatief evenwichtskunstenaar.

Studenten & artsen, opgelet!

Erik-Jan biedt geneeskundestudenten en artsen graag de mogelijkheid om een dag(deel) mee te lopen. Interesse? Mail Erik-Jan.


Blogs & video’s

Ron van Raaij: bedrijfsarts, duikerarts, stralingsarts

De ene bedrijfsarts is de andere niet. Het vak is rijk en gevarieerd, zo blijkt telkens weer. Ron van Raaij is bedrijfsarts bij Bedrijfsartsen5 Zuidwest, maar ook duikerarts en stralingsarts. Hierdoor kan hij zich naast verzuimbegeleiding ook bezighouden met de ‘harde’ medische kant zoals uitgebreid longfunctieonderzoek en inspannings ECG’s.

Wist je altijd al dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Na mijn studie geneeskunde ben ik in militaire dienst in aanraking gekomen met bedrijfsgeneeskunde. Ik was gestationeerd bij de Keuringsraad en deed onderzoek naar medische geschiktheid van beroepsmilitairen. De functie-eisen waren met name voor de zwaarste opleidingen zoals de KMA en de Commando’s behoorlijk fors. Bij de onderzoeken hoorde ook een maximale inspanningstest. Ik had al interesse in cardiologie en heb toen samen met de cardioloog uit het Militair Hospitaal een artikel geschreven over de keuringseisen bij het WPW-syndroom. Na mijn diensttijd ben ik als arts begonnen in de haven van Rotterdam omdat ze daar iemand zochten met verstand van inspanningsfysiologie. Ik ben toen ook de opleiding tot bedrijfsarts gaan volgen. Ik was geïnteresseerd in zowel de fysieke aspecten van de arbeidsomstandigheden als wat dit betekent voor de belasting van een werknemer.’

Hoe komt iemand op het idee om duikerarts te worden?
‘Toen in de jaren negentig de Erasmusbrug in Rotterdam gebouwd werd vroeg een collega-bedrijfsarts of ik de keuringen inclusief inspanningstesten wilde doen voor de caissonwerkers die onder overdruk de pylonen van de brug moesten afzinken. Ik heb toen de opleiding duikerarts gevolgd omdat de fysiologie mij erg aansprak. Ik doe nog steeds met veel plezier gericht onderzoek bij beroeps- en sportduikers, naast keuringen in de zeevaart en offshore. Op deze manier kan ik naast verzuimbegeleiding bezig kan zijn met de ‘harde’ medische kant zoals uitgebreid longfunctieonderzoek en inspannings ECG’s. Die combinatie houdt voor mij het vak boeiend.’

Wat is het meest opmerkelijke dat je hierbij bent tegengekomen?
‘Dat zijn toch wel de werkplekken in de haven van Rotterdam. Ik heb onder overdruk op de zandbodem van de Maas gestaan in het caisson en gezien hoe zwaar het werk daar was voor de mannen die met hogedrukkanonnen het zand weg moesten spuiten om de pylon te laten indalen. Het is indrukwekkend om in een kraan te klimmen in de haven of op een schip te komen van bijna 400 meter lengte, een breedte van 56 meter en een hoogte van ongeveer 15 verdiepingen dat meer dan 11.000 containers kan vervoeren. Als bedrijfsarts van het havenbedrijf Rotterdam meevaren op een patrouillevaartuig door de haven, schitterend! Medisch gezien heeft een beroepsduiker de meeste impact gehad. Deze man had na een ongeval door caissonziekte een dwarslaesie opgelopen. Beroepsrisico’s zoals werken onder overdruk , duikarbeid of werken met straling worden soms toch nog onderschat.’

Ga je de komende jaren nog nieuwe wegen inslaan, in de bedrijfsgeneeskunde of elders?
‘Een paar jaar geleden heb ik nog een opleiding gedaan in Leiden (stralingshygiëne niveau 3) die onder andere opleidt tot stralingsarts. Sinds 2013 doe ik ook radiologische keuringen voor diverse ziekenhuizen en werkgevers die non-destructief onderzoek verrichten in de industrie met röntgenapparatuur en gammacamera’s. Dat vind ik het mooiste aan het vak bedrijfsarts: je kunt je blijven ontwikkelen en je staat midden in de werkende maatschappij. Je komt niet alleen in aanraking met patiënten, maar ook met gezonde werknemers en leidinggevenden. Ook op preventief gebied kun je veel betekenen en als je wilt kun je op diverse vlakken nog echt als dokter optreden.’