Ruimte om complexe problemen te ontrafelen

Onlangs kreeg ik een mailtje van een min of meer bevriende arts. “Beste Erik-Jan, op de site bedrijfsarts worden kwam  ik een blog van jou tegen. Daarin stel je hoe belangrijk het is dat je het soort specialist wordt wat bij je past. Ik herken dat sterk; ik werk al een kleine 30 jaar als specialist in het ziekenhuis en ben toe aan een carrière switch. Omdat jij zo’n omslag eerder al hebt gemaakt, wil ik je graag om advies vragen. Wat raad je mij aan?”

Ga het ervaren

Ik schreef de arts terug, puttend uit eigen ervaring. ‘Mijn eerste advies zou zijn: ga een keer meekijken en meelopen op de werkvloer. Ga het ervaren, juist ook als ervaren arts. Je kijkt nu heel anders dan destijds tijdens de coschappen. Je wilt nu vooral weten of het een leuk vak is om te beoefenen. Zelf heb ik de bedrijfsgeneeskunde ook beter leren kennen door mee te lopen. Ik had al meerdere richtingen geprobeerd, zoals anesthesiologie en pathologie. Anesthesiologie vond ik interessant, vooral medisch-technisch, maar ik was niet echt geschikt voor acute geneeskunde. Pas toen ik meeliep bij bedrijfsgeneeskunde viel voor mij het kwartje. Ik was geboeid door de variëteit van het werk en de mogelijkheid om je klinische kennis op allerlei fronten in te zetten.

Aperte zeurpieten

Je hebt als bedrijfsarts te maken met werkelijk allerlei soorten mensen, allerlei soorten bedrijven en allerlei soorten aandoeningen. Sommige bedrijven beschouwen hun personeel als hun grootste kapitaal waar ze zuinig op zijn en waar ze graag investeren in preventie. Andere beschouwen werknemers als wegwerpproducten die snel vervangen moeten worden als er een klein, vaak snel te verhelpen, defect is opgetreden. Je spreekt aperte zeurpieten die zich bij ieder wissewasje ziek melden. Maar je spreekt ook mensen die jou na een harttransplantatie vragen of het alweer veilig is om hun werk op te pakken. Afhankelijk van de bedrijven  en sectoren waar je voor werkt, heb je te maken met alle denkbare aandoeningen. In de bouw en productie industrie zie je vooral veel locomotore klachten, in de transportwereld is er veel rugproblematiek vanwege langdurig zitten. In het onderwijs spelen weer vooral psychische klachten. Voor wie van afwisseling houdt: je kunt je hart ophalen!

Klinische kennis inzetten

Er is nog iets aan mijn werk wat jou denk ik ook erg zal aanspreken: als bedrijfsarts zie ik het als mijn grootste uitdaging om met mijn klinische kennis ingewikkelde vraagstukken te analyseren en deze vervolgens op te knippen in deelproblemen en deeloplossingen. Ik geef je een voorbeeld: een opleider orthopedie heeft chronische schouderklachten en kan hierdoor niet meer goed laparascopisch opereren. Wat ik dan als arts wil weten is: heeft hij zichzelf wel adequaat laten onderzoeken of is dit haastig aan het eind van de dag door een collega gedaan? is hij de overvolle werkweek en alle verantwoordelijkheden na al die jaren moe? Of gunt hij zichzelf simpelweg te weinig hersteltijd op een drukke OK-dag waardoor hij zichzelf structureel overbelast? Of moet hij meer delegeren en zo zichzelf minder overbelasten? Het precieze antwoord hierop hoef ik niet te weten; ik breng vooral de onderhoudende factoren in kaart en leg de regie bij de verzekeraar en de verzekerde. De verzekeringsmaatschappij van de arbeidsongeschiktheidsverzekering kent de kern van de zaak en kan interventies aanbieden om de onderhoudende factoren aan te pakken. Tegelijkertijd krijgt de verzekerde een concreet activerend advies aan om zijn inzetbaarheid te bevorderen.

Zelfstandig bedrijfsarts

De ruimte om problemen te ontrafelen is voor mij een essentieel onderdeel van bedrijfsgeneeskunde. Bij andere specialismen is die ruimte er volgens mij minder. Sinds enige tijd ben ik zelfstandig bedrijfsarts, na eerder bij meerdere arbodiensten te hebben gewerkt. Ik ben nu nog vrijer om mijn eigen tijd en mijn eigen werkzaamheden in te richten. Ik kan bedrijven weigeren die mij als verzuimcontroleur willen inzetten, ik kan mijn eigen werktijden bepalen, ik kan tot op zekere hoogte mijn eigen tarieven bepalen. En, voor mij heel belangrijk: ik kan klanten kiezen die me de ruimte bieden wat langer over een spreekuur te doen, zodat ik de tijd heb om een vertrouwensband met een werknemer te krijgen en om echt goed zicht te krijgen op soms complexe problemen.’


Ook een keer meelopen?

Is je interesse gewekt om bedrijfsarts te worden? Er zijn meeloopdagen door het hele land!

 

 

 

Gertjan Beens: meer preventie, minder dweilen

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Gertjan Beens is sinds 1992 bedrijfsarts. Sinds eind 2017 is hij ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Hij vertelt over zijn loopbaan en zijn bestuurlijke ambities. “Het is zinloos om geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat.”

Wanneer wist je dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Toen ik geneeskunde ging studeren, had ik een vaag beeld over ‘mensen beter maken’. Tijdens de studie vond ik veel interessant. Dat was ook nog zo bij de coschappen. Uiteindelijk was ik toch het meest gericht op gezondheidsvragen in een breder perspectief. Daar kwam ik bij mijn militaire dienstplicht achter. Ik zat bij de Luchtmacht en mijn baas was in opleiding tot bedrijfsarts. Hij gaf me de kans mee te kijken bij anderen. Toen wist ik wat ik wilde. Ik werd aangenomen in Breda, waar ik ging werken als bedrijfsarts, nog zonder opleiding. Nu zou dat ANIOS heten, maar toen werd daar niet zo op gelet. Na een jaar kon ik starten met de opleiding. Vanaf het eerste moment vond ik het vak prachtig. Het ruime blikveld sprak me erg aan. Het werk ging behalve over ziekte en gezondheid ook over communicatie, werkrelaties en bijkomende factoren. Ik keek zowel naar de patiënt als naar diens werkomgeving, kon problemen analyseren en adviseren. Verrijkend!’

Wat is het meest opmerkelijke dat je in je werk als bedrijfsarts bent tegengekomen?
‘Mijn mensbeeld is positief. Iedereen wil betekenisvol zijn en zijn best doen voor zichzelf, collega’s of bedrijf. Van de borrelpraat dat je constant belazerd wordt door mensen die een uitkering willen geloof ik helemaal niets. Al geldt ook hier: de uitzondering bevestigt de regel. Ik heb welgeteld één keer meegemaakt – in 30 jaar praktijk – dat iemand zijn complete ziektebeeld simuleerde. Deze persoon kwam zwalkend binnen, sloeg wartaal uit en liep zwalkend weer naar buiten, ondersteund door familieleden of begeleidende vrienden. De presentatie was consistent, tot diagnosestelling, doorverwijzing en voorgeschreven medicatie aan toe. Toch rook de werkgever onraad, met als bron collega’s en anonieme tips. De werkgever huurde een privédetective in, met James Bond-achtige foto-opnamen en stille achtervolging. Wat bleek? Betrokkene was over de grens bezig een eigen zaak op te bouwen. Hij werd op staande voet ontslagen. Tegelijk kan ik niet anders dan mensen blijven vertrouwen. Vertrouwen is de basis van ons werk.’

In hoeverre is jouw werk als bedrijfsarts in de loop der jaren veranderd?
‘Ik heb me altijd met begeleiding van arbeidsongeschikte mensen beziggehouden. Hierdoor kwam ik met iedereen in contact en kwam ik op allerlei plaatsen binnen bedrijven. Er was in mijn beginjaren nog echt ruimte voor preventie, we deden bijvoorbeeld ook preventief medisch onderzoek en werkplekonderzoek. Omdat ik veel hoorde en wist had ik een zeker mandaat om ook iets te vinden van algemene werkproblemen. Er was ook direct contact met leidinggevenden en eindbazen; de ideale weg om – hoe gering soms ook – invloed uit te kunnen oefenen. Toen de sociale zekerheid midden jaren negentig privatiseerde, verschoof de focus naar verzuimbestrijding. Er was minder aandacht voor preventieve maatregelen en gezondheidsbevordering. Maar ook dat is inmiddels weer gekanteld. Bij de bedrijven waarvoor ik werk – vaak wat grotere klanten die hun werkgeverschap goed willen invullen – is er wel degelijk veel aandacht voor preventie. Ik zie het als mijn uitdaging werkgever en werknemer tot keuzes en actie aan te zetten.’

In hoeverre heb je zelf richting gegeven aan jouw werk en ontwikkeling?
‘Ik heb me altijd gericht op méér dan alleen het probleem in de spreekkamer. En zoek dus ook altijd contact met mensen daarbuiten, of dat nu behandelaars, chefs of eindverantwoordelijken zijn. Het helpt dat ik de helft van mijn werkzame leven managementverantwoordelijkheid heb gedragen. Ik weet dat organisaties niet primair gericht zijn op de gezondheid van hun medewerkers. Er is een bruggetje nodig, een vertaling van organisatiebelangen naar gezondheidsbelangen en inzetbaarheid. Die strategische benadering van gezondheidsmanagement ligt me goed; ik heb hier ook een aanvullende leergang in gedaan. Daarmee blijf ik plezier houden in mijn werk en waarde leveren. Ik kan zo mijn eigen ontwikkeling voortzetten én toepassen in de werkpraktijk.’

Hoe komt iemand op het idee om voorzitter van de NVAB te worden?
‘Haha, heel simpel: niet. Toen de vacature langs kwam dacht ik: jaja, weer een schaap met vijf poten gezocht. Niets voor mij. Maar ik was wel al langer aan het nadenken over een volgende loopbaanstap. Toen ik actief benaderd werd voor het voorzitterschap vielen de puzzelstukjes samen. Ik zie het als een kans en een eer om langs bestuurlijke weg iets terug te doen voor het vakgebied waaraan ik veel te danken heb. We hebben een prachtig vak. Het belang van sociale geneeskunde – gezondheidszorg mét context, en oog op preventie – wordt alleen maar groter. Het is zinloos om eindeloos meer geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat! Vraag mensen wat ze belangrijk vinden in het leven. De kans is groot dat werk en gezondheid in de top vijf staan. Daar dagelijks over mogen adviseren is betekenisvol én belangrijk. Daarom moet dat vak uitgedragen en inhoudelijk uitgebouwd worden. Daarvoor staat de NVAB.’

Hoe wil je als voorzitter bijdragen aan de werving van bedrijfsartsen?
‘We dragen als bedrijfsartsen bij aan de gezondheid van werkende mensen, aan behoud van inzetbaarheid in werk en aan participatie in de maatschappij. Dat zijn zaken van algemeen belang. Die boodschap zal ik actief blijven uitdragen naar iedereen die interesse heeft in ons vak. Tegelijkertijd blijf ik lobbyen voor nieuwe vormen van financiering. We hebben als bedrijfsartsen te weinig financiële armslag. Het is vreemd dat voor opleiding, wetenschappelijke richtlijnontwikkeling en kwaliteitszorg geen middelen beschikbaar zijn, zoals dat bij bijvoorbeeld huisartsen en ziekenhuisspecialisten wel het geval is. Dat is op langere termijn niet houdbaar en niet terecht – juist ook omdat wij als bedrijfsartsen zaken van algemeen belang dienen.’

Bedrijfsarts worden? Doe de test!

Steeds meer artsen kunnen de vervolgopleiding die ze op het oog hebben niet doen omdat er te weinig opleidingsplekken zijn. Tegelijkertijd is er in de bedrijfsgeneeskunde grote behoefte aan mensen die vol overtuiging voor dit specialisme kiezen. Ook zijn er voldoende opleidingsplekken beschikbaar. Bedrijfsgeneeskunde zou mede om die reden voor menig basisarts of geneeskundestudent wel eens een heel interessante keuze kunnen zijn. Overweeg jij om bedrijfsarts te worden? Doe dan nu de test!

Bedrijfsartsen laten zich weer overal zien

Bedrijfsartsen laten zich de komende jaren weer volop zien richting geneeskundestudenten. We zijn met ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ in 2019 en 2020 aanwezig bij carrière-events bij alle medische faculteiten in Nederland. De start is al gemaakt. We waren dit jaar al aanwezig bij de Medische Carrièredag van de MFSU Sams. Eerder gaven we ook al acte de presence bij ‘Talking Medicine’, het event van De Geneeskundestudent.

Van Maastricht tot Groningen

De eerstvolgende bestemming is: Maastricht. Daar bezoeken we woensdag 22 mei de Carrièredag van MSV Pulse. Verder staan voor dit jaar ook Nieuwegein en Groningen al op de kaart gemarkeerd. Op 5 oktober zijn we in Nieuwegein bij de Carrièrebeurs KNMG. En op 17 november staat we in Groningen bij de Carrièredag van Panacea.

Prachtvak

Onze ambassadeurs bemensen bij de carrière-events altijd een stand. Daar delen ze hun ervaringen met het ‘prachtvak’ dat zij in hun ogen beoefenen. De ambassadeurs verzorgen ook met regelmaat een workshop waar ze wat dieper op hun werk en opleiding kunnen ingaan en in gesprek kunnen gaan met geïnteresseerde studenten. Bij alle events zijn de ambassadeurs voorzien van gloednieuwe campagnemiddelen zoals presentatiedoeken, rollbanners, flyers en pennen. De campagnemiddelen en de kosten voor de carrière-events zijn gefinancierd door NVAB, OVAL, KoM en NSPOH. Mede dankzij hun bijdragen kunnen we samen het beroep bedrijfsarts onder de aandacht blijven brengen.

Weten waar we als bedrijfsartsen staan en gaan? Check dan met enige regelmaat de agenda.

‘Je kind heeft kanker en jij niet, dus kom maar gewoon werken’

Op NOS.nl verscheen op 1 mei 2019 een artikel over de realiteit van veel werkenden met een ernstig zieke naaste. Uit onderzoek van onder meer de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties blijkt dat een werkweek combineren met langdurige en onregelmatige ziekenhuisbezoeken vaak niet lukt. Bijna de helft van de ouders met ernstig zieke kinderen meldt zich ziek. Ook naasten van volwassen kankerpatiënten hebben problemen om werk en zorg te combineren.

Niet alleen werknemers, maar ook werkgevers worstelen hiermee. Een werkgever van een klein bedrijf kan niet zomaar een werknemer missen. Moet hij de werknemer dan maar vragen ontslag te nemen zodra het zorgverlof voorbij is?

Voor bedrijfsartsen zijn zulke dilemma’s bijna dagelijkse praktijk. Zij begeleiden werknemers en werkgevers in het omgaan met deze moeilijke situatie. Het is daarom belangrijk dat werknemers en werkgevers ook de weg naar de bedrijfsarts weten te vinden, wanneer zij met zo’n situatie geconfronteerd worden.

Het artikel op NOS.nl vind je hier.

Meeloopdag zorgde voor ommekeer

Tijdens mijn studie heb ik, Boyd Thijssens, eigenlijk nauwelijks wat meegekregen van bedrijfsgeneeskunde. Pas tegen het einde van mijn opleiding, toen ik verder ging kijken dan de hectiek van het ziekenhuis, kwam ik er voor het eerst serieus mee  in aanraking. De ommekeer kwam voor mij na een meeloopdag met een enthousiaste collega. Ik was meteen geboeid door het vak. Na mijn afstuderen eind 2016 ben ik direct bij De Arbodienst aan de slag gegaan. Daar werk ik nog steeds. Onlangs ben ik ook gestart met de opleiding tot bedrijfsarts bij de SGBO in Nijmegen. Interessant om met een groep gelijkgestemden een verdiepingsslag te maken!

Omgaan met spanningsvelden

Het mooie van bedrijfsgeneeskunde vind ik dat je op veel vlakken iets kan betekenen voor iemand. Je belicht alle aspecten van iemands leven en niet louter het ziektebeeld. Er is genoeg tijd per spreekuur om door te vragen en uitleg te geven. Wat ook uitdagend is, is dat er spanningsvelden kunnen ontstaan tussen verschillende belanghebbende partijen. De kunst is dan om zaken van elkaar te scheiden en gericht advies te geven.

Veel op locatie werken

Het werk is sowieso heel gevarieerd. Je treft als bedrijfsarts een grote verscheidenheid aan ziektebeelden, karaktereigenschappen, beroepen en bedrijven wat het werk ook afwisselend houdt. In mijn huidige baan doe ik veel spreekuren op locatie van de klant. Dat maakt het werk nóg leuker en geeft vaak veel inzicht in hoe mensen werken en met elkaar omgaan.

Fanatiek krachtsporter

Naast mijn werk ben ik als fanatiek en competitief krachtsporter veel tijd in de sportschool te vinden. Dat is prima te combineren met mijn fulltime baan. Vanuit onze professie stippen we vaak bij mensen het belang aan van een goede werk-privé-balans. Dat geldt natuurlijk net zo goed voor mijzelf.


Dagje meelopen?

Boyd wil als ambassadeur van het vak bedrijfsarts graag over zijn werk vertellen. Woon in je in de regio Zuidoost Nederland (Van Eindhoven tot Maastricht) en wil je een dagje met hem meelopen? Mail Boyd!

 

Bedrijfsarts Madelijn de Kleine

Pleidooi: extra onderwijsruimte, betere coschappen

Als een van de ambassadeurs van deze campagne vraag ik mij, Madelijn de Kleine, soms af waarom we deze campagne eigenlijk moeten voeren. Want één ding weet ik zeker: als alle artsen en aankomend artsen wisten hoe leuk ons vak is, zou er een overschot zijn aan bedrijfsartsen. Waar wringt dan de schoen? Onbekend maakt onbemind Te weinig artsen kennen ons vak doordat het in de opleiding onvoldoende is gepositioneerd.

Natuurlijk, het vak krijgt langzaam maar zeker een plekje in de diverse curricula. Maar de aandacht is beperkt en broos. Bedrijfsgeneeskunde heeft nog steeds geen volwaardige positie in de geneeskundige opleiding. Dat is best vreemd, als je weet dat veel mensen in hun loopbaan met een bedrijfsarts te maken krijgen. Het is nog vreemder als je weet dat bedrijfsgeneeskunde zich naast het voorkomen van ziekte door werk bezighoudt met gezond functioneren en functieherstel – voor iedereen zeer belangrijk, zowel waar het de eigen gezondheid als de mogelijkheden in onze maatschappij betreft. Vraag je je als (aankomend) dokter wel eens af wat er gebeurt nadat de patiënten het ziekenhuis verlaten? Hoe patiënten ook qua werk de draad weer kunnen oppakken? We kennen allemaal het zo goed bedoelde advies: “Luister naar je lichaam en neem voldoende rust”. Maar hoe vang je als patiënt deze signalen op, wat betekenen ze en wat kun je ermee doen als werkende? Precies op dat punt kan de bedrijfsgeneeskunde veel toevoegen. Als bedrijfsarts ben je in gesprek met mensen en ondersteun je ze met jouw medische kennis. Je helpt ze om weer regie te voeren over hun eigen leven. Een leven waarbij werk, naast privéleven, sport en sociaal leven, voor veel mensen een belangrijke invulling is. Net zoals bij ons artsen zelf…

1. Curricula: meer tijd inruimen

Als we het belang van bedrijfsgeneeskunde onderkennen, hoe zorgen we dan dat dit vak ook in de opleiding van geneeskundestudenten de plaats krijgt die het verdient? De eerste stap moet, heel praktisch, zijn dat er in de opleiding meer tijd aan bedrijfsgeneeskunde wordt besteed – over de hele linie, vanaf dag 1 tot aan het eind van de coschappen. Hierbij is vooral een duidelijke verbinding tussen het werk in de kliniek en de bedrijfsartsenpraktijk van belang. Het zou al enorm helpen als een coassistent met een patiënt vanuit de kliniek zou meegaan naar het werk en naar zijn of haar bedrijfsarts. Dan wordt meteen duidelijk hoe het verloop van ziekte naar gezondheid er na of naast de kliniek uitziet.

2. Betere coschappen: studenten mee naar bedrijven

Er is sowieso veel winst te boeken bij de inrichting van coschappen. De kwaliteit kan en moet hier omhoog. Bedrijfsartsen moeten studenten en coassistenten veel meer dan nu het geval is meenemen naar de bedrijven waar ze voor werken. Het vak heet niet voor niets bedrijfsgeneeskunde! Bij de bedrijven zelf kun je het beste laten zien waar het werk uit bestaat, wat dat kan betekenen voor je gezondheid of wat het effect van een ziekte of gebrek op het uitvoeren van werk kan zijn. Op de werkvloer kun je laten zien hoe je als bedrijfsarts kennis over het bedrijf vertaalt naar potentiële gezondheidskansen en gezondheidsrisico’s voor medewerkers. Je kunt laten zien hoe je probeert om kansen te vergroten en risico’s te minimaliseren door zowel individuele medewerkers als organisatie zorgvuldig te begeleiden. Je kunt laten zien hoe je het gesprek tussen een medewerker en werkgever weer op gang brengt of hoe je hen met je inhoudelijke kennis over gezondheid en werk ondersteunt.

Dubbele oproep

Mijn oproep is dan ook tweeledig: de mensen die verantwoordelijk zijn voor de curricula moeten bedrijfsgeneeskunde meer ruimte bieden en zorg & arbeid meer met elkaar verweven. In dit proces moeten bedrijfsartsen ook hun verantwoordelijkheid nemen: laat studenten die stage lopen zien en voelen dat het belangrijk is voor de gezondheid van mensen om werk te doen dat bij ze past, op een plek waar ze zich veilig voelen en veilig zijn. Door studenten mee te nemen in de dynamiek van organisaties, kun je als bedrijfsarts heel concreet laten zien wat je kunt betekenen op de werkvloer. Studenten maken dan kennis met, vaak trotse, medewerkers die graag over hun werk vertellen. Hetzelfde geldt voor de werkgever. Deze kan als geen ander de context van het werk uitleggen, net als de veranderingen en de uitdagingen waar het bedrijf voor staat.


Studenten & faculteiten: opgelet!

Madelijn wil als ambassadeur graag over haar vak vertellen. Bijvoorbeeld in de vorm van een gastcollege. Ook maakt ze graag tijd vrij voor een gesprek over het vak. Interesse? Mail Madelijn.


Blogs & video’s

‘Continu je voelsprieten uitzetten in een bedrijf’
College!
Pleidooi: meer onderwijsruimte, betere coschappen
‘Het beste van twee werelden’ (video)

Het mooiste onderdeel: het werkbezoek

Rond half een in de middag had ik stevige trek, maar bleken we niet naar het bedrijfsrestaurant te gaan. We gingen langs op een bouwplaats in de buurt. Daar kregen we een rondleiding van de enthousiaste voorman, die het zeer kon waarderen dat de bedrijfsarts even langskwam. Werknemers die enkele weken daarvoor bij de bedrijfsarts waren geweest voor een inzetbaarheidsadvies werden even opgezocht. Lukte het toepassen van de adviezen in de praktijk? Waar waren ze nu  mee bezig? Deden ze hun eigen werk of deden ze aangepast werk? Op de bouwplaats kregen we uitleg over containerbouw en over de malaise in de bouwwereld. Het was informatief, maar ook heel gezellig.

Zo leuk maken als je zelf wilt

Terug in de auto vertelde mijn gastheer dat je als bedrijfsarts het vak zo leuk kan maken als je zelf wilt. Het langsgaan op de bouwplaats was voor hem een nuttig, maar ook een leuk uitje. Hij kon dan zien of er veilig gewerkt werd en tegen welke obstakels men in de praktijk opliep na zijn inzetbaarheidsadvies. Maar hij kon dan meteen ook even overleggen met de leidinggevende over een lastig arbeidsconflict, een bijna-ongeval op de werkplaats, het gedoe met een onderaannemer en de uitkomst van het recentelijk uitgevoerde periodieke medische onderzoek (PMO). Hij werd niet betaald voor dit werkbezoek, het was ook geen verplichting vanuit de arbodienst. Voor hem was het  werkbezoek echter veel leuker dan in de bedrijfskantine van de arbodienst de boterhammetjes eten. Dit gaf hem energie. Als de bedrijfsgeneeskunde mij aansprak, dan was het soort bedrijfsarts dat ik wilde zijn afhankelijk van mijn eigen keuzes. De nadruk op het zelf vorm geven aan wat je belangrijk vindt in je werk is mij blijven inspireren om regelmatig een dagje mee te lopen met werknemers bij werkgevers waarvoor ik bedrijfsarts ben. De dagen dat ik op werkbezoek was zijn achteraf altijd de werkdagen waar ik met het meeste plezier aan terugdenk.

Mortieren en andere munitie testen op schietbaan

In mijn tijd bij de interne arbodienst van het ministerie van Defensie  waren er veel mogelijkheden om werkbezoeken af te leggen. Bijvoorbeeld een dagje heel vroeg opstaan om de vrachtwagens te helpen laden en daarna hoog boven het andere verkeer mee te rijden in een vrachtwagen. Veilig in een geluidsdichte container bij het afvuren van de Pantser Houwitser. Mortieren en andere munitie testen op de schietbaan. Met de bewaking mee over het (vrijwel verlaten) militaire vliegveld Deelen, zelf schieten op de schietbaan, het bijwonen van de Integrale Beroepsvaardigheden Training (IBT) zodat je ook beter snapt waarom daar vaak bepaalde blessures uit voortkomen.

Op pad met de politie

Sinds kort werk ik voor de Politie Eenheid Oost en ben ik een dag en een avond op pad geweest met de politie. Het helpt mij om een beter beeld te krijgen van wat het dagelijkse werk van deze beroepen inhoudt. Hierdoor sluiten mijn inzetbaarheidsadviezen beter aan bij de inzetbaarheidsproblemen waar de werkgever tegenaan loopt. Ik snap beter waar politiemensen stress van krijgen en waarvan zij opladen. Als een overspannen medewerker direct wil beginnen met de zwaarste klussen, zal ik hem of haar bijvoorbeeld tijdelijk tegen zichzelf in bescherming moeten nemen.

Ontspannen en constructief

Werknemers en leidinggevenden ervaren het vrijwel zonder uitzondering als heel positief dat de dokter een keer bij hen langskomt op de werkplek. Het vertrouwen in een onafhankelijk en gedegen inzetbaarheidsadvies wordt daardoor ook vergroot. Ik ben er kennelijk niet alleen voor de werkgever, maar ook voor de werknemers. De sfeer in mijn spreekkamer is daardoor meestal ontspannen en constructief in plaats van wantrouwend en afstandelijk. Uiteraard staan de belangen van een werknemer en de werkgever soms tegenover elkaar. De kunst is dan om beiden een zo adequaat mogelijk advies te verstrekken, zonder partij voor de werkgever of de werknemer te kiezen. Dat is soms een hele uitdaging, maar dat maakt het werk van de bedrijfsarts ook heel waardevol en interessant.


Studenten & artsen, opgelet!

Erik-Jan biedt geneeskundestudenten en artsen graag de mogelijkheid om een dag(deel) mee te lopen. Interesse? Mail Erik-Jan.


Blogs & video’s

Wat voor soort dokter wil ik worden?
Wat denk je van bedrijfsgeneeskunde?”
Altijd op zoek naar oplossingen

 

Arend Hamming

Arend Hamming: onze nieuwe man in ‘Zuidwest’

Vacatures zijn er om vervuld te worden. Door verhuizing hadden we even geen bedrijfsarts beschikbaar die studenten en basisartsen een dagje mee kan laten lopen in Zuidwest Nederland, inclusief Zeeland. Inmiddels heeft Arend Hamming gehoor gegeven aan onze oproep. Hij is beschikbaar voor meeloopdagen in deze gehele regio. Of, zoals hij het zelf stelt: “Ik zit niet in Zeeland zelf, maar the next best thing is natuurlijk mijn prachtige habitat van Europoort. Met de auto op een steenworp van Zeeland en een mooi dynamisch gebied, met veel preventiewerk. Als er geïnteresseerde artsen zijn mogen die altijd met mij als jonge, enthousiaste collega meelopen.”

Impact op het dagelijks leven

Arend is aios bedrijfsgeneeskunde bij Arbo Unie. Hij heeft gekozen voor bedrijfsgeneeskunde omdat hij de aanpak in het ziekenhuis, gericht op diagnoses, organen en pillen, te beperkt vindt. “Ik wil me bezig houden met de impact van aandoeningen op het dagelijks leven. Dat doe ik nu, met veel plezier. Ook kan ik veel aan preventie doen. Zo denk ik graag mee met leidinggevenden hoe de gezondheid van werknemers bevorderd kan worden.”

Proeven?

Wil je een dag of een dagdeel meelopen met Arend om te proeven aan het werk van een bedrijfsarts? Stuur hem een mailtje!

 

College!

Of ik, Madelijn de Kleine, als ambassadeur van het vak bedrijfsgeneeskunde, een college wil geven op het LUMC. Natuurlijk! Zo gezegd, zo gedaan. Het voelde bijna als jeugdsentiment om weer in de collegebanken te zitten. Collegezalen die voor mij zoals ze nu zijn meer op gemeenteraadszalen lijken dan wat ik mij nog herinnerde (word ik dan toch al oud met m’n luttele 40 jaar…) en aan het einde van de middag nog helemaal vol zaten. Allemaal eigen microfoontje, iedereen netjes met laptop voor zich. Met bij de meesten keurig het collegedictaat erop, wat ik vanaf de bovenste rij, vanaf grote hoogte, voordat mijn college begon, goed kon zien. Er werd actief geleerd!

Leven patiënt buiten het ziekenhuis

Het was leuk om als ambassadeur van het vak bedrijfsgeneeskunde te worden uitgenodigd om aan te sluiten bij een college met als gast een patiënt met DM II. Om de studenten na het specialistische anamnestische deel door de endocrinoloog mee te nemen in het leven van de patiënt buiten het ziekenhuis. Om met elkaar en met de zaal in gesprek te gaan over de invloed van een ziekte op je leven, je functioneren, en wat de ziekte betekent voor jezelf in de uitvoering van je werk en je werkomgeving.

Het volledige perspectief

Dank voor de uitnodiging door de betreffende collega endocrinologie en de collega van sociale geneeskunde. Ze zien in dat het belangrijk is om in de opleiding geneeskunde het volledige perspectief te behandelen van ‘het behandelen van de ziekte en het functioneren met een ziekte’. Kortom, collega’s die het belang zien van een goede samenwerking tussen de curatieve geneeskunde en de bedrijfsgeneeskunde.

Wat ik zelf heb geleerd

Ik hoop natuurlijk dat ik de studenten een blik op ons mooie vak heb kunnen geven,. Maar ik heb zelf ook het nodige geleerd en ingezien:
1. De endocrinoloog heeft een leuk coschap bedrijfsgeneeskunde gehad tijdens haar opleiding en heeft mede hierdoor geleerd wat de meerwaarde van werk voor mensen is en wat hierbij de ondersteuning van de bedrijfsarts kan zijn.
2. De endocrinoloog praat met haar patiënten zelf ook over werk en de invloed van de ziekten op het werk. Dit maakte dat de aansluiting tijdens het college prettig verliep.
3. Het werd mij bij het binnenlopen van de collegezalen meteen duidelijk waarom ik niet heb gekozen voor een klinisch vak maar voor bedrijfsgeneeskunde. Weg uit de hiërarchie, uit het dagelijkse stramien van de kliniek en de SPSS. Werken in bedrijven waar ‘de mensen’ elke dag hun ding doen, waar ook mensen komen die niet ziek zijn. Werken met iedereen. En dan door een week heen ook nog bij verschillende bedrijven. Wat een verademing was en – zoals ik in de collegezaal voelde – voor mij nog steeds is. Ik doe gewoon mijn werk en tijdens mijn loopbaan trekt een groot deel van wat er gebeurt in Nederland aan mij voorbij. Met steeds andere en nieuwe uitdagingen én leuke contacten.
4. Willen we ons vak goed neerzetten dan zullen we op de universiteit zelf het voortouw moeten nemen, zelf de colleges moeten regelen en daarbij onze collega’s uit de curatieve sector vragen om aan te sluiten.

Eerste indruk is een daalder waard!

Nogmaals dank voor de collega’s die mij als ambassadeur het podium gaven, maar het inhoudelijk sterk en sexy neerzetten van de bedrijfsgeneeskunde is ook onze eigen verantwoordelijkheid. Hoe we dat kunnen doen? Het vak traumatologie sprak velen aan door de spectaculaire foto’s die we te zien kregen. Niet de foto’s waarop te zien was hoe een dag van een specialist verloopt op de poli. Daarom moeten we in beeld brengen wat het betekent om met obesitas te werken in de zorg, wat het betekent om ernstige eczeembeschermende kleding te dragen, wat het betekent om met een OCS als boekhouder te werken, wat het betekent om de diagnose epilepsie te krijgen als je beroepschauffeur bent. Daarom moeten we beeld brengen hoe we deze medewerkers hierbij kunnen ondersteunen. De eerste indruk is een daalder waard, ook bij bedrijfsgeneeskunde!


Studenten & faculteiten: opgelet!

Madelijn wil als ambassadeur graag over haar vak vertellen. Bijvoorbeeld in de vorm van een gastcollege. Interesse? Mail Madelijn.


Blogs & video’s

‘Continu je voelsprieten uitzetten in een bedrijf’
Pleidooi: meer onderwijsruimte, betere coschappen
‘Het beste van twee werelden’ (video)