Wat is er mooi aan je werk?

BLOG | Ik heb een nieuwe favoriete anamnesevraag: wat is er mooi aan je werk? In mijn vorige (werk)leven als internist heb ik deze vraag te weinig heb gesteld, merk ik nu. Het lijkt een hele simpele vraag. Maar wat een bron van (waardevolle) informatie komt eruit voort. Volgt er een (te) lange pauze na deze vraag? Dan weet ik dat er een mogelijk pijnpunt is waarop ik me zou kunnen focussen. ‘Het geld, dokter.’ Duidelijk. Say no more. Maar wat me het meest opvalt? Dat zoveel mensen van hun werk houden. Wat een passie. Ik zie het dagelijks.

Jongensdroom

Neem de vrachtwagenchauffeur die met herniaklachten is uitgevallen. Zijn antwoord op deze “simpele” vraag? ‘Mijn werk is het mooiste wat er is, dokter! Met alle respect, jouw werk is er niets bij. Ik kom door heel Nederland en België. Heb je wel door hoe mooi ons land is? Het frisse groen in de lente of de mist die in de vroege ochtend over de wegen hangt. Ik kan echt genieten van ons landschap. Ik ben vrij als ik op weg ga, mijn wagen en ik zijn dan één. Ondertussen luister ik naar podcasts en kom ik bij allerlei fabrieken. Het is echt een jongensdroom. En dan heb ik ook nog eens leuke collega’s door het hele land. Nee, het is dat mijn rug niet meewerkt, anders zou ik liever gisteren dan vandaag de weg op willen.’ Ik blijf stil en kijk zijn inmiddels glinsterende ogen met een glimlach aan. Zijn passie is aanstekelijk. Ik weet meteen ook dat ik hem eerder moet afremmen dan stimuleren in zijn re-integratie.

Snackbarbabbel

Of de snackbarmedewerkster. Die is bij mij beland door een conflict met haar werkgever. Ook bij haar stel ik mijn nieuwe favoriete vraag en ook haar ogen beginnen te glinsteren. ‘De snackbar waar ik werk is een fenomeen in Den Haag. Daar kwam mijn oma al. De hele buurt komt er. Nog steeds. Klinkt gek, maar ik wou er al van jongs af aan werken. De hele buurt komt er. Niet alleen voor een kroket – ook al hebben we de beste kroketten van Den Haag –, maar juist voor een babbel. Ik hou van mensen, ik hou van een babbel en ik hou van mijn buurt. Daarom wou ik ook bij deze snackbar werken. Is het zwaar bikkelen? Ja zeker. Het is knallen en nog eens knallen. Maar als ik naar huis ga, ga ik met een voldaan gevoel weg.’ Voor het eerst zie ik een glimlach bij haar. En het is me ook duidelijk waarom het conflict met haar werkgever haar enorm raakt.

Wat is er mooi aan je werk? Mocht iemand dat aan mij vragen, dan heb ik mijn antwoord al paraat. ‘De verhalen van mijn patiënten. Met alle respect, jouw werk is er niets bij.’


In een blogreeks neem ik je mee in de spreekkamer van de bedrijfsarts. Elke patiënt heeft een uniek verhaal. Aan mij als aios bedrijfsgeneeskunde de eer om te luisteren naar al deze verhalen en telkens weer op zoek te gaan naar de best mogelijke zorg. Details van mijn verhalen wijzig ik, om de anonimiteit van mijn patiënten te waarborgen. –  Mustafa

Gepubliceerd op: 3 oktober 2022

De patiënt die mij de diagnose vertelt

BLOG | Elke patiënt heeft een uniek verhaal. Dat maakt het vak van een arts voor mij zo ontzettend mooi. Als aios bedrijfsgeneeskunde heb ik de eer al deze verhalen te mogen horen. En telkens weer op zoek te gaan naar de best mogelijke zorg. In een blogreeks neem ik je mee in de spreekkamer van de bedrijfsarts. Details van mijn verhalen wijzig ik, om de anonimiteit van mijn patiënten te waarborgen. Deze keer het verhaal van een vrouw die erg moe is, maar naar eigen zeggen kerngezond.

‘Ik ben zo moe dokter, het lukt me gewoon niet. Ik kan niets meer.’ Ze is in de vijftig en planner voor een groot logistiek bedrijf. ‘Ik begin de dag moe, blijf de hele dag moe en ga moe naar bed’. De internist in mij denkt in diverse smaken anemie, in slaap apneu-syndromen en schildklierkwalen. Maar als bedrijfsarts in de maak weet ik dat het (werk)leven ook veel van je kan vergen. Nu denk ik in depressie, in PTSS, onverwerkte rouw en in burn-out.

‘Verder ben ik kerngezond’

Ik blijf stil, want de kern van het arts zijn is en blijft de anamnese. Listen to your patiënt, (s)he is trying to tell you the diagnosis hoor ik nog steeds een professor mij en 249 andere geneeskundestudenten vertellen tijdens een hoorcollege. ‘Ik denk dat het door een hersenschudding komt’, vertelt ze me. ‘Daar is echt niets mee gedaan. Ik ben een jaar geleden van mijn fiets gevallen, mijn hoofd was net een stuiterbal. De huisarts heeft me onderzocht, maar nooit naar een neuroloog doorverwezen. Er is gewoon niets mee gedaan!’. Ze kijkt me aan en is even stil.

Ze is ervan overtuigd dat het niet door haar werk komt. Oké, er is een reorganisatie. Ja, de werkdruk is al jaren hoog. En door COVID moest ze meer thuiswerken waardoor haar werk-privé balans wat verschoof. En ja, met de nieuwe manager botert het ook niet altijd. Maar dat hoort er allemaal bij. Het is de hersenschudding. Ik vraag haar of ze behalve de hersenschudding, verder gezond is. Of ze misschien bekend is met andere ziekten. ‘Twee jaar terug is mijn blindedarm verwijderd. Maar verder, ben ik kerngezond.’

Hoe langer ik haar spreek, hoe meer ik denk dat het niet de hersenschudding is. Zou het toch de reorganisatie, de werkdruk, de impact van COVID en de nieuwe manager kunnen zijn? Ik opper of ze misschien baat kan hebben bij een praktijkondersteuner. ‘Nee, dat werkt niet bij mij’, zegt ze meteen. Ik vraag haar hoe ze dat weet. ‘Een paar jaar terug heeft de huisarts me al naar de praktijkondersteuner verwezen. Dat werkte niet bij mij. Daarom werd ik naar de psycholoog doorverwezen. Die heeft me drie maanden behandeld.’ Ze ziet de verwarring in mijn blik. Verder ben ik kerngezond. Dat had ze toch gezegd? ‘Ja, ik had een burn-out. Daarom was ik uiteindelijk naar de psycholoog verwezen. Maar dat was bij mijn vorige werk.”

Naar het diepste dal

Een grote belemmering bij de begeleiding en behandeling van een burn-out, is niet durven toegeven dat je een burn-out hebt. Want helaas is er een stigma omtrent een burn-out. Het voelt als falen. Zowel voor de werknemer als voor de werkgever. Een burn-out zie je niet (altijd) aan de buitenkant. En de omgeving heeft het vaak niet meteen door. Ik heb al van diverse patiënten gehoord: ‘Dokter, geef me liever een gebroken been dan dit.’

Ik vraag haar waarom ze niet aangaf dat ze een burn-out heeft gehad, dat is toch ook een ziekte? Nu is ze stil. Want ze weet heel goed dat het een ziekte is. Een ziekte die je naar het diepste dal brengt. ‘Weet ik niet,’ antwoordt ze. Ik heb mijn ingang gevonden en vraag haar of ze haar klachten van toen kan beschrijven. Ze weet het nog heel goed. ‘Het was alsof ik door een laag modder liep. Ik vergeet nooit meer het moment dat ik op mijn dieptepunt was. Ik was de vaatwasser aan het leeghalen. En plots lukte het me gewoon niet. Het lukte me niet om een lade vaat te legen! Ik weet nog dat ik voor de vaatwasser op de grond ging zitten en in huilen uitbarstte.’ Haar ogen beginnen rood te worden. ‘Ik was zo moe dokter, het lukte me gewoon niet. Ik kon niets meer…’

Mustafa werkt als arts in opleiding tot bedrijfsarts bij ArboNed. Hij maakte de overstap van internist naar bedrijfsarts en voelt zich in deze rol als een vis in het water. Lees meer over Mustafa.

Gepubliceerd op: 25 juli 2022

Een tweederangs dokter

BLOG | ‘Een bedrijfsarts is een tweederangs dokter,’ begin ik. ‘Steek je hand op als je het daarmee eens bent.’ Ik val meteen met de deur in huis. En ja hoor, negen van de twaalf ‘geïnteresseerde’ artsen steken hun hand op.

Ik mag als kersverse ambassadeur bedrijfsgeneeskunde voor het eerst een vragenuur over het vak voorzitten. ‘Start met een stelling’ werd mij als tip gegeven. En bedankt. Realiteit kan confronterend zijn. De twaalf bestaan uit huisartsen, basisartsen, artsen niet in opleiding tot longarts, een radioloog en zelfs een patholoog.

De bedrijfsarts is inferieur aan allen qua imago.
Een bedrijfsarts is geen arts.
Een bedrijfsarts word je als je in iets anders faalt.
Een bedrijfsarts is er voor de werkgever.

Allemaal vooroordelen die er anno 2022 zijn en die ik tot een jaar terug ook deelde. ‘Ik weet niet wat een bedrijfsarts doet,’ vervolg ik. Dit keer blijven er drie handen opgestoken. Mijn hand blijft in mijn zak: ik weet inmiddels wel wat een bedrijfsarts doet.

Ik zeg inmiddels, want in de zes jaar van mijn studie geneeskunde heb ik welgeteld twee hoorcolleges over het vak gehad. En een snuffelstage van drie weken om mij een ‘goed’ beeld van een bedrijfsarts te geven. Dat in combinatie met de niet-zo-sexy uitstraling van een bedrijfsarts maakte dat ik het niet eens overwoog als toekomstig beroep.

Vijftien jaar later. Ik ben internist. Internist zonder baan, dus tijd voor verandering.

Het uitzendbureau kwam ermee. ‘Toevallig aan bedrijfsarts gedacht?’. Ik kon niet wachten met nee zeggen, maar ik had mezelf beloofd alles een kans te geven. ‘Out of the box’ denken noemen ze dat tegenwoordig. En hoe meer ik over die box nadacht, hoe meer ik eruit wilde.

Goede banenmarkt. Grote kans op werk in je eigen regio. Veel mogelijkheden om je verder te profileren. Daar begon mijn interesse mee.

‘Waarom probeer je het niet voor 6 maanden?’, zei het uitzendbureau. Tja, dacht ik. Wat is een half jaar in een werkleven? En dus ging ik aan de slag als bedrijfsarts niet in opleiding. En al snel merkte ik dat ik vakinhoudelijk aan mijn ‘dokters-trekken’ kwam. Ik had me nooit gerealiseerd dat je heel werkend Nederland ziet. Iedere dag heeft een werknemer een nieuw en bijzonder beloop of verhaal. Want daar begint het dokter zijn: luisteren naar de verhalen van je patiënt.

De dertigjarige met ALS die de keuze moet maken of hij zijn energie nog aan werk moet besteden. De timmerman die reumatoïde artritis heeft ontwikkeld en een hamer niet meer vast kan houden. De advocaat die zelf in een scheiding ligt en tegen een burn-out zit. Ik zie ze allemaal. Ik help ze allemaal. Zonder een recept uitgeschreven te hebben.

Die 6 maanden zijn inmiddels al lang verstreken.

‘Ik ben gelukkig met mijn huidige werk.’ Vijf steken hun hand op. Zes als je mij meetelt.

Deze blog van Mustafa Dönmez is eerder verschenen op www.tbv-online.nl.

Foto: © SDI Productions / Getty Images / iStock

Gepubliceerd op: 12 juli 2022

Een andere afslag

BLOG | Een tijd geleden was ik te gast bij de podcast van De andere dokter. Hierin vertel ik onder meer dat ik als geneeskundestudent een duidelijk doel voor ogen had; ik wilde orthopeed worden. De rest vond ik niet interessant. Totdat ik daadwerkelijk, na jarenlang studeren op de orthopedie-afdeling rond mocht lopen. Ik had daar zo lang naar uitgekeken. En toen kwam ik erachter dat het toch niet mij paste. Een moeilijke conclusie, want dit was toch wat ik altijd wilde?

Benieuwd hoe ik uiteindelijk aios bedrijfsarts werd? Beluister de podcast.

Gepubliceerd op: 26 februari 2021

Kijktip: Ziek door je werk

BLOG | Onlangs zag ik de documentaire ‘Ziek door je werk’, van de hand van Pointer  (KRONCRV); je kunt de volledige aflevering hier op NPO Start bekijken. Als bedrijfsarts heb ik er deels met afschuw, deels met genoegen naar gekeken. De reden? Aandacht voor beroepsziekten en adequate zorg voor mensen met een beroepsziekte staan niet hoog op de politieke agenda. Deze documentaire maakt pijnlijk duidelijk dat dit wél zou moeten.

Trage rechtsgang

In de documentaire zien we dat Edward schildersziekte heeft, waarschijnlijk doordat hij met giftige stoffen heeft gewerkt. Hij heeft zijn oud-werkgever aansprakelijk gesteld, maar weet niet of en wanneer hij in het gelijk wordt gesteld. We zien ook Jaco. Hij werd ook ziek, maar raadt iedereen met klem af om een beroepsziektezaak aan te spannen. Zijn zaak duurde negen jaar en daar heeft hij zwaar onder geleden.

Kernwaarden

Over de rechtsgang in Nederland kan ik niet goed oordelen, maar de documentaire maakt voor mij wel eens te meer duidelijk dat bedrijfsartsen met name preventief meer ruimte moeten krijgen, meer ruimte moeten opeisen wellicht ook. Het herkennen, opsporen, aanpakken en waar mogelijk voorkomen van beroepsziekten en beroepsgebonden aandoeningen is namelijk een belangrijk element  van arbeidsgerelateerde zorg. Het is een professionele taak en een maatschappelijke verantwoordelijkheid van de bedrijfsarts die is opgenomen in de tien kernwaarden van de NVAB. Een bedrijfsarts moet ongehinderd toegang hebben tot de werkplek. Werkenden hebben recht op een arbeidsomstandighedenspreekuur. Een spreekuur waarbij je met de bedrijfsarts in alle anonimiteit kan spreken, zonder dat de werkgever hiervan weet, ook als er nog geen sprake is van ziekte. Helaas weet niet iedere werknemer dit. Werk aan de winkel dus…
Gepubliceerd op: 26 januari 2021

“Klinische klachten extra interessant”

BLOG | De vrijdag voor mijn vakantie kom ik iets voor half negen aan op de spreekuurlocatie. Vandaag heb ik twaalf cliënten, zie ik in mijn planning. Dat valt mee. Vol goede moed begin ik aan mijn spreekuur. Bij zeven van de twaalf spreekuren gaat het om cliënten met psychische klachten. Bijna 60%. Tijdens mijn studie heb ik geleerd dat een derde van het ziekteverzuim psychisch van aard is. Mijn vermoeden is al langer dat we veel meer psychisch verzuim zien in onze spreekkamer dan in de literatuur wordt beschreven. Dat blijkt vandaag maar weer. De andere 40% van de klachten die ik deze dag als bedrijfsarts zie zijn klinisch van aard. Voor mij zijn dit altijd extra interessante casussen. Ik kan dan lichamelijk onderzoek doen en meedenken in de differentiaaldiagnose, de behandeling en verdere onderzoeken.

Astma bronchiale

Voordat ik aan mijn carrière als bedrijfsarts begon, heb ik longgeneeskunde gedaan. Ik heb daarom veel affiniteit met astma/COPD, wat mij deze vrijdag goed van pas komt. Ik zie tijdens een van de spreekuren een vrachtwagenchauffeur met een astma bronchiale met persisterende obstructie en een allergische bronchopulmonale aspergillose. Het probleem speelt al langer en het is niet het eerste gesprek dat ik met hem voer. De man heeft de afgelopen jaren veel recidieven gehad en is hiervoor behandeld met prednison en antibiotica. Toen hij bijna een jaar verzuimde met recidiverende longklachten hebben we als arbodienst een expertiseonderzoek ingezet.

Een expertisecentrum beoordeelt gezondheidsklachten en medische beperkingen van mensen die langdurig ziek en arbeidsongeschikt zijn. Zij bieden daarin duidelijkheid over adequate behandeling en belastbaarheid voor arbeid, bijvoorbeeld als herstel en re-integratie stagneert, als een diagnose of prognose onduidelijk is, als er twijfel bestaat over benutbare mogelijkheden of de noodzaak van een behandelinterventie. In dit geval zette ik het expertiseonderzoek in op verzoek van werkgever. Die wilde graag weten of zijn medewerker nog terug kon keren in zijn eigen werk als vrachtwagenchauffeur.

Schakelen met longarts

Parallel aan het expertiseonderzoek heb ik ook medische informatie bij de longarts opgevraagd met de vraag of de behandeling optimaal was. De laatste maanden werd er alleen maar behandeld met prednison. De aspergilles zelf leek niet aangepakt te worden. Door de coronamaatregelen vonden de adviezen en de behandeling allemaal telefonisch plaats. In mijn ogen is dit niet de juiste aanpak, zeker niet als de klachten niet lijken op te knappen. Na aandringen kon mijn cliënt in juli toch op fysieke controle bij de longarts. Hij kreeg itraconazol 100mg voor een periode van drie maanden. De klachten leken eindelijk wat af te nemen. Mijn cliënt had minder dyspneuklachten, sliep beter en kon overdag al meer ondernemen. Ik wilde graag ook een VO2 max laten doen om zijn belastbaarheid te berekenen en pleitte voor de inzet van een revalidatieprogramma. Dat was echter vanwege coronamaatregelen nog niet mogelijk, volgens de longarts.

Kansen op werkhervatting

De uitkomst van het expertisecentrum was dat hij goed behandeld werd. Over de toekomst van het werk konden ze nog geen uitspraak doen. Eerst moest het effect van de behandeling afgewacht worden. Wel is een FML voor een arbeidsdeskundig onderzoek opgesteld, een lijst met functies die zouden kunnen passen bij de belastbaarheid van mijn cliënt. Ook heeft het expertisecentrum een tweesporenbeleid geadviseerd.

Tijdens het spreekuur besprak ik de uitkomst van dit expertiseonderzoek met meneer. Hij was erg teleurgesteld en had meer verwacht van de uitkomst, met name van de behandeling. Na het spreekuur heb ik de uitkomst ook met de werkgever gedeeld en hen geadviseerd om een re-integratiebureau in te zetten, om zo ook de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te onderzoeken voor mijn cliënt. Het doel blijft tot nader order terugkeer in eigen werk, maar voor de zekerheid wordt er ook al gekeken naar ander werk bij een andere werkgever, het zogeheten ‘tweede spoor’.

Veel fietsen

Verder besprak ik deze vrijdag met mijn cliënt zijn dagindeling. Hij probeert nu, op mijn advies, zelf minimaal twee keer in de week een flink aantal kilometers te fietsen. Verder probeert hij in de tuin bezig te zijn, de planten te verzorgen en het gras te maaien. Het lukt hem goed overdag bezig te blijven. Ik ben blij voor mijn cliënt dat het hem goed gaat met de nieuwe medicatie en dat hij stappen maakt in zijn belastbaarheid. Als het zo goed blijft gaan zouden we weer een start kunnen maken met een stukje werkhervatting.

Tegelijkertijd vraag ik me af of dit met zijn ziektegeschiedenis en de vele recidieven realistisch is. We maakten daarom de afspraak om vanaf 17 augustus te starten met 4 dagen 2 uur aangepast werk. Ook zou er een start met het 2e spoortraject gemaakt worden via een re-integratiebureau. Over 6 weken spreken we een nieuw spreekuur af om de belastbaarheid en het beloop opnieuw met elkaar te evalueren. Tevreden sluiten we beiden het gesprek af. Mijn vakantie kon beginnen.

Gepubliceerd op: 21 oktober 2020

Geweldige tip van mijn patiënt!

BLOG | Op doorreis door Frankrijk stopten wij afgelopen zomer voor de verandering eens niet op de overvolle parkeerterreinen langs de snelweg voor de broodnodige pauzes. In plaats daarvan sloegen wij af bij de bordjes met daarop “Village Étappe”. Vlak langs de Franse A20 liggen leuke dorpjes en stadjes met dit label die van alles te bieden hebben aan reizigers op doorreis: goede eetgelegenheden, prima overnachtingsplekken en altijd een garage.

Zo werden de lange autoritten afgelopen zomer opeens een stuk relaxter dan voorheen. En dat vonden mijn zoontjes ook. Zij spelen onderweg heel wat liever op een pittoresk dorpspleintje dan tussen de auto’s en overvolle prullenbakken naast een tankstation.

Tijd en aandacht

Van wie ik deze tip kreeg? Van een patiënt. Eén van de grootse pluspunten aan het vak van bedrijfsarts vind ik de hoeveelheid tijd die je hebt voor de mensen die je begeleidt. Door de ruime spreekuurtijd maar ook omdat je ze gedurende een langere periode blijft volgen. Zo krijg je als arts de ruimte om niet alleen iemands ziektebeeld maar ook de mens daarachter te leren kennen. En dan heb je het dus ook wel eens over zomervakanties en lange autoritten.

Iets aan elkaar meegeven

Ik hoop als arts iets mee te kunnen geven aan de mensen die ik behandel maar omgekeerd neem ik dus ook dingen van hen mee. Al is het maar een kleine tip; onze autoritten tijdens de zomervakantie zullen er voortaan een stuk aangenamer door zijn.

Gepubliceerd op: 5 februari 2020

Bedrijfsgeneeskundige zorg voor iedereen?!

BLOG | Wat zijn de belangrijkste taken van een bedrijfsarts? Het gezond houden van werkende mensen, het voorkomen van beroepsziekten en arbeidsgerelateerde ongevallen en zorgen dat mensen na hun werkzame bestaan van hun pensioen kunnen genieten. Ofwel: werken aan duurzame inzetbaarheid voor de gehele beroepsbevolking. Ondanks dit hogere doel zijn bedrijfsartsen nog steeds heel veel bezig met verzuim. Zij richten zich hierbij op de zieke werknemer; grofweg 5% van de beroepsbevolking.

Meer preventie nodig

We zouden nog veel meer bijdragen aan duurzame inzetbaarheid als we ons als bedrijfsartsen ook actief richten op de grote meerderheid, de niet-verzuimende 95%. Door arbeidsgerelateerde spanning te helpen voorkomen. Door de werkvloer op te gaan en daar incidenten (zoals met chroom-6) te voorkomen. Kortom, door meer in te zetten op preventie, iets waar we als bedrijfsartsen al langer naar streven, maar wat in de praktijk nog steeds te weinig wordt waargemaakt. Aan visie ontbreekt het ons niet als beroepsgroep. Ook de politiek heeft ons het mandaat gegeven om elke werkvloer te betreden.

Te weinig bedrijfsartsen

Waarom storten we ons toch nog niet massaal op preventie? Dat heeft vooral te maken met de grote hoeveelheid werk. In het derde kwartaal van 2019 hadden 9 miljoen mensen in Nederland betaald werk. Er is daardoor enorm veel vraag naar bedrijfsartsen, zowel voor het begeleiden van zieke werknemers, als voor het leveren van advies en ondersteuning bij preventie. Tegelijkertijd neemt het aantal bedrijfsartsen af, ondanks de toename van artsen die starten met de opleiding tot bedrijfsarts. Ook beroepsvereniging NVAB uit zorgen over de instroom van nieuwe bedrijfsartsen, naar aanleiding van het recente Capaciteitsplan. Daaruit blijkt dat er jaarlijks 250 nieuwe bedrijfsartsen nodig zijn om aan de toekomstige behoefte van werkend Nederland te blijven voldoen. Nu zijn dat er ongeveer 100 per jaar. Om dat tekort te ondervangen is de laatste jaren goed nagedacht over taakdelegatie en taakherschikking, zodat andere vakbekwame professionals bepaalde taken van de bedrijfsarts kunnen overnemen.

Wettelijke verplichting, concrete hulpvraag

Gaat dat het probleem oplossen? Deels, maar ik denk dat we op zoek moeten naar de kern van het probleem. Waar komt de grote vraag naar bedrijfsartsen vandaan? Er is een wettelijke verplichting voor werkgevers om hun personeel een bedrijfsarts te laten consulteren als zij meer dan 6 weken ziek zijn. Daarna is protocollair vastgelegd hoe vaak wij minimaal de werknemer moeten zien. Helpt dit bij het behalen van ons doel, het duurzaam inzetbaar houden van de Nederlandse beroepsbevolking? Vast en zeker, maar ik wil hier graag een stap verder denken: wat gebeurt er als de wettelijke verplichting van verzuimbegeleiding verdwijnt? Als het gesprek tussen werkgever en werknemer en onderling vertrouwen centraal komen te staan na een ziekmelding? Als mensen enkel nog de bedrijfsarts consulteren bij een concrete hulpvraag, bijvoorbeeld omdat werkgever of werknemer nog vragen heeft of als een werknemer niet wil bespreken wat hem of haar mankeert, een recht dat uiteraard behouden moet blijven?

Aan de slag voor álle werkenden

Als de wettelijke verplichting verdwijnt, zal de werkdruk afnemen. Ook de effectiviteit van het consult zal hierdoor sterk toenemen. Bedrijfsartsen krijgen extra tijd om zich te richten op hun echte taak: zorgen voor duurzame inzetbaarheid voor alle werknemers. Ze kunnen hierdoor ook nog eens hun scope verbreden en er voortaan ook zijn voor werkenden die nu geen recht hebben op bedrijfsgeneeskundige zorg, zoals studenten en ondernemers. Deze mensen kunnen zich nu enkel richten tot de huisarts, en dat is nu eenmaal geen expert in relatie tussen werk en gezondheid.

De bedrijfsarts midden in de maatschappij.

Gedachte-experiment

Ik weet het, het zijn reuzenstappen die ik zet. De wet zou er zelfs voor aangepast moeten worden. Maar het gedachte-experiment blijft mij intrigeren: moet een bedrijfsarts louter werken voor de werknemer van een bedrijf? Of hoort de bedrijfsarts net als de huisarts, midden in de maatschappij te staan, als steun en toeverlaat voor iedereen die wil werken en kan werken? Wat vind jij?

______________________________________________________________________

Deze blogpost werd geschreven door Stefan van Vuuren, arts in opleiding tot bedrijfsarts bij Zorg van de Zaak en ambassadeur van Bedrijfsarts worden.

Lees ook zijn recente artikel voor het TBV over dit onderwerp: ‘Nieuwe generatie, nieuwe kansen‘.

Gepubliceerd op: 23 januari 2020

Glimlach

BLOG | Maandag kreeg ik een mail van een arbeidsdeskundige met wie ik frequent samenwerk. Voor de gelegenheid zal ik hem Sjaak noemen. In de mail vraagt Sjaak of ik hem de volgende dag wil bellen over een vraag van een gezamenlijke klant. Ik ben een volgzaam type. Daarom bel ik hem de volgende dag meteen op, zodra ik wat eerder klaar ben met een consult. Nu is het geen straf om met Sjaak te overleggen. We hebben vaak constructieve gesprekken, leren van elkaar en kunnen samen goed relativeren over de werknemers en werkgevers die wij bedienen. En heel eerlijk: soms lucht dat echt op!

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

Sjaak steekt van wal en begint over mevrouw X, die een zeer hoog verzuim heeft. ‘Ik sprak de personeelsadviseur. Zij wil een aanvraag indienen bij UWV voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst en gaf aan dat jij ook mijn input daarbij wilde. Wat is het verhaal?’ Ik vertel hem dat het best een lastige casus is. Mevrouw valt inderdaad extreem veel uit voor haar werk. Twee keer was er sprake van langdurig verzuim, waarbij ziekte het verzuim in ieder geval ten dele verklaart. Voor het overige blijft het bij frequente periodes van enige weken. Steeds is er wat. Ik heb haar verschillende keren preventief op het spreekuur gezien, maar steeds op het moment dat ze eigenlijk alweer volledig aan het werk was. ’Gaat moeilijk worden’, zegt Sjaak, “het staat of valt bij de medische objectiveerbaarheid.” We bedenken samen de mogelijke stappen die de werkgever zou kunnen zetten om hier beweging in te krijgen. Om het af te ronden spreken we af dat hij een adviesmail stuurt aan de personeelsadviseur en dat ik nog even niks doe. Ik werk tenslotte volgens het Eigen Regie model, waarbij de werkgever verantwoordelijk blijft.

Arbeidsdeskundig onderzoek

Nu ik je toch aan de lijn heb,” zegt Sjaak, ‘ik heb weer twee aanvragen liggen voor arbeidsdeskundige onderzoeken van mensen die jij begeleidt.’ Het gaat om twee mensen waarbij ik heb geadviseerd om een arbeidsdeskundig onderzoek in te zetten.

Herstellen van hersenletsel

Dus begint Sjaak met de eerste case. Het gaat over een meneer die nu bijna een jaar verzuimt, nadat hij door een ongeval hersenletsel heeft opgelopen. Daardoor doet hij nog steeds slechts mondjesmaat thuis wat dingen. Het letsel is op zich medisch objectiveerbaar. Het langdurige en enorm trage herstel is lastiger te objectiveren. ‘Ik denk dat de beperkingen reëel zijn’, zeg ik, ‘maar ik denk dat er ook nog wel iets zit in de arbeidsverhoudingen. Voor zover ik van hem begrijp is er geen belangstelling vanuit de werkgever.’ ‘Hm, dat punt zal ik dan in ieder geval ook meenemen in mijn gesprek met de werkgever,’ concludeert Sjaak, ‘En verder denk ik dat ik *daar en daar* op zal uitkomen, gegeven zijn leeftijd en achtergrond.’

Stemproblemen

‘Dan heb ik nog die docent met stemproblemen!” O ja. Best sneu verhaal. Cystes op de stembanden die operatief door de KNO-arts verwijderd werden met de belofte dat het daarna wel weer goed zou komen. Meneer had verder geen advies meegekregen over belasting van de stem na de operatie. Daarom was hij al vrij snel weer volledig aan het werk gegaan. Vervolgens ontdekte hij dat het niet ging en dat zijn stem beperkt bleef. Enige tijd tobben met logopedie, oefeningen en een periode lang de stem niet belasten, bleek geen verbetering te brengen. ‘Dokter, ik kan mijn werk echt niet anders doen! Ik moet mijn verhaal goed en enthousiast aan de leerlingen kunnen vertellen!’ Sjaak vertelt me over een vergelijkbare casus die hij heeft gehad en hoe dat afgelopen is. ‘Ik ga ermee aan de slag!’ zegt hij, nadat we nog even samen bedacht hebben dat hij met werkgever en werknemer zal bespreken of spraakversterking kan worden geregeld.

Het belang van samenwerken

Met een glimlach hang ik op. Leuk om zo samen te werken. Om zo te kunnen sparren over beperkingen en mogelijkheden. Hoewel ik mezelf erop betrap dat het minder onbevangen gaat dan vóór de toestanden over privacy. Ja, die bewustwording is op zich prima. Toch hoop ik dat er ruimte blijft om in alle openheid met elkaar – en dan bedoel ik werknemer, leidinggevende, arbeidsdeskundige en eventuele andere kerndeskundigen – te kunnen brainstormen over beperkingen. Het doel daarbij is altijd om samen tot de beste mogelijkheden en oplossingen te komen. Die openheid in teamverband is essentieel om goed te kunnen adviseren over duurzame inzetbaarheid.


Deze blog is geschreven door Wendel Slingerland, zelfstandig bedrijfsarts. Haar praktijk 12support is gevestigd in Soest en heeft VIA’s gesitueerd in geheel midden-Nederland.

Gepubliceerd op: 8 januari 2020

‘Stress moet je niet managen, stress moet je laten’

BLOG | In deze Week van de Werkstress denkt Wendel Slingerland terug aan een intrigerende ontmoeting tijdens haar spreekuur. ‘Het is niet de stress die slecht is voor je gezondheid, maar hoe je over stress denkt.’

Dat klopt niet!’, zegt ze. ‘Huh?’ zeg ik, nog niet helemaal wakker op het moment dat mijn eerste cliënt van de dag gaat zitten. ‘Nou, dat wat daar staat…’ Enige tijd geleden kreeg ik na afloop van een ‘Excelleersessie’ voor Excellente Bedrijfsartsen van Immediator over Werkstress een ‘goody’ mee: een handzaam mapje met post-its. Op de voorkant staat: ‘manage stress’. Die had ik gedachteloos uit mijn tas gehaald en op mijn bureau gelegd. Ik kijk haar aan. Een gepassioneerde 62 jarige docent schei- en natuurkunde die ik al geruime tijd begeleid in verband met haar verzuim als gevolg van ernstige medische problemen – enige jaren geleden kwaadaardige tumor van de galwegen, zeer uitgebreid geopereerd, daarna alle denkbare complicaties. In november vorig jaar werd zij vanwege een complicatie opnieuw geopereerd en, heel eerlijk, ik dacht dat zij het niet meer zou gaan redden. Na de operatie is zij heel ziek geweest: kon nauwelijks meer op haar benen staan, is vele kilo’s afgevallen.

Dingen gebeuren nou eenmaal

En nu zit ze tegenover me, goed verzorgd, een prachtig mens. Ze heeft weer “een klasje opgepakt” en ondersteunt daarnaast haar collega’s met het maken van toetsen, het bedenken van nieuwe ideeën voor het lesgeven, surveilleren tijdens toetsen en examens. ‘Het stelt nog niks voor hoor’, zegt ze vergoelijkend en met een scheve glimlach. Maar ze heeft weer lichtjes in haar ogen….en is het dus niet eens met de stelling ‘manage stress’. Ik vraag haar om uit te leggen waarom het volgens haar niet klopt. “Stress moet je niet managen, stress moet je laten. Dingen gebeuren nou eenmaal. In de klas ook. Je kan je er druk om maken en boos worden, maar dat helpt allemaal niks. Je kunt beter positief blijven.”

Hoe denk je over stress?

Ik geef haar gelijk. Wat ik in mijn spreekuren zie is dat mensen boos worden als zij in toenemende mate stress ervaren. Zij gaan er vervolgens tegen vechten, waardoor zij nog meer stress ervaren. Wat ik hier bedoel met het begrip ‘stress’ is de feitelijke reactie van het lichaam op omstandigheden die zwaar en veeleisend zijn en die je soms boven het hoofd kunnen groeien. Ik denk dat het essentieel is dat je die reactie van het lichaam op die omstandigheden accepteert en zelfs positief waardeert. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat het niet de stress is die slecht is voor je gezondheid, maar hoe je over stress denkt! Vervolgens kun je natuurlijk wel aan de slag met de zaken die de stress in je lichaam veroorzaken en ervoor proberen te zorgen dat er een goede balans is tussen de positieve en de negatieve dingen – de ‘energiebronnen’ en de ‘energielekken’, de dingen waar je blij van wordt en de dingen waar je moe van wordt.

Bewuste keuze

Zo legde ik aan mijn 62-jarige cliënte uit wat ik denk dat er bedoeld wordt met de stelling ‘manage stress’: niet zozeer het managen van de lichamelijke reactie, maar eerder het managen van de triggers ervan. Meteen vertelde ik haar hoe belangrijk het is dat je de stressreactie van je lichaam positief waardeert. Ze begon breed te grijnzen… ‘Maar dat doe ik toch al!’ Weer moet ik haar gelijk geven. Als ik zie hoe deze vrouw erbij zit, zit te glimmen, ondanks alles wat er met haar gebeurd is. Dat is toch een bewuste keuze, een vorm van ‘gedrag’. Ik teken ervoor!


Deze blog is geschreven door Wendel Slingerland, zelfstandig bedrijfsarts. Haar praktijk 12support is gevestigd in Soest en heeft VIA’s gesitueerd in geheel midden-Nederland.

Gepubliceerd op: 11 november 2019

Ruimte om complexe problemen te ontrafelen

BLOG | Onlangs kreeg ik een mailtje van een min of meer bevriende arts. “Beste Erik-Jan, op de site bedrijfsarts worden kwam  ik een blog van jou tegen. Daarin stel je hoe belangrijk het is dat je het soort specialist wordt wat bij je past. Ik herken dat sterk; ik werk al een kleine 30 jaar als specialist in het ziekenhuis en ben toe aan een carrière switch. Omdat jij zo’n omslag eerder al hebt gemaakt, wil ik je graag om advies vragen. Wat raad je mij aan?”

Ga het ervaren

Ik schreef de arts terug, puttend uit eigen ervaring. ‘Mijn eerste advies zou zijn: ga een keer meekijken en meelopen op de werkvloer. Ga het ervaren, juist ook als ervaren arts. Je kijkt nu heel anders dan destijds tijdens de coschappen. Je wilt nu vooral weten of het een leuk vak is om te beoefenen. Zelf heb ik de bedrijfsgeneeskunde ook beter leren kennen door mee te lopen. Ik had al meerdere richtingen geprobeerd, zoals anesthesiologie en pathologie. Anesthesiologie vond ik interessant, vooral medisch-technisch, maar ik was niet echt geschikt voor acute geneeskunde. Pas toen ik meeliep bij bedrijfsgeneeskunde viel voor mij het kwartje. Ik was geboeid door de variëteit van het werk en de mogelijkheid om je klinische kennis op allerlei fronten in te zetten.

Aperte zeurpieten

Je hebt als bedrijfsarts te maken met werkelijk allerlei soorten mensen, allerlei soorten bedrijven en allerlei soorten aandoeningen. Sommige bedrijven beschouwen hun personeel als hun grootste kapitaal waar ze zuinig op zijn en waar ze graag investeren in preventie. Andere beschouwen werknemers als wegwerpproducten die snel vervangen moeten worden als er een klein, vaak snel te verhelpen, defect is opgetreden. Je spreekt aperte zeurpieten die zich bij ieder wissewasje ziek melden. Maar je spreekt ook mensen die jou na een harttransplantatie vragen of het alweer veilig is om hun werk op te pakken. Afhankelijk van de bedrijven  en sectoren waar je voor werkt, heb je te maken met alle denkbare aandoeningen. In de bouw en productie industrie zie je vooral veel locomotore klachten, in de transportwereld is er veel rugproblematiek vanwege langdurig zitten. In het onderwijs spelen weer vooral psychische klachten. Voor wie van afwisseling houdt: je kunt je hart ophalen!

Klinische kennis inzetten

Er is nog iets aan mijn werk wat jou denk ik ook erg zal aanspreken: als bedrijfsarts zie ik het als mijn grootste uitdaging om met mijn klinische kennis ingewikkelde vraagstukken te analyseren en deze vervolgens op te knippen in deelproblemen en deeloplossingen. Ik geef je een voorbeeld: een opleider orthopedie heeft chronische schouderklachten en kan hierdoor niet meer goed laparascopisch opereren. Wat ik dan als arts wil weten is: heeft hij zichzelf wel adequaat laten onderzoeken of is dit haastig aan het eind van de dag door een collega gedaan? is hij de overvolle werkweek en alle verantwoordelijkheden na al die jaren moe? Of gunt hij zichzelf simpelweg te weinig hersteltijd op een drukke OK-dag waardoor hij zichzelf structureel overbelast? Of moet hij meer delegeren en zo zichzelf minder overbelasten? Het precieze antwoord hierop hoef ik niet te weten; ik breng vooral de onderhoudende factoren in kaart en leg de regie bij de verzekeraar en de verzekerde. De verzekeringsmaatschappij van de arbeidsongeschiktheidsverzekering kent de kern van de zaak en kan interventies aanbieden om de onderhoudende factoren aan te pakken. Tegelijkertijd krijgt de verzekerde een concreet activerend advies aan om zijn inzetbaarheid te bevorderen.

Zelfstandig bedrijfsarts

De ruimte om problemen te ontrafelen is voor mij een essentieel onderdeel van bedrijfsgeneeskunde. Bij andere specialismen is die ruimte er volgens mij minder. Sinds enige tijd ben ik zelfstandig bedrijfsarts, na eerder bij meerdere arbodiensten te hebben gewerkt. Ik ben nu nog vrijer om mijn eigen tijd en mijn eigen werkzaamheden in te richten. Ik kan bedrijven weigeren die mij als verzuimcontroleur willen inzetten, ik kan mijn eigen werktijden bepalen, ik kan tot op zekere hoogte mijn eigen tarieven bepalen. En, voor mij heel belangrijk: ik kan klanten kiezen die me de ruimte bieden wat langer over een spreekuur te doen, zodat ik de tijd heb om een vertrouwensband met een werknemer te krijgen en om echt goed zicht te krijgen op soms complexe problemen.’

Gepubliceerd op: 5 maart 2019

Arbowet: extra steuntje in de rug voor preventie

BLOG | De nieuwe Arbowet zet in op preventie en samenwerking. Wat is het effect van de wet een jaar na invoering, wat merken bedrijfsartsen er van? Als bedrijfsarts ben ik, Wendel Slingerland, hierover geïnterviewd door Arboportaal Magazine, samen met arbeidshygiënist en veiligheidskundige Hendrik-Jan Hanning.

Veel meer dan een verzuimarts

Het interview bood mij de gelegenheid om te vertellen dat ik blij ben met de nieuwe wet, omdat deze de preventieve rol die ik wil vervullen verder versterkt. Dat is nodig, want er zijn nog altijd werkgevers die de bedrijfsarts puur zien als verzuimarts.  Ze zien alleen de kosten, niet de toegevoegde waarde van de betrokkenheid van de bedrijfsarts bij preventie. Terwijl investeren in preventie uiteindelijk natuurlijk veel meer oplevert. Zoals ik in het interview ook al heb gezegd: wat dat aangaat is het hier soms net Afrika, waar ik enige tijd gewoond en gewerkt heb. Daar kijken ze ook niet verder dan vandaag.

Meer weten?

Het volledige artikel vind je hier.


Wendel Slingerland is zelfstandig bedrijfsarts. Haar praktijk 12support is gevestigd in Soest en heeft VIA’s gesitueerd in geheel midden-Nederland.

Gepubliceerd op: 14 september 2018

Innerlijk gepensioneerd

BLOG | Als bedrijfsarts-adviseur heb ik, Wendel Slingerland, contact met uiteenlopende  mensen. Sommige mensen bij mijn spreekuur zijn ‘innerlijk gepensioneerd’. Hoe ga je hier als bedrijfsarts mee om? Meeveren, positief blijven, maar niet: de verantwoordelijkheid overnemen. Je kunt ook zelf kiezen voor een vitale levenshouding.

Het ging maar net goed, vorig jaar rond de kerst. Het begon met een griepje, waarna hij longontsteking kreeg, deze man van 58 jaar. Hij is al jaren de spil van het bedrijfsbureau, hij regelt dat lopende processen blijven lopen en is verantwoordelijk voor de bedrijfsadministratie. Een functie die nauwelijks past binnen een veertigurige werkweek. Hij heeft inmiddels wel geleerd dat hij grenzen heeft, nadat hij enige jaren geleden een tijdje overspannen is geweest. De longontsteking werd nog een longontsteking en nog een. Geen antibioticakuur leek er tegenop te kunnen. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis en uiteindelijk gered door intraveneuze doxycycline. ‘Confronterend’, noemt hij het zelf. ‘Het idee dat je op ‘het randje’ hebt gelegen en er bijna niet meer was geweest.’

Het lijf wil even niet meer

Op oudejaarsdag werd hij met een hele stapel medicijnen ontslagen uit het ziekenhuis. Toen werd het pas echt moeilijk. Ontdekken dat je lijf even helemaal niet meer mee wil, je realiseren dat je weer van voren af aan conditie moet gaan opbouwen. En dat als je bijna 60 bent. ‘Maar zo voel ik me niet hoor!’, verzekerde hij me de laatste keer dat ik hem op het spreekuur zag. Hij is inmiddels voor ongeveer de helft aan het werk, in overleg met zijn leidinggevende. Hij vertelt dat hij nog hartstikke moe is, maar dat hij er weer zin in heeft. “Ik wil nog zeker door tot mijn 70e!’ Ik vertel hem over de theorie van het ‘wegwerplichaam’ – de theorie die een relatie legt tussen levensduur en voortplanting. Volgens die theorie zijn wij klaar als wij kinderen voortgebracht hebben en mag het lichaam daarna worden veronachtzaamd – dat is ongeveer na 50 jaar bij ons mensen. Hij begint te lachen. ‘Ik ken ze hoor’, zegt hij, ‘die mensen die al na hun 50e aan het wachten zijn op hun pensioen.’

Wachten op het pensioen

Ik lach met hem mee, want ik ken ze ook. Hoewel ik er vaak ook niet om kan lachen, want het is soms een ware worsteling om die mensen nog in beweging te houden en met plezier aan het werk. Ik noem ze ‘innerlijk gepensioneerd’. Neem nou die docent Nederlands op een middelbare school, 61 jaar oud, die vindt dat hij lang genoeg zijn energie heeft geïnvesteerd en nu “moet het maar klaar zijn”. Hij kan zich niet vinden in de nieuwe methoden en de “slappere” wijze van benaderen van de leerlingen. Of die kleuterjuf van 58 die zichzelf trots ‘digibeet’ noemt en dit wijt aan haar ‘hoge’ leeftijd en er geen heil in ziet om nog nieuwe dingen aan te leren. Altijd weer probeer ik de positieve modus te vinden in de gesprekken die ik heb met deze ‘innerlijk gepensioneerde’ mensen. Ik leg hen uit dat die pensioenleeftijd van 65 jaar een politiek compromis is uit het einde van de negentiende eeuw. Als we Drees volgen, die bij de invoering van de AOW opmerkte dat de leeftijd van de pensionering aan de levensverwachting moet worden aangepast, zouden mannen nu tot hun 70e moeten blijven werken en vrouwen tot hun 72e. Dan valt het eigenlijk allemaal best mee toch?!

Kiezen voor kwaliteit

Ik heb natuurlijk gemakkelijk praten, ben nog jong en gezond. Daarbij heb ik een bijzonder referentiekader: een vader van 75+ die nog een bedrijf runt met 60 man personeel en een moeder van 70+ die een winkel draaiende houdt en die beiden beter kunnen appen en mailen dan ik dat kan. Inmiddels weten we dat heel veel factoren die van invloed zijn op onze gezondheid voor een groot deel erfelijk bepaald zijn. Maar dat betekent niet dat je je erbij neer moet leggen. De manier om verouderingskwalen de baas te worden begint met een vitale levenshouding, waardoor de kwaliteit en de lengte van het leven toenemen. En daar kun je heel bewust voor kiezen!


Deze blog is geschreven door Wendel Slingerland, zelfstandig bedrijfsarts. Haar praktijk 12support is gevestigd in Soest en heeft VIA’s gesitueerd in geheel midden-Nederland.

Gepubliceerd op: 15 augustus 2018

De kracht van luisteren

BLOG | Het allermooiste aan mijn vak is de veelzijdigheid. Ik, Marchien Beugelsdijk, ben in opleiding tot bedrijfsarts en zie medewerkers in verschillende organisaties, van onderwijs tot zorg. Mensen in allerlei functies, met verschillende ziektebeelden. Met de nieuwe Arbowet die medio 2017 is ingegaan, heb ik nu ook toegang tot de werkvloer van mijn klanten. Dit biedt extra mogelijkheden voor preventie: ik kan kijken naar gezondheidsrisico’s op de werkvloer en adviezen geven om problemen te voorkomen. Over preventie leer ik veel bij mijn opleiding. Daar wil ik de komende tijd dan ook nog meer aandacht aan geven.

Begeleiding en interventies

Als bedrijfsarts heb je ook een taak in de verzuimbegeleiding. Hierbij is mijn uiteindelijke doel telkens weer: een langdurig zieke medewerker weer richting arbeidsproces begeleiden op een medisch verantwoorde en vooral ook duurzame manier. Soms vraagt dit om interventies zoals doorverwijzing naar heel specifieke begeleiding. Soms heeft betrokkene zelf al veel gedaan en is het is vooral mijn rol om het proces te volgen en om, áls er stagnatie is, in actie te komen. Bij re-integratietrajecten is begeleiding van de leidinggevende en de werkplek zelf trouwens ook erg belangrijk – opnieuw een extra facet in mijn werk!

Individuele benadering

Als bedrijfsarts in opleiding doe ik ook kennis op over de achterliggende wet- en regelgeving en wat erbij komt kijken wanneer iemand na twee jaar ziekte gekeurd gaat worden bij het UWV. Je kunt je voorstellen dat er dan verschillende belangen spelen.  De werknemer zelf, de werkgever, UWV – iedere partij heeft net een iets ander perspectief. Elke casus vraagt daarom om een individuele benadering. Bedrijfsgeneeskunde is bij uitstek mensenwerk. Het vraagt daarom veel om communicatie en luisteren!

Op zoek naar het verhaal achter het verhaal

Ter illustratie: laatst had ik een ernstig zieke medewerker op het spreekuur die deels aan het werk was. Dit was nog mogelijk, het werk gaf afleiding en ook plezier. Ik heb de betrokkene vooral zijn verhaal laten doen en kreeg op het einde de opmerking dat hij het gevoel had dat er “eindelijk geluisterd werd” en dat hij dat heel prettig vond. Voor luisteren is in de curatieve sector vaak onvoldoende tijd. Juist voor ons als sociaal geneeskundigen, zeker ook degenen in opleiding, is het belangrijk om het verhaal achter het verhaal te ontdekken. Wat vindt betrokkene belangrijk? Hoe kan het werk zodanig worden aangepast dat iemand nog aan de slag kan blijven en een maatschappelijke rol kan blijven vervullen?

Meeloopdag

De kracht van luisteren. De zoektocht naar het grotere verhaal. Het bijdragen aan gezondheid op de werkvloer in de meest brede zin van het woord. Het zijn allemaal redenen waarom ik mijn werk en mijn opleiding zo mooi vind.


Deze blog is geschreven door Marchien Beugelsdijk, bedrijfsarts bij de Arbodienst.

Gepubliceerd op: 15 augustus 2018

Meeloopdag zorgde voor ommekeer

BLOG | Tijdens mijn studie heb ik, Boyd Thijssens, eigenlijk nauwelijks wat meegekregen van bedrijfsgeneeskunde. Pas tegen het einde van mijn opleiding, toen ik verder ging kijken dan de hectiek van het ziekenhuis, kwam ik er voor het eerst serieus mee  in aanraking. De ommekeer kwam voor mij na een meeloopdag met een enthousiaste collega. Ik was meteen geboeid door het vak. Na mijn afstuderen eind 2016 ben ik direct bij De Arbodienst aan de slag gegaan. Daar werk ik nog steeds. Onlangs ben ik ook gestart met de opleiding tot bedrijfsarts bij de SGBO in Nijmegen. Interessant om met een groep gelijkgestemden een verdiepingsslag te maken!

Omgaan met spanningsvelden

Het mooie van bedrijfsgeneeskunde vind ik dat je op veel vlakken iets kan betekenen voor iemand. Je belicht alle aspecten van iemands leven en niet louter het ziektebeeld. Er is genoeg tijd per spreekuur om door te vragen en uitleg te geven. Wat ook uitdagend is, is dat er spanningsvelden kunnen ontstaan tussen verschillende belanghebbende partijen. De kunst is dan om zaken van elkaar te scheiden en gericht advies te geven.

Veel op locatie werken

Het werk is sowieso heel gevarieerd. Je treft als bedrijfsarts een grote verscheidenheid aan ziektebeelden, karaktereigenschappen, beroepen en bedrijven wat het werk ook afwisselend houdt. In mijn huidige baan doe ik veel spreekuren op locatie van de klant. Dat maakt het werk nóg leuker en geeft vaak veel inzicht in hoe mensen werken en met elkaar omgaan.

Fanatiek krachtsporter

Naast mijn werk ben ik als fanatiek en competitief krachtsporter veel tijd in de sportschool te vinden. Dat is prima te combineren met mijn fulltime baan. Vanuit onze professie stippen we vaak bij mensen het belang aan van een goede werk-privé-balans. Dat geldt natuurlijk net zo goed voor mijzelf.

Gepubliceerd op: 14 oktober 2018

Het kunstwerk van Marieke

BLOG | Tijdens de gesprekken die ik, Stefan van Vuuren, heb met artsen (in spe) vraag ik vaak naar hun persoonlijke drijfveren en waarom deze passen bij het vak van de bedrijfsarts. Zelf ben ik ooit begonnen met de studie geneeskunde om mensen beter te maken. Nu zou ik het alweer wat anders zeggen: ik wil mensen helpen het beste uit zichzelf te halen en daar hoop ik erkenning en waardering voor te krijgen.

Ongeluk

Erkenning en waardering ziet er voor iedereen anders uit. Voor mij is het belangrijk dat ik hoor dat ik het “goed” heb gedaan. Afgelopen week heb ik dit op een hele bijzondere manier te horen gekregen. Twee jaar geleden begon het verhaal van iemand die ik hier voor het gemak even Marieke noem; het is niet haar echte naam. Marieke is een jonge vrouw, manager, moeder, partner, fanatiek sporter en levensgenieter. Tijdens het sporten voelde ze iets knappen in haar hoofd. Ze reed daarom naar huis en kreeg bij deze autorit een ongeluk. In het ziekenhuis werd een subduraal haematoom gevonden, met als gevolg: niet-aangeboren hersenletsel.

Het kunstwerk van Marieke. De lotusbloem staat symbool voor een nieuw begin.
Het kunstwerk van Marieke. De lotusbloem staat symbool voor een nieuw begin.

Nieuw leven

De eerste keer dat ik Marieke sprak was na dit ongeval, in het kader van de verzuimbegeleiding. Ze stond nog steeds vol in het leven. In de twee jaar dat ik Marieke begeleid heb – vorige week werd het afgerond – draaide het er om haar te leren omgaan met een hoofd dat wel wil maar niet kan. Voor ons beiden was het een zeer intensief contact. Als dank voor de begeleiding heeft Marieke iets heel bijzonders gedaan. Ze heeft een kunstwerk gemaakt dat deze twee jaar symboliseert. In het kunstwerk zijn Marieke en ik afgebeeld. Ze heeft mij bewust achter haar geplaatst, omdat ze het gevoel heeft gehad dat ik die gehele periode achter haar heb gestaan. Ik heb een bos bloemen in mijn handen. Deze bos bloemen staat symbool voor het nieuwe leven dat ze nu heeft. Een groter en liever compliment kan ik mij niet voorstellen. Marieke heeft mij precies gegeven waarom ik iedere morgen naar mijn werk ga. Erkenning en waardering, precies op de manier zoals ik dat graag ontvang. Ik heb het “goed” gedaan.

Gepubliceerd op: 16 mei 2018

Mijn eerste lesdag: hoe Harry Potter wil je je voelen?

BLOG | De afgelopen week ben ik, Bart van Leeuwen, begonnen met de opleiding tot bedrijfsarts bij SGBO. De lesdagen vinden plaats bij Soeterbeeck in Ravenstein. Dit is een voormalig klooster, wat het meteen ook tot een unieke lesomgeving maakt.  Hoe mijn eerste dag eruitzag? Na een tocht door de mist doemt het klooster op, met de mooie tuin eromheen.We worden ontvangen met een drankje in de tuinserre van het gebouw. Daarna volgt  de eerste lesdag in de oude bibliotheek, waar we tussen boeken uit de 17e en 18e eeuw zitten. Hoe Harry Potter wil je je voelen?

Bier uit de omgeving

De ochtend wordt afgesloten met een lunch en een wandeling door de tuin van het klooster. Daarna gaan we nog even door en krijgen we de laatste informatie over wat ons de komende vier jaar te wachten staat. We sluiten af met een borrel en drinken bier dat in de omgeving gebrouwen is. Daar kunnen de meeste mensen wel aan wennen, lijkt mij.  Ik heb er in ieder geval alle vertrouwen in dat het vier goede jaren worden, maar dat liet ik misschien al enigszins doorschemeren:)

Oh ja: mocht je het allemaal niet geloven of wil je het zelf een keer zien of proeven, dan kun je zelf een kamer boeken in het klooster!

Gepubliceerd op: 19 maart 2018

Bedrijfsarts Femke van Leeuwen

Ik ga door!

Femke van Leeuwen gaat met volle kracht door als ambassadeur voor het vak bedrijfsarts. Ze gaat lesgeven aan coassistenten in Rotterdam en blijft beschikbaar voor meeloopdagen. Oh ja: ze is ook opleider geworden!

‘We zijn nu ongeveer anderhalf jaar bezig met de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk’. Met blogs en met filmpjes vertellen we over ons vak en over ons werk. We doen ons verhaal bij carrière-avonden, we worden geïnterviewd over ons vak voor bladen en voor websites. Wat zich voor de meesten aan het zicht onttrekt, maar daarom niet minder belangrijk: we maken als ambassadeurs van de campagne tijd vrij voor meeloopdagen door het hele land. Alleen al in 2017 vonden er tientallen meeloopdagen plaats. Zelf heb ik, Femke van Leeuwen, de afgelopen campagneperiode al dertien meelopers gehad. Telkens een feest om mensen kennis te laten maken met ons vak!

Pittig, maar prachtig

Ik durf te zeggen dat we grote sprongen hebben gemaakt. Voor 2016 werden er nog maar een handvol bedrijfsartsen per jaar opgeleid. Nu zitten we in 2017 al op zo’n 70 per jaar. Tegelijkertijd zijn we er natuurlijk nog niet. Er is meer nodig. Om het tekort aan bedrijfsartsen dat gaat ontstaan op te lossen hebben we zo’n 100 tot 150 artsen per jaar nodig die de opleiding tot bedrijfsarts gaan volgen. Een pittige, maar ook prachtige vierjarige medische vervolgopleiding. Na afloop mag je je ‘bedrijfsarts, medisch specialist op het gebied van werk en gezondheid’ noemen.

Lesgeven aan coassistenten

Eerder kennismaken is dus het motto. Daarom ben ik erg blij dat mijn werkgever ArboNed in Rotterdam goede contacten heeft met de faculteit sociale geneeskunde. Onze bedrijfsartsen zijn hier dit jaar begonnen met lesgeven aan groepen coassistenten. We doen allemaal één groep. We geven één hele dag onderwijs bedrijfsgeneeskunde met veel praktijkperikelen en foto’s. Daarna is er één middag waarin de coassistenten hun opdracht presenteren. Mijn collega-bedrijfsarts Tam Vroeijestijn heeft al bij één groep lesgegeven, met veel plezier en succes. Zelf kom ik in mei in actie. Mijn collega’s Winny Bussemaker (stafarts) en Ardjan de Jong (aios bedrijfsgeneeskunde) volgen later dit jaar. Ik vertel hier later graag meer over in een nieuwe blog. Net zoals ik jullie later graag meer vertel over mijn nieuwe rol als opleider – een ambitie die ik mede door deze campagne heb opgepakt!

Maak kennis met het vak

Hoe dan ook vind ik het heerlijk om te merken dat onze campagne, nu al met 15 ambassadeurs, effect heeft, Ik ga in ieder geval door, omdat ik ervan overtuigd ben dat studenten geneeskunde al veel eerder in hun opleiding kennis moeten maken met ons vak. Als dat gebeurt kunnen ze, veel beter dan nu, een weloverwogen keuze maken!’

Femke van Leeuwen is bedrijfsarts bij ArboNed en beschikbaar voor meeloopdagen in de regio Rotterdam e.o. Ook geeft ze gratis consult aan coassistenten: hoe kun je fit en duurzaam blijven tijdens je loopbaan? Interesse in een meeloopdag of, als je coassistent bent, een consult? Mail Femke!

Gepubliceerd op: 16 maart 2018

Wat spreekt mij zo aan in de rol van bedrijfsarts?

BLOG | Onbekend maakt onbemind. Zo was ook het bij mij, Bart van Leeuwen. Pas tijdens mijn coschappen maakte ik serieus kennis met bedrijfsgeneeskunde. Ik raakte enthousiast en zette ook mijn keuze-coschappen in om nader kennis te maken. Ook dat beviel. Toen ben ik gaan solliciteren om na een aantal maanden echt aan de slag te gaan als bedrijfsarts. Wat sprak en spreekt mij zo aan in de rol van bedrijfsarts?

Je kunt veel betekenen voor mensen

Het is mooi om te zien hoeveel je voor mensen kunt betekenen buiten de curatieve sector om. Het belang van werk en de invloed van werk op het dagelijks leven is groot. Een arbeidsconflict of de wetenschap dat iemand zijn eigen werk niet meer kan doen kan grote negatieve gevolgen hebben. Goede begeleiding hierin kan veel leed voorkomen, nu en in de toekomst.

Je kunt je kennis delen

Als bedrijfsarts heb ik in principe een half uur per cliënt. Dat biedt mij de mogelijkheid om kennis te delen met mensen die daar ook echt veel aan kunnen hebben. Denk bijvoorbeeld aan uitleg over de werking van het slaapritme en beïnvloedbare factoren bij mensen met slaapproblematiek, de werking van de hersenen bij verslaving of chronische pijn en het belang van een gezonde lifestyle op het (kunnen) uitvoeren van je werken hoe dat behaald kan worden.

Je bent onderdeel van een grotere ontwikkeling

De bedrijfsgeneeskunde is momenteel weer volop in ontwikkeling, ook dankzij het aantrekken van de economie. Er is nog veel vooruitgang mogelijk. Je hoeft  je niet te beperken tot spreekuren rondom de verzuimbegeleiding. Wat kunnen we als bedrijfsartsen op preventief gebied betekenen? Hoe kunnen we de lijnen met de eerste en tweede lijn korter krijgen? Als gemotiveerde arts kun je op al dit soort terreinen  je ei kwijt. Er komen ook meer mogelijkheden om het – nu nog beperkte – wetenschappelijk onderzoek op het gebied van bedrijfsgeneeskunde te verrijken. Tegelijkertijd zijn hierin ook nog grote sprongen te maken. Dat intrigeert mij: wat kunnen we op wetenschappelijk gebied allemaal nog onderzoeken binnen de bedrijfsgeneeskunde?

Gepubliceerd op: 16 februari 2018

Van arts tot arts

BLOG | In mijn eerste blog richt ik me direct tot jou, collega-arts. Graag wil ik, Marnix Guijt, vertellen hoe ik het vak bedrijfsarts ervaar. Waarin lijkt het vak op andere specialismen, op welke fronten is het fundamenteel anders?

Als bedrijfsarts hanteer je qua proces eenzelfde aanpak als iedere andere arts. Je stelt vast wat het probleem is. Vervolgens bepaal je wat je kunt betekenen voor degene die tegenover je zit. Maar dan komt het eerste,wezenlijke verschil. In het ziekenhuis is het de patiënt die tegenover je zit.  Bij de bedrijfsarts is het de medewerker of de werkgever. In de ene situatie wordt iemand als ‘patiënt’ gekwalificeerd, in het andere geval als ‘medewerker’. Het begrip patiënt geeft aan dat de focus op ziekte ligt. Het begrip medewerker geeft aan dat de aandacht zich richt op een persoon in zijn werkomgeving. Dit perspectief is precies wat het werk van een bedrijfsarts anders maakt – en daarmee voor mij ook extra interessant. Hoe functioneert iemand, hoe ziet zijn omgeving eruit, wat is de interactie tussen beide?

1. Kijken naar het grote geheel

In de bedrijfsgeneeskunde maak je dagelijks mee dat mensen zich om allerlei redenen bij jou als arts kunnen melden. Ziekte is hierbij maar één van de mogelijke factoren. Precies daarin schuilt ook de kracht van een bedrijfsarts. Als bedrijfsarts kijk je naar het grotere geheel, verder dan alleen naar ziekte. Zo kun je medewerkers helpen om te leren omgaan met de situatie waar ze in zijn beland.  Wat zijn de mogelijkheden die er wel nog zijn, hoe kun je hierin zelf keuzes maken? Het leuke is dat je als bedrijfsarts de tijd en ruimte hebt om mensen op dat spoor te brengen. Je helpt mensen om te focussen op datgene waar ze wel invloed op uit kunnen oefenen. Dit geeft mensen een ervaring van grip en autonomie. Ze worden meer zelfredzaam en leren om zaken die buiten henzelf liggen te accepteren.

2. Inzicht in de leefomgeving

Er is nog een tweede verschil tussen een curatief arts en een bedrijfsarts. Als bedrijfsarts heb je toegang tot de medewerker én de omgeving waarin deze functioneert. Geen enkele arts staat zo in verbinding met de ‘patiënt’ en heeft zoveel toegang tot en inzicht in zijn leefomgeving. Hierdoor heb je veel mogelijkheden om de gezondheid, zowel fysiek als mentaal, van medewerkers te beschermen en te bevorderen. Je bent als bedrijfsarts vaak in overleg met de werkgever op allerlei niveaus  – Ondernemingsraad, leidinggevenden, HR, directie – om te ondersteunen bij het creëren van een gezonde werkomgeving.


Deze blog is geschreven door Marnix Guijt, Zelfstandig bedrijfsarts/verzekeringsarts bij Guijt Medisch Advies.

Gepubliceerd op: 11 november 2017