‘Je ziet zo veel meer dan de bubbel van het ziekenhuis’

Als je vijf jaar geleden aan geneeskundestudent Jilke Speulman had gevraagd of hij bedrijfsarts wil worden, had hij absoluut ‘nee’ gezegd. Toch zit hij nu in het derde jaar van zijn opleiding bedrijfsgeneeskunde en heeft hij geen moment spijt van zijn keuze. ‘Zonder te snijden of pillen te geven, kun je ook mensen helpen.’

Imagoprobleem

‘De laatste jaren kiezen weer meer geneeskundestudenten voor bedrijfsgeneeskunde, maar het vak heeft nog steeds een imagoprobleem,’ vindt Jilke Speulman, arts in opleiding tot specialist arbeids- en bedrijfsgeneeskunde bij het Arbo Gezondheidscentrum. Het imagoprobleem ontstaat volgens hem tijdens de opleiding geneeskunde. De artsen die geneeskundestudenten opleiden zijn vooral specialist in het ziekenhuis of huisarts. ‘Vaak zijn ze niet genoeg bekend met het vak van een bedrijfsarts en wordt het dus ook weinig overgebracht op de studenten. Aan het eind van mijn studie had ik in ieder geval geen idee wat het werk van een bedrijfsarts echt inhoudt.’

Nieuwe inzichten                          

Het was tijdens zijn laatste coschap van de opleiding, dat Jilke gebeld werd door een kennis die zelf bedrijfsarts is. ‘Of ik eens wilde komen praten bij het Arbo Gezondheidscentrum.’ Dit vakgebied heeft hij niet eerder overwogen. Toch groeit zijn enthousiasme tijdens dit kennismakingsgesprek met elke minuut. Jilke krijgt meer inzicht in het werk van een bedrijfsarts en wat het werk inhoudt. Hij besluit het een kans te geven en gaat aan de slag als basisarts bij het Arbo Gezondheidscentrum. Dit bevalt zo goed, dat hij na een jaar van start gaat als arts in opleiding tot specialist arbeids- en bedrijfsgeneeskunde.

Van ziekte naar mogelijkheden                           

Inmiddels zit hij in het derde jaar van zijn opleiding tot bedrijfsarts en heeft hij geen moment spijt van zijn keuze. ‘Als bedrijfsarts ben je vaak op een intensieve manier betrokken in een heftige fase van iemands leven. Je kan je beperken tot adviseren over re-integratie, maar door een stap extra te zetten en te kijken wat iemand écht nodig heeft, maak je het werk zo veel leuker en interessanter.

In mijn opleiding leer ik om een ziekte om te zetten naar mogelijkheden. Het is dan niet meer zo belangrijk hoe bijvoorbeeld de ziekte van Crohn pathologisch werkt, maar wel hoe iemand functioneert met zo’n ziekte. Ook leer ik meer over wettelijke kaders en regelgeving en hoe je die in de praktijk kan gebruiken zodat werknemers en werkgevers krijgen wat ze nodig hebben.’

Preventie

Daarnaast is preventie een belangrijk onderdeel van het werk van een bedrijfsarts. ‘Je haakt niet alleen aan op het moment dat mensen ziek zijn geworden, maar leert wat je kunt doen om ervoor te zorgen dat mensen niet op grote schaal uitvallen binnen een organisatie. Je leert epidemiologisch kijken en geeft medisch advies aan organisaties. Het was voor mij een fijne verrassing dat dit ook onderdeel van het werk is.’

De vloer op

Alle kennis die Jilke opdoet tijdens de opleiding, kan hij direct toepassen in de praktijk. Zoals laatst, bij een fabriek waar voedsel wordt verwerkt. ‘Voordat wij met ons team, een praktijkondersteuner, arbeidsdeskundige en casemanager, hier aan de slag gingen, was het ziekteverzuim 19%. Binnen een jaar hebben we dit weten terug te brengen naar 9%. Tijdens de gesprekken zag Jilke dat de werknemers gepassioneerd waren over hun werk, maar dat regelmaat en ritme cruciaal waren. ‘Iets waar de werkgever niet altijd in tegemoet kwam.’ Ook merkte Jilke tijdens een rondleiding op dat er veel lawaai was in de fabriek. ‘Met een paar korte interventies en adviezen boekten we veel medische winst. Zonder te snijden of pillen te geven, kun je ook mensen helpen.‘ Uiteindelijk laten Jilke en zijn collega’s tevreden werknemers én een tevreden werkgever achter.

Levensvreugde terugvinden               

‘Als bedrijfsarts gaat mijn aandacht verder dan alleen medische interventies en behandelingen; het draait om het totale welzijn van de persoon.’ Jilke legt uit dat in de bedrijfsgeneeskunde andere maatstaven gelden dan in het ziekenhuis. Levensgeluk, zingeving, dagelijkse routine en meedoen in de maatschappij spelen een centrale rol. ‘Het gaat niet alleen om het succesvol afronden van medische procedures zoals een operatie, maar vooral om het herstel van functionaliteit en levenskwaliteit.’

Een voorbeeld hiervan is de begeleiding van een vrouw die plotseling doof werd. ‘Zij kreeg mentale problemen omdat ze niet kon accepteren dat haar werk niet meer lukte. Uiteindelijk vond ze een nieuwe passende werkomgeving in de thuiszorg bij veelal ook dove ouderen en dit bracht haar levensvreugde terug. Het toonde mij de impact die mijn werk als (bijna) bedrijfsarts kan hebben.

Meer dan de ziekenhuis-bubbel

Als geneeskundestudenten breder willen kijken dan alleen geneeskunde, maar ook geïnteresseerd zijn in ondernemerschap en een praktische adviserende rol in een commerciële markt, moeten zij bedrijfsgeneeskunde zeker overwegen, vindt Jilke. ‘En daarnaast sta je als bedrijfsarts midden in de maatschappij. De ene dag spreek je een advocaat en dan weer een schoonmaker. Je ziet zo veel meer dan de bubbel van het ziekenhuis. Het is echt heel erg leuk werk.’

‘Als bedrijfsarts kom je het hele leven tegen’

In 2021 maakte Mustafa Dönmez de overstap van werken als internist naar het vak van bedrijfsarts. Als zoon van arbeidsmigranten is voor Mustafa daarmee de cirkel rond. ‘Als bedrijfsarts kan ik mij hardmaken voor de gezondheid van arbeidsmigranten.’

Mustafa: ‘Mijn ouders zijn arbeidsmigranten en werkten van 6 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds in een visfabriek. Het was zwaar werk. Tegenwoordig noemen we dat ‘3-D werk’: dirty, dangerous en demeaning. Voor mijn ouders gold dat niet; ze hadden werk en dus waren zij blij.’

De cirkel is rond
‘Het idee dat er zoiets als een bedrijfsarts bestaat, kunnen mijn ouders nog steeds niet geloven. Dat je bijvoorbeeld naar een spreekuur over arbeidsomstandigheden kunt gaan, is ondenkbaar. Nu ik zelf bedrijfsarts ben is voor mij de cirkel rond. Als bedrijfsarts kan ik mij onder andere hardmaken voor de gezondheid van de nieuwe arbeidsmigranten. Zo zoek ik de doelgroep actief op om ze te laten weten dat er een bedrijfsarts voor ze klaar staat als dit nodig is. Via social media, maar zeker ook op de werkplekken die ik bezoek.’

Brandweerman, vrachtwagenchauffeur of bedrijfsarts?
‘Als kind wilde ik brandweerman of vrachtwagenchauffeur worden. Het klinkt cliché maar uiteindelijk wilde ik toch vooral mensen helpen. Ik werd internist, maar was ook nieuwsgierig naar werken buiten het ziekenhuis. Van een uitzendbureau voor artsen kreeg ik de vraag “Heb je er ooit aan gedacht om bedrijfsarts te worden?” Dat had ik niet. Maar ik liet het wel bezinken en wilde het proberen. Ik besloot om mijzelf zes maanden de tijd te geven om het uit te proberen. Nu zijn we een paar jaar verder en ben ik niet alleen bedrijfsarts maar zelfs een actieve ambassadeur van het vak.’

Hoeksteen van de geneeskunde
‘Als bedrijfsarts kom je het hele leven tegen en zie je geneeskunde in de breedste zin. Je moet iemand in de ogen kijken en je afvragen: wat speelt hier? Als bedrijfsarts wil ik het hele verhaal begrijpen, naar de ‘hele mens kijken’. Dat is voor mij een belangrijke hoeksteen van de geneeskunde. Toch wordt er tijdens de opleiding geneeskunde heel weinig aandacht besteed aan het werk van een bedrijfsarts. Het is een onderbelicht en ondergewaardeerd vak. Het is veel breder dan de meeste mensen denken. Iemand met een gebroken been komt bij je, maar een twintiger met schizofrenie of iemand die ms heeft, komt ook bij mij terecht. Die veelzijdigheid spreekt me aan, het houdt me scherp.’

Probeer het uit!
‘Ik werk voor een Arbodienst die zich ontfermt over midden- en kleinbedrijven. Mijn werkweek is heel divers. Ik hou onder andere verzuimspreekuren, overleg met collega’s en ga op bezoek bij werkplekken waar ik overleg met werkgevers. Hier bespreek ik hoe het gaat met het verzuim binnen een bedrijf en hoe ze daarmee omgaan. Werken als bedrijfsarts heeft veel praktische voordelen: je kunt werken in de stad waar je woont, een auto leasen en op tijd thuis zijn. Maar wat voor mij het belangrijkste is: ik kom aan mijn trekken als dokter. Dat zorgt ervoor dat ik op de lange termijn happy ben. Mijn advies aan mensen die twijfelen of ze bedrijfsarts willen worden? Geef jezelf die zes maanden en probeer het uit!’

Mustafa is bedrijfsarts in opleiding en werkt bij ArboNed. Heb je vragen over het vak van bedrijfsarts of wil je een keer met Mustafa meelopen? Stuur Mustafa dan een mailtje: mustafa.donmez@arboned.nl

‘Mijn co-schap bedrijfsgeneeskunde is mijn grote geluk geweest’

Elise Koopman is bedrijfsarts, medisch directeur en moeder van drie jonge kinderen. De flexibiliteit, de ontwikkelmogelijkheden en de ruimte om écht aandacht te geven aan mensen; dat maakt haar werk zo ontzettend leuk en uitdagend.

De tijd nemen

Als bedrijfsarts kan ze de tijd nemen voor mensen. Een verademing na haar werkervaring in het ziekenhuis, vertelt Elise. ‘Mijn coschap bedrijfsgeneeskunde is mijn grote geluk geweest, zeg ik wel eens. Omdat het als bedrijfsarts mogelijk is een allround arts te zijn; heel anders dan in een ziekenhuis waar je een diagnose stelt en een patiënt weer uit beeld verdwijnt. Of een huisarts die tien minuten per patiënt heeft.’

Werk-privé balans

Elise werkt zo’n 30 uur per week. Met haar man, die ook arts is, deelt ze de zorg voor hun drie jonge kinderen. ‘Als bedrijfsarts heb je veel flexibiliteit, die ruimte is heel fijn’. Wat haar verder zo aantrekt in het vak, zijn de ontwikkelmogelijkheden. ‘Je kunt je bijvoorbeeld specialiseren zich in een deelgebied van de sociale geneeskunde, zoals oncologie, toxicologie of onderzoek. Zelf hou ik me me naast mijn werkzaamheden bezig met beleid en bestuur, dat vind ik geweldig interessant.’

Elise is bedrijfsarts en medisch directeur bij LEV Arbo. Ze deelde haar ervaring eerder in een interview op deanderedokter.nl. Meer weten? Lees het hele interview op www.deanderedokter.nl/nieuws/elise-koopman

Nieuwe ambassadeurs

Bedrijfsarts Worden verwelkomt twee nieuwe ambasadeurs: Saskia Scheffers (links op de foto), bedrijfsarts in opleiding bij HumanCapitalCare. En Naomi Louisse, bedrijfsarts in opleiding bij Arbo Unie.

Saskia Scheffers was 15 jaar werkzaam als huisarts toen ze merkte dat ze behoefte had aan manieren om het patiëntcontact te verdiepen. Tijdens een meeloopdag bij HumanCapitalCare ging er een wereld voor haar open: ‘Ik vind het echt mooi dat je niet alleen naar een ziekte kijkt, maar veel meer naar een persoon in een organisatie. Zo ontdekte ik dat werk enorm kan helpen om gezond te worden.’

Naomi Louisse was longarts in opleiding in het ziekenhuis, maar zat niet op haar plek. Ze wilde aan de slag buiten het ziekenhuis en liep mee met verschillende specialismen, waaronder bedrijfsgeneeskunde. Via bedrijfsartsworden.nl liep ze een dag mee bij de Arbo Unie. ‘Daar merkte ik dat leuk werk een positieve invloed heeft op je gezondheid. Van die relatie tussen werk en gezondheid was ik mij niet eerder bewust.’

Naomi neemt het stokje van haar collega Leonie Mooyman en Saskia neemt de ambassadeursrol over van Erik-Jan van Wijhe. Veel dank voor jullie inzet afgelopen jaren Leonie en Erik-Jan.

Minister zet zich in voor meer artsen buiten het ziekenhuis

De meeste zorg vindt plaats buiten het ziekenhuis. Maar de tekorten aan artsen ‘zonder witte jas’ zijn enorm. Minister Helder pleit daarom voor een integrale aanpak om meer studenten te laten kiezen voor het mooie en dankbare werk in de sociale geneeskunde.

Op een bijeenkomst met studenten geneeskunde, artsen, bestuurders en opleiders sprak de minister over het bekend en bemind maken van de extramurale zorg, oftewel: de zorg buiten het ziekenhuis en de instelling.

Coschappen in sociale geneeskunde

Die integrale aanpak begint wat de minister betreft op de middelbare school. Ze wil dat jongeren daar al enthousiast worden gemaakt voor de zorg. Ook wil ze dat er in de opleiding geneeskunde meer aandacht komt voor extramurale zorg, bijvoorbeeld via coschappen. Ook pleit ze voor meer samenwerking tussen het onderwijsveld, de universiteiten, werkgevers en ministeries.

Gezamenlijke aanpak

De minister zegt dat de tekorten alleen samen kunnen worden aangepakt. ‘We kunnen de uitdagingen in het veranderende zorglandschap alleen het hoofd bieden als wij ons nu gezamenlijk inzetten om het aantal extramurale artsen te vergroten.’

Vergrijzing

De tekorten aan artsen ‘zonder witte jas’ zijn groot. De instroom in de opleidingen blijft achter bij de aantallen die in de toekomst nodig zijn. En de verwachting is dat door onder meer de vergrijzing in de nabije toekomst alleen maar meer artsen nodig zijn in de extramurale zorg. Denk daarbij aan bedrijfsartsen, verslavingsartsen en specialisten ouderengeneeskunde.

Overigens zijn er vrijwel overal in de zorgsector tekorten. Daarom heeft Helder in september vorig jaar al 500 miljoen euro per jaar vrijgemaakt om de zorg als geheel aantrekkelijker te maken.

Lees meer over het arbeidsmarktprogramma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en welzijn

Foto: nfu.nl / Ministerie van VWS. Van links naar rechts: René Héman (KNMG), Geraline Leusink (MUMC+), Marjolein v/d Pol (Radboudumc), Minister Conny Helder (VWS), Dov Ballak (NFU), Edith Meijwaard (NVU), Christa Boer (Amsterdam UMC), Lisa Bohm (NFU), Mirjan van Ormondt (VWS), Dini Smilde (NFU), Jacqueline de Graaf (Radboudumc), Menno Reijneveld (UMCG), Annika Berends (VWS)

‘Samenwerken begint met de ander kennen’

‘De bedrijfsarts is in de praktijk nog te vaak een reactieve adviesmachine die in beeld komt als de werknemer zich ziek meldt.’ Dat zegt Boyd Thijssens, voorzitter van de NVAB en ambassadeur van Bedrijfsarts Worden, in een column op medischcontact.nl.

Hij zou willen dat bedrijfsartsen zich meer gaan opstellen als een sociaal geneeskundige die binnen een populatie werkenden de gezondheid beschermt en bevordert.

Meer werken aan preventie

Boyd geeft aan dat binnen de NVAB de roep om meer bezig te zijn met preventieve taken met de dag luider wordt. Maar daarmee is de switch niet zomaar gemaakt, want ‘meer tijd spenderen aan andere taken betekent per definitie ook minder tijd spenderen aan een deel van de huidige taken. En wie gaat dat dan doen?’

Over de schutting kijken

De NVAB-voorzitter denkt dat het daarom nodig is dat bedrijfsartsen meer in gesprek gaan met aanliggende disciplines. ‘In de gesprekken die ik voer, merk ik dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is om breder te kijken dan de discipline waarin je geregistreerd bent. Menig bedrijfsarts voelt zich nog geen sociaal geneeskundige en ze benadrukken vaak vooral de verschillen.’

Samenwerking zoeken

In de column pleit Boyd voor meer gezamenlijkheid in opleidingen, nascholingen en registraties en gemakkelijkere uitwisseling onderling. Hoewel hij snapt dat die stappen niet een-twee-drie kunnen worden gezet.

‘Als NVAB-voorzitter herken ik de valkuil om alleen bedrijfsartsen te spreken. Ik tracht dan ook regelmatig met andere disciplines in gesprek te gaan. Samenwerken begint met de ander kennen.’

Boyd Thijssens spreekt minister Ernst Kuipers

‘Niet altijd een puur medisch antwoord’ 

Boyd Thijssens (Medisch directeur De Nieuwe arts, voorzitter NVAB en ambassadeur van bedrijfsartsworden.nl) sprak minister Ernst Kuipers toe, tijdens het Ontbijt met de Minister daags na Prinsjesdag.

Boyd benadrukt in zijn verhaal dat niet op alle zorgvragen een puur medisch antwoord past. En dat vroege interventies door de bedrijfsarts uitval of vertrek kunnen voorkomen. ‘Een vroegtijdige inzet van de bedrijfsarts kan enorm bijdragen aan het minder belasten van de zorg die nu zo onder druk staat. Door te voorkomen dat zorgmedewerkers uitvallen. Door oog te hebben voor veilige werkomstandigheden, fysiek én psycho-sociaal. En door te kijken naar een bredere context dan enkel het orgaanprobleem of ziektebeeld.’

Lees het hele artikel op nvab-online.nl: Bedrijfsartsen helpen ambities Integraal Zorgakkoord bereiken

Foto: NVAB

Luistertip
Luister ook naar de podcast van Medisch Contact, Aflevering week 38. Met een terugblik op het Ontbijt met de minister en een gesprek met minister Kuipers, Over de VWS-begroting en de onderhandelingen over het Integraal Zorgakkoord.

‘Meer studenten willen coschap bij bedrijfsarts‘

Steeds meer geneeskundestudenten zijn geïnteresseerd in het vak van de bedrijfsarts. ‘Het dogma dat werken als arts in het ziekenhuis het hoogst haalbare is, zie ik langzaam verdwijnen.’ Dat zegt Jeroen Croes, bedrijfsarts en opleider, docent en onderwijscoördinator bij UMC Amsterdam.

In een interview met deanderedokter.nl noemt Croes dat een mooie ontwikkeling. Hij denkt dat studenten steeds meer het belang van preventie zien.

Studenten zien gevaren van stress
‘Stress en overbelasting veroorzaken enorme problemen. Het is een actueel thema waar de bedrijfsarts zich in verdiept. Dat spreekt studenten aan die zelf ook al grote druk kunnen ervaren. We gaan van een reactieve gezondheidszorg, waarbij er eerst een ziektebeeld moet zijn dat gefixt kan worden, naar meer preventie.’

1500 co-plekken per jaar
Meer interesse voor het vak betekent ook dat er meer plekken moeten komen waar studenten hun coschap kunnen lopen. Jeroen Croes is ambitieus en zet in op minstens 1500 co-plekken voor bedrijfsartsen per jaar.

‘Nu zijn er structureel te weinig plekken. Onze geneeskundestudenten moeten een afgewogen keuze kunnen maken: huisarts of medisch specialist, klinisch of niet-klinisch werkend. Dat betekent dat er véél meer praktijkopleiders en coassistent-begeleiders nodig zijn, want studenten moeten wel de kans hebben om een coschap te lopen bij het domein arbeid en gezondheid.’

Meer preventie, minder uitkeringen
Een logisch vervolg in dit pleidooi is dat de overheid met geld over de brug moet komen, vindt Croes. ‘Voor de opleiding tot bedrijfsarts is geen overheidsgeld beschikbaar, als enige van alle medisch specialistische opleidingen. Dat is natuurlijk van de zotte. Zeker als je bedenkt wat de uitval van zieke werknemers per jaar kost: meer dan 18 miljard euro aan uitkeringskosten door de ziektewet en arbeidsongeschiktheid samen. Met bedrijfsgeneeskunde die inzet op preventie, vroegtijdig ingrijpen en betere begeleiding naar passend werk is vele miljoenen te besparen.’

‘Het vak zo leuk maken als je maar wilt’

Met Suzanne Driessen verwelkomen we een nieuwe ambassadeur voor het vak bedrijfsgeneeskunde. Voor haar is de charme van haar werk als bedrijfsarts dat ze op allerlei plekken komt. ‘Ik neem een kijkje in de keuken bij veel verschillende bedrijven en verdiep me in alle processen om hen zo goed mogelijk te kunnen adviseren. Daarmee help ik werknemers naar hogere niveaus van duurzame inzetbaarheid, op mentaal, fysiek én sociaal niveau. Dat vind ik heel belangrijk. Net als het preventief bezig zijn binnen mijn vakgebied om verzuim te voorkomen.’

Doorgroeimogelijkheden

Suzanne werkt als bedrijfsarts bij Healthcare. Ze haalt niet alleen veel voldoening uit het verder helpen van werkenden, maar vindt ook de doorgroeimogelijkheden erg fijn. De mogelijkheid om je binnen de bedrijfsgeneeskunde verder te specialiseren – in bijvoorbeeld oncologie of longgeneeskunde – betekent voor haar dat het werk nooit saai zal worden. ‘Je kunt het vak zelf zo leuk maken als je maar wilt, zeg ik altijd.’ Woon je in of nabij Venlo en wil je meer te weten te komen over het vak? Mail dan Suzanne voor een (bel)afspraak of meeloopdag!

‘RI&E biedt perfect leermoment’

Het SER Arboplatform bestaat vijf jaar. Dat werd gemarkeerd met een dialoogsessie voor een succesvolle en gedragen RI&E. Bedrijfsarts en ambassadeur Jeffrey Schaap was erbij. ‘Een verhelderende en inspirerende sessie.’

Tijdens de viering van het eerste lustrum bespraken ruim veertig arboprofessionals, zoals bedrijfsartsen, ergonomen en veiligheidskundigen hoe ze met elkaar de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) beter kunnen laten landen in de praktijk. Jeffrey: ‘Samen de risico’s in kaart brengen leidt tot betrokken werknemers en een kans om te leren. Het is een perfect leermoment voor zowel werknemer als werkgever. Daardoor ontstaan vitale organisaties met ijzersterke teams.’

Vijf jaar Arboplatform

Het Arboplatform is het centrale informatiepunt van sociale partners over gezond en veilig werken en biedt advies, kennisuitwisseling en inspirerende voorbeelden aan werkgevers, werknemers en arbodeskundigen. De lustrumbijeenkomst werd mede georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de Nederlandse Vereniging voor Veiligheidskunde (NVVK) en de Nederlandse Vereniging voor Arbeidshygiëne.

Foto: SER