Femke over leefstijl, gezondheid en verbinding

Je kunt Femke van Leeuwen wakker maken voor een gesprek over leefstijl. ‘Leefstijl heeft zoveel invloed op onze gezondheid. Ik verloor mijn vader jong aan leefstijlgerelateerde problematiek. Dat bracht ontzettend veel leed en verdriet. En dat wil ik iedereen besparen.’

Als bedrijfs- en leefstijlarts bij ArboNed zet Femke ze zich elke dag in om leefstijl onder de aandacht te brengen van werkgevers en medewerkers. Ze brengt het onderwerp ter sprake in elk spreekuur, geeft lezingen tijdens lunchsessies en kijkt samen met de werkgever naar kansen. Ook geeft ze zelf graag het goede voorbeeld. ‘Iedereen die mij een beetje kent, weet bijvoorbeeld dat ik altijd de trap neem en nooit de lift, en dat ik lekker koud douche: gezond en een kleine moeite.’

Steeds meer besef

Met het verhogen van de pensioenleeftijd, groeide het besef dat leefstijl veel impact heeft op de gezondheid. Onder werkgevers en medewerkers. ‘Ineens kreeg ik heel vaak de vraag van werkgevers: hoe kunnen we medewerkers helpen gezond hun pensioen te halen? Corona deed daar nog een schepje bovenop: mensen met een minder goede leefstijl bleken vaak extra kwetsbaar.’

Integrale aanpak

Preventie en een integrale benadering is de kern van vitaliteit op de werkvloer, legt Femke uit. ‘Door werkgevers en werknemers te helpen met de middelen die daar al voor zijn in de ArboWet. Zoals de risico-inventarisatie en evaluatie (RIE), het preventief medisch onderzoek (PMO), de preventieve spreekuren en natuurlijk de verzuimbegeleiding. Het mooie is dat bedrijfsartsen zich altijd al met leefstijl bezighielden, dus het past heel natuurlijk in ons werk.’


Femke tijdens een lunchsessie ‘Vitaliteit op de werkvloer’ voor de leden van MKB Rotterdam Rijnmond. Bij ArboNed in Rotterdam. Ter plekke konden bezoekers een mini-healthcheck laten doen.

Interesse in gezondheid

Ander belangrijk onderdeel van haar werk is leefstijl bespreekbaar maken op de werkvloer. ‘Werknemers ervaren dat vaak als prettig, ze vinden het leuk dat er interesse is in hun gezondheid, juist vanuit preventief opzicht. En werkgevers zien de kansen ook. Het hoeft ook niet ingewikkeld of duur te zijn: soms is regelmatiger bewegen tijdens vergaderingen of op de werkdag al een belangrijke verbetering.’

Van roken naar tafeltennissen

Femke ziet mooie voorbeelden in de praktijk. ‘Dat varieert van het gebruik van zit-sta tafels tot het aanschaffen van een powernapstoel. Of werkgevers die aan de slag gaan met passend beleid ten aanzien van thuiswerken om bijvoorbeeld blurring te voorkomen. Ander leuk voorbeeld: een van mijn klanten heeft niet alleen het rookhok de deur uit gedaan, maar op die plek meteen een tennistafel neergezet. In plaats van roken, bewegen de medewerkers nu en hebben ze plezier. Niet alleen gezond, maar ook goed voor de verbinding onder collega’s.’

Meer weten over leefstijl of het werk van de bedrijfsarts en leefstijlarts? Neem contact op met Femke.

De patiënt die mij de diagnose vertelt

BLOG | Elke patiënt heeft een uniek verhaal. Dat maakt het vak van een arts voor mij zo ontzettend mooi. Als aios bedrijfsgeneeskunde heb ik de eer al deze verhalen te mogen horen. En telkens weer op zoek te gaan naar de best mogelijke zorg. In een blogreeks neem ik je mee in de spreekkamer van de bedrijfsarts. Details van mijn verhalen wijzig ik, om de anonimiteit van mijn patiënten te waarborgen. Deze keer het verhaal van een vrouw die erg moe is, maar naar eigen zeggen kerngezond.

‘Ik ben zo moe dokter, het lukt me gewoon niet. Ik kan niets meer.’ Ze is in de vijftig en planner voor een groot logistiek bedrijf. ‘Ik begin de dag moe, blijf de hele dag moe en ga moe naar bed’. De internist in mij denkt in diverse smaken anemie, in slaap apneu-syndromen en schildklierkwalen. Maar als bedrijfsarts in de maak weet ik dat het (werk)leven ook veel van je kan vergen. Nu denk ik in depressie, in PTSS, onverwerkte rouw en in burn-out.

‘Verder ben ik kerngezond’

Ik blijf stil, want de kern van het arts zijn is en blijft de anamnese. Listen to your patiënt, (s)he is trying to tell you the diagnosis hoor ik nog steeds een professor mij en 249 andere geneeskundestudenten vertellen tijdens een hoorcollege. ‘Ik denk dat het door een hersenschudding komt’, vertelt ze me. ‘Daar is echt niets mee gedaan. Ik ben een jaar geleden van mijn fiets gevallen, mijn hoofd was net een stuiterbal. De huisarts heeft me onderzocht, maar nooit naar een neuroloog doorverwezen. Er is gewoon niets mee gedaan!’. Ze kijkt me aan en is even stil.

Ze is ervan overtuigd dat het niet door haar werk komt. Oké, er is een reorganisatie. Ja, de werkdruk is al jaren hoog. En door COVID moest ze meer thuiswerken waardoor haar werk-privé balans wat verschoof. En ja, met de nieuwe manager botert het ook niet altijd. Maar dat hoort er allemaal bij. Het is de hersenschudding. Ik vraag haar of ze behalve de hersenschudding, verder gezond is. Of ze misschien bekend is met andere ziekten. ‘Twee jaar terug is mijn blindedarm verwijderd. Maar verder, ben ik kerngezond.’

Hoe langer ik haar spreek, hoe meer ik denk dat het niet de hersenschudding is. Zou het toch de reorganisatie, de werkdruk, de impact van COVID en de nieuwe manager kunnen zijn? Ik opper of ze misschien baat kan hebben bij een praktijkondersteuner. ‘Nee, dat werkt niet bij mij’, zegt ze meteen. Ik vraag haar hoe ze dat weet. ‘Een paar jaar terug heeft de huisarts me al naar de praktijkondersteuner verwezen. Dat werkte niet bij mij. Daarom werd ik naar de psycholoog doorverwezen. Die heeft me drie maanden behandeld.’ Ze ziet de verwarring in mijn blik. Verder ben ik kerngezond. Dat had ze toch gezegd? ‘Ja, ik had een burn-out. Daarom was ik uiteindelijk naar de psycholoog verwezen. Maar dat was bij mijn vorige werk.”

Naar het diepste dal

Een grote belemmering bij de begeleiding en behandeling van een burn-out, is niet durven toegeven dat je een burn-out hebt. Want helaas is er een stigma omtrent een burn-out. Het voelt als falen. Zowel voor de werknemer als voor de werkgever. Een burn-out zie je niet (altijd) aan de buitenkant. En de omgeving heeft het vaak niet meteen door. Ik heb al van diverse patiënten gehoord: ‘Dokter, geef me liever een gebroken been dan dit.’

Ik vraag haar waarom ze niet aangaf dat ze een burn-out heeft gehad, dat is toch ook een ziekte? Nu is ze stil. Want ze weet heel goed dat het een ziekte is. Een ziekte die je naar het diepste dal brengt. ‘Weet ik niet,’ antwoordt ze. Ik heb mijn ingang gevonden en vraag haar of ze haar klachten van toen kan beschrijven. Ze weet het nog heel goed. ‘Het was alsof ik door een laag modder liep. Ik vergeet nooit meer het moment dat ik op mijn dieptepunt was. Ik was de vaatwasser aan het leeghalen. En plots lukte het me gewoon niet. Het lukte me niet om een lade vaat te legen! Ik weet nog dat ik voor de vaatwasser op de grond ging zitten en in huilen uitbarstte.’ Haar ogen beginnen rood te worden. ‘Ik was zo moe dokter, het lukte me gewoon niet. Ik kon niets meer…’

Mustafa werkt als arts in opleiding tot bedrijfsarts bij ArboNed. Hij maakte de overstap van internist naar bedrijfsarts en voelt zich in deze rol als een vis in het water. Lees meer over Mustafa.

Gepubliceerd op: 25 juli 2022

Stadium 4 longkanker

BLOG | Stadium 4 longkanker. Een schrikbeeld voor iedere patiënt (en arts!). Ongeneesbaar. Einde leven nabij. En dus ook einde van het werkende leven, want leven is meer dan werken. Toch? Het ligt iets genuanceerder, zo leerde ik van de heer P.

P. is 38 jaar oud, heeft brede schouders en evidente werkershanden. Terwijl ik hem van de wachtkamer ophaal is mijn eerste gedachte: aan de buitenkant zie je niet dat hij vergevorderde kanker heeft.

Helaas, de voorinformatie die ik van de casemanager heb gekregen klopt. Hij heeft stadium 4 grootcellig longcarcinoom. Zijn prognose: 6-9 maanden. ‘Aan de buitenkant zie je het niet’, zegt hij met een glimlach.

Hij bedient een hijskraan. Al 18 jaar. Vanaf zijn 20e dus. En ook nog eens bij dezelfde werkgever. Zijn ogen glinsteren wanneer we het over zijn hijskraan hebben. Diverse gebouwen in en rondom Rotterdam zijn door zijn hijskraan gebouwd. Het is zijn jongensdroom die werkelijkheid is geworden. Hijskraan bedienen, bouwen aan iets groots. Iets wat hij later aan zijn kinderen kan tonen: ‘Kijk, dat heeft papa gebouwd!’

Hij is misschien sneller moe en heeft een hardnekkige hoest. ‘Maar verder voel ik me eigenlijk goed.’
Hij werkt nog steeds. Hij heeft een ‘alles mag, niets hoeft’-afspraak met zijn werkgever.

‘Wat wil je qua werk?’ vraag ik.
‘Ik wil door, dokter. Niet op de hijskraan, dat begrijp ik. Maar ik wil op de werkplaats zijn. Ik wil door.’
Uiteraard stem ik daarmee in. Hij en zijn werkgever spreken aangepaste werkzaamheden af en blijven onderling het verloop evalueren.

Zo gingen 3 maanden, 6 maanden en inmiddels een jaar voorbij. Tijd voor een eerstejaarsevaluatie.

Tot mijn verbazing is hij nagenoeg niet veranderd.
Hij ziet mijn verbazing en antwoordt ‘Ja, mijn longarts is ook iedere keer verrast als hij me zo ziet’
Dit keer is zijn vrouw ook mee.

‘Hoe gaat het?’, vraag ik in algemene zin.
‘Ik werk volledige dagen’, antwoordt hij. Zijn vrouw schudt haar hoofd. ‘Ik kan hem niet afremmen. Hij staat om 5:00 al op om naar werk te kunnen. Thuis de was doen of strijken? Daar moet ik niet eens over beginnen. Maar naar werk? Dat is echt zijn passie.’ Hij grijnst en kijkt me glimlachend toe.

Inmiddels krijgt hij immunotherapie en werkt hij als beveiliger op de werkplaats.
Maakt hem niet uit. Hij is onder zijn mensen en ze bouwen aan iets groots.

‘Wil je iets gaafs horen?’, vraagt hij.
‘Altijd’, zeg ik.
‘We bouwen nu het hoofdgebouw van de organisatie die mijn immunotherapie produceert! Bijzonder he?’

Ik knik en ben stil.

‘Zeer bijzonder’, zeg ik uiteindelijk met kippenvel.


In een blogreeks neem ik je mee in de spreekkamer van de bedrijfsarts. Elke patiënt heeft een uniek verhaal. Aan mij als aios bedrijfsgeneeskunde de eer om te luisteren naar al deze verhalen en telkens weer op zoek te gaan naar de best mogelijke zorg. Details van mijn verhalen wijzig ik, om de anonimiteit van mijn patiënten te waarborgen. –  Mustafa Dönmez, arts in opleiding tot bedrijfsarts bij ArboNed.
Gepubliceerd op: 14 december 2022
Foto: pexels.com

‘Het begint met een positieve mindset’

We mogen weer een nieuwe ambassadeur verwelkomen: Anjelica Boogert. Tijdens haar studie geneeskunde oriënteerde Anjelica Boogert zich voornamelijk op specialisaties in het ziekenhuis. Ze wilde impact maken, dicht bij het vuur zitten en afwisseling in haar werk. Na een brede oriëntatie, met coschappen op de IC en spoedeisende hulp, vond Anjelica haar interesses juist buiten het ziekenhuis. ‘Na één meeloopdag bij de arbodienst was ik verkocht. Mijn werkervaring in het ziekenhuis was uitdagend en leerzaam, maar ik miste ik diepgang in het contact met patiënten.’

Lees hier het hele verhaal van Anjelica!

Boyd Thijssens spreekt minister Ernst Kuipers

‘Niet altijd een puur medisch antwoord’ 

Boyd Thijssens (Medisch directeur De Nieuwe arts, voorzitter NVAB en ambassadeur van bedrijfsartsworden.nl) sprak minister Ernst Kuipers toe, tijdens het Ontbijt met de Minister daags na Prinsjesdag.

Boyd benadrukt in zijn verhaal dat niet op alle zorgvragen een puur medisch antwoord past. En dat vroege interventies door de bedrijfsarts uitval of vertrek kunnen voorkomen. ‘Een vroegtijdige inzet van de bedrijfsarts kan enorm bijdragen aan het minder belasten van de zorg die nu zo onder druk staat. Door te voorkomen dat zorgmedewerkers uitvallen. Door oog te hebben voor veilige werkomstandigheden, fysiek én psycho-sociaal. En door te kijken naar een bredere context dan enkel het orgaanprobleem of ziektebeeld.’

Lees het hele artikel op nvab-online.nl: Bedrijfsartsen helpen ambities Integraal Zorgakkoord bereiken

Foto: NVAB

Luistertip
Luister ook naar de podcast van Medisch Contact, Aflevering week 38. Met een terugblik op het Ontbijt met de minister en een gesprek met minister Kuipers, Over de VWS-begroting en de onderhandelingen over het Integraal Zorgakkoord.

‘Het vak zo leuk maken als je maar wilt’

Met Suzanne Driessen verwelkomen we een nieuwe ambassadeur voor het vak bedrijfsgeneeskunde. Voor haar is de charme van haar werk als bedrijfsarts dat ze op allerlei plekken komt. ‘Ik neem een kijkje in de keuken bij veel verschillende bedrijven en verdiep me in alle processen om hen zo goed mogelijk te kunnen adviseren. Daarmee help ik werknemers naar hogere niveaus van duurzame inzetbaarheid, op mentaal, fysiek én sociaal niveau. Dat vind ik heel belangrijk. Net als het preventief bezig zijn binnen mijn vakgebied om verzuim te voorkomen.’

Doorgroeimogelijkheden

Suzanne werkt als bedrijfsarts bij Healthcare. Ze haalt niet alleen veel voldoening uit het verder helpen van werkenden, maar vindt ook de doorgroeimogelijkheden erg fijn. De mogelijkheid om je binnen de bedrijfsgeneeskunde verder te specialiseren – in bijvoorbeeld oncologie of longgeneeskunde – betekent voor haar dat het werk nooit saai zal worden. ‘Je kunt het vak zelf zo leuk maken als je maar wilt, zeg ik altijd.’ Woon je in of nabij Venlo en wil je meer te weten te komen over het vak? Mail dan Suzanne voor een (bel)afspraak of meeloopdag!

Ramazziniprijs 2022 voor Jeroen Croes

Jeroen Croes heeft de Ramazziniprijs 2022 ontvangen van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB).

‘Als universitair docent en onderwijscoördinator sociale geneeskunde verbeterde hij stap voor stap het coschap sociale geneeskunde.’ Deze en meer lovende woorden klonken vanuit de NVAB. Om te benadrukken waarom Jeroen als – drijvende kracht voor goed onderwijs – deze prijs dubbel en dwars verdient. En daar kunnen wij ons alleen maar bij aansluiten.

De Ramazziniprijs werd uitgereikt door NVAB-voorzitter Boyd Thijssens – tevens een van onze ambassadeurs. Elke twee jaar reikt de NVAB de Ramazziniprijs aan iemand die zich in bijzondere mate verdienstelijk heeft gemaakt voor het onderwijs in arbeid en gezondheid.

Lees meer op nvab-online.nl: Jeroen Croes Ontvangt de Ramazziniprijs 2022

Foto: NVAB

Wij stellen aan je voor: Mèdelyn Wennekers

Maak kennis met onze nieuwste ambassadeur Mèdelyn! Als arts-assistent dermatologie in het ziekenhuis haalde ze veel voldoening uit het praktische onderdeel van haar werk: klachten gericht aanpakken. Maar om de kwaliteit van behandelingen nog beter te maken, wilde ze meer weten van patiënten. Die tijd was er vaak niet en dat begon ze steeds meer te missen.

‘De leefomstandigheden en persoonlijke aspecten van een patiënt zijn belangrijk om een passend behandelplan op te stellen. Niet alleen om klachten te verminderen, maar bijvoorbeeld ook om goed om te leren gaan met bepaalde aandoeningen in het dagelijkse leven.’

Ze besloot het over een andere boeg te gooien, sprong van de “rijdende trein” en kwam met een zachte landing terecht in de bedrijfsgeneeskunde. ‘Als bedrijfsarts kan ik de tijd nemen voor mensen. Ook de variatie in het werk vind ik fijn en interessant. Elke dag zie ik verschillende mensen met uiteenlopende ziektebeelden. Allemaal hebben ze hun eigen verhaal en dat neem ik altijd mee om de beste zorg te bieden.’

Lees hier het hele verhaal van Mèdelyn

Een andere afslag

BLOG | Een tijd geleden was ik te gast bij de podcast van De andere dokter. Hierin vertel ik onder meer dat ik als geneeskundestudent een duidelijk doel voor ogen had; ik wilde orthopeed worden. De rest vond ik niet interessant. Totdat ik daadwerkelijk, na jarenlang studeren op de orthopedie-afdeling rond mocht lopen. Ik had daar zo lang naar uitgekeken. En toen kwam ik erachter dat het toch niet mij paste. Een moeilijke conclusie, want dit was toch wat ik altijd wilde?

Benieuwd hoe ik uiteindelijk aios bedrijfsarts werd? Beluister de podcast.

Gepubliceerd op: 26 februari 2021

“Klinische klachten extra interessant”

BLOG | De vrijdag voor mijn vakantie kom ik iets voor half negen aan op de spreekuurlocatie. Vandaag heb ik twaalf cliënten, zie ik in mijn planning. Dat valt mee. Vol goede moed begin ik aan mijn spreekuur. Bij zeven van de twaalf spreekuren gaat het om cliënten met psychische klachten. Bijna 60%. Tijdens mijn studie heb ik geleerd dat een derde van het ziekteverzuim psychisch van aard is. Mijn vermoeden is al langer dat we veel meer psychisch verzuim zien in onze spreekkamer dan in de literatuur wordt beschreven. Dat blijkt vandaag maar weer. De andere 40% van de klachten die ik deze dag als bedrijfsarts zie zijn klinisch van aard. Voor mij zijn dit altijd extra interessante casussen. Ik kan dan lichamelijk onderzoek doen en meedenken in de differentiaaldiagnose, de behandeling en verdere onderzoeken.

Astma bronchiale

Voordat ik aan mijn carrière als bedrijfsarts begon, heb ik longgeneeskunde gedaan. Ik heb daarom veel affiniteit met astma/COPD, wat mij deze vrijdag goed van pas komt. Ik zie tijdens een van de spreekuren een vrachtwagenchauffeur met een astma bronchiale met persisterende obstructie en een allergische bronchopulmonale aspergillose. Het probleem speelt al langer en het is niet het eerste gesprek dat ik met hem voer. De man heeft de afgelopen jaren veel recidieven gehad en is hiervoor behandeld met prednison en antibiotica. Toen hij bijna een jaar verzuimde met recidiverende longklachten hebben we als arbodienst een expertiseonderzoek ingezet.

Een expertisecentrum beoordeelt gezondheidsklachten en medische beperkingen van mensen die langdurig ziek en arbeidsongeschikt zijn. Zij bieden daarin duidelijkheid over adequate behandeling en belastbaarheid voor arbeid, bijvoorbeeld als herstel en re-integratie stagneert, als een diagnose of prognose onduidelijk is, als er twijfel bestaat over benutbare mogelijkheden of de noodzaak van een behandelinterventie. In dit geval zette ik het expertiseonderzoek in op verzoek van werkgever. Die wilde graag weten of zijn medewerker nog terug kon keren in zijn eigen werk als vrachtwagenchauffeur.

Schakelen met longarts

Parallel aan het expertiseonderzoek heb ik ook medische informatie bij de longarts opgevraagd met de vraag of de behandeling optimaal was. De laatste maanden werd er alleen maar behandeld met prednison. De aspergilles zelf leek niet aangepakt te worden. Door de coronamaatregelen vonden de adviezen en de behandeling allemaal telefonisch plaats. In mijn ogen is dit niet de juiste aanpak, zeker niet als de klachten niet lijken op te knappen. Na aandringen kon mijn cliënt in juli toch op fysieke controle bij de longarts. Hij kreeg itraconazol 100mg voor een periode van drie maanden. De klachten leken eindelijk wat af te nemen. Mijn cliënt had minder dyspneuklachten, sliep beter en kon overdag al meer ondernemen. Ik wilde graag ook een VO2 max laten doen om zijn belastbaarheid te berekenen en pleitte voor de inzet van een revalidatieprogramma. Dat was echter vanwege coronamaatregelen nog niet mogelijk, volgens de longarts.

Kansen op werkhervatting

De uitkomst van het expertisecentrum was dat hij goed behandeld werd. Over de toekomst van het werk konden ze nog geen uitspraak doen. Eerst moest het effect van de behandeling afgewacht worden. Wel is een FML voor een arbeidsdeskundig onderzoek opgesteld, een lijst met functies die zouden kunnen passen bij de belastbaarheid van mijn cliënt. Ook heeft het expertisecentrum een tweesporenbeleid geadviseerd.

Tijdens het spreekuur besprak ik de uitkomst van dit expertiseonderzoek met meneer. Hij was erg teleurgesteld en had meer verwacht van de uitkomst, met name van de behandeling. Na het spreekuur heb ik de uitkomst ook met de werkgever gedeeld en hen geadviseerd om een re-integratiebureau in te zetten, om zo ook de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te onderzoeken voor mijn cliënt. Het doel blijft tot nader order terugkeer in eigen werk, maar voor de zekerheid wordt er ook al gekeken naar ander werk bij een andere werkgever, het zogeheten ‘tweede spoor’.

Veel fietsen

Verder besprak ik deze vrijdag met mijn cliënt zijn dagindeling. Hij probeert nu, op mijn advies, zelf minimaal twee keer in de week een flink aantal kilometers te fietsen. Verder probeert hij in de tuin bezig te zijn, de planten te verzorgen en het gras te maaien. Het lukt hem goed overdag bezig te blijven. Ik ben blij voor mijn cliënt dat het hem goed gaat met de nieuwe medicatie en dat hij stappen maakt in zijn belastbaarheid. Als het zo goed blijft gaan zouden we weer een start kunnen maken met een stukje werkhervatting.

Tegelijkertijd vraag ik me af of dit met zijn ziektegeschiedenis en de vele recidieven realistisch is. We maakten daarom de afspraak om vanaf 17 augustus te starten met 4 dagen 2 uur aangepast werk. Ook zou er een start met het 2e spoortraject gemaakt worden via een re-integratiebureau. Over 6 weken spreken we een nieuw spreekuur af om de belastbaarheid en het beloop opnieuw met elkaar te evalueren. Tevreden sluiten we beiden het gesprek af. Mijn vakantie kon beginnen.

Gepubliceerd op: 21 oktober 2020