De patiënt die mij de diagnose vertelt

Elke patiënt heeft een uniek verhaal. Dat maakt het vak van een arts voor mij zo ontzettend mooi. Als aios bedrijfsgeneeskunde heb ik de eer al deze verhalen te mogen horen. En telkens weer op zoek te gaan naar de best mogelijke zorg. In een blogreeks neem ik je mee in de spreekkamer van de bedrijfsarts. Details van mijn verhalen wijzig ik, om de anonimiteit van mijn patiënten te waarborgen. Deze keer het verhaal van een vrouw die erg moe is, maar naar eigen zeggen kerngezond.

‘Ik ben zo moe dokter, het lukt me gewoon niet. Ik kan niets meer.’ Ze is in de vijftig en planner voor een groot logistiek bedrijf. ‘Ik begin de dag moe, blijf de hele dag moe en ga moe naar bed’. De internist in mij denkt in diverse smaken anemie, in slaap apneu-syndromen en schildklierkwalen. Maar als bedrijfsarts in de maak weet ik dat het (werk)leven ook veel van je kan vergen. Nu denk ik in depressie, in PTSS, onverwerkte rouw en in burn-out.

‘Verder ben ik kerngezond’

Ik blijf stil, want de kern van het arts zijn is en blijft de anamnese. Listen to your patiënt, (s)he is trying to tell you the diagnosis hoor ik nog steeds een professor mij en 249 andere geneeskundestudenten vertellen tijdens een hoorcollege. ‘Ik denk dat het door een hersenschudding komt’, vertelt ze me. ‘Daar is echt niets mee gedaan. Ik ben een jaar geleden van mijn fiets gevallen, mijn hoofd was net een stuiterbal. De huisarts heeft me onderzocht, maar nooit naar een neuroloog doorverwezen. Er is gewoon niets mee gedaan!’. Ze kijkt me aan en is even stil.

Ze is ervan overtuigd dat het niet door haar werk komt. Oké, er is een reorganisatie. Ja, de werkdruk is al jaren hoog. En door COVID moest ze meer thuiswerken waardoor haar werk-privé balans wat verschoof. En ja, met de nieuwe manager botert het ook niet altijd. Maar dat hoort er allemaal bij. Het is de hersenschudding. Ik vraag haar of ze behalve de hersenschudding, verder gezond is. Of ze misschien bekend is met andere ziekten. ‘Twee jaar terug is mijn blindedarm verwijderd. Maar verder, ben ik kerngezond.’

Hoe langer ik haar spreek, hoe meer ik denk dat het niet de hersenschudding is. Zou het toch de reorganisatie, de werkdruk, de impact van COVID en de nieuwe manager kunnen zijn? Ik opper of ze misschien baat kan hebben bij een praktijkondersteuner. ‘Nee, dat werkt niet bij mij’, zegt ze meteen. Ik vraag haar hoe ze dat weet. ‘Een paar jaar terug heeft de huisarts me al naar de praktijkondersteuner verwezen. Dat werkte niet bij mij. Daarom werd ik naar de psycholoog doorverwezen. Die heeft me drie maanden behandeld.’ Ze ziet de verwarring in mijn blik. Verder ben ik kerngezond. Dat had ze toch gezegd? ‘Ja, ik had een burn-out. Daarom was ik uiteindelijk naar de psycholoog verwezen. Maar dat was bij mijn vorige werk.”

Naar het diepste dal

Een grote belemmering bij de begeleiding en behandeling van een burn-out, is niet durven toegeven dat je een burn-out hebt. Want helaas is er een stigma omtrent een burn-out. Het voelt als falen. Zowel voor de werknemer als voor de werkgever. Een burn-out zie je niet (altijd) aan de buitenkant. En de omgeving heeft het vaak niet meteen door. Ik heb al van diverse patiënten gehoord: ‘Dokter, geef me liever een gebroken been dan dit.’

Ik vraag haar waarom ze niet aangaf dat ze een burn-out heeft gehad, dat is toch ook een ziekte? Nu is ze stil. Want ze weet heel goed dat het een ziekte is. Een ziekte die je naar het diepste dal brengt. ‘Weet ik niet,’ antwoordt ze. Ik heb mijn ingang gevonden en vraag haar of ze haar klachten van toen kan beschrijven. Ze weet het nog heel goed. ‘Het was alsof ik door een laag modder liep. Ik vergeet nooit meer het moment dat ik op mijn dieptepunt was. Ik was de vaatwasser aan het leeghalen. En plots lukte het me gewoon niet. Het lukte me niet om een lade vaat te legen! Ik weet nog dat ik voor de vaatwasser op de grond ging zitten en in huilen uitbarstte.’ Haar ogen beginnen rood te worden. ‘Ik was zo moe dokter, het lukte me gewoon niet. Ik kon niets meer…’

Mustafa werkt als arts in opleiding tot bedrijfsarts bij ArboNed. Hij maakte de overstap van internist naar bedrijfsarts en voelt zich in deze rol als een vis in het water. Lees meer over Mustafa.

Een tweederangs dokter

‘Een bedrijfsarts is een tweederangs dokter,’ begin ik. ‘Steek je hand op als je het daarmee eens bent.’ Ik val meteen met de deur in huis. En ja hoor, negen van de twaalf ‘geïnteresseerde’ artsen steken hun hand op.

Ik mag als kersverse ambassadeur bedrijfsgeneeskunde voor het eerst een vragenuur over het vak voorzitten. ‘Start met een stelling’ werd mij als tip gegeven. En bedankt. Realiteit kan confronterend zijn. De twaalf bestaan uit huisartsen, basisartsen, artsen niet in opleiding tot longarts, een radioloog en zelfs een patholoog.

De bedrijfsarts is inferieur aan allen qua imago.
Een bedrijfsarts is geen arts.
Een bedrijfsarts word je als je in iets anders faalt.
Een bedrijfsarts is er voor de werkgever.

Allemaal vooroordelen die er anno 2022 zijn en die ik tot een jaar terug ook deelde. ‘Ik weet niet wat een bedrijfsarts doet,’ vervolg ik. Dit keer blijven er drie handen opgestoken. Mijn hand blijft in mijn zak: ik weet inmiddels wel wat een bedrijfsarts doet.

Ik zeg inmiddels, want in de zes jaar van mijn studie geneeskunde heb ik welgeteld twee hoorcolleges over het vak gehad. En een snuffelstage van drie weken om mij een ‘goed’ beeld van een bedrijfsarts te geven. Dat in combinatie met de niet-zo-sexy uitstraling van een bedrijfsarts maakte dat ik het niet eens overwoog als toekomstig beroep.

Vijftien jaar later. Ik ben internist. Internist zonder baan, dus tijd voor verandering.

Het uitzendbureau kwam ermee. ‘Toevallig aan bedrijfsarts gedacht?’. Ik kon niet wachten met nee zeggen, maar ik had mezelf beloofd alles een kans te geven. ‘Out of the box’ denken noemen ze dat tegenwoordig. En hoe meer ik over die box nadacht, hoe meer ik eruit wilde.

Goede banenmarkt. Grote kans op werk in je eigen regio. Veel mogelijkheden om je verder te profileren. Daar begon mijn interesse mee.

‘Waarom probeer je het niet voor 6 maanden?’, zei het uitzendbureau. Tja, dacht ik. Wat is een half jaar in een werkleven? En dus ging ik aan de slag als bedrijfsarts niet in opleiding. En al snel merkte ik dat ik vakinhoudelijk aan mijn ‘dokters-trekken’ kwam. Ik had me nooit gerealiseerd dat je heel werkend Nederland ziet. Iedere dag heeft een werknemer een nieuw en bijzonder beloop of verhaal. Want daar begint het dokter zijn: luisteren naar de verhalen van je patiënt.

De dertigjarige met ALS die de keuze moet maken of hij zijn energie nog aan werk moet besteden. De timmerman die reumatoïde artritis heeft ontwikkeld en een hamer niet meer vast kan houden. De advocaat die zelf in een scheiding ligt en tegen een burn-out zit. Ik zie ze allemaal. Ik help ze allemaal. Zonder een recept uitgeschreven te hebben.

Die 6 maanden zijn inmiddels al lang verstreken.

‘Ik ben gelukkig met mijn huidige werk.’ Vijf steken hun hand op. Zes als je mij meetelt.

Deze blog van Mustafa Dönmez is eerder verschenen op www.tbv-online.nl.

Foto: © SDI Productions / Getty Images / iStock

Ramazziniprijs 2022 voor Jeroen Croes

Jeroen Croes heeft de Ramazziniprijs 2022 ontvangen van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB).

‘Als universitair docent en onderwijscoördinator sociale geneeskunde verbeterde hij stap voor stap het coschap sociale geneeskunde.’ Deze en meer lovende woorden klonken vanuit de NVAB. Om te benadrukken waarom Jeroen als – drijvende kracht voor goed onderwijs – deze prijs dubbel en dwars verdient. En daar kunnen wij ons alleen maar bij aansluiten.

De Ramazziniprijs werd uitgereikt door NVAB-voorzitter Boyd Thijssens – tevens een van onze ambassadeurs. Elke twee jaar reikt de NVAB de Ramazziniprijs aan iemand die zich in bijzondere mate verdienstelijk heeft gemaakt voor het onderwijs in arbeid en gezondheid.

Lees meer op nvab-online.nl: Jeroen Croes Ontvangt de Ramazziniprijs 2022

Foto: NVAB

Bedrijfsartsen laten zich zien!

Bedrijfsartsen laten zich weer volop zien! Onze ambassadeurs zijn aanwezig bij verschillende medische carrière-events. Om geneeskundestudenten te informeren én inspireren over het prachtvak van de bedrijfsarts.

Als bedrijfsarts ben je geneeskundig specialist op het gebied van werk en gezondheid. Maar wat doet een bedrijfsarts eigenlijk? Hoe ziet een werkweek eruit? Waarom zou je wel of niet voor dit vak kiezen? Onze ambasadeurs delen graag hun ervaringen. Dat doen ze vanuit een stand en tijdens workshops. Waar ze deelnemers in de huid van een bedrijfsarts laten kruipen aan de hand van een bijzondere casus en prikkelende stellingen.

Waar we te vinden zijn (of waren)

  • 7 november 2022 Carrièrebeurs MFVN in Nijmegen (stond gepland op 20 september 2022, maar is verplaatst naar 7 november)
  • 18 juni 2022: KNMG Carrièrebeurs in Nieuwegein
  • 2 juni 2022 Medische carrièredag MSFU
  • 25 mei 2022 Carrièrdag MCDO in Almelo
  • 12 maart 2022 Nationaal Coassistenten Congres (hybride)

 

 

“Klinische klachten extra interessant”

De vrijdag voor mijn vakantie kom ik iets voor half negen aan op de spreekuurlocatie. Vandaag heb ik twaalf cliënten, zie ik in mijn planning. Dat valt mee. Vol goede moed begin ik aan mijn spreekuur. Bij zeven van de twaalf spreekuren gaat het om cliënten met psychische klachten. Bijna 60%. Tijdens mijn studie heb ik geleerd dat een derde van het ziekteverzuim psychisch van aard is. Mijn vermoeden is al langer dat we veel meer psychisch verzuim zien in onze spreekkamer dan in de literatuur wordt beschreven. Dat blijkt vandaag maar weer. De andere 40% van de klachten die ik deze dag als bedrijfsarts zie zijn klinisch van aard. Voor mij zijn dit altijd extra interessante casussen. Ik kan dan lichamelijk onderzoek doen en meedenken in de differentiaaldiagnose, de behandeling en verdere onderzoeken.

Astma bronchiale

Voordat ik aan mijn carrière als bedrijfsarts begon, heb ik longgeneeskunde gedaan. Ik heb daarom veel affiniteit met astma/COPD, wat mij deze vrijdag goed van pas komt. Ik zie tijdens een van de spreekuren een vrachtwagenchauffeur met een astma bronchiale met persisterende obstructie en een allergische bronchopulmonale aspergillose. Het probleem speelt al langer en het is niet het eerste gesprek dat ik met hem voer. De man heeft de afgelopen jaren veel recidieven gehad en is hiervoor behandeld met prednison en antibiotica. Toen hij bijna een jaar verzuimde met recidiverende longklachten hebben we als arbodienst een expertiseonderzoek ingezet.

Een expertisecentrum beoordeelt gezondheidsklachten en medische beperkingen van mensen die langdurig ziek en arbeidsongeschikt zijn. Zij bieden daarin duidelijkheid over adequate behandeling en belastbaarheid voor arbeid, bijvoorbeeld als herstel en re-integratie stagneert, als een diagnose of prognose onduidelijk is, als er twijfel bestaat over benutbare mogelijkheden of de noodzaak van een behandelinterventie. In dit geval zette ik het expertiseonderzoek in op verzoek van werkgever. Die wilde graag weten of zijn medewerker nog terug kon keren in zijn eigen werk als vrachtwagenchauffeur.

Schakelen met longarts

Parallel aan het expertiseonderzoek heb ik ook medische informatie bij de longarts opgevraagd met de vraag of de behandeling optimaal was. De laatste maanden werd er alleen maar behandeld met prednison. De aspergilles zelf leek niet aangepakt te worden. Door de coronamaatregelen vonden de adviezen en de behandeling allemaal telefonisch plaats. In mijn ogen is dit niet de juiste aanpak, zeker niet als de klachten niet lijken op te knappen. Na aandringen kon mijn cliënt in juli toch op fysieke controle bij de longarts. Hij kreeg itraconazol 100mg voor een periode van drie maanden. De klachten leken eindelijk wat af te nemen. Mijn cliënt had minder dyspneuklachten, sliep beter en kon overdag al meer ondernemen. Ik wilde graag ook een VO2 max laten doen om zijn belastbaarheid te berekenen en pleitte voor de inzet van een revalidatieprogramma. Dat was echter vanwege coronamaatregelen nog niet mogelijk, volgens de longarts.

Kansen op werkhervatting

De uitkomst van het expertisecentrum was dat hij goed behandeld werd. Over de toekomst van het werk konden ze nog geen uitspraak doen. Eerst moest het effect van de behandeling afgewacht worden. Wel is een FML voor een arbeidsdeskundig onderzoek opgesteld, een lijst met functies die zouden kunnen passen bij de belastbaarheid van mijn cliënt. Ook heeft het expertisecentrum een tweesporenbeleid geadviseerd.

Tijdens het spreekuur besprak ik de uitkomst van dit expertiseonderzoek met meneer. Hij was erg teleurgesteld en had meer verwacht van de uitkomst, met name van de behandeling. Na het spreekuur heb ik de uitkomst ook met de werkgever gedeeld en hen geadviseerd om een re-integratiebureau in te zetten, om zo ook de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te onderzoeken voor mijn cliënt. Het doel blijft tot nader order terugkeer in eigen werk, maar voor de zekerheid wordt er ook al gekeken naar ander werk bij een andere werkgever, het zogeheten ‘tweede spoor’.

Veel fietsen

Verder besprak ik deze vrijdag met mijn cliënt zijn dagindeling. Hij probeert nu, op mijn advies, zelf minimaal twee keer in de week een flink aantal kilometers te fietsen. Verder probeert hij in de tuin bezig te zijn, de planten te verzorgen en het gras te maaien. Het lukt hem goed overdag bezig te blijven. Ik ben blij voor mijn cliënt dat het hem goed gaat met de nieuwe medicatie en dat hij stappen maakt in zijn belastbaarheid. Als het zo goed blijft gaan zouden we weer een start kunnen maken met een stukje werkhervatting.

Tegelijkertijd vraag ik me af of dit met zijn ziektegeschiedenis en de vele recidieven realistisch is. We maakten daarom de afspraak om vanaf 17 augustus te starten met 4 dagen 2 uur aangepast werk. Ook zou er een start met het 2e spoortraject gemaakt worden via een re-integratiebureau. Over 6 weken spreken we een nieuw spreekuur af om de belastbaarheid en het beloop opnieuw met elkaar te evalueren. Tevreden sluiten we beiden het gesprek af. Mijn vakantie kon beginnen.

Ambassadeur Jeffrey in podcast De andere dokter

Onze ambassadeur Jeffrey Schaap was te gast bij de podcast van De andere dokter. Hij vertelt onder meer over zijn zoektocht naar een passend specialisme.

Zo ontdekt Jeffrey tijdens zijn werk bij neurochirurgie en vervolgens neurologie, dat vooral de begeleiding van patiënten hem trok. ‘Maar door tijdsdruk kon ik patiënten niet goed genoeg leren kennen om hen de begeleiding te bieden die ze in mijn ogen nodig hadden en verdienden.’ Een periode van twijfel volgde. Volgens mij moet jij eens met een bedrijfsarts meelopen, was het welgemeende advies van een vriendin. ‘Ik heb haar heel hard uitgelachen. Maar een moment later besefte ik dat ik eigenlijk geen flauw idee had wat een bedrijfsarts doet. Niet eens een verkeerd of negatief beeld, maar gewoon géén idee.’

Luister de podcast via deze link: De andere dokter: ervaringen van een aios & anios

‘Het begint met een positieve mindset’

We mogen weer een nieuwe ambassadeur verwelkomen: Anjelica Boogert. Tijdens haar studie geneeskunde oriënteerde Anjelica Boogert zich voornamelijk op specialisaties in het ziekenhuis. Ze wilde impact maken, dicht bij het vuur zitten en afwisseling in haar werk. Na een brede oriëntatie, met coschappen op de IC en spoedeisende hulp, vond Anjelica haar interesses juist buiten het ziekenhuis. ‘Na één meeloopdag bij de arbodienst was ik verkocht. Mijn werkervaring in het ziekenhuis was uitdagend en leerzaam, maar ik miste ik diepgang in het contact met patiënten.’

Lees hier het hele verhaal van Anjelica!

‘Begrens jezelf niet’

Maak kennis met onze nieuwe ambassadeur Mustafa! De internist uit Den Haag oriënteerde zich op specialisaties aan de andere kant van het spectrum. Bedrijfskunde beviel hem, onverwachts, direct. In het begin van 2022 start Mustafa de arts in opleiding tot bedrijfsarts bij ArboNed. Hij geniet van zijn nieuwe vak en hoopt toekomstige studenten ook te motiveren om zich buiten de bekende paden te oriënteren.

‘Als je me dit tijdens mijn bachelor had verteld, had ik je niet geloofd,’ zegt Mustafa. Tijdens zijn studie had hij specialisaties in de sociale geneeskunde nooit eerder overwogen. ‘Ik wist simpelweg niet wat bedrijfsgeneeskunde inhield. De informatie die ik had, was gebaseerd op vooroordelen. Zo zou het werk minder uitdagend zijn dan bijvoorbeeld in het ziekenhuis.’

Lees hier het hele verhaal van Mustafa!

‘Het vak zo leuk maken als je maar wilt’

Met Suzanne Driessen verwelkomen we een nieuwe ambassadeur voor het vak bedrijfsgeneeskunde. Voor haar is de charme van haar werk als bedrijfsarts dat ze op allerlei plekken komt. ‘Ik neem een kijkje in de keuken bij veel verschillende bedrijven en verdiep me in alle processen om hen zo goed mogelijk te kunnen adviseren. Daarmee help ik werknemers naar hogere niveaus van duurzame inzetbaarheid, op mentaal, fysiek én sociaal niveau. Dat vind ik heel belangrijk. Net als het preventief bezig zijn binnen mijn vakgebied om verzuim te voorkomen.’

Doorgroeimogelijkheden

Suzanne werkt als bedrijfsarts bij Healthcare. Ze haalt niet alleen veel voldoening uit het verder helpen van werkenden, maar vindt ook de doorgroeimogelijkheden erg fijn. De mogelijkheid om je binnen de bedrijfsgeneeskunde verder te specialiseren – in bijvoorbeeld oncologie of longgeneeskunde – betekent voor haar dat het werk nooit saai zal worden. ‘Je kunt het vak zelf zo leuk maken als je maar wilt, zeg ik altijd.’ Woon je in of nabij Venlo en wil je meer te weten te komen over het vak? Mail dan Suzanne voor een (bel)afspraak of meeloopdag!

Vlaggenschip voor de arts van de toekomst

De Nationale Zorggids interviewde Gertjan Beens, bedrijfsarts en voorzitter NVAB, en René Ravestein, projectleider bedrijfsartsworden.nl, over de tekorten aan bedrijfsartsen in Nederland. Ondanks de gedeelde zorgen, zijn beiden hoopvol over de toekomst van ons vak. Bovendien stellen ze dat het probleem niet per se te maken heeft met het imago van de bedrijfsarts.

Een deel van het probleem is niet het negatieve beeld, maar dat er gewoon helemaal geen beeld is. Met de campagne bedrijfsartworden.nl proberen we geneeskundestudenten en zij-instromers duidelijk te maken wat het vak inhoudt’, aldus René. ‘De interesse voor onze ambassadeurs – jonge mensen in opleiding, of al werkzaam als bedrijfsarts – is best groot, net als het bezoek aan onze site. Het laat zien dat veel mensen eerst op het idee gebracht moeten worden. Een deel van de geïnteresseerden landt daarna uiteindelijk bijvoorbeeld bij een arbodienst.’

Gertjan (foto) vertelt onder andere dat hij zijn vak ziet als een vlaggenschip voor de rol die artsen over twintig jaar zullen spelen. ‘De arts in 2040 zal een andere zijn dan nu – meer op preventie en op behoud van functioneren gericht. Het vak bedrijfsarts zal daarmee aantrekkelijk worden, denk ik, en meer op het netvlies komen van jonge mensen.’

Lees het hele interview op de nationalezorggids.nl