Online spreekuur na de zomervakantie: 16 september
Noteer alvast in je agenda: woensdag 16 september vindt het volgende online spreekuur plaats. Op die avond verzorgt bedrijfsarts Suzanne Driessen een interactieve sessie voor geneeskundestudenten en artsen die benieuwd zijn naar het vak van bedrijfsarts.
Suzanne deelt haar persoonlijke loopbaanverhaal en vertelt waarom ze zegt: ‘Je kunt het vak zo leuk maken als je maar wilt.’ Uiteraard is er volop ruimte om al je vragen te stellen.
Overweeg jij een carrière in de bedrijfsgeneeskunde en wil je er meer over weten? Meld je kosteloos aan voor het online spreekuur!
- Wat: Online spreekuur
- Met: Bedrijfsarts Suzanne Driessen
- Datum: woensdag 16 september
- Tijd: 20.00 – 21.00 uur
- Aanmelden online spreekuur
Bedrijfsartsen in NRC: ‘Je maakt zieke mensen niet beter door hun uitkering te verlagen’
Al jarenlang neemt het aantal langdurig zieke werknemers toe. Ook vallen steeds vaker mensen uit met mentale klachten. Daarom werder NVAB-vicevoorzitter Madelijn de Kleine, bijzonder hoogleraar Arbeids- en bedrijfsgeneeskunde Frederieke Schaafsma en bedrijfsartsen Marieke van Hoffen en Iris Homeijer geïnterviewd door het NRC. Zij pleiten voor meer aandacht voor preventie in het kader van de bezuinigingen op de WIA.
Individuele begeleiding van werknemers blijft belangrijk, maar volgens de geïnterviewden kunnen bedrijfsartsen juist ook werkgevers ondersteunen bij het realiseren van preventie en goede werkomstandigheden. ‘De grenzen tussen werk en vrije tijd vervagen steeds meer. Het is goed als werknemers en leidinggevenden daarover in gesprek gaan.’
De bedrijfsarts kan het verschil maken
Bedrijfsartsen zien dagelijks hoe werk, gezondheid en welzijn met elkaar verbonden zijn. Door vroegtijdig signalen van overbelasting te herkennen en werkgevers te adviseren over gezonde arbeidsomstandigheden, kunnen zij bijdragen aan het voorkomen van langdurige arbeidsongeschiktheid. ‘Want op de werkvloer is veel winst te halen’, zegt Schaafsma.
Het bedrijfsartsenvak draait dus niet alleen om het begeleiden van verzuim, maar ook om het voorkomen ervan. In een tijd waarin mentale gezondheid, duurzame inzetbaarheid en gezond werken steeds belangrijker worden, kunnen bedrijfsartsen een sleutelrol vervullen in het gezond houden van werkend Nederland.
- Lees het artikel in het NRC
- Lees hier de reactie van de NVAB op het artikel
Online spreekuur met Tim: ‘Het uur vloog voorbij’
Dinsdag 2 juni vond het online spreekuur met arts in opleiding tot bedrijfsarts Tim de Groot plaats. De deelnemers waren serieus bezig met hun oriëntatie op de bedrijfsgeneeskunde en kwamen met uiteenlopende vragen naar het spreekuur. Hierdoor ontstonden mooie gesprekken en vloog het uur voorbij.
Tim vertelde wat voor hem de bedrijfsgeneeskunde zo bijzonder maakt: ‘Het persoonlijke contact met mensen, de rol die je als arts kunt spelen en de mogelijkheid om echt iets voor iemand te betekenen. Dat geeft mij energie.’
Daarnaast deelde hij een praktijkcasus, van een 48-jarige timmerman met rugklachten. Alle perspectieven kwamen aan bod: de zorgen van de werknemer (‘Ik kom financieel in de problemen. Fysio helpt niet’), de hulpvraag van de werkgever (‘Help, mijn medewerker valt uit’) en de aanpak van de bedrijfsarts (Medisch info neurologie opvragen en verwijzen naar arbeidsrevalidatie: biopsychosociale benadering). Door inzicht te krijgen in de invloed van stress en het belang van een goede werkhouding, kon de werknemer het werk stap voor stap hervatten. Het resultaat: een volledige en duurzame terugkeer naar werk.
Wij kijken terug op een geslaagd online spreekuur en bedanken alle deelnemers voor hun betrokkenheid en goede vragen. En een extra dank aan Tim, voor zijn verhaal en zijn antwoorden.
Nieuwe NVAB-richtlijn Overgang en Werk voor bedrijfsartsen
Overgangsklachten hebben voor veel werkende vrouwen invloed op hun functioneren. Bedrijfsartsen komen dit regelmatig tegen in hun spreekkamer. De Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB) ontwikkelde daarom een richtlijn die bedrijfsartsen ondersteunt in de begeleiding van medewerkers met overgangsklachten.
In Nederland zijn er momenteel 1,8 miljoen vrouwen in de levensfase waarin overgangsklachten kunnen spelen. Ongeveer 80% van hen heeft overgangsgerelateerde klachten, en ongeveer 55% ervaart klachten die invloed hebben op het werk.
Een bedrijfsarts kan veel betekenen voor deze medewerkers door vroegtijdig klachten te signaleren en hen bijvoorbeeld te adviseren over hun leefstijl, of hun door te verwijzen naar een overgangsconsulent. Het advies van een bedrijfsarts draagt dan niet alleen bij aan duurzame inzetbaarheid, maar ook aan het leefplezier en de vitaliteit van deze werknemers.
Bewustwording en het spreekuur
Vrouwen ervaren het vaak als een taboe om over hun overgangsklachten te praten. Door te praten over verminderd functioneren door de overgang binnen een organisatie, wordt de kans op steun voor deze vrouwen vergroot. Zo staan ze sneller open voor begeleiding en kunnen klachten vroegtijdig gesignaleerd worden.
Daarnaast is het ook belangrijk dat binnen organisaties bekend is dat werknemers altijd terechtkunnen op het spreekuur van de bedrijfsarts, ook met overgangsklachten. Zo kun je als bedrijfsarts een veilige omgeving creëren waarin alle klachten besproken kunnen worden.
Meer weten?
- Bekijk de NVAB-richtlijn Overgang en werk
- Lees ook het artikel De rol van de bedrijfsarts bij hormonale klachten op het werk
Meer ruimte voor preventie
Voorkomen is beter dan genezen: een heel bekende uitspraak. Toch ligt bij bedrijfsartsen de nadruk niet altijd op preventie. Maar daar komt verandering in. In de reactie van het kabinet op het SER-advies Gezondheid en veilig werken staat het voorkomen van uitval centraal.
De nadruk op preventie is niet nieuw, maar de urgentie wordt wel groter. ‘Door krapte op de arbeidsmarkt, complexer werk en een hogere mentale belasting van medewerkers kunnen organisaties zich eigenlijk geen vermijdbaar verzuim meer permitteren’, aldus bedrijfsarts Stefan van Vuuren.
Zo kan een bedrijfsarts niet alleen adviseren wanneer iemand al ziek is, maar juist ook bijdragen aan het herkennen van patronen in werkdruk, organisatie-inrichting of samenwerking die later tot uitval kunnen leiden. Op deze manier kijkt een bedrijfsarts breder dan alleen de medische kant, en is er ruimte voor meedenken op team- of organisatieniveau. Of zoals Stefan het noemt: ‘een deelse verschuiving van ‘beoordelaar van ziekte’, naar ‘sparringspartner voor gezond werk’.’
Lees hier meer over wat deze ontwikkeling betekent voor de bedrijfsarts
“Klinische klachten extra interessant”
BLOG | De vrijdag voor mijn vakantie kom ik iets voor half negen aan op de spreekuurlocatie. Vandaag heb ik twaalf cliënten, zie ik in mijn planning. Dat valt mee. Vol goede moed begin ik aan mijn spreekuur. Bij zeven van de twaalf spreekuren gaat het om cliënten met psychische klachten. Bijna 60%. Tijdens mijn studie heb ik geleerd dat een derde van het ziekteverzuim psychisch van aard is. Mijn vermoeden is al langer dat we veel meer psychisch verzuim zien in onze spreekkamer dan in de literatuur wordt beschreven. Dat blijkt vandaag maar weer. De andere 40% van de klachten die ik deze dag als bedrijfsarts zie zijn klinisch van aard. Voor mij zijn dit altijd extra interessante casussen. Ik kan dan lichamelijk onderzoek doen en meedenken in de differentiaaldiagnose, de behandeling en verdere onderzoeken.
Astma bronchiale
Voordat ik aan mijn carrière als bedrijfsarts begon, heb ik longgeneeskunde gedaan. Ik heb daarom veel affiniteit met astma/COPD, wat mij deze vrijdag goed van pas komt. Ik zie tijdens een van de spreekuren een vrachtwagenchauffeur met een astma bronchiale met persisterende obstructie en een allergische bronchopulmonale aspergillose. Het probleem speelt al langer en het is niet het eerste gesprek dat ik met hem voer. De man heeft de afgelopen jaren veel recidieven gehad en is hiervoor behandeld met prednison en antibiotica. Toen hij bijna een jaar verzuimde met recidiverende longklachten hebben we als arbodienst een expertiseonderzoek ingezet.
Een expertisecentrum beoordeelt gezondheidsklachten en medische beperkingen van mensen die langdurig ziek en arbeidsongeschikt zijn. Zij bieden daarin duidelijkheid over adequate behandeling en belastbaarheid voor arbeid, bijvoorbeeld als herstel en re-integratie stagneert, als een diagnose of prognose onduidelijk is, als er twijfel bestaat over benutbare mogelijkheden of de noodzaak van een behandelinterventie. In dit geval zette ik het expertiseonderzoek in op verzoek van werkgever. Die wilde graag weten of zijn medewerker nog terug kon keren in zijn eigen werk als vrachtwagenchauffeur.
Schakelen met longarts
Parallel aan het expertiseonderzoek heb ik ook medische informatie bij de longarts opgevraagd met de vraag of de behandeling optimaal was. De laatste maanden werd er alleen maar behandeld met prednison. De aspergilles zelf leek niet aangepakt te worden. Door de coronamaatregelen vonden de adviezen en de behandeling allemaal telefonisch plaats. In mijn ogen is dit niet de juiste aanpak, zeker niet als de klachten niet lijken op te knappen. Na aandringen kon mijn cliënt in juli toch op fysieke controle bij de longarts. Hij kreeg itraconazol 100mg voor een periode van drie maanden. De klachten leken eindelijk wat af te nemen. Mijn cliënt had minder dyspneuklachten, sliep beter en kon overdag al meer ondernemen. Ik wilde graag ook een VO2 max laten doen om zijn belastbaarheid te berekenen en pleitte voor de inzet van een revalidatieprogramma. Dat was echter vanwege coronamaatregelen nog niet mogelijk, volgens de longarts.
Kansen op werkhervatting
De uitkomst van het expertisecentrum was dat hij goed behandeld werd. Over de toekomst van het werk konden ze nog geen uitspraak doen. Eerst moest het effect van de behandeling afgewacht worden. Wel is een FML voor een arbeidsdeskundig onderzoek opgesteld, een lijst met functies die zouden kunnen passen bij de belastbaarheid van mijn cliënt. Ook heeft het expertisecentrum een tweesporenbeleid geadviseerd.
Tijdens het spreekuur besprak ik de uitkomst van dit expertiseonderzoek met meneer. Hij was erg teleurgesteld en had meer verwacht van de uitkomst, met name van de behandeling. Na het spreekuur heb ik de uitkomst ook met de werkgever gedeeld en hen geadviseerd om een re-integratiebureau in te zetten, om zo ook de mogelijkheden op de arbeidsmarkt te onderzoeken voor mijn cliënt. Het doel blijft tot nader order terugkeer in eigen werk, maar voor de zekerheid wordt er ook al gekeken naar ander werk bij een andere werkgever, het zogeheten ‘tweede spoor’.
Veel fietsen
Verder besprak ik deze vrijdag met mijn cliënt zijn dagindeling. Hij probeert nu, op mijn advies, zelf minimaal twee keer in de week een flink aantal kilometers te fietsen. Verder probeert hij in de tuin bezig te zijn, de planten te verzorgen en het gras te maaien. Het lukt hem goed overdag bezig te blijven. Ik ben blij voor mijn cliënt dat het hem goed gaat met de nieuwe medicatie en dat hij stappen maakt in zijn belastbaarheid. Als het zo goed blijft gaan zouden we weer een start kunnen maken met een stukje werkhervatting.
Tegelijkertijd vraag ik me af of dit met zijn ziektegeschiedenis en de vele recidieven realistisch is. We maakten daarom de afspraak om vanaf 17 augustus te starten met 4 dagen 2 uur aangepast werk. Ook zou er een start met het 2e spoortraject gemaakt worden via een re-integratiebureau. Over 6 weken spreken we een nieuw spreekuur af om de belastbaarheid en het beloop opnieuw met elkaar te evalueren. Tevreden sluiten we beiden het gesprek af. Mijn vakantie kon beginnen.
Gepubliceerd op: 21 oktober 2020