14 november

Het verhaal van Wendel Slingerland: hoe ik bedrijfsarts werd

Ik vergeet het nooit meer. Het was begin 2002 en ik had net enkele maanden met veel plezier gewerkt voor Medical Multi Media Productions – het bedrijf van Ria Bremer dat gespecialiseerd was in het maken van medische programma’s zoals ‘Vinger aan de pols’ en ‘Mens & Lijf’. Ik werkte voor beide programma’s; voornamelijk als redacteur, maar ook als verslaggever. Ik was blij met deze baan en er trots op dat ik hier was aangenomen!

Doktersjas aan de wilgen

Enige jaren daarvoor had ik mijn witte doktersjas aan de wilgen gehangen om te gaan onderzoeken wat ik als afgestudeerd basisarts met enige jaren klinische ervaring nog meer zou kunnen betekenen. Het begon met een baan bij een farmaceutisch bedrijf, als Manager Professional Affairs. Mijn taak was om de ‘artsenbezoekers’ bij te scholen in medische kennis, zodat zij met een goed verhaal de artsen konden overtuigen van de werkzaamheid van het aangeboden product. Daarnaast was ik verantwoordelijk voor het aanleveren van materiaal voor het aanvragen van juridische vergunningen en dergelijke. Leuke baan, mooie auto, snelle mensen. Het meeste lol had ik in het overdragen van de medische kennis, op een niveau dat begrijpelijk was en weer overdraagbaar aan derden. Minder had ik op met de commercie en het steeds op de voorgrond staan van zakelijke belangen.

Kans van mijn leven: Kenia!

Een kennis, die ook basisarts was, gaf les op een ROC. Zij doceerde het vak Medische Kennis aan aankomend verpleegkundigen en doktersassistentes. Zij was heel blij met haar baan en vertelde mij op een goede dag dat er plaats was voor nog een docent. Aangezien ik de commercie wel gezien had, besloot ik te solliciteren. Al snel kon ik beginnen en heb met veel plezier een jaar mogen lesgeven aan enthousiaste jonge vrouwen. Toen kreeg ik de kans van mijn leven. Ik werd gevraagd om te komen werken bij een 24 uurs-radio- en televisiestation in Nairobi, Kenia. Er was iemand nodig voor het maken van medische radio- en televisieprogramma’s. Vanaf het eerste moment zat die jas als gegoten – achter de microfoon en voor de camera, mensen bevragen op allerhande onderwerpen, variërend van ‘echt’ medische onderwerpen tot onderwerpen die wat meer gerelateerd zijn aan ‘lifestyle’. Soms kwamen ook heuse taboe onderwerpen aan bod zoals HIV, AIDS en de relatie daarvan met seks. Of vrouwenbesnijdenis en ongewenste zwangerschappen. Kortom: ik heb daar twee jaar lang bijzondere dingen mogen doen.

Terug naar Nederland

De stap terug naar Nederland was groot. Iets kleiner doordat ik werk kon gaan doen dat een beetje leek op het werk dat ik in Kenia deed: het maken van televisieprogramma’s. En zo kom ik terug bij begin 2002. Er stonden een paar onderwerpen op de rol voor ‘Vinger aan de pols’, waaronder de Wet Verbetering Poortwachter en de gevolgen daarvan voor de bedrijfsgezondheidszorg. Ik weet het nog goed: ik ben me toen wat gaan verdiepen in de Wet Poortwachter en de aanscherping, of liever gezegd: concretisering daarvan. Ik interviewde Simon Knepper, verzekeringsarts. Zijn enthousiasme was aanstekelijk. Vanaf dat moment wist ik wat ik wilde gaan doen: ik wilde bedrijfsarts worden. Waar ik daarvoor altijd het idee had gehad dat dit een vak was met weinig activiteit, waar er veel achterover geleund werd met een “komt u over 6 weken maar weer terug”, kreeg ik langzamerhand het idee dat ik me hierin weleens kon vergissen. En nu zeker, met de scherpere regelgeving waardoor men wel in beweging moest komen en blijven.

De rode draad: communicatie 

Sinds 2002 werk ik als bedrijfsarts. Eerst voor arbodiensten, de laatste jaren als zelfstandige. Ik heb geen dag spijt gehad van die keuze en heb mogen meebewegen in de verandering van de meer flegmatische aanpak naar een dynamische aanpak. Persoonlijk heb ik mogen ontdekken dat het vak een logisch vervolg was op de stappen die ik al gemaakt had in mijn loopbaan. De rode draad? Communicatie! Want wat ik eerder deed bij het lesgeven doe ik nu ook: mensen voorlichten, mensen inzicht geven in hoe hun lichaam werkt, maar hen ook inzicht laten krijgen in “waarom ze doen wat ze doen”. Het is heel afwisselend: het ene moment laat ik iemand een plaatje van een rug met spieren zien en leg uit hoe dit functioneert, het andere moment teken ik een weegschaal en leg hen uit over de draagkracht-draaglast balans. Het is ook verrassend: het enthousiasme van een 54-jarige mevrouw als zij leert dat wit brood niet goed voor je is en dat er in mayonaise enorm veel calorieën zitten… Wat ik eerder deed bij het maken van radio- en televisieprogramma’s doe ik nu ook: mensen bevragen op lichamelijk welbevinden, maar ook vraag ik hen over hun familie, achtergrond, drijfveren, hun visie op hun werk, leidinggevende, collega’s. In gedachten vorm ik mij dan een beeld en probeer door aan te haken daar sturing aan te geven op een manier die mensen in beweging brengt.

Dagelijks met mensen in gesprek

Vandaag word ik nog steeds blij van mijn werk. Ik vind het een voorrecht om dagelijks met mensen in gesprek te mogen gaan en hen de voor hen passende tools aan te reiken waar zij zelf mee aan de slag kunnen, zodat zij het daarna zelf kunnen handhaven. Ik vind het een uitdaging om hen “op te voeden”: niet de zaken overnemen en voor hen zorgen, hen beschermen, maar hen loslaten en meegeven dat zij het zelf kunnen. En het allermooist is om na verloop van tijd met de post een kaartje te krijgen waarop staat: “Dank je wel, ik ben nog steeds in beweging en kan het inderdaad zelf.”

Deel dit artikel: