05 mei

Onmisbaar

Persoonlijk word ik, Wendel Slingerland,  heel blij van het werken als bedrijfsarts vanuit het gedragsmodel en in de Eigen Regie/maatwerkregeling: ik mag wat minder ‘dokter’ zijn en wat meer met mensen in gesprek over motieven en drijfveren. Aan de buitenkant kan het er daardoor soms op lijken dat wat ik doe heel simpel is. Met als gevolg dat er mensen zijn die denken dat mijn werk ook wel door anderen kan worden gedaan, lees: casemanagers, psychologen, huisartsen of verpleegkundigen. Toch ben ik van mening dat ik als bedrijfsarts bij uitstek geschikt ben om dit werk te doen. Juist omdat ik ‘dokter’ ben, medisch specialist, maar heb geleerd om verder te denken en kijken dan dat. De rol van‘spin in het web’ past mij heel goed, ik denk nog veel beter dan de huisarts, omdat ik niet alleen tussen alle verschillende behandelaren zit, maar ook op alle leefgebieden van het individu. Dat wat ik doe is dus eigenlijk helemaal niet zo eenvoudig en stuit in eerste instantie vrijwel altijd op weerstanden. Totdat mensen voelen en weten dat wat ik adviseer echt goed voor hen is.

Wendel Slingerland

Het ziet er (denk ik) als volgt uit: een werknemer meldt zich ziek en geeft bij de werkgever aan dat hij niet kan werken als gevolg van medische klachten of ziekte. Als het verzuim wat langer duurt wordt zo iemand aangemeld voor het spreekuur van de bedrijfsarts, zodat er een probleemanalyse kan worden gemaakt. De persoon gaat naar de bedrijfsarts, om er vandaan te komen met een advies om weer stappen te gaan maken richting werkhervatting. Persoonlijk beschrijf ik altijd de beperkingen en de mogelijkheden; ik geef concreet aan waarmee rekening moet worden gehouden als iemand weer aan het werk gaat. Ik geef meestal kaders aan wat betreft uren opbouw en de tijd waarin dit zou moeten gebeuren. Vaak probeer ik mijn adviezen te onderbouwen zonder dat ik daarbij medische gegevens prijsgeef, om daardoor het draagvlak van zowel werknemer als werkgever te vergroten. Ik leg daarbij steeds weer het lijntje naar de leidinggevende en roep heel hard dat werkgever en werknemer dit prima samen kunnen; dat het de bedoeling is dat ik een beetje mijn eigen winkelnering ben: enerzijds omdat ik verwacht dat het verzuim gaat zakken, anderzijds omdat ik denk dat werkgever en werknemer het steeds beter samen zullen leren.

In de praktijk gebeurt het volgende: een werknemer meldt zich ziek en geeft bij de werkgever aan dat hij niet kan werken als gevolg van medische klachten of ziekte. Zo iemand komt na enige tijd bij mij op het spreekuur. Ik haal hem of haar altijd op uit de spreekkamer en op dat moment begint mijn onderzoek al. Ik registreer bijvoorbeeld of iemand kan lopen, met welke hulpmiddelen en met welke gang. Ik registreer hoe iemand gekleed is – verzorgd of niet. Ik let op het voorkomen, het uiterlijk – wat straalt iemand uit, de manier waarop iemand een hand geeft, uit zijn mond ruikt en me wel of niet in de ogen kijkt. ….Vervolgens ga ik‘echt’ aan de slag. Ik begin met een korte uitleg van mijn rol en het kader van Wet Verbetering Poortwachter. Ga me dan oriënteren op het probleem, vraag dit uit op de drie gebieden van persoon, sociaal en werk. Leg dit alles vast in mijn dossier.

….Intussen ben ik in mijn hoofd aan het puzzelen en bedenken wat de aangrijpingspunten zijn: nu direct in de spreekkamer uit mijn eigen toolbox, wat zou ik al kunnen doen aan behandeling, maar ook daarbuiten richting leidinggevende. Ik breng het herstelgedrag van de werknemer in kaart – doet hij zelf de juiste dingen in het kader van zijn herstel en wordt hij of zij daarbij adequaat ondersteund door huisarts en specialist? Is hij of zij goed doorverwezen voor verdere behandeling? Is het herstel tot nu toe zoals te verwachten volgens de evidence based richtlijnen? Welke van mijn eigen richtlijnen kan ik hierop toepassen?

….Tegelijkertijd voel ik weerstanden, want de meeste mensen hebben al een vastomlijnd idee over hoe zij zich voelen en wat daarmee mogelijk is; ook hebben ze vaak al een advies van anderen – lang niet altijd dokters! Ik bedenk hoe ik die kan benoemen om iemand vervolgens in een positieve beweeg-modus te krijgen.

….Op hetzelfde moment vorm ik mijzelf een oordeel: verklaart ziekte het verzuim? Ik peil globaal of dit een geloofwaardig verhaal is, of heb ik het idee dat iemand me voor de gek houdt?

….Vervolgens maak ik de balans op, vat mijn conclusie en advies samen voor de werknemer. Ik haal uit mijn toolbox wat ik denk nodig te hebben en ga hiermee vast aan de slag.

….Ter afronding maak ik uiteindelijk de terugkoppeling voor de werkgever met daarin mijn advies voor de korte en lange termijn, zodat werkgever en werknemer daar samen voorlopig mee vooruit kunnen. Ik doe dit al typend, hardop, waar de werknemer bij zit, zodat die zijn of haar toestemming eraan kan verlenen. Ik print het document uit voor de werknemer en mail het naar de werkgever, na nog even geverifieerd te hebben of alles er in staat. Aansluitend bel ik soms nog even met een leidinggevende – als ik een advies geef waarvan ik verwacht dat het weerstand zal oproepen of wat verrassend zal zijn voor de leidinggevende.

Gelukkig heb ik ruim de tijd voor mijn consulten…ik heb bij ‘mijn’ werkgevers bedongen dat ik voor een eerste consult 45 minuten de tijd krijg, voor vervolgconsulten 30 minuten. Dit is voor mij voldoende, hoewel mijn eigen toolbox er hierdoor soms bij in schiet. Jammer, want ik weet dat de dingen die ik zelf kan doen tijdens het spreekuur enorm veel opleveren en verzuimverkortend zijn, met name door het inzicht dat ik mensen kan geven en het vriendelijke duwtje om weer te gaan bewegen.

Nu weer even terug naar het begin. Denkt u nou echt dat mijn rol en mijn kerntaken zomaar overgenomen kunnen worden door anderen, zoals bijvoorbeeld casemanagers, psychologen, huisartsen of verpleegkundigen? Geen van deze vertegenwoordigt in mijn optiek zo compleet alle aspecten die nodig zijn voor een afgeronde beoordeling en begeleiding als het gaat om ziekteverzuim en gezondheidsmanagement in brede zin. Ik denk dat ik onmisbaar ben.

Deel dit artikel: