Informatiebijeenkomst: zelfstandig bedrijfsarts worden?

NSPOH en SPAP organiseren op 26 september een gratis informatie- en netwerkbijeenkomst. Het thema van de dag: het combineren van de opleiding tot bedrijfsarts met zelfstandig ondernemerschap. Ook als zelfstandige kun je het vak bedrijfsarts goed uitoefenen. Deze bijeenkomst geeft je informatie en handige tips, zodat jij – als je dat wilt – weet welke stappen je moet zetten om als zelfstandig bedrijfsarts aan de slag te gaan.

Onderwerpen

Bij de bijeenkomst komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod:

  • Ik ben al huisarts of specialist. Hoe ziet mijn opleiding er uit?
  • Ik ben basisarts. Hoe ziet mijn opleiding er dan uit?
  • Ik wil graag als ZZP-er werken tijdens mijn opleiding. Of ik wil in dienst van de SPAP mijn opleiding doen. Hoe zit dat?
  • Ik wil graag bij meerdere arbodiensten en praktijken werken. Hoe wordt dat geregeld?
  • Ik heb nog vragen over de opleiding.

Naast de uitwisseling van informatie, gaat de bijeenkomst ook vooral om kennismaken met elkaar en ervaringen delen.

Praktische informatie

  • Datum: 26 september 2019
  • Tijd: 16.00 tot 18.30 uur
  • Locatie: NSPOH, Churchilllaan 11 (10e etage), 3527 GV Utrecht
  • Toegang is gratis

Interesse? Meld je dan aan via een mailtje naar NSPOH of Bedrijfsarts2022.

‘Mijn bedrijfsarts bewaakte de balans’

Jeroen Over de Vest werd tweemaal geconfronteerd met kanker. Tweemaal sloeg hij zich er doorheen. Hoe? Daar kun je achteraf niet altijd de vinger op leggen. Je gaat ervoor. Maar één ding is zeker: werk speelde een cruciale rol.

In 2014 werd bij Jeroen lymfeklierkanker geconstateerd. Door de fysieke klachten en de behandeling kon hij tijdelijk niet werken. Maar toen hij er klaar voor was, begon Jeroen aan het re-integratietraject: ‘Dat is de essentiële eerste stap.’

De driehoek: werknemer, werkgever en bedrijfsarts

In het re-integratietraject herkende Jeroen een driehoek waarin hij niet slechts het onderwerp van gesprek was, maar een volwaardige partij. Jeroen: ‘Het was een samenwerking tussen werknemer, werkgever en de bedrijfsarts. Samen maakten we het onderwerp bespreekbaar en evalueerden we of, hoe en wanneer ik weer aan het werk kon. De werkgever biedt re-integratiemogelijkheden en zorgt ervoor dat je over het onderwerp kunt praten binnen de organisatie. Zelf heb je natuurlijk ook een verantwoordelijkheid. Je moet het initiatief nemen en in die driehoek stappen, voordat het werk echt kan beginnen. Dat kan lastig zijn. De bedrijfsarts was voor mij een goed startpunt om het onderwerp te bespreken.’

‘Werk gaf mij energie’

Jeroen had een bijzondere positie omdat hij zelf als directielid is verbonden aan zijn organisatie. Maar zijn wens om zo snel mogelijk weer aan het werk te gaan, kwam niet alleen voort uit zijn rol. ‘Voor mij was en is werk echt therapie,’ vertelt Jeroen. ‘Ik wilde terug in het team, contact met mijn collega’s, de inhoud in. Kanker is een lastig onderwerp, ook op de werkvloer. Maar ik merkte algauw dat het een heel natuurlijke invulling kreeg. Het onderwerp was bespreekbaar. Collega’s toonden belangstelling en vroegen oprecht hoe het met me ging. Verder werd ik “gewoon” behandeld, zoals iedereen. Ik voelde mij een volwaardig onderdeel van het team. Dat waardeer ik enorm. Thuis zat ik te piekeren. Werk gaf in mijn geval afleiding en ontzettend veel energie. Natuurlijk ervaart iedereen dit anders. Juist daarom is het zo belangrijk dat “kanker en werk” bespreekbaar is, met een sterke driehoek als steun: om voor ieder individu de juiste balans te vinden tussen kanker en werk. Dat geldt voor alle ziekten.’

Spiegelen met de bedrijfsarts

De bedrijfsarts was een onmisbare spil. Jeroen: ‘Ik wilde steeds maar door, door, door. De bedrijfsarts, Femke van Leeuwen, legde me af en toe een spiegeltje voor. Het klinkt natuurlijk stoer dat je weer hard bezig bent op het werk, maar het is enorm belangrijk dat de bedrijfsarts aangeeft wanneer je toch beter een stapje terug kan doen. Waar ik steeds harder wilde gaan, had de bedrijfsarts altijd mijn gezondheid voor ogen. Zij bewaakte mijn balans en, wanneer nodig, aarzelde ze ook niet om mij te confronteren met de realiteit. Ze zocht constant naar de gulden middenweg, zonder een belerend vingertje. Dat hielp mij enorm.’

Samen naar de finishline

De afgelopen jaren inspireerden Jeroen zijn ervaringen te delen met anderen: werkgevers, bedrijfsartsen, (ex-)patiënten of belangstellenden op visite. ‘De impact van kanker is persoonlijk. Mijn verhaal geldt niet voor iedereen,’ aldus Jeroen. ‘Maar misschien kan ik door mijn ervaring te delen, wel anderen inspireren. Dat motiveert mij. Vijf jaar lang was ik bijvoorbeeld actief deelnemer aan de Roparun, een estafetteloop van ruim 500 kilometer: van Parijs naar Rotterdam. Daarmee haalden wij in teamverband geld op voor mensen met kanker.  Ik word ook regelmatig uitgenodigd als ervaringsdeskundige. Mijn belangrijkste boodschap? De driehoek. Zet de stap naar de driehoek, want daarmee open je de deur naar succesvolle re-integratie. Hoe dat traject er ook voor jou persoonlijk uit ziet, het is een zeer waardevolle steun.’

‘Bedrijfsarts worden? Ik zou gelijk zeggen: doen!’

Zijn ervaring heeft Jeroen inzicht gegeven in de rol van de bedrijfsarts. Die rol waardeert hij enorm. Jeroen: ‘Als je eraan denkt om bedrijfsarts te worden, zou ik gelijk zeggen: doen! Het is een lastig beroep, waarbij je te maken krijgt met heftige onderwerpen. Maar het is, zoals ik het zie, een dankbare en interessante uitdaging. Je kunt als bedrijfsarts écht het verschil maken.’

De bedrijfsarts die Jeroen heeft ondersteund bij zijn re-integratie is Femke van Leeuwen, werkzaam bij ArboNed. Femke is ook één van onze enthousiaste ambassadeurs en gaat graag in gesprek met geneeskundestudenten en (basis)artsen die overwegen om bedrijfsarts te worden.

Interesse in een gesprek of meeloopdag met Femke? Stuur haar een mail

Podcast: Het verhaal van Stefan

Stefan van Vuuren twijfelde over een specialisatie in psychiatrie of urologie, maar maakte uiteindelijk de overstap naar bedrijfsgeneeskunde. Waarom? Met mensen in gesprek gaan gaf hem de meeste voldoening. In de eerste aflevering van de podcast ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ vertelt Stefan over zijn drijfveren en zijn keuze voor het vak. Samen met instituutsopleider Inge van der Ende (SGBO) vertelt hij over het veelzijdige beroep en over de opleiding.

Ik help nu mensen om het beste uit zichzelf te halen’

De tijdlijn (bookmarks):

  • 00.00 – Introductie “Welkom bij Het Betere Werk”
  • 00.15 – Introductie sprekers: Stefan van Vuuren, aios bedrijfsgeneeskunde, en Inge van der Ende, instituutsopleider
  • 00.27 – “Wanneer ik wist dat ik bedrijfsarts wilde worden…” – Stefan over zijn keuze voor het vak.
  • 04.46 – Hoe maken andere bedrijfsartsen deze keuze? Welke overwegingen hebben zij bij hun keuze?
  • 06.50 – Welk beeld had je van het vak bedrijfsarts als student? Hoe is dat beeld sindsdien veranderd?
  • 08.24 – “De meeste mensen willen wel werken, maar kunnen het niet” – Stefan
  • 10.29 – Hoe merk je als ambassadeur voor ‘Bedrijfsarts Worden: Het Betere Werk’ dat het beeld van het vak verandert bij mensen, bijvoorbeeld bij carrièredagen?
  • 13.02 – Hoe ziet de opleiding tot bedrijfsarts eruit?
  • 15.14 – De rol van de praktijkopleider
  • 16.16 – Ruimte om ook dingen náást je vaste beroep te doen
  • 17.38 – Wat Inge als opleider haar studenten vooral wil bijbrengen.
  • 18.56 – Een lastiger element van de opleiding: wetenschappelijk onderzoek
  • 19.41 – Hoe breed is het spectrum van de opleiding? Wat leer je?
  • 21.00 – De koppeling tussen theorie en praktijk bij arbeidsconflicten.
  • 24.53 – De drie A’s: actie ondernemen, leren accepteren en afscheid nemen
  • 27.12 – Rondkijken op de werkvloer, je leert over de beroepen van anderen

Bedrijfsartsen laten zich weer overal zien

Bedrijfsartsen laten zich de komende jaren weer volop zien richting geneeskundestudenten. We zijn met ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ in 2019 en 2020 aanwezig bij carrière-events bij alle medische faculteiten in Nederland. De start is al gemaakt. We waren dit jaar al aanwezig bij de Medische Carrièredag van de MFSU Sams. Eerder gaven we ook al acte de presence bij ‘Talking Medicine’, het event van De Geneeskundestudent.

Van Maastricht tot Groningen

De eerstvolgende bestemming is: Maastricht. Daar bezoeken we woensdag 22 mei de Carrièredag van MSV Pulse. Verder staan voor dit jaar ook Nieuwegein en Groningen al op de kaart gemarkeerd. Op 5 oktober zijn we in Nieuwegein bij de Carrièrebeurs KNMG. En op 17 november staat we in Groningen bij de Carrièredag van Panacea.

Prachtvak

Onze ambassadeurs bemensen bij de carrière-events altijd een stand. Daar delen ze hun ervaringen met het ‘prachtvak’ dat zij in hun ogen beoefenen. De ambassadeurs verzorgen ook met regelmaat een workshop waar ze wat dieper op hun werk en opleiding kunnen ingaan en in gesprek kunnen gaan met geïnteresseerde studenten. Bij alle events zijn de ambassadeurs voorzien van gloednieuwe campagnemiddelen zoals presentatiedoeken, rollbanners, flyers en pennen. De campagnemiddelen en de kosten voor de carrière-events zijn gefinancierd door NVAB, OVAL, KoM en NSPOH. Mede dankzij hun bijdragen kunnen we samen het beroep bedrijfsarts onder de aandacht blijven brengen.

Weten waar we als bedrijfsartsen staan en gaan? Check dan met enige regelmaat de agenda.

‘Je kind heeft kanker en jij niet, dus kom maar gewoon werken’

Op NOS.nl verscheen op 1 mei 2019 een artikel over de realiteit van veel werkenden met een ernstig zieke naaste. Uit onderzoek van onder meer de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties blijkt dat een werkweek combineren met langdurige en onregelmatige ziekenhuisbezoeken vaak niet lukt. Bijna de helft van de ouders met ernstig zieke kinderen meldt zich ziek. Ook naasten van volwassen kankerpatiënten hebben problemen om werk en zorg te combineren.

Niet alleen werknemers, maar ook werkgevers worstelen hiermee. Een werkgever van een klein bedrijf kan niet zomaar een werknemer missen. Moet hij de werknemer dan maar vragen ontslag te nemen zodra het zorgverlof voorbij is?

Voor bedrijfsartsen zijn zulke dilemma’s bijna dagelijkse praktijk. Zij begeleiden werknemers en werkgevers in het omgaan met deze moeilijke situatie. Het is daarom belangrijk dat werknemers en werkgevers ook de weg naar de bedrijfsarts weten te vinden, wanneer zij met zo’n situatie geconfronteerd worden.

Het artikel op NOS.nl vind je hier.

Medische Carrièredag MFSU Sams

Op vrijdag 22 maart was Zorg van de Zaak met bedrijfsartsworden.nl aanwezig op de Carrièredag van MSFU Sams. We hebben veel enthousiaste studenten en coassistenten kunnen vertellen over bedrijfsarts worden.

Talking Medicine: we zijn er bij!

Zaterdag 19 januari vindt in Utrecht ‘Talking Medicine’ plaats. Dit event wordt georganiseerd door De Geneeskundestudent. Het belooft een dag te worden vol inspirerende sprekers die hun visie over de geneeskunde komen pitchen in korte, aanstekelijke TED-like talks. Overkoepelende thema van de presentaties is de zorg van de toekomst. Wat voor veranderingen en nieuwe innovaties worden er verwacht? Het event vindt plaats in de Jaarbeurs, vanaf 12.30 uur en duurt tot 17.15 uur.

Als bedrijfsartsen willen wij uiteraard niet ontbreken. Twee van onze  actieve ambassadeurs, Jeffrey Schaap en Bart van Leeuwen, bemannen een stand op de informatiemarkt . Ze praten bezoekers graag bij over hun werk, vak en opleiding als bedrijfsartsen!

 

Extra ambassadeur voor regio Amsterdam

We verwelkomen Jeffrey Schaap als nieuwe ambassadeur van het vak bedrijfsarts. Jeffrey liep als anios huisartsgeneeskunde, neurochirurgie en neurologie steeds tegen tijdsgebrek aan. ‘De focus lag vaak op de aandoening, voor het plaatje eromheen was geen ruimte. Dat vond ik zonde. Ik wil naar de mens kijken, niet alleen naar de aandoening. Dat was voor mij de belangrijkste reden om de stap te zetten naar bedrijfsgeneeskunde.’

Meeloopdagen

Jeffrey is sinds september 2018 in opleiding tot bedrijfsarts en werkt bij Zorg van de Zaak, regio Amsterdam. Als ambassadeur gaat hij de komende tijd onder andere via een aantal blogs over zijn vak vertellen. Jeffrey is ook beschikbaar voor meeloopdagen. Dus: woon in je in de noordelijke Randstad en wil je een dagje met hem meelopen om meer te weten te komen over het vak? Mail dan Jeffrey!

Meer weten over Jeffrey? Lees hier waarom hij ambassadeur is geworden!

Gertjan Beens: meer preventie, minder dweilen

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Gertjan Beens is sinds 1992 bedrijfsarts. Sinds eind 2017 is hij ook voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB). Hij vertelt over zijn loopbaan en zijn bestuurlijke ambities. “Het is zinloos om geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat.”

Wanneer wist je dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Toen ik geneeskunde ging studeren, had ik een vaag beeld over ‘mensen beter maken’. Tijdens de studie vond ik veel interessant. Dat was ook nog zo bij de coschappen. Uiteindelijk was ik toch het meest gericht op gezondheidsvragen in een breder perspectief. Daar kwam ik bij mijn militaire dienstplicht achter. Ik zat bij de Luchtmacht en mijn baas was in opleiding tot bedrijfsarts. Hij gaf me de kans mee te kijken bij anderen. Toen wist ik wat ik wilde. Ik werd aangenomen in Breda, waar ik ging werken als bedrijfsarts, nog zonder opleiding. Nu zou dat ANIOS heten, maar toen werd daar niet zo op gelet. Na een jaar kon ik starten met de opleiding. Vanaf het eerste moment vond ik het vak prachtig. Het ruime blikveld sprak me erg aan. Het werk ging behalve over ziekte en gezondheid ook over communicatie, werkrelaties en bijkomende factoren. Ik keek zowel naar de patiënt als naar diens werkomgeving, kon problemen analyseren en adviseren. Verrijkend!’

Wat is het meest opmerkelijke dat je in je werk als bedrijfsarts bent tegengekomen?
‘Mijn mensbeeld is positief. Iedereen wil betekenisvol zijn en zijn best doen voor zichzelf, collega’s of bedrijf. Van de borrelpraat dat je constant belazerd wordt door mensen die een uitkering willen geloof ik helemaal niets. Al geldt ook hier: de uitzondering bevestigt de regel. Ik heb welgeteld één keer meegemaakt – in 30 jaar praktijk – dat iemand zijn complete ziektebeeld simuleerde. Deze persoon kwam zwalkend binnen, sloeg wartaal uit en liep zwalkend weer naar buiten, ondersteund door familieleden of begeleidende vrienden. De presentatie was consistent, tot diagnosestelling, doorverwijzing en voorgeschreven medicatie aan toe. Toch rook de werkgever onraad, met als bron collega’s en anonieme tips. De werkgever huurde een privédetective in, met James Bond-achtige foto-opnamen en stille achtervolging. Wat bleek? Betrokkene was over de grens bezig een eigen zaak op te bouwen. Hij werd op staande voet ontslagen. Tegelijk kan ik niet anders dan mensen blijven vertrouwen. Vertrouwen is de basis van ons werk.’

In hoeverre is jouw werk als bedrijfsarts in de loop der jaren veranderd?
‘Ik heb me altijd met begeleiding van arbeidsongeschikte mensen beziggehouden. Hierdoor kwam ik met iedereen in contact en kwam ik op allerlei plaatsen binnen bedrijven. Er was in mijn beginjaren nog echt ruimte voor preventie, we deden bijvoorbeeld ook preventief medisch onderzoek en werkplekonderzoek. Omdat ik veel hoorde en wist had ik een zeker mandaat om ook iets te vinden van algemene werkproblemen. Er was ook direct contact met leidinggevenden en eindbazen; de ideale weg om – hoe gering soms ook – invloed uit te kunnen oefenen. Toen de sociale zekerheid midden jaren negentig privatiseerde, verschoof de focus naar verzuimbestrijding. Er was minder aandacht voor preventieve maatregelen en gezondheidsbevordering. Maar ook dat is inmiddels weer gekanteld. Bij de bedrijven waarvoor ik werk – vaak wat grotere klanten die hun werkgeverschap goed willen invullen – is er wel degelijk veel aandacht voor preventie. Ik zie het als mijn uitdaging werkgever en werknemer tot keuzes en actie aan te zetten.’

In hoeverre heb je zelf richting gegeven aan jouw werk en ontwikkeling?
‘Ik heb me altijd gericht op méér dan alleen het probleem in de spreekkamer. En zoek dus ook altijd contact met mensen daarbuiten, of dat nu behandelaars, chefs of eindverantwoordelijken zijn. Het helpt dat ik de helft van mijn werkzame leven managementverantwoordelijkheid heb gedragen. Ik weet dat organisaties niet primair gericht zijn op de gezondheid van hun medewerkers. Er is een bruggetje nodig, een vertaling van organisatiebelangen naar gezondheidsbelangen en inzetbaarheid. Die strategische benadering van gezondheidsmanagement ligt me goed; ik heb hier ook een aanvullende leergang in gedaan. Daarmee blijf ik plezier houden in mijn werk en waarde leveren. Ik kan zo mijn eigen ontwikkeling voortzetten én toepassen in de werkpraktijk.’

Hoe komt iemand op het idee om voorzitter van de NVAB te worden?
‘Haha, heel simpel: niet. Toen de vacature langs kwam dacht ik: jaja, weer een schaap met vijf poten gezocht. Niets voor mij. Maar ik was wel al langer aan het nadenken over een volgende loopbaanstap. Toen ik actief benaderd werd voor het voorzitterschap vielen de puzzelstukjes samen. Ik zie het als een kans en een eer om langs bestuurlijke weg iets terug te doen voor het vakgebied waaraan ik veel te danken heb. We hebben een prachtig vak. Het belang van sociale geneeskunde – gezondheidszorg mét context, en oog op preventie – wordt alleen maar groter. Het is zinloos om eindeloos meer geld in de curatiedweil te pompen terwijl de preventiekraan wijd open staat! Vraag mensen wat ze belangrijk vinden in het leven. De kans is groot dat werk en gezondheid in de top vijf staan. Daar dagelijks over mogen adviseren is betekenisvol én belangrijk. Daarom moet dat vak uitgedragen en inhoudelijk uitgebouwd worden. Daarvoor staat de NVAB.’

Hoe wil je als voorzitter bijdragen aan de werving van bedrijfsartsen?
‘We dragen als bedrijfsartsen bij aan de gezondheid van werkende mensen, aan behoud van inzetbaarheid in werk en aan participatie in de maatschappij. Dat zijn zaken van algemeen belang. Die boodschap zal ik actief blijven uitdragen naar iedereen die interesse heeft in ons vak. Tegelijkertijd blijf ik lobbyen voor nieuwe vormen van financiering. We hebben als bedrijfsartsen te weinig financiële armslag. Het is vreemd dat voor opleiding, wetenschappelijke richtlijnontwikkeling en kwaliteitszorg geen middelen beschikbaar zijn, zoals dat bij bijvoorbeeld huisartsen en ziekenhuisspecialisten wel het geval is. Dat is op langere termijn niet houdbaar en niet terecht – juist ook omdat wij als bedrijfsartsen zaken van algemeen belang dienen.’

Tanja Liefting: brave student kiest het ruime sop

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Windkracht 10 in de golf van Biskaje. Jungletraining. Trauma’s stabiliseren totdat overdracht naar een chirurgisch team mogelijk is. Tanja Liefting koos na haar studie geneeskunde het ruime sop. Als scheepsarts kwam ze overal ter wereld. Nu is ze bedrijfsarts bij de Koninklijke Marine. Lees hier haar opmerkelijke verhaal.

‘Na mijn studie geneeskunde wilde ik graag kinderarts worden. Ik was geen ondernemende student: ik ging niet naar de disco of de kroeg, woonde thuis, reed op de fiets naar de VU, was geen lid van een studentencorps, had geen bijbaantje. Ik was braaf, heel erg braaf. Na diverse AGNIO-schappen kwam ik terecht bij de Koninklijke Marine. Ik reageerde op een vacature met een foto van een grijs schip dat in een golf duikt, met veel opspattend water aan de voorkant. Bij het sollicitatiegesprek leek het alsof de kolonel-arts mij de baan wilde aanpraten in plaats van andersom. Na een half uur stond ik weer buiten. Ik had de baan! Zo kwam ik als superbrave student op 2 september 1996 bij het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder voor de korte opleiding tot officier. Zes weken ‘KIM’ was voldoende om als horizontale instromer officier te worden. Een groot verschil tegen de vier- of vijfjarige opleiding die officieren normaal volgen. Ik deed nog enkele vervolgopleidingen, zoals brand leren blussen en gasmasker hanteren, en de opleiding tot SAR-arts: Search and Rescue; een twee weken durende opleiding om te leren hoe je als arts achter in een helikopter een drenkeling of een gewonde zeevarende naar de wal kan brengen en hoe je veilig uit een helikopter kan komen als die te water is geraakt.

Op zee: het schip stampt en rolt

In februari 1997 ging ik varen. Mijn eerste ontdekking: spreekuur houden bij windkracht 10 is onmogelijk. Het schip stampt en rolt. Wie niet op post moet staan, houdt zich rustig en probeert niet zeeziek te worden. De dokter deelt tabletjes uit tegen zeeziekte. Alle andere kwalen moeten als het kan wachten tot het schip weer rustig vaart. Nadat ik meer dan windkracht 10 in de golf van Biskaje had doorstaan, volgde een enerverende reis via het Suezkanaal naar het oosten met havensteden in Spanje, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, India, Singapore en de Malediven. Ik was nu scheepsarts in de dynamische militaire wereld van de Koninklijke Marine. Vaak weg, beslissingen durven nemen zonder mogelijkheden voor snelle afvoer, moeizame verbindingen met de vaste wal via satellietcommunicatie, weg van huis en familie. Je collega’s worden je vrienden, maar je vrienden zijn soms ook je patiënten. Aan uitdagingen geen gebrek.

Spannende dingen

Op missie

Als militair arts moet je trauma’s kunnen stabiliseren totdat overdracht naar een chirurgisch team mogelijk is; midden op de oceaan kan je niet even een patiënt naar de spoedeisende hulp brengen. Ik heb dan ook heel wat spannende dingen moeten doen. Zoals een patiënt met een chemische verbranding over 50% van zijn lichaam per vliegtuig naar een ziekenhuis aan de wal brengen. Een onderkoelde drenkeling afzetten op het helidek van een ziekenhuis en tot de ontdekking komen dat de lift niet zo hoog komt. Besluiten of een militair met een afgescheurde achillespees in het buitenland geopereerd moet worden of terug kan vliegen met een achterspalk en operatie in later stadium.

En toen: bedrijfsarts

Via Defensie kreeg ik de gelegenheid om de postdoctorale opleiding toxicologie te gaan doen. Na diverse plaatsingen aan boord en aan de wal kwam ik terecht bij de interne arbodienst. Ik ontwikkelde een PAGO voor chroom VI en voerde die uit, ik maakte een veiligheidsvoorschrift voor zwangere militairen. Toen werd mij gevraagd of ik bedrijfsarts wilde worden. Er was een opleidingsplek beschikbaar, de interne arbodienst van de Koninklijke Marine was goedgekeurd als opleidingsplaats. Zo begon ik, precies tien jaar na mijn start bij defensie, aan de opleiding tot bedrijfsarts. Twee maanden daarvoor was ik teruggekeerd van een missie in Afghanistan en tijdens het derde en vierde opleidingsjaar werd ik geplaatst op de marinebasis op Curaçao. Ik heb het literatuuronderzoek van mijn scriptie gedaan in de tropen, toen ik medische ondersteuning leverde aan de jungletraining in Suriname. Zo kom je nog eens ergens.

Geïntegreerde zorg

Inmiddels heb ik meerdere functies vervuld als militair arts/bedrijfsarts. Mijn werk bestaat nu voornamelijk uit bedrijfsgeneeskunde, ik verleen nauwelijks nog curatieve zorg. Ik ben het hoofd van de afdeling die verzuimbegeleiding inclusief casemanagement en sportrevalidatie biedt aan militairen van de Koninklijke Marine. Ik ben de lijnmanager van 23 professionals, zowel burgermedewerkers als militairen. Defensie gaat uit van geïntegreerde zorg. De militair arts levert in het spreekuur zowel eerstelijns curatieve zorg als bedrijfsgeneeskundige zorg. Dat doen ze onder supervisie van geregistreerde huisartsen en bedrijfsartsen zoals ik. Ook ben ik praktijkopleider voor 3 baios en geef ik onderwijs aan de militair artsen in opleiding over bedrijfsgeneeskunde en verzuimbegeleiding. Dit combineer ik met een gezin en een partner die eveneens militair is en soms lang van huis is. Ik had nooit gedacht dat ik militair zou worden en had evenmin gedacht dat ik bedrijfsarts zou worden. Nu, 22 jaar later, heb ik absoluut geen spijt van mijn beslissing!’

Interesse in een stage sociale geneeskunde bij de Koninklijke Marine? Mail mij!

Arbeid & Gezondheid: één gemeenschappelijk doel

De opbloeiende samenwerking tussen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen kreeg onlangs weer een vervolg in de themaspecial Arbeid en Gezondheid van Medisch Contact. In het magazine gaat Lianne Schouten, aios bedrijfsgeneeskunde bij HumanCapitalCare en ambassadeur van ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’, in gesprek met Kevin De Decker (aios verzekeringsgeneeskunde bij UWV) en Pascal Gyselinck (huisarts).

Wie doet wat?

Het gesprek is een interessante verkenning van hun rollen en verantwoordelijkheden in het domein Arbeid & Gezondheid. Wat zijn de verschillen, maar vooral ook: waarin streven ze hetzelfde na? Het wordt eens te meer duidelijk dat de bedrijfsarts zich primair richt op het het beschermen en bevorderen van de gezondheid van werknemers; preventie wordt hierbij steeds belangrijker. De verzekeringsarts is op zijn beurt de poortwachter richting de uitkering: heeft  een cliënt gezien zijn beperkingen op medische gronden recht op een uitkering? En de huisarts? Die ziet zichzelf als levenslooparts, pleitbezorger en ombudsman van de patiënt. Wat hen bindt is dat ze een gemeenschappelijk doel hebben: zorgen dat mensen gezond zijn en kunnen meedoen op de arbeidsmarkt!

Lees hier het volledige interview, met onder andere Lianne Schouten.

Arend Hamming

Arend Hamming: onze nieuwe man in ‘Zuidwest’

Vacatures zijn er om vervuld te worden. Door verhuizing hadden we even geen bedrijfsarts beschikbaar die studenten en basisartsen een dagje mee kan laten lopen in Zuidwest Nederland, inclusief Zeeland. Inmiddels heeft Arend Hamming gehoor gegeven aan onze oproep. Hij is beschikbaar voor meeloopdagen in deze gehele regio. Of, zoals hij het zelf stelt: “Ik zit niet in Zeeland zelf, maar the next best thing is natuurlijk mijn prachtige habitat van Europoort. Met de auto op een steenworp van Zeeland en een mooi dynamisch gebied, met veel preventiewerk. Als er geïnteresseerde artsen zijn mogen die altijd met mij als jonge, enthousiaste collega meelopen.”

Impact op het dagelijks leven

Arend is aios bedrijfsgeneeskunde bij Arbo Unie. Hij heeft gekozen voor bedrijfsgeneeskunde omdat hij de aanpak in het ziekenhuis, gericht op diagnoses, organen en pillen, te beperkt vindt. “Ik wil me bezig houden met de impact van aandoeningen op het dagelijks leven. Dat doe ik nu, met veel plezier. Ook kan ik veel aan preventie doen. Zo denk ik graag mee met leidinggevenden hoe de gezondheid van werknemers bevorderd kan worden.”

Proeven?

Wil je een dag of een dagdeel meelopen met Arend om te proeven aan het werk van een bedrijfsarts? Stuur hem een mailtje!

 

Frans Bult: telkens nieuwe wegen inslaan

BEDRIJFSARTS IN BEELD. De ene bedrijfsarts is de andere niet. Het vak is rijk en gevarieerd, zo blijkt telkens weer. Frans Bult was ooit docent, keuringsarts en verzekeringsarts. Tegenwoordig is hij bedrijfsarts bij Zorg van de Zaak in de regio Alkmaar. Frans (64) weet voorlopig van geen ophouden. ‘Ik ben net weer bij een nieuwe klant gestart: Ambulance Zorg. Heb één keer een halve dag meegereden op de ambulance en al drie keer een spoedrit mee mogen maken!’

Wist je altijd al dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Ik ben mijn artsencarrière in september 1982 gestart als docent in de vakken chirurgie en gynaecologie/verloskunde voor verpleegkundigen in het Medisch Centrum Alkmaar. Dat kon ik goed combineren met de functie van parttime keuringsarts bij de Bloedbank NHN. Ik wilde altijd in het snijdende vak terechtkomen, in de chirurgie of in de gynaecologie. Toen ik tijdens mijn coschap chirurgie naast de touwtjes knipte, wist ik dat ik deze hoop kon laten varen; door mijn luie oog had ik beperkt dieptezicht. Ik ben toen op zoek gegaan naar een functie buiten de kliniek. Daarbij rolde ik aanvankelijk, eigenlijk bij toeval, in het vak verzekeringsgeneeskunde.’

Hoe ben je van verzekeringsarts bedrijfsarts geworden. En vooral ook: waarom?
‘Vanaf december 1982 werkte ik als verzekeringsgeneeskundige bij DETAM, de toenmalige bedrijfsvereniging voor de detailhandel. Na acht jaar ben ik overgestapt naar het GUO. Daar heb ik mij vooral bezig gehouden met de agrarische sector, in al haar variaties. Daar heb ik me ook heel geleidelijk kunnen ontplooien richting bedrijfsgeneeskundige activiteiten. Zo heb ik onderzoek gedaan naar het effect van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en naar huidafwijkingen die kunnen ontstaan bij de verwerking van bleekselderij. In die tijd heb ik ook enkele jaren samen met Dr. de Cock van het VU-ziekenhuis een vrij inloopspreekuur voor huidafwijkingen gedaan. En samen met een arbo-adviseur van STIGAS, de Stichting Gezondheidszorg Agrarische Sectoren, gaf ik cursussen aan jonge agrarische ondernemers over gezondheid en veiligheid, in relatie tot arbeid.

In 2002 kon ik mijn registratie als verzekeringsarts om laten zetten naar bedrijfsarts. Na de fusie van twee arbodiensten in 2003 ben ik mij hoe langer hoe meer gaan toespitsen op key accounts, zoals een gemeente, de brandweer van Alkmaar en  klanten als V&D, Hema, Gamma, Karwei, UWV en KPMG. In het jaar 2004 ben ik duikerarts geworden. Tien jaar lang heb ik met enorm veel plezier de brandweerkeuringen, inclusief de herkeuringen, gedaan voor de brandweerkorpsen van Alkmaar en later ook Hoorn. Ik heb meegereden op de vuilnisauto bij de gemeente. Ik heb meegedaan met brandweeroefeningen. Een goede bedrijfsarts worden leer je niet alleen achter het beeldscherm, maar ook in de praktijk.’

Wat is het meest opmerkelijke dat je in je loopbaan bent tegengekomen?
‘Nog steeds herinner ik mij die scholier uit West-Friesland. Bij de verplichte brandweerkeuring wist hij, als vrijwillige brandweerman, met 450 Watt op de fietsergometer alle beroepsbrandweerlui eruit te trappen. Als bedrijfsarts heb je het privilege om mensen niet zuiver en alleen vanuit ziekte te hoeven benaderen, maar juist ook vanuit gezond functioneren. Daarom doe ik ook dit jaar weer met veel genoegen het PMO bij een groot zaadbedrijf. Ik blijf het buitengewoon boeiend vinden dat je als bedrijfsarts niet alleen een enorm grote dwarsdoorsnede van onze werkende maatschappij ziet, maar ook een net zo grote dwarsdoorsnede van het medische vak, met allerlei ziektebeelden en diagnoses. Ik heb spreekuurcontacten meegemaakt met de meest zeldzame diagnoses die de gemiddelde huisarts of specialist nooit zal zien.’

Ga je de komende jaren nog nieuwe wegen inslaan, in de bedrijfsgeneeskunde of elders?
‘Ik ben nu net, vanaf januari 2018, weer bij een nieuwe klant gestart: de Ambulance Zorg. Heb inmiddels al één keer een halve dag meegereden op de ambulance en drie keer een spoedrit, een ‘A1-rit’, mee mogen maken. Het is voor mij telkens een uitdaging om een nieuwe klant goed te leren kennen en met raad en daad te kunnen bijstaan. Iedereen vraagt altijd, nu ik 64 jaar ben: hoe lang moet je nog? Telkens zeg ik dan dat het geen moeten maar mogen is. Ik vind het belangrijk om naast mijn drie dagen loondienst ook één dag per week als zelfstandig bedrijfsarts actief te zijn. Zo combineer ik de zekerheden van een dienstverband met de vrijheid om mij op mijn eigen manier te blijven ontplooien. Waar ik ook sterk aan hecht: als bedrijfsarts  heb ik genoeg vrije tijd over om met mijn partner en met vrienden te sporten en te recreëren. Oh ja: ik ben ook bezig om mij de Italiaanse taal machtig te maken.’

Preventie: open communicatie, benaderbare arts

Ambassadeur Lianne Schouten werd onlangs geïnterviewd voor HR Journaal. Haar gesprekspartner, arbeidsrechtadvocaat Maarten van Gelderen, vraagt in het gesprek naar de nieuwe Arbowet en naar de bijdrage die een bedrijfsarts hierbij heeft. De wet speelt sterk in op preventie, vertelt Lianne. Daar is ze blij mee, ze ziet preventie als een kerntaak van de bedrijfsarts. De wet maakt bijvoorbeeld de toegang naar de bedrijfsarts laagdrempeliger voor werknemers. Een stap vooruit wat haar betreft. Een benaderbare arts en open communicatie tussen werkgever en werknemer zijn cruciaal om verzuim tegen te gaan en gezondheidsklachten preventief aan te pakken.

Anoniem, zonder terugkoppeling naar werkgever

Op het YouTube-kanaal gaat Lianne ook in op twee specifieke maatregelen uit de nieuwe wet: het ‘open spreekuur’ en de ‘second opinion’. Het open spreekuur biedt werknemers de gelegenheid om zorgen over hun werkomstandigheden en gezondheid openlijk met de bedrijfsarts te bespreken. Anoniem en zonder terugkoppeling naar de werkgever. Lianne roept werkgevers en HR-managers op om actief aan werknemers te communiceren welke mogelijkheden het open spreekuur hen kan bieden. Hetzelfde geldt voor de second opinion: werknemers die niet tevreden zijn met de analyse van hun eerste bedrijfsarts, kunnen een tweede opinie bij een andere bedrijfsarts vragen.

Klant in beeld: Staatsbosbeheer

KLANT  IN BEELD. Als bedrijfsarts kom je als je dat wilt op vele plekken. Geen klant is hetzelfde. Bedrijfsarts Marja Ploeg-Groot (rechts op de foto, geflankeerd door A&O consultant Gaby Reijseger) vertelt over een van haar favoriete klanten: Staatsbosbeheer.

In het hoekje van de kamer staan en hangen diverse foto’s en posters. ‘Mijn Staatsbosbeheer-hoekje’, zegt bedrijfsarts Marja Ploeg-Groot van HumanCapitalCare. Het is aan haar te zien dat zij met veel plezier voor deze klant werkt. Een bijzondere organisatie met specifieke arbo-uitdagingen, weet Marja. ‘Staatsbosbeheer is een klant die open staat voor onze expertise en waar we onze rol als als partner op het gebied van duurzame inzetbaarheid invulling kunnen geven. Ze zijn kritisch, denken goed mee en waarderen onze adviezen op het gebied van bijvoorbeeld preventie. Dat is fijn, dan kun je samen stappen maken.’

Energie

Het meest aanstekelijke bij Staatsbosbeheer is het enthousiasme van de werknemers. ‘Ze hebben zo veel passie voor hun werk en het onderwerp: de natuur. Daar zit meteen ook een valkuil: de enorme passie en verantwoordelijkheid voor de natuur kan er soms voor zorgen dat boswachters de eigen veiligheid vergeten.’ Voor Staatsbosbeheer is een klantteam actief van ongeveer tien personen. Het enthousiasme van de klant en de werknemers werkt door in dit klantteam. Het geeft Marja energie: ‘Het is een fijn team waarin alle expertises goed samenwerken. Een deel van het team stond op een ontmoetingsdag voor werknemers van Staatsbosbeheer. We hadden een stand en gaven workshops. Die persoonlijke aandacht werd gewaardeerd.’

PMO

Die energie heeft het team hard nodig, want er zijn grote uitdagingen. Op dit moment wordt hard gewerkt aan het PMO. Samen met de klant is een projectteam opgesteld. In dit team zitten werknemers uit verschillende afdelingen van Staatsbosbeheer. dit biedt allerlei voordelen in de praktijk: ‘Door zo samen te werken zijn we praktisch bezig en toegankelijk voor alle werknemers. We werken met digitale vragenlijsten, maar we voeren ook fysieke onderzoeken uit op meerdere locaties bij Staatsbosbeheer. In de projectgroep bespreek je samen zaken die specifiek bij deze organisatie passen. Zoals een groep oudere boswachters, die minder behendig is met het digitaal invullen van de vragenlijst. Om dat te ondervangen richten we op de onderzoeklocaties een plek in waar onze collega’s helpen bij het invullen.’

Ziekte van Lyme

Een uniek onderdeel van het PMO is de ziekte van Lyme. Staatsbosbeheer erkent deze ziekte als officiële beroepsziekte. In het PMO worden specifieke vragen rondom Lyme gesteld, zodat bij een hoog risico een vervolginterventie ingezet kan worden. In het team van Marja is bedrijfsarts Reynout van Wanroij aangewezen als Lyme-specialist. Hij overlegt regelmatig met de Lyme-poli van Gelre ziekenhuis in Apeldoorn.

 

 

Weer aan het werk na psychische problemen

WETENSCHAP – Bedrijfsarts worden is één ding, bedrijfsarts blijven is een tweede. ‘Is dat vak na tien jaar nog steeds leuk?’, vraag je je misschien af. Zeker, want bedrijfsgeneeskunde blijft in beweging, óók op wetenschappelijk gebied. Om dat te laten zien, geven we hier regelmatig een inkijkje in recent onderzoek. Deze keer: wat zijn de factoren die werkhervatting na psychische problemen bevorderen of juist belemmeren?

Het komt steeds vaker voor dat mensen door psychische problemen tijdelijk niet in staat zijn hun werk te doen. Na zo’n periode van ziekteverzuim blijkt het veelal lastig om het werk weer op te pakken. Wetenschappers van het Tranzo-centrum van Tilburg University wilden weten hoe dat komt en vooral ook welke factoren juist kunnen helpen om het hervattingsproces wel te laten slagen.

Verschillende perspectieven

Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen, kozen de onderzoekers ervoor om het probleem vanuit diverse perspectieven te benaderen. Ze stelden vier verschillende focusgroepen samen van elk 8 tot 11 mensen die betrokken zijn bij werkhervatting: leidinggevenden, arboprofessionals, psychologen / maatschappelijk werkers en huisartsen. In uitgebreide sessies vroegen ze deze groepen om aan te geven welke factoren het re-integratieproces volgens hen het meest belemmeren dan wel bevorderen.

Kloof tussen theorie en praktijk

Over het algemeen kwamen de resultaten uit de verschillende groepen mooi overeen. Alle vier gaven ze aan dat werknemers het makkelijkst weer aan het werk gaan als ze (1) zelf gemotiveerd zijn, (2) het werk aangepast wordt om zelfvertrouwen terug te krijgen, (3) collega’s vriendelijk zijn en niet oordelen, (4) ze persoonlijke ondersteuning krijgen en (5) de betrokken zorgprofessionals goed samenwerken.

De kennis over de benodigde ondersteuning is er dus wel. Het lijkt erop dat deze kennis alleen niet voldoende in de praktijk gebracht wordt. Vooral de leidinggevenden zouden daarin een belangrijke rol moeten spelen. Opvallend daarbij is dat juist deze groep op sommige punten afweek van de rest en bijvoorbeeld geen oog had voor de rol van psycho-educatie en conflicten tussen werknemer en werkgever.


Meer wetenschap

Voortijdig dood door lichamelijk werk
Zo houden bedrijfsartsen hun werk leuk

Zo houden bedrijfsartsen hun werk leuk

WETENSCHAP – Bedrijfsarts worden is één ding, bedrijfsarts blijven is een tweede. ‘Is dat vak na tien jaar nog steeds leuk?’ vraag je je misschien af. Jazeker, bedrijfsgeneeskunde blijft volop in beweging. Zeker ook op wetenschappelijk gebied. Om dat te laten zien, geven we hier regelmatig een inkijkje in recent onderzoek. We trappen af met het thema dat we hierboven al aansneden: ‘Hoe houden ervaren bedrijfsartsen hun werk leuk?’

Om die vraag te kunnen beantwoorden gingen onderzoekers Claudia Maria Greijn en Joost van der Gulden van het Radboudumc in Nijmegen op zoek naar rolmodellen: bedrijfsartsen van boven de veertig die na minstens tien jaar bij een arbodienst nog steeds lol in hun werk hebben. Met 24 van deze mensen gingen ze uitgebreid in gesprek. Deze selectie vormde een goede afspiegeling van de beroepsgroep in gender, leeftijd en aantal jaren werkervaring.

Voldoende afwisseling

Uit de analyse van de gesprekken bleek dat voor het plezier van de ervaren bedrijfsartsen vooral de inhoud van hun dagelijks werk van belang is. Voldoende afwisseling speelt daarbij een cruciale rol. De deelnemers hebben naast hun werk als bedrijfsarts bijvoorbeeld ook een rol als praktijkopleider, ICT-begeleider of adviseur. Verder genieten de artsen van contacten met cliënten en collega’s, zeker als ze daarbij merken dat ze een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren. Ze halen meer plezier uit preventieve werkzaamheden dan uit het draaien van verzuimspreekuren.

Het heft in eigen hand

De ondervraagde artsen geven aan dat ze er zelf voor kunnen zorgen dat hun werk leuk blijft door de regie in eigen hand te houden. Ze ontwikkelen initiatieven, nemen nieuwe rollen op zich en zorgen voor een goede balans tussen werk en privé. Je moet niet vastgroeien in de dagelijkse gang van zaken, maar inspiratie zoeken in en buiten je werk om gemotiveerd te blijven. Je moet je steeds afvragen hoe je je werk zo kunt inrichten dat je loopbaan aantrekkelijk blijft en daarover in gesprek gaan met je werkgever en collega’s.


Meer wetenschap

Voortijdig dood door lichamelijk werk

Voortijdig dood door lichamelijk werk

WETENSCHAP – Bedrijfsarts worden is één ding, bedrijfsarts blijven is een tweede. ‘Is dat vak na tien jaar nog steeds leuk?’ vraag je je misschien af. Jazeker, want bedrijfsgeneeskunde blijft namelijk volop in beweging. Zeker ook op wetenschappelijk gebied. Om dat te laten zien, geven we hier regelmatig een inkijkje in recent onderzoek. We trappen af met de relatie tussen lichamelijke activiteit op het werk en een voortijdige dood.

Lichaamsbeweging is goed voor je gezondheid. Dat is algemeen bekend. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat veel fysieke inspanning op je werk juist negatief kan uitpakken voor je gezondheid. Dit staat bekend als de ‘lichamelijke activiteit paradox’. Een groep onderzoekers van onder meer het VUmc uit Amsterdam wilde wel eens weten of die paradox echt bestaat en besloot het bestaande onderzoek op dit gebied op een rij te zetten.

Groter overlijdensrisico voor mannen

Uit de meta-analyse van 24 studies met in totaal 288.264 proefpersonen bleek er inderdaad een verband te bestaan tussen hoog-intensieve lichamelijke activiteit op het werk en een voortijdige dood. Dat verhoogde overlijdensrisico door lichamelijke arbeid blijkt overigens alleen op te gaan voor mannelijke werknemers. Bij de vrouwelijke proefpersonen werd een dergelijk effect niet gevonden. Het bestaan van de paradox is dus deels bevestigd. Dat lichamelijke inspanning op het werk een ander effect heeft dan in je vrije tijd, heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de activiteiten op de werkvloer vaak langdurig belastend zijn. Dat kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat bloeddruk en hartslag chronisch hoger komen te liggen.

Oplossing: meer bewegen

Om de paradox beter te begrijpen is nog meer onderzoek nodig. Maar bedrijfsartsen kunnen nu al hun voordeel doen met de aangetoonde effecten van lichamelijke activiteit. Zo lijkt het ironisch genoeg een goed idee om juist mannen die op het werk al veel lichamelijk bezig zijn te stimuleren ook in hun vrije tijd in beweging te komen. Zo kunnen de positieve effecten van de ene soort beweging de negatieve effecten van de andere soort opheffen.

Ambassadeur Bart: ‘Je bent een soort kennisbank’

Onbekend maakt onbemind. Zo was ook het bij Bart van Leeuwen, een van de nieuwe ambassadeurs van de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk’. Pas tijdens zijn coschappen maakte hij serieus kennis met bedrijfsgeneeskunde. Daarna ging het snel. Hij ging solliciteren en kon aan de slag als aios bedrijfsgeneeskunde.  Sinds medio 2017 werkt Bart bij Zorg van de Zaak. Het valt hem telkens weer op hoeveel je als bedrijfsarts voor mensen kunt betekenen buiten de curatieve sector om. ‘Je bent een soort kennisbank. Als je zoals ik een half uur per cliënt hebt, kun je kennis delen met mensen waar ze ook echt iets aan hebben.’

Rond Rotterdam

In zijn eerste blog gaat Bart op zelfonderzoek: wat spreekt mij zo aan in de rol van bedrijfsarts? Het blijft niet bij bloggen. Bart wil als ambassadeur graag over zijn vak vertellen. Woon in je in de regio rond Rotterdam en wil je een dagje met hem meelopen om meer te weten te komen over vak? Of wil je hem als studievereniging graag laten vertellen over zijn werk? Mail Bart!

 

Ambassadeur Marnix komt in actie

Marnix Guijt heeft zich als ambassadeur aangesloten bij de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ Bedrijfsgeneeskunde had al vroeg zijn interesse vanwege de breedte van het vak, de psychologische, sociologische, politieke en beleidsmatige aspecten. Na een kortstondige rol als anios chirurgie wist hij het zeker en koos hij vol voor de bedrijfsgeneeskunde. Als ambassadeur wil hij mensen graag over zijn vak vertellen. Dus: woon in je in de noordelijke Randstad en wil je een dagje met hem meelopen om meer te weten te komen over het vak? Of wil je hem als studievereniging graag laten vertellen over zijn werk? Mail dan Marnix!

Eerste blog

In zijn eerste blog, Van arts tot arts, richt hij zich direct tot al zijn collega-artsen. Hij gaat op onderzoek: waarin lijkt bedrijfsgeneeskunde op andere specialismen, op welke fronten is het fundamenteel anders?