Tanja Liefting: brave student kiest het ruime sop

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Windkracht 10 in de golf van Biskaje. Jungletraining. Trauma’s stabiliseren totdat overdracht naar een chirurgisch team mogelijk is. Tanja Liefting koos na haar studie geneeskunde het ruime sop. Als scheepsarts kwam ze overal ter wereld. Nu is ze bedrijfsarts bij de Koninklijke Marine. Lees hier haar opmerkelijke verhaal.

‘Na mijn studie geneeskunde wilde ik graag kinderarts worden. Ik was geen ondernemende student: ik ging niet naar de disco of de kroeg, woonde thuis, reed op de fiets naar de VU, was geen lid van een studentencorps, had geen bijbaantje. Ik was braaf, heel erg braaf. Na diverse AGNIO-schappen kwam ik terecht bij de Koninklijke Marine. Ik reageerde op een vacature met een foto van een grijs schip dat in een golf duikt, met veel opspattend water aan de voorkant. Bij het sollicitatiegesprek leek het alsof de kolonel-arts mij de baan wilde aanpraten in plaats van andersom. Na een half uur stond ik weer buiten. Ik had de baan! Zo kwam ik als superbrave student op 2 september 1996 bij het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder voor de korte opleiding tot officier. Zes weken ‘KIM’ was voldoende om als horizontale instromer officier te worden. Een groot verschil tegen de vier- of vijfjarige opleiding die officieren normaal volgen. Ik deed nog enkele vervolgopleidingen, zoals brand leren blussen en gasmasker hanteren, en de opleiding tot SAR-arts: Search and Rescue; een twee weken durende opleiding om te leren hoe je als arts achter in een helikopter een drenkeling of een gewonde zeevarende naar de wal kan brengen en hoe je veilig uit een helikopter kan komen als die te water is geraakt.

Op zee: het schip stampt en rolt

In februari 1997 ging ik varen. Mijn eerste ontdekking: spreekuur houden bij windkracht 10 is onmogelijk. Het schip stampt en rolt. Wie niet op post moet staan, houdt zich rustig en probeert niet zeeziek te worden. De dokter deelt tabletjes uit tegen zeeziekte. Alle andere kwalen moeten als het kan wachten tot het schip weer rustig vaart. Nadat ik meer dan windkracht 10 in de golf van Biskaje had doorstaan, volgde een enerverende reis via het Suezkanaal naar het oosten met havensteden in Spanje, de Verenigde Arabische Emiraten, Bahrein, India, Singapore en de Malediven. Ik was nu scheepsarts in de dynamische militaire wereld van de Koninklijke Marine. Vaak weg, beslissingen durven nemen zonder mogelijkheden voor snelle afvoer, moeizame verbindingen met de vaste wal via satellietcommunicatie, weg van huis en familie. Je collega’s worden je vrienden, maar je vrienden zijn soms ook je patiënten. Aan uitdagingen geen gebrek.

Spannende dingen

Op missie

Als militair arts moet je trauma’s kunnen stabiliseren totdat overdracht naar een chirurgisch team mogelijk is; midden op de oceaan kan je niet even een patiënt naar de spoedeisende hulp brengen. Ik heb dan ook heel wat spannende dingen moeten doen. Zoals een patiënt met een chemische verbranding over 50% van zijn lichaam per vliegtuig naar een ziekenhuis aan de wal brengen. Een onderkoelde drenkeling afzetten op het helidek van een ziekenhuis en tot de ontdekking komen dat de lift niet zo hoog komt. Besluiten of een militair met een afgescheurde achillespees in het buitenland geopereerd moet worden of terug kan vliegen met een achterspalk en operatie in later stadium.

En toen: bedrijfsarts

Via Defensie kreeg ik de gelegenheid om de postdoctorale opleiding toxicologie te gaan doen. Na diverse plaatsingen aan boord en aan de wal kwam ik terecht bij de interne arbodienst. Ik ontwikkelde een PAGO voor chroom VI en voerde die uit, ik maakte een veiligheidsvoorschrift voor zwangere militairen. Toen werd mij gevraagd of ik bedrijfsarts wilde worden. Er was een opleidingsplek beschikbaar, de interne arbodienst van de Koninklijke Marine was goedgekeurd als opleidingsplaats. Zo begon ik, precies tien jaar na mijn start bij defensie, aan de opleiding tot bedrijfsarts. Twee maanden daarvoor was ik teruggekeerd van een missie in Afghanistan en tijdens het derde en vierde opleidingsjaar werd ik geplaatst op de marinebasis op Curaçao. Ik heb het literatuuronderzoek van mijn scriptie gedaan in de tropen, toen ik medische ondersteuning leverde aan de jungletraining in Suriname. Zo kom je nog eens ergens.

Geïntegreerde zorg

Inmiddels heb ik meerdere functies vervuld als militair arts/bedrijfsarts. Mijn werk bestaat nu voornamelijk uit bedrijfsgeneeskunde, ik verleen nauwelijks nog curatieve zorg. Ik ben het hoofd van de afdeling die verzuimbegeleiding inclusief casemanagement en sportrevalidatie biedt aan militairen van de Koninklijke Marine. Ik ben de lijnmanager van 23 professionals, zowel burgermedewerkers als militairen. Defensie gaat uit van geïntegreerde zorg. De militair arts levert in het spreekuur zowel eerstelijns curatieve zorg als bedrijfsgeneeskundige zorg. Dat doen ze onder supervisie van geregistreerde huisartsen en bedrijfsartsen zoals ik. Ook ben ik praktijkopleider voor 3 baios en geef ik onderwijs aan de militair artsen in opleiding over bedrijfsgeneeskunde en verzuimbegeleiding. Dit combineer ik met een gezin en een partner die eveneens militair is en soms lang van huis is. Ik had nooit gedacht dat ik militair zou worden en had evenmin gedacht dat ik bedrijfsarts zou worden. Nu, 22 jaar later, heb ik absoluut geen spijt van mijn beslissing!’

Interesse in een stage sociale geneeskunde bij de Koninklijke Marine? Mail mij!

Arbeid & Gezondheid: één gemeenschappelijk doel

De opbloeiende samenwerking tussen bedrijfsartsen en verzekeringsartsen kreeg onlangs weer een vervolg in de themaspecial Arbeid en Gezondheid van Medisch Contact. In het magazine gaat Lianne Schouten, aios bedrijfsgeneeskunde bij HumanCapitalCare en ambassadeur van ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’, in gesprek met Kevin De Decker (aios verzekeringsgeneeskunde bij UWV) en Pascal Gyselinck (huisarts).

Wie doet wat?

Het gesprek is een interessante verkenning van hun rollen en verantwoordelijkheden in het domein Arbeid & Gezondheid. Wat zijn de verschillen, maar vooral ook: waarin streven ze hetzelfde na? Het wordt eens te meer duidelijk dat de bedrijfsarts zich primair richt op het het beschermen en bevorderen van de gezondheid van werknemers; preventie wordt hierbij steeds belangrijker. De verzekeringsarts is op zijn beurt de poortwachter richting de uitkering: heeft  een cliënt gezien zijn beperkingen op medische gronden recht op een uitkering? En de huisarts? Die ziet zichzelf als levenslooparts, pleitbezorger en ombudsman van de patiënt. Wat hen bindt is dat ze een gemeenschappelijk doel hebben: zorgen dat mensen gezond zijn en kunnen meedoen op de arbeidsmarkt!

Lees hier het volledige interview, met onder andere Lianne Schouten.

Arend Hamming

Arend Hamming: onze nieuwe man in ‘Zuidwest’

Vacatures zijn er om vervuld te worden. Door verhuizing hadden we even geen bedrijfsarts beschikbaar die studenten en basisartsen een dagje mee kan laten lopen in Zuidwest Nederland, inclusief Zeeland. Inmiddels heeft Arend Hamming gehoor gegeven aan onze oproep. Hij is beschikbaar voor meeloopdagen in deze gehele regio. Of, zoals hij het zelf stelt: “Ik zit niet in Zeeland zelf, maar the next best thing is natuurlijk mijn prachtige habitat van Europoort. Met de auto op een steenworp van Zeeland en een mooi dynamisch gebied, met veel preventiewerk. Als er geïnteresseerde artsen zijn mogen die altijd met mij als jonge, enthousiaste collega meelopen.”

Impact op het dagelijks leven

Arend is aios bedrijfsgeneeskunde bij Arbo Unie. Hij heeft gekozen voor bedrijfsgeneeskunde omdat hij de aanpak in het ziekenhuis, gericht op diagnoses, organen en pillen, te beperkt vindt. “Ik wil me bezig houden met de impact van aandoeningen op het dagelijks leven. Dat doe ik nu, met veel plezier. Ook kan ik veel aan preventie doen. Zo denk ik graag mee met leidinggevenden hoe de gezondheid van werknemers bevorderd kan worden.”

Proeven?

Wil je een dag of een dagdeel meelopen met Arend om te proeven aan het werk van een bedrijfsarts? Stuur hem een mailtje!

 

Frans Bult: telkens nieuwe wegen inslaan

BEDRIJFSARTS IN BEELD. De ene bedrijfsarts is de andere niet. Het vak is rijk en gevarieerd, zo blijkt telkens weer. Frans Bult was ooit docent, keuringsarts en verzekeringsarts. Tegenwoordig is hij bedrijfsarts bij Zorg van de Zaak in de regio Alkmaar. Frans (64) weet voorlopig van geen ophouden. ‘Ik ben net weer bij een nieuwe klant gestart: Ambulance Zorg. Heb één keer een halve dag meegereden op de ambulance en al drie keer een spoedrit mee mogen maken!’

Wist je altijd al dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Ik ben mijn artsencarrière in september 1982 gestart als docent in de vakken chirurgie en gynaecologie/verloskunde voor verpleegkundigen in het Medisch Centrum Alkmaar. Dat kon ik goed combineren met de functie van parttime keuringsarts bij de Bloedbank NHN. Ik wilde altijd in het snijdende vak terechtkomen, in de chirurgie of in de gynaecologie. Toen ik tijdens mijn coschap chirurgie naast de touwtjes knipte, wist ik dat ik deze hoop kon laten varen; door mijn luie oog had ik beperkt dieptezicht. Ik ben toen op zoek gegaan naar een functie buiten de kliniek. Daarbij rolde ik aanvankelijk, eigenlijk bij toeval, in het vak verzekeringsgeneeskunde.’

Hoe ben je van verzekeringsarts bedrijfsarts geworden. En vooral ook: waarom?
‘Vanaf december 1982 werkte ik als verzekeringsgeneeskundige bij DETAM, de toenmalige bedrijfsvereniging voor de detailhandel. Na acht jaar ben ik overgestapt naar het GUO. Daar heb ik mij vooral bezig gehouden met de agrarische sector, in al haar variaties. Daar heb ik me ook heel geleidelijk kunnen ontplooien richting bedrijfsgeneeskundige activiteiten. Zo heb ik onderzoek gedaan naar het effect van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en naar huidafwijkingen die kunnen ontstaan bij de verwerking van bleekselderij. In die tijd heb ik ook enkele jaren samen met Dr. de Cock van het VU-ziekenhuis een vrij inloopspreekuur voor huidafwijkingen gedaan. En samen met een arbo-adviseur van STIGAS, de Stichting Gezondheidszorg Agrarische Sectoren, gaf ik cursussen aan jonge agrarische ondernemers over gezondheid en veiligheid, in relatie tot arbeid.

In 2002 kon ik mijn registratie als verzekeringsarts om laten zetten naar bedrijfsarts. Na de fusie van twee arbodiensten in 2003 ben ik mij hoe langer hoe meer gaan toespitsen op key accounts, zoals een gemeente, de brandweer van Alkmaar en  klanten als V&D, Hema, Gamma, Karwei, UWV en KPMG. In het jaar 2004 ben ik duikerarts geworden. Tien jaar lang heb ik met enorm veel plezier de brandweerkeuringen, inclusief de herkeuringen, gedaan voor de brandweerkorpsen van Alkmaar en later ook Hoorn. Ik heb meegereden op de vuilnisauto bij de gemeente. Ik heb meegedaan met brandweeroefeningen. Een goede bedrijfsarts worden leer je niet alleen achter het beeldscherm, maar ook in de praktijk.’

Wat is het meest opmerkelijke dat je in je loopbaan bent tegengekomen?
‘Nog steeds herinner ik mij die scholier uit West-Friesland. Bij de verplichte brandweerkeuring wist hij, als vrijwillige brandweerman, met 450 Watt op de fietsergometer alle beroepsbrandweerlui eruit te trappen. Als bedrijfsarts heb je het privilege om mensen niet zuiver en alleen vanuit ziekte te hoeven benaderen, maar juist ook vanuit gezond functioneren. Daarom doe ik ook dit jaar weer met veel genoegen het PMO bij een groot zaadbedrijf. Ik blijf het buitengewoon boeiend vinden dat je als bedrijfsarts niet alleen een enorm grote dwarsdoorsnede van onze werkende maatschappij ziet, maar ook een net zo grote dwarsdoorsnede van het medische vak, met allerlei ziektebeelden en diagnoses. Ik heb spreekuurcontacten meegemaakt met de meest zeldzame diagnoses die de gemiddelde huisarts of specialist nooit zal zien.’

Ga je de komende jaren nog nieuwe wegen inslaan, in de bedrijfsgeneeskunde of elders?
‘Ik ben nu net, vanaf januari 2018, weer bij een nieuwe klant gestart: de Ambulance Zorg. Heb inmiddels al één keer een halve dag meegereden op de ambulance en drie keer een spoedrit, een ‘A1-rit’, mee mogen maken. Het is voor mij telkens een uitdaging om een nieuwe klant goed te leren kennen en met raad en daad te kunnen bijstaan. Iedereen vraagt altijd, nu ik 64 jaar ben: hoe lang moet je nog? Telkens zeg ik dan dat het geen moeten maar mogen is. Ik vind het belangrijk om naast mijn drie dagen loondienst ook één dag per week als zelfstandig bedrijfsarts actief te zijn. Zo combineer ik de zekerheden van een dienstverband met de vrijheid om mij op mijn eigen manier te blijven ontplooien. Waar ik ook sterk aan hecht: als bedrijfsarts  heb ik genoeg vrije tijd over om met mijn partner en met vrienden te sporten en te recreëren. Oh ja: ik ben ook bezig om mij de Italiaanse taal machtig te maken.’

Preventie: open communicatie, benaderbare arts

Ambassadeur Lianne Schouten werd onlangs geïnterviewd voor HR Journaal. Haar gesprekspartner, arbeidsrechtadvocaat Maarten van Gelderen, vraagt in het gesprek naar de nieuwe Arbowet en naar de bijdrage die een bedrijfsarts hierbij heeft. De wet speelt sterk in op preventie, vertelt Lianne. Daar is ze blij mee, ze ziet preventie als een kerntaak van de bedrijfsarts. De wet maakt bijvoorbeeld de toegang naar de bedrijfsarts laagdrempeliger voor werknemers. Een stap vooruit wat haar betreft. Een benaderbare arts en open communicatie tussen werkgever en werknemer zijn cruciaal om verzuim tegen te gaan en gezondheidsklachten preventief aan te pakken.

Anoniem, zonder terugkoppeling naar werkgever

Op het YouTube-kanaal gaat Lianne ook in op twee specifieke maatregelen uit de nieuwe wet: het ‘open spreekuur’ en de ‘second opinion’. Het open spreekuur biedt werknemers de gelegenheid om zorgen over hun werkomstandigheden en gezondheid openlijk met de bedrijfsarts te bespreken. Anoniem en zonder terugkoppeling naar de werkgever. Lianne roept werkgevers en HR-managers op om actief aan werknemers te communiceren welke mogelijkheden het open spreekuur hen kan bieden. Hetzelfde geldt voor de second opinion: werknemers die niet tevreden zijn met de analyse van hun eerste bedrijfsarts, kunnen een tweede opinie bij een andere bedrijfsarts vragen.

Klant in beeld: Staatsbosbeheer

KLANT  IN BEELD. Als bedrijfsarts kom je als je dat wilt op vele plekken. Geen klant is hetzelfde. Bedrijfsarts Marja Ploeg-Groot (rechts op de foto, geflankeerd door A&O consultant Gaby Reijseger) vertelt over een van haar favoriete klanten: Staatsbosbeheer.

In het hoekje van de kamer staan en hangen diverse foto’s en posters. ‘Mijn Staatsbosbeheer-hoekje’, zegt bedrijfsarts Marja Ploeg-Groot van HumanCapitalCare. Het is aan haar te zien dat zij met veel plezier voor deze klant werkt. Een bijzondere organisatie met specifieke arbo-uitdagingen, weet Marja. ‘Staatsbosbeheer is een klant die open staat voor onze expertise en waar we onze rol als als partner op het gebied van duurzame inzetbaarheid invulling kunnen geven. Ze zijn kritisch, denken goed mee en waarderen onze adviezen op het gebied van bijvoorbeeld preventie. Dat is fijn, dan kun je samen stappen maken.’

Energie

Het meest aanstekelijke bij Staatsbosbeheer is het enthousiasme van de werknemers. ‘Ze hebben zo veel passie voor hun werk en het onderwerp: de natuur. Daar zit meteen ook een valkuil: de enorme passie en verantwoordelijkheid voor de natuur kan er soms voor zorgen dat boswachters de eigen veiligheid vergeten.’ Voor Staatsbosbeheer is een klantteam actief van ongeveer tien personen. Het enthousiasme van de klant en de werknemers werkt door in dit klantteam. Het geeft Marja energie: ‘Het is een fijn team waarin alle expertises goed samenwerken. Een deel van het team stond op een ontmoetingsdag voor werknemers van Staatsbosbeheer. We hadden een stand en gaven workshops. Die persoonlijke aandacht werd gewaardeerd.’

PMO

Die energie heeft het team hard nodig, want er zijn grote uitdagingen. Op dit moment wordt hard gewerkt aan het PMO. Samen met de klant is een projectteam opgesteld. In dit team zitten werknemers uit verschillende afdelingen van Staatsbosbeheer. dit biedt allerlei voordelen in de praktijk: ‘Door zo samen te werken zijn we praktisch bezig en toegankelijk voor alle werknemers. We werken met digitale vragenlijsten, maar we voeren ook fysieke onderzoeken uit op meerdere locaties bij Staatsbosbeheer. In de projectgroep bespreek je samen zaken die specifiek bij deze organisatie passen. Zoals een groep oudere boswachters, die minder behendig is met het digitaal invullen van de vragenlijst. Om dat te ondervangen richten we op de onderzoeklocaties een plek in waar onze collega’s helpen bij het invullen.’

Ziekte van Lyme

Een uniek onderdeel van het PMO is de ziekte van Lyme. Staatsbosbeheer erkent deze ziekte als officiële beroepsziekte. In het PMO worden specifieke vragen rondom Lyme gesteld, zodat bij een hoog risico een vervolginterventie ingezet kan worden. In het team van Marja is bedrijfsarts Reynout van Wanroij aangewezen als Lyme-specialist. Hij overlegt regelmatig met de Lyme-poli van Gelre ziekenhuis in Apeldoorn.

 

 

Weer aan het werk na psychische problemen

WETENSCHAP – Bedrijfsarts worden is één ding, bedrijfsarts blijven is een tweede. ‘Is dat vak na tien jaar nog steeds leuk?’, vraag je je misschien af. Zeker, want bedrijfsgeneeskunde blijft in beweging, óók op wetenschappelijk gebied. Om dat te laten zien, geven we hier regelmatig een inkijkje in recent onderzoek. Deze keer: wat zijn de factoren die werkhervatting na psychische problemen bevorderen of juist belemmeren?

Het komt steeds vaker voor dat mensen door psychische problemen tijdelijk niet in staat zijn hun werk te doen. Na zo’n periode van ziekteverzuim blijkt het veelal lastig om het werk weer op te pakken. Wetenschappers van het Tranzo-centrum van Tilburg University wilden weten hoe dat komt en vooral ook welke factoren juist kunnen helpen om het hervattingsproces wel te laten slagen.

Verschillende perspectieven

Om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen, kozen de onderzoekers ervoor om het probleem vanuit diverse perspectieven te benaderen. Ze stelden vier verschillende focusgroepen samen van elk 8 tot 11 mensen die betrokken zijn bij werkhervatting: leidinggevenden, arboprofessionals, psychologen / maatschappelijk werkers en huisartsen. In uitgebreide sessies vroegen ze deze groepen om aan te geven welke factoren het re-integratieproces volgens hen het meest belemmeren dan wel bevorderen.

Kloof tussen theorie en praktijk

Over het algemeen kwamen de resultaten uit de verschillende groepen mooi overeen. Alle vier gaven ze aan dat werknemers het makkelijkst weer aan het werk gaan als ze (1) zelf gemotiveerd zijn, (2) het werk aangepast wordt om zelfvertrouwen terug te krijgen, (3) collega’s vriendelijk zijn en niet oordelen, (4) ze persoonlijke ondersteuning krijgen en (5) de betrokken zorgprofessionals goed samenwerken.

De kennis over de benodigde ondersteuning is er dus wel. Het lijkt erop dat deze kennis alleen niet voldoende in de praktijk gebracht wordt. Vooral de leidinggevenden zouden daarin een belangrijke rol moeten spelen. Opvallend daarbij is dat juist deze groep op sommige punten afweek van de rest en bijvoorbeeld geen oog had voor de rol van psycho-educatie en conflicten tussen werknemer en werkgever.


Meer wetenschap

Voortijdig dood door lichamelijk werk
Zo houden bedrijfsartsen hun werk leuk

Zo houden bedrijfsartsen hun werk leuk

WETENSCHAP – Bedrijfsarts worden is één ding, bedrijfsarts blijven is een tweede. ‘Is dat vak na tien jaar nog steeds leuk?’ vraag je je misschien af. Jazeker, bedrijfsgeneeskunde blijft volop in beweging. Zeker ook op wetenschappelijk gebied. Om dat te laten zien, geven we hier regelmatig een inkijkje in recent onderzoek. We trappen af met het thema dat we hierboven al aansneden: ‘Hoe houden ervaren bedrijfsartsen hun werk leuk?’

Om die vraag te kunnen beantwoorden gingen onderzoekers Claudia Maria Greijn en Joost van der Gulden van het Radboudumc in Nijmegen op zoek naar rolmodellen: bedrijfsartsen van boven de veertig die na minstens tien jaar bij een arbodienst nog steeds lol in hun werk hebben. Met 24 van deze mensen gingen ze uitgebreid in gesprek. Deze selectie vormde een goede afspiegeling van de beroepsgroep in gender, leeftijd en aantal jaren werkervaring.

Voldoende afwisseling

Uit de analyse van de gesprekken bleek dat voor het plezier van de ervaren bedrijfsartsen vooral de inhoud van hun dagelijks werk van belang is. Voldoende afwisseling speelt daarbij een cruciale rol. De deelnemers hebben naast hun werk als bedrijfsarts bijvoorbeeld ook een rol als praktijkopleider, ICT-begeleider of adviseur. Verder genieten de artsen van contacten met cliënten en collega’s, zeker als ze daarbij merken dat ze een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren. Ze halen meer plezier uit preventieve werkzaamheden dan uit het draaien van verzuimspreekuren.

Het heft in eigen hand

De ondervraagde artsen geven aan dat ze er zelf voor kunnen zorgen dat hun werk leuk blijft door de regie in eigen hand te houden. Ze ontwikkelen initiatieven, nemen nieuwe rollen op zich en zorgen voor een goede balans tussen werk en privé. Je moet niet vastgroeien in de dagelijkse gang van zaken, maar inspiratie zoeken in en buiten je werk om gemotiveerd te blijven. Je moet je steeds afvragen hoe je je werk zo kunt inrichten dat je loopbaan aantrekkelijk blijft en daarover in gesprek gaan met je werkgever en collega’s.


Meer wetenschap

Voortijdig dood door lichamelijk werk

Voortijdig dood door lichamelijk werk

WETENSCHAP – Bedrijfsarts worden is één ding, bedrijfsarts blijven is een tweede. ‘Is dat vak na tien jaar nog steeds leuk?’ vraag je je misschien af. Jazeker, want bedrijfsgeneeskunde blijft namelijk volop in beweging. Zeker ook op wetenschappelijk gebied. Om dat te laten zien, geven we hier regelmatig een inkijkje in recent onderzoek. We trappen af met de relatie tussen lichamelijke activiteit op het werk en een voortijdige dood.

Lichaamsbeweging is goed voor je gezondheid. Dat is algemeen bekend. Tegelijkertijd zijn er aanwijzingen dat veel fysieke inspanning op je werk juist negatief kan uitpakken voor je gezondheid. Dit staat bekend als de ‘lichamelijke activiteit paradox’. Een groep onderzoekers van onder meer het VUmc uit Amsterdam wilde wel eens weten of die paradox echt bestaat en besloot het bestaande onderzoek op dit gebied op een rij te zetten.

Groter overlijdensrisico voor mannen

Uit de meta-analyse van 24 studies met in totaal 288.264 proefpersonen bleek er inderdaad een verband te bestaan tussen hoog-intensieve lichamelijke activiteit op het werk en een voortijdige dood. Dat verhoogde overlijdensrisico door lichamelijke arbeid blijkt overigens alleen op te gaan voor mannelijke werknemers. Bij de vrouwelijke proefpersonen werd een dergelijk effect niet gevonden. Het bestaan van de paradox is dus deels bevestigd. Dat lichamelijke inspanning op het werk een ander effect heeft dan in je vrije tijd, heeft er waarschijnlijk mee te maken dat de activiteiten op de werkvloer vaak langdurig belastend zijn. Dat kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat bloeddruk en hartslag chronisch hoger komen te liggen.

Oplossing: meer bewegen

Om de paradox beter te begrijpen is nog meer onderzoek nodig. Maar bedrijfsartsen kunnen nu al hun voordeel doen met de aangetoonde effecten van lichamelijke activiteit. Zo lijkt het ironisch genoeg een goed idee om juist mannen die op het werk al veel lichamelijk bezig zijn te stimuleren ook in hun vrije tijd in beweging te komen. Zo kunnen de positieve effecten van de ene soort beweging de negatieve effecten van de andere soort opheffen.

Ambassadeur Bart: ‘Je bent een soort kennisbank’

Onbekend maakt onbemind. Zo was ook het bij Bart van Leeuwen, een van de nieuwe ambassadeurs van de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk’. Pas tijdens zijn coschappen maakte hij serieus kennis met bedrijfsgeneeskunde. Daarna ging het snel. Hij ging solliciteren en kon aan de slag als aios bedrijfsgeneeskunde.  Sinds medio 2017 werkt Bart bij Zorg van de Zaak. Het valt hem telkens weer op hoeveel je als bedrijfsarts voor mensen kunt betekenen buiten de curatieve sector om. ‘Je bent een soort kennisbank. Als je zoals ik een half uur per cliënt hebt, kun je kennis delen met mensen waar ze ook echt iets aan hebben.’

Rond Rotterdam

In zijn eerste blog gaat Bart op zelfonderzoek: wat spreekt mij zo aan in de rol van bedrijfsarts? Het blijft niet bij bloggen. Bart wil als ambassadeur graag over zijn vak vertellen. Woon in je in de regio rond Rotterdam en wil je een dagje met hem meelopen om meer te weten te komen over vak? Of wil je hem als studievereniging graag laten vertellen over zijn werk? Mail Bart!

 

Ambassadeur Marnix komt in actie

Marnix Guijt heeft zich als ambassadeur aangesloten bij de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ Bedrijfsgeneeskunde had al vroeg zijn interesse vanwege de breedte van het vak, de psychologische, sociologische, politieke en beleidsmatige aspecten. Na een kortstondige rol als anios chirurgie wist hij het zeker en koos hij vol voor de bedrijfsgeneeskunde. Als ambassadeur wil hij mensen graag over zijn vak vertellen. Dus: woon in je in de noordelijke Randstad en wil je een dagje met hem meelopen om meer te weten te komen over het vak? Of wil je hem als studievereniging graag laten vertellen over zijn werk? Mail dan Marnix!

Eerste blog

In zijn eerste blog, Van arts tot arts, richt hij zich direct tot al zijn collega-artsen. Hij gaat op onderzoek: waarin lijkt bedrijfsgeneeskunde op andere specialismen, op welke fronten is het fundamenteel anders?

Desiree Dona: bruggen slaan tussen arbeid en zorg

BEDRIJFSARTS IN BEELD. De ene bedrijfsarts is de andere niet. Het vak is rijk en gevarieerd, zo blijkt telkens weer. Desiree Dona is bedrijfsarts en klinisch arbeidsgeneeskundige in de oncologie. Haar missie: arbeid als behandeldoel op de kaart zetten.

Wist je altijd al dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Toen ik coschappen liep wist ik vrij snel dat ik niet in de kliniek wilde werken. Ik miste het echte contact met patiënten, er was weinig tijd voor het verhaal achter de klacht. Na mijn afstuderen was het voor mij kiezen tussen psychiatrie, ouderenzorg of bedrijfsgezondheidszorg. Het is bedrijfsgeneeskunde geworden. Belangrijkste reden: de populatie waar je als bedrijfsarts voor werkt is zeer gevarieerd. Je hebt te maken met mensen van 18 tot nu 67 jaar. Je krijgt met alle lagen van de bevolking te maken. Je komt in contact met heel veel verschillende beroepen en werkplekken. Toch is er één grote gemene deler: het gaat altijd om mensen die mee willen doen in onze maatschappij. Mensen waarbij het loont om bij problemen alles uit de kast te trekken om hen weer op de rit te krijgen en te houden. Dat perspectief past heel goed bij mij als persoon. Je krijgt een kijkje in de keuken van bedrijven, je praat met directeuren over beleid, je informeert de ondernemingsraad over arbeidsomstandigheden, je zet een PMO op. Al deze taken maken het werk van een bedrijfsarts voor mij uitdagend.’

Hoe komt iemand op het idee om klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie te worden?
‘Ruim twintig jaar heb ik met veel plezier als bedrijfsarts gewerkt. Ik heb dat altijd gecombineerd met andere taken, waaronder een managementtaak bij de interne arbodienst van het Radboudumc. Toen het Radboudumc drie jaar geleden het beleid kantelde naar persoonsgerichte zorg, kreeg ik de ruimte om een brug te slaan tussen het zorg- en het arbeidsdomein. Ik volgde een opleiding tot klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie en ben nu een van ongeveer twintig klinisch arbeidsgeneeskundigen oncologie in Nederland. In consulten wordt patiënten tegenwoordig altijd gevraagd: wat wilt ú behandeld zien? Vragen rondom arbeid staan steevast in de top 3. Medisch specialisten hebben er geen antwoord op. Daar komt mijn expertise van pas.’

Waarom is een apart specialisme nodig, wat voegt een klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie toe?
‘Op het gebied van arbeid was er tot voor kort eigenlijk niks voor werkende mensen die kanker krijgen. Terwijl dat toch zo ongelofelijk belangrijk is. Werk heeft voor veel mensen een normaliserend effect. Ze kunnen er vaak hun behandeling beter door doorstaan, zijn eerder fit en pakken hun leven sneller op. Ik werk voor patiëntpopulaties met een aandoening die veel gevolgen heeft voor hun werkzame leven, zoals jongvolwassenen met kanker en volwassenen die in hun jeugd kanker hebben gehad. Mijn toegevoegde waarde zit in de combinatie van kennis van iemands oncologische medische voorgeschiedenis, de actuele behandeling, de late effecten en die van arbeid, arbeidsgerelateerde zorg, het bedrijfsleven en de sociale zekerheid. Hiermee kan ik mensen ondersteunen die tijdens hun behandeling willen blijven werken, of erna weer aan de slag willen. Zo heb ik onlangs een jonge kankerpatiënt begeleid naar een 32-urige baan. Die jongen werd helemaal gek van het thuiszitten. Nu heeft hij weer perspectief.’

Hoe ziet jouw werk als klinisch arbeidsgeneeskundige oncologie er in de praktijk uit?
‘De afgelopen jaren ben ik gaan bouwen aan zorg en aandacht voor arbeid in de klinische setting. Met als belangrijk uitgangspunt dat arbeid ook een behandeldoel kan zijn. Nu, na twee jaar pionieren, kunnen in principe alle werkende oncologische patiënten van deze transmurale zorg gebruik maken. Hoe mijn aandeel is geregeld, ziet er per poli anders uit. Soms ben ik lid van het behandelteam, soms van het expertteam. Het is pionieren, puzzelen en houtje-touwtje. Je kunt geen eigen DBC openen, dus ik sluit telkens aan bij de vraag en motivatie van collega’s. Ik opereer in een breed veld van zorgverleners, maar ook van organisaties op het gebied van arbeid, zoals re-integratiebureaus en UWV.’

Wat is het meest opmerkelijke in het carrièrepad dat jij hebt gevolgd?
‘Ik ben toch weer teruggekomen in de kliniek 🙂 Mijn werk als klinisch arbeidsgeneeskundige past helemaal in deze tijd van netwerkgeneeskunde. Ik ben bezig met samenwerken, verbinden, afstemmen. Zorg dichtbij de patiënt organiseren, over de muren van ziekenhuis of praktijk heen. Ik ga uit van wat de patiënt wil en zoek daarvoor een weg. Als solist kan ik niks, ik ben vooral aan het verbinden. Als dat betekent dat ik door de schotten tussen curatieve sector en arbeidsgerelateerde zorg heen moet breken, doe ik dat. Voor patiënten is het zeer succesvol en de betrokken zorgverleners worden er gemotiveerder van. Hiervoor ben ik dokter geworden!’

Nieuwe ambassadeur: Marchien Beugelsdijk

Met Marchien Beugelsdijk heeft de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’er opnieuw een ambassadeur bij. Marchien werkt bij arbodienst BlijWerkt en is gestart met de opleiding tot bedrijfsarts. Ze wil graag meer studenten geneeskunde en beginnende artsen enthousiasmeren voor het vak. Haar motto: Kijken naar mogelijkheden in plaats van beperkingen. Heb je vragen over de aard van het werk, stel ze dan via haar LinkedIn-profiel. Wil je een keertje met haar meelopen in de regio Leiden/Sassenheim/Voorhout om het vak beter te leren kennen? Stuur haar een mail. Dan kijkt ze wat mogelijk is!

Arend Hamming

Leiden, Rotterdam, Amsterdam: we zijn er bij!

Hoe kan je beter over het vak bedrijfsarts vertellen dan in real life? De komende dagen gaat de campagne weer even in een hogere versnelling en zijn bedrijfsartsen aanwezig bij meerdere carrière-events in het land. Te beginnen met de Co-Raad in Leiden. Vanavond 28 november organiseert de Co-Raad van het LUMC een avond over de carrièremogelijkheden buiten het ziekenhuis. Vanuit ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ geeft Arend Hamming, AIOS bedrijfsgeneeskunde bij Arbo Unie, een groep coassistenten uitleg over de opleiding en over hun beroepskeuze. De bijeenkomst vindt plaats van 18.30-21.00 uur, in Leiden.

Stand & workshop

Bedrijfsarts Stefan van VuurenEen dag later, op 29 november,  is het opnieuw raak bij de MFVR Carrièreweek in Rotterdam. ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk!’ heeft een informatiestand van 14.00-17.00 uur, met o.a. Stefan van Vuuren, AIOS bedrijfsgeneeskunde bij Zorg van de Zaak en actief ambassadeur voor het vak bedrijfsarts. Volgende week, op 4 december treedt Madelijn de Kleine aan bij de Carrièreavond van MFVU. Zij verzorgt die avond een workshop. Warm aanbevolen!

Ufuk Demirtas: bloed kruipt waar het niet gaan kan

De bedrijfsartsen laten zich volop zien bij de Medische Carrièredagen, bijvoorbeeld a.s. zaterdag bij M.F.V. Panacea in Groningen. Ufuk Demirtas, AIOS bedrijfsgeneeskunde bij Arbo Unie, houdt er een workshop.

Bloed kruipt waar het niet gaan kan

Al op jonge leeftijd wist Ufuk dat hij arts ging worden. In eerste instantie vanuit het romantische beeld dat hij als kind had van dokters. Later vanwege de interesse in mensen, het menselijk lichaam en gezondheid. Na zijn Vwo-opleiding werd hij niet direct ingeloot voor de opleiding Geneeskunde. Hij ging toen biomedische wetenschappen studeren en runde ook een aantal jaren een horecazaak. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Na een aantal leerzame jaren besloot hij om zijn passie te volgen en te starten met de opleiding Geneeskunde. Pas in de laatste fase van de opleiding maakte hij kennis met het vak Bedrijfsgeneeskunde. Zijn interesse was gewekt!

Wat heeft hem naar dit vak gedreven?

Afgelopen jaar is Ufuk afgestudeerd. Hij werkt nu als aios bedrijfsgeneeskunde bij Arbo Unie. Bij de workshop gaat Ufuk in op zijn motieven om te kiezen voor de bedrijfsgeneeskunde. Wat heeft hem naar dit vak gedreven? Welk beeld had hij vooraf? En hoe kijkt nu tegen het werk aan? Hij gaat ook aan de hand van enkele stellingen in gesprek met de aanwezigen bij de workshop.

Nieuw: nu ook opleiding via kleinere praktijken

De mogelijkheden om bedrijfsartsen op te leiden waren tot nu toe beperkt. Alleen bij de grotere arbodiensten zijn er opleidingsplaatsen. Bedrijfsarts2022  gaat hier verandering in brengen. Basisartsen kunnen bij hun opleiding tot geregistreerd bedrijfsarts voortaan ook ervaring opdoen in kleinere praktijken zoals maatschappen of zelfstandige bedrijfsartsen.

Bedrijfsarts 2022 is een initiatief van de NSPOH en Yellow Factory. De opleiding is een volwaardige opleiding tot bedrijfsarts en past binnen de eisen van het nieuwe landelijk opleidingsplan. De nieuw opgerichte Stichting Praktijkopleiding Arbo Professionals (SPAP) vraagt voor de aangesloten kleinere praktijken de erkenning aan als opleidingsinstelling. Deze praktijken moeten voldoen aan de kwaliteitseisen die de SPAP, en uiteindelijk de KNMG, stelt. De NSPOH verzorgt het cursorisch onderwijs.

Aftrap in 2018

Er is meer dan voldoende belangstelling van praktijken en artsen voor het nieuwe initiatief. De eerste groep artsen start begin 2018 met de medische vervolgopleiding bedrijfsgeneeskunde. Ze hebben normaliter in 2022 hun diploma. Meer weten? Check www.bedrijfsarts2022.nl.

 

Over de opleiding: 20 vragen & antwoorden

Arbeid is een hot thema in de geneeskunde. Wil je je als student geneeskunde straks specialiseren in het domein arbeid en gezondheid? Dan wil je vast ook weten hoe het zit met de opleiding die je dan gaat volgen. Hoe ziet de opleiding van de medisch specialist arbeid en gezondheid eruit? Hieronder de 20 meest gestelde vragen.

1. Welke medisch specialisten zijn er op het gebied van arbeid en gezondheid?
Arbeid en gezondheid valt in Nederland onder de sociale geneeskunde. Er zijn twee specialistentitels: verzekeringsarts en  bedrijfsarts.

2. Hoe lang duurt de opleiding?
De opleiding duurt 4 jaar als je full-time werkt. Je volgt dan 1 dag per week onderwijs en werkt 4 dagen per week in de praktijk.

3. Kan ik de opleiding part-time volgen, omdat ik bijvoorbeeld ook een gezin heb? 
Ja. De opleiding kan goed in deeltijd gevolgd worden. Je moet wel minimaal voor 50% werkzaam zijn. De opleiding wordt dan evenredig verlengd.

4. Zijn er goede kansen op een baan voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen?
Ja. Op dit moment zijn er goede kansen op werk voor bedrijfsartsen en verzekeringsartsen. Kijk maar eens naar de arbeidsmarktmonitor van Medisch Contact.

5. Hoe kom ik aan een opleidingsplek?
Je moet eerst een baan hebben bij bijvoorbeeld UWV, arbodienst of een maatschap. In overleg met je werkgever bepaal je of je in aanmerking komt voor een opleidingsplek. Aanbevolen wordt om eerst ongeveer 6-12 maanden als ANIOS aan het werk te zijn.

6. Waar kan ik de opleiding dan volgen?
Er zijn op dit moment twee plaatsen in Nederland waar de opleiding wordt gegeven. Dit is de NSPOH in Utrecht en SGBO Radboudumc in Nijmegen.

7. Hoe kan ik me aanmelden voor de opleiding?
Via de website van de NSPOH of via de website van de SGBO:
Opleiding bedrijfsarts NSPOH 
Opleiding verzekeringsarts NSPOH
Opleiding bedrijfsarts SGBO
Opleiding verzekeringsarts SGBO

8. Moet ik eerst een opleidingsplek hebben voordat ik me kan aanmelden voor de opleiding?
Ja.

9. Wat zijn de opleidingskosten voor mij als arts?
In deze sector is het gebruikelijk dat de werkgever zowel de opleidingskosten als de opleidingstijd betaalt.

10. Wie is de opleider, hoe vaak zie je deze?
De opleider heeft minimaal 2 uur per week contact met jou.

11. Wanneer start de opleiding: een keer per jaar, twee keer per jaar?
Over het algemeen is dit 2 maal per jaar; voorjaar en najaar. Bij de NSPOH is dit afhankelijk van de aanmelding.

12. Wat is het verschil tussen de opleiding van een verzekeringsarts en een bedrijfsarts?
Zie de beroepsprofielen op de website van de NVVG (verzekeringsartsen) en de NVAB.(bedrijfsartsen). De belangrijkste verschillen zijn: de bedrijfsarts behandelt en begeleidt werknemers en werkgevers bij verzuim, preventie en duurzame inzetbaarheid. De verzekeringsarts beoordeelt verzuim en arbeidsongeschiktheidsclaims van werknemers en/of begeleidt bijzondere groepen, bijvoorbeeld zwangeren en uitzendkrachten.

13. Wat is het accent per opleidingsjaar?
Dit verschilt per opleiding.

14. Welke thema’s worden behandeld tijdens de opleiding?
Je volgt, in wisselende volgorde, de volgende modules: Inleiding Sociale Geneeskunde, Beroepsvaardigheden en Instrumenten, Verzuim en re-integratie, Risico’s in arbeid, Professioneel werken, Onderzoeksproject, Stages en keuzeonderwijs.

15. In hoeverre kun je je verder specialiseren binnen bijvoorbeeld de bedrijfsgeneeskunde?
Op diverse vlakken kun je je specialiseren. Bijvoorbeeld tot specialist van het werken in specifieke branches of sectoren (denk aan duikerarts) of specialist in bepaalde ziektebeelden (bijvoorbeeld klinische arbeidsgeneeskunde).

16. Hoe zit het met de mogelijkheden om wetenschappelijk onderzoek te doen?
Bij diverse Nederlandse universiteiten en hogescholen wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan op het brede gebied van Arbeid en Gezondheid. Promotieonderzoek kan plaatsvinden bij diverse universiteiten (bijvoorbeeld bij het AMC-UvA Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, Onderzoeksinstituut EMGO VUmc, UMCG/Gezondheidswetenschappen, ErasmusMC, Tilburg Universiteit/TRANZO, Radboudumc, Eerstelijnsgeneeskunde te Nijmegen). Als afronding van je opleiding tot specialist voer je een ‘klein’ onderzoeksproject uit binnen je vakgebied.

17. Kun je vrijstellingen krijgen op basis van je werkervaring?
Zie het vrijstellingenbeleid van de KNMG-Registratiecommissie Geneeskundig Specialismen (RGS).

18. Wat kan ik doen als ik nog twijfel?
Loop je nog coschappen, dan kun je kijken of je via je universiteit een keuze-coschap kunt lopen. Maar je kunt eigenlijk altijd een dagje meelopen met een verzekeringsarts of bedrijfsarts. Check de mogelijkheden bij bedrijfsartsen of  bij verzekeringsartsen.

19. Hoe kan ik meer te weten komen over arbeid en gezondheid?
Als je wilt weten waarom arbeid en gezondheid zo’n belangrijk onderwerp is, lees dan het visiedocument over dit onderwerp van de KNMG: Zorg die werkt.

20. Tot wie kan ik mij wenden als ik nog aanvullende vragen heb?
Als je meer wilt weten over de opleiding, ben je hier aan het goede adres. Een aantal AIOS bedrijfsgeneeskunde staat je graag te woord. Stuur een mailtje met jouw vraag naar Lianne SchoutenStefan van VuurenChristiaan Mollema, Leonie Mooyman of Karin van Dorp.

 

Bedrijfsarts worden? Doe de test!

Steeds meer artsen kunnen de vervolgopleiding die ze op het oog hebben niet doen omdat er te weinig opleidingsplekken zijn. Tegelijkertijd is er in de bedrijfsgeneeskunde grote behoefte aan mensen die vol overtuiging voor dit specialisme kiezen. Ook zijn er voldoende opleidingsplekken beschikbaar. Bedrijfsgeneeskunde zou mede om die reden voor menig basisarts of geneeskundestudent wel eens een heel interessante keuze kunnen zijn. Overweeg jij om bedrijfsarts te worden? Doe dan nu de test!

Kiezen voor directe impact

Langzaam maar zeker lijkt het tij te keren. Er komt steeds meer aandacht voor medisch specialismen buiten het ziekenhuis. In de opleidingsspecial van LAD/De Geneeskundestudent vertelt Leonie Mooyman waarom ze de keuze maakte voor bedrijfsgeneeskunde. Ze legt uit waarom dit specialisme voor haar zo aantrekkelijk is. ‘Al tijdens mijn coschappen twijfelde ik of het ziekenhuis wel iets voor mij was. Vooral de hiërarchische cultuur, gecombineerd met de onderlinge prestatiedrang en lange werkweken, vond ik niet prettig. Al snel dacht ik: word ik hier wel happy van?’ Na haar afstuderen in 2013 werkte ze eerst een tijdje als verzekeringsgeneeskundige bij het UWV. Daar merkte ze hoe leuk ze het vond om haar medische achtergrond op organisatieniveau in te zetten.

Directe invloed, nauw contact

Toen Leonie eenmaal had besloten om voor bedrijfsgeneeskunde te gaan, wist ze al na de eerste week dat ze hierin verder wilde. Redenen te over zoals nauw contact met klanten en directe invloed op mensen en bedrijven. En niet te vergeten: veel afwisseling, ‘De ene keer zit je met een gemeente aan tafel om te praten over de vraag hoe je werknemers tot hun 67e vitaal aan het werk kunt houden, een uur later begeleid je een medewerker bij zijn re-integratie en daarna heb je een gesprek met een leidinggevende over verzuimbegeleiding.’

Eerder in de opleiding

Volgens Leonie zou bedrijfsgeneeskunde al vroeg in de opleiding meer aandacht moeten krijgen. ‘Iedereen kan zich voorstellen wat een oogarts of chirurg doet, maar een bedrijfsarts? Geen idee!  Dat is ook de reden waarom ik ambassadeur ben van de campagne ‘Bedrijfsarts worden. Het betere werk’!’

Leonie is aios bedrijfsgeneeskunde bij Arbo Unie.
Meer weten over haar werk en beroepskeuze?
Check deze pagina!

Monique Leunisse: verzekeringsarts, bedrijfsarts, coach & therapeut

Monique Leunisse: bedrijfsarts, coach & therapeut

BEDRIJFSARTS IN BEELD. Het vak bedrijfsarts is rijk en gevarieerd, zo blijkt telkens weer. Monique Leunisse is zelfstandig bedrijfsarts, maar heeft daarnaast ook een coaching & therapie praktijk.’Een bredere kijk dan alleen de strikt medische is absoluut een verrijking.’

Wist je altijd al dat je bedrijfsarts wilde worden?
‘Mijn carrière is gestart bij het UWV -toen nog GAK – als verzekeringsarts. Ik kwam daar in eerste instantie terecht als tijdelijke waarnemer omdat opleidingsplaatsen als medisch specialist schaars waren in die tijd. Al vrij snel wilde ik niet meer terug naar het ziekenhuis. De diversiteit aan mensen, werkzaamheden en culturen, de brede maatschappelijke scope die het vak bood boeide en inspireerde me. Rond de de privatisering van de Ziektewet midden jaren negentig ben ik overgegaan naar een nieuw op te richten Arbodienst. Toen heb ik de verzekeringsgeneeskunde voor de bedrijfsgeneeskunde ingeruild. Altijd in voor nieuwe dingen en uitdagingen ben ik vervolgens het management ingerold om uiteindelijk in 2005 bewust te kiezen voor de inhoud en me te vestigen als zelfstandig bedrijfsarts. Wat me daarin vooral bevalt is de vrijheid, het eigen baas zijn en de diversiteit aan klanten.’

Je hebt sinds kort ook een coaching & therapie praktijk. Hoe komt een bedrijfsarts op zo’n idee?
‘Gedrag van mensen heeft mij altijd al geboeid. Ik besteed er tijdens mijn spreekuur ook veel aandacht aan, omdat ik van mening ben dat hier mede de sleutel zit voor succesvolle re-integratie. Al meerdere jaren heb ik, voor de lol en ter inspiratie, extra opleidingen gedaan gericht op de psyche van de mens. Omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, heb ik dit jaar besloten om naast mijn werk als bedrijfsarts mijn eigen coaching en therapie praktijk te openen. Voor mij is nu alles samengekomen. De combinatie van de twee soorten werkzaamheden en daarmee ook de afwisseling in een week geeft mij energie. Omgaan met mensen is het leukste wat er is. Mensen helpen om zichzelf weer in hun eigen kracht te zetten is echt mooi om te doen. Dat kan ik nu op allerlei manieren doen. Als bedrijfsarts, maar ook als coach & therapeut. In de spreekkamer kan ik als bedrijfsarts mensen meer vanuit mogelijkheden laten denken, mensen helpen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. In gesprekken met het management kan ik kijken naar oplossingen. In mijn praktijk kan ik als coach & therapeut kan ik samen met cliënten een reis maken naar het vinden van een nieuwe balans. Het is mij allemaal even lief.’

Wat is het meest opmerkelijke dat je hierbij bent tegengekomen?
‘Wat mij is opgevallen is dat ik de enige dokter was bij elke gedragsmatige opleiding die ik gevolgd heb. Ik was de uitzondering op de regel. Jammer eigenlijk, want een bredere kijk dan alleen de strikt medische is absoluut een verrijking.’

Ga je de komende jaren nog nieuwe wegen inslaan, in de bedrijfsgeneeskunde of elders?
‘Voorlopig richt ik me op de weg die ik recent ben ingeslagen. Daar hoop ik nog heel lang met veel positieve energie in te kunnen werken. Er is nog wel één opleiding die ik graag wil doen en waar ik volgend jaar mee start. Hiermee kan ik niet alleen individuen begeleiden maar ook systemen: relaties en groepen. Lijkt me geweldig!’

_______
Lees ook:
Inge van der Ende: van vliegerarts tot …bedrijfsarts

Ron van Raaij: bedrijfsarts, duikerarts, stralingsarts